|
Homepage
Homepage Helambu

. 
Nepal
De voorbereiding
Onze voorbereiding begon in 1998. We wilden gaan wandelen, dat was het enige
wat vast stond. We lazen op internet dat je in
Nepal goed kan wandelen. Omdat we nog nooit zóver van huis waren geweest, wilde
we georganiseerd gaan. We informeerden bij reisbureaus wat dat zou gaan kosten. Reisboeken
meegekregen en bekeken wat er mogelijk is.
Het Dolpo gebied en het aantal dagen dat de georganiseerde reis zou duren, stond ons wel aan.
Dit is een gebied zonder veel bebouwing en kan alleen georganiseerd bereisd
worden, waarbij je alle spullen zelf mee moet nemen. Er is geen enkele voorziening.
Het was behoorlijk prijzig. Via de vakantiebeurs en de
Op Pad beurs verder informatie bij elkaar gesprokkeld.
Op de Op Pad
beurs bij
een kraampje wat rond gekeken in de reeks onder het thema: "Lezers - informeren - lezers"
en gesproken met Monique Meulstee. Uit dit gesprek en het boekje
"Hemelse Hoogten", dat ze samen met haar vriend geschreven had, blijk je ook
gemakkelijk zelfstandig te kunnen reizen door Nepal. Maar niet in alle gebieden en het zou dan wel meer tijd
kosten tijdens de vakantie om trekkingpermits e.d. te regelen.
Via internet vragen gesteld in
nieuwsgroep nl.wandel. Hierop kregen we allerlei
reacties. Inhoud was vaak dat je goed alleen in Nepal kunt reizen en men adviseerde
ons het Annapurna gebied. Dit omdat het de nodige voorzieningen had om het zelf
te kunnen bereizen. Mensen konden via onze homepage
kijken wat voor ervaringen we hadden. Deze zouden ruim voldoende zijn. Via informatie van
mensen die er al geweest waren, besloten we zelfstandig te gaan reizen. De maanden oktober/november zouden er bij uitstek geschikt voor zijn.
Het regenseizoen is dan voorbij en de temperatuur is dan goed.
Tussen Vakantie- en Op Pad beurs, januari 1999, vlucht met Transavia besproken. We wilden 5½
week op pad gaan.
Achteraf zou het goedkoper en ook goed bij Gulf en Quatar Air kunnen. Het reisbureau
adviseerde ons dit niet te doen. Medereizigers waren echter goed te spreken over beide vliegmaatschappijen.
Het scheelt zo'n fl. 450,- per ticket, maar de vlucht zou wel veel langer duren.
Visum
Geregeld door de paspoorten met visum formulier aangetekend te sturen
naar het Consulaat van
Nepal. Zij sturen het dan met visum terug.
Kosten ongeveer € 40,00. Het is ook mogelijk om via een
visumdienst
je paspoort te laten versturenWij gingen eigenlijk in eerste instantie alleen voor het wandelen. Als je in
Nepal bent ontkom
je niet aan ook van de cultuur iets mee te krijgen. Deze is zo anders dan in de westerse wereld. Vandaar dat we ook de
dagen rondom een trekking beschreven hebben.
Materialen in de breedste zin van
het woord, kun je alleen vinden in de grote steden
zoals Kathmandu. In Pokhara is het al een stuk minder. Er is nagenoeg geen
industrie, vandaar dat er ook weinig middelen te krijgen zijn. Hindoeïsme en
Boeddhisme zijn de belangrijkste godsdiensten en zorgen er mede voor dat de
lokale bevolking vriendelijk en behulpzaam is. De meeste hebben respect
voor spullen van andere mensen, al moet je wel op blijven letten voor de
enkeling die dat niet heeft.
Afdingen op de vraagprijs hoort erbij, vaak tot 50 % of meer van het gevraagde. Als
je dit niet doet is er een enorme inflatie voor inwoners en
toeristen. In het
uitgebreide verhaal komt het soms wat agressief of gevaarlijk over. Het land heeft die
uitstraling totaal niet. De Hygiëne laat te wensen over. Er zijn hier nog veel ziektes
die in de westerse wereld al niet meer voorkomen. We hebben daarom inentingen
gehaald bij de huisarts. We aten in Nepal bijna geen
vlees, als je de slachterijen langs de weg ziet, weet je waarom. De mensen die met toeristen in aanraking komen spreken veelal engels. Via de telefoon en
internetwinkels in de steden kun je makkelijk contact
onderhouden. In de bergen is hier en daar ook nog een telefoon. Telefoon is erg
duur, daarom is communiceren via internet een goed alternatief.
Thamel
De toeristenwijk van Kathmandu, vol hotels, gasthuizen, restaurants, bakkers,
supermarkten, winkeltjes, shops, verkoopstalletjes. Hier verblijft het merendeel van de
toeristen.
Patan, Baktapur, Swayambhunath, Durbar Square, Pashupatinath, zijn plaatsen met
mooie tempels of bezienswaardigheden.
Pokhara
Ligt 200 km (ongeveer 6 uur met de bus) vanaf Kathmandu. Het 2e stadje van Nepal
door een sprookjesachtig
meer omringd met bergen. Dit is de begin- en eindplaats voor een trekking
in het Annapurna gebergte.
Nepal heeft een aantal wildparken en ook raften op een wilde rivier is hier goed
mogelijk.
Eten
Vaak hebben de lodge's of restaurants een uitgebreid menu. Eet alleen vlees in de betere restaurants. Deze
geven ook vaak aan dat ze rauwe groente wassen met jodium water. Er zijn voor het ontbijt
prima broodjes zaken (German Bakery) met terras. De Lonely Planet en de Trialblazer geven goed aan welke de betrouwbare zijn.
Hygiëne
Water uit de rivier, beek en kraan kun je niet drinken. Je kunt er plastic flessen kopen met water. Let
dan goed op de
verzegeling. In Nepal kunnen ze plastic niet verwerken, dit verdwijnt dus allemaal in de
rivier. Beter is het water te zuiveren met een waterfilter en vervolgens met chloor
en anti chloorsmaak druppels te behandelen. Of met jodium druppels. Dit geeft wel een
jodium smaak,
welke je na en aantal weken wel moe wordt. De maatregelen tegen verontreiniging schiet ver te kort. De toiletten zijn een
grote bron van infectie. Er is vaak geen water en zeep om je handen te wassen. Er is een
alcoholgelei in de handel van Palmolive die je handen zonder water bacterieel
reinigt. Gemakkelijk in gebruik en om mee te nemen. In 1999 nog niet te krijgen in Nepal. Dit in
tegenstelling tot een groot aantal andere verzorgingsproducten. Zoals, tandpasta, shampoo
en toiletpapier. Er zijn ook apotheken waar je gemakkelijk de juiste antibiotica en
Diamox
(tegen hoogte ziekte) kunt kopen. Let wel op de houdbaarheidsdatum. Dit geld ook voor
ingepakte etenswaren. Deze willen zeker in de bergen wel eens jaren verlopen zijn.
In de meeste lodges en hotels kun je douchen. In de bergen is dat
ook regelmatig
een koude douche. Wij gingen daar toch ook steeds toch onder. Er waren ook
medewandelaars die dan wel eens een verzorgingsbeurt na een wandeling oversloegen. Boven de 3500 meter is er vaak geen
stromend water en dus geen mogelijkheid tot douchen.
Geld
De Nepalese munt heet rupee (spreek je uit als roepie). 1 rupee is ± 3,3
cent.
Voor 1 gulden krijg je dus 33 rupee, voor 1 Amerikaanse dollar 67 rupee (1999). Er kan soms ook
met Amerikaanse dollars betaald worden. Binnenlandse vliegreizen moeten in dollars betaald
worden. Bij de wat betere banken kun je met creditcard geld halen. Ook de travellercheques
zijn bij elk wisselkantoor te verzilveren. Er zijn banken die zonder commissie
geld wisselen. De meeste andere wisselkantoren rekenen 1 tot 1 ½ procent. Neem wat dollars en
het merendeel aan travellercheques mee plus een creditcard. Dan sta je niet snel zonder
geld.
Boeken
Lonely Planet
- Nepal
Zeer gebruiksvriendelijk in Nepal. Je kunt er veel over de cultuur, de te
bezoeken attracties lezen. Zorg dat je de nieuwste hebt.  - Trekking in
the Nepal Himalaya
Geeft je wel een grove lijn maar is eigenlijk goed alleen om uit te zoeken
welke route je wil gaan wandelen. Maar niet specifiek genoeg om er een tocht mee te maken.
Trailblazer
- Trekking in the Annapurna region by Bryn Thomas. 
Deze boekjes zijn goed
geschikt mits je de nieuwste versie hebt. Te koop in de boekenwinkel van Thamel. Ook in
Nederland, vaak op aanvraag. In Nepal zijn ze een stuk goedkoper. Advies leen er een hier
en koop er daar een en neem deze mee op de trekking. Ook van veel andere
gebieden verkrijgbaar.
Leuke leesboeken zijn: De Snow Leopard en Aama in Amerika.
Engelse boeken (ook wel Nederlandse) kun je in Nepal tweedehands kopen en verkopen,
voor 10 tot 15 gulden heb je een goed en bekend boek. Deze kun je weer verkopen tegen de helft van de aanschafwaarde. Je hoeft dus geen extra leesboeken mee te nemen.
Het Annapurna Circuit
Gemakkelijk voor geoefende wandelaars, wel te doen voor mensen die weinig wandelen. Je
moet wel wat af kunnen zien, maar hoeft geen kookspullen of eetgerei mee te nemen. Elk ½
uur tot 1 uur is er wel een teahouse of lodge. Het pad loopt geleidelijk aan
omhoog van 800 meter (Besisahar) naar 5416 meter (Thorung La) en weer terug naar
1050 m. (Birethanti).
Het is mogelijk om een gids of drager voor je rugzak
in te huren. De bagage die je op de trektocht niet nodig hebt, maar wel in een ander
gedeelte van je
vakantie, kun je achter laten in je hotel, meestal kosteloos. De lengte van de route is zeer afhankelijk van
het acclimatiseren voor de hoogte. Men geeft aan 16 tot 21 dagen. Wij deden er 18 dagen
over. Het kan ook wel korter. Als je ergens nog een dag langer wilt blijven of de bevroren
waterval wil zien kan het langer duren.
We startten in Pokhara, waar vandaan we met een lokale bus via Dumre naar
Besisahar reden. Hier begon onze trekking. In eerste instantie even zoeken waar
het pad begon, maar al snel genoeg bleek er maar één pad te zijn dat langs de
dorpjes voerde.
De
omgeving is in het begin groen. Je loopt door sawa's, hoort krekels en ontmoet
de lokale bevolking. Iedereen is vriendelijk en begroet je met "Namaste".
Je wandelt vaak alleen, maar komt geregeld op een dag dezelfde medewandelaars
tegen. Deze zie je ook weer in de lodge's waar je overnacht. De trekkers hechten
erg aan elkaar en wisselen graag informatie uit. Engels is de voertaal. Ook
alle menu's en bordteksten zijn in deze taal uitgevoerd. Naar mate je hoger komt
verminderen de rijstvelden en komen de bomen meer naar voren. Boven de boomgrens
is het voornamelijk rotsen en gruis. Op de achtergrond hoor je vaak het geruis
van een rivier.
Onderweg kwamen we wel landslides tegen. Dit zijn plaatsen waar het pad
onbegaanbaar word door dat water de grond heeft weggespoeld. De lokale bevolking
wijst je dan de weg. We komen dichter bij de toppen van de Annapurna's. Een
machtig gezicht. Naarmate we hoger komen zijn er minder bomen. Een rustdag in
Manang (3500 m.) is nodig om te acclimatiseren. Hier geeft men ook nog een
lezing over hoogteziekten. Heel belangrijk want deze route
voert je tot 5416 meter. Je lichaam heeft tijd nodig om zich aan te passen aan
de omstandigheden. Vanaf Manang zie je minder lok ale bevolking, behalve de
dragers en gidsen, en vallen de toeristen meer en meer op. Het landschap wordt
kaler en de temperatuur lager. Na Manang lopen we in 2 dagen naar Thorung Phedi
(4500 m.) Korte dagen (max. 3 uur) maar noodzakelijk om nog steeds te
acclimatiseren. Er begint zich al wat spanning op te bouwen voor het passeren
van de pas: de Thorung La. Dat begin je aan alles te merken. Ook aan andere
trekkers. We horen in Thorung Phedi, dag op een dagmars afstand van de pas ligt, dat mensen hoogteziek
zijn en een dag extra moeten acclimatiseren i.v.m hevige hoofdpijn. Het is op
4500 meter behoorlijk koud en we willen graag de pas over. De eersten vertrekken al
om 2 uur 's nachts, dezen willen de zonsopgang op de pas zien. Wij vertrekken om 5.30
uur als
het licht wordt. De laatste dagen heeft het gesneeuwd, dit geeft
een prachtig gezicht met al die witte bergen welke normaal in deze tijd van het
jaar bruin en grijs zijn. Nadeel is dat het pad erg glad is en moeilijk te
beklimmen. Door de hoogte moet je veel ademen. Bij een onverwacht beweging en
dus bijvoorbeeld uitglijden ben je meteen buiten adem. Eenmaal op de pas valt er
een spanning van je af .
Je ziet hier mensen opgelucht rondlopen. Anderen, die last hebben van
hoogteziekte, moeten snel weer afdalen om de symptomen te doen afnemen. De afdaling
is lang en stijl. We hebben weinig water bij ons. Onervaren
als we zijn, gingen
we ervan uit dat er ook hier allerlei teahouses en lodge's zouden staan. Dus niet. De volgende twee
dagen naar Jomson is het een kwestie van afdalen. In Jomson is een vliegveld
waar je kunt uitvliegen en de route achter je kunt laten. Wij gaan door en
willen in eerste instantie het Annapurna Basecamp er ook bij pakken. De omgeving
wordt weer groener, de krekels beginnen weer een enorme herrie te maken als je
langs komt lopen. De bergen zijn prachtig. Te bedenken dat we do or het diepste
dal van de wereld zijn gelopen op 3500 meter met nog 2 puisten van 5,5 kilometer
naast je. We lopen weer richting Pokhara en maken een stop in Ghorapani. Hier
willen we een zonsopgang over de Himalaya zien gebeuren vanaf de Poon Hill. Deze moet
prachtig zijn. Helaas voor ons waren er wat wolken. Vervolgens liepen we weer
door de rijstvelden naar Birethanti het eindpunt van deze trekking vanwaar we
met de lokale bus naar Pokhara terug keerden.
6 oktober 1999
Om 16.15 uur vertrekken we vanuit Keldonk met de auto naar s-Hertogenbosch. Nog
even koffie drinken in de restauratie van het stationsgebouw en om 17.30 uur de trein in.
Na 1 ¾ uur (18.45 uur) komen we op Schiphol aan. We zijn meteen aan de beurt met
inchecken. Eerst doen we de rugzakken in de flight-bags. We gebruiken een nylon
bindbandje om
deze af te sluiten.
We kregen een brief, door een Transavia-medewerker
uitgereikt. Hierop stond de
mededeling, dat er als we morgen aankomen in Kathmandu, er een demonstratie is van een
Maoïstische beweging. Deze zijn tegen het monarchistische- democratische systeem en
willen meer communistische invloeden in Nepal invoeren. Het openbare leven zal deze
dag stil liggen. Dit zal betekenen dat er geen taxis rijden, geen winkels en openbare
gebouwen open etc. We zullen onder politie-escorte met bussen naar het centrum van
Kathmandu vervoerd worden, aldus de brief.
Om 21.30 uur vertrekt het Transavia vliegtuig
een Boeing 737 en maakt na 6½ uur een tankstop in Sharja. Dit is een schiereiland van de
Verenigde Arabische Emiraten. Vanuit de lucht gezien: één grote woestijn. Na 2 uur
vliegen we weer door. We cirkelen nog een kwarti ertje boven de Kathmandu vallei.
Het is bewolkt
en we hebben hierdoor geen mooi uitzicht over de bergen van de Himalaya. Volgens de informatie
van de piloot wordt er nog gewerkt aan de landingsbaan. We landen 3 uur en 40 minuten na de
tussenstop. Het is 14.00 uur plaatselijke tijd.
Op het vliegveld zoeken we eerst onze rugzakken tussen de berg rugzakken en gaan in de rij staan om het visum te
laten bekrachtigen. Als alles geregeld en afgehandeld is verlaten we het luchthavengebouw. We
lopen langs een rij schreeuwende mensen die ons allemaal naar een hotel of Guest House
willen rijden, dit ondanks de demonstratie. Zij die met een taxi rijden, kunnen aangevallen
of beschoten worden door die Maoïstische beweging. Wij zeggen hier en daar no en lopen
door naar de regeringsbus. Vincent zat voor in de bus Jeannette achter. De prijs is 50
rupee (fl. 1,50) per persoon.
Als Jeannette goed en wel zit, komt er een
Nederlands stel
achter haar zitten. Zij vragen of Jeannette al weet waar wij gaan overnachten. Jeannette
antwoordde dat we misschien naar Potala Tourist Home zouden gaan, een adres van
Sylvie. Een
kennis waar wij tijdens de Vierdaagse in Nijmegen verschillende malen hebben mogen
logeren. Zij is vorig jaar naar Nepal geweest en heeft ons m.b.v. dia's veel informatie
gegeven. Ondertussen stappen zwaar bewapende mannen met kogelvrije vesten aan,
met geweren uit
de jaren 50 in de bus om ons te beschermen.
Dan blijkt een man vlak bij
Jeannette van het genoemde
Tourist Home te zijn. We krijgen een folder en beloven met z'n vieren te komen kijken.
Hij zal dan voor ons de bus te betalen. Hij weet niet dat Vincent voor in de bus al had
betaald. We krijgen later het geld niet meer terug. Er wordt gezegd dat we ook voor de
rugzakken moeten betalen, dat is meteen de eerste keer dat we worden opgelicht
(voor fl. 1,50). De bus toetert onderweg om de paar seconden een fietser of
wandelaar van de weg. In verband met de demonstratie zijn er weinig taxis op de weg.
Op naar het Tourist Home. Het zijn kamers met een douche, wastafel en toilet en een
slaapkamer met zitje. (De kamer heeft alle noodzakelijk voorzieningen maar niet te
vergelijken met Europese kamers.) Prijs $ 10,-. We dingen af naar $ 8,-. De man zegt
meteen ja. We hebben het dus te duur anders zou hij nog wel verder onderhandelen.
Daar komt later de tax nog bij, dus $ 9,-. Na wat spullen uitpakken gaan we met Walter
(zonder H) en Jessica (het Nederlandse stel) de stad in.
We gaan een beetje sfeer proeven
in Thamel, de toeristenwijk van Kathmandu. We zien de eerste tempels en ruïneachtige
huizen, houten woningen, vuilnis op straat, koeien, bedelaars, sadhus (een fake heilige).
We vergapen ons aan alle indrukken die op ons afkomen. Spelende kinderen, biddende
ouderen, stalletjes met fruit, popcorn en een aantal ondefinieerbare warme dranken en
hapjes. Een compleet andere cultuur. We kopen 2 bananen voor 5 rupee (16 cent). We zien
vooral ook veel houtsnijwerken aan de huizen. Al lopend en kijkend komen we zo aan bij
Durbar Square. Een wijk met veel mooie tempels. We gaan zitten bij een tempel en genieten van
het uitzicht en het straatleven. Om 18.00 uur wordt het donker en gaan we terug naar
Thamel. Onderweg zien we kleine supermarkten, met een aantal westerse spullen. Met
name op het gebied van verzorging en voeding. Op naar restaurant Helenas. Een eethuis
met een mooie binnentuin. Het ziet er sprookjesachtig uit. Het adres hebben we gekregen van Sylvie en ook in de Lonely Planet staat het restaurant als goed te boek. We eten
dal
bhat
een echt Nepalees gerecht met rijst, curry en groenten. Inclusief drank kost het 150
rupee (± fl. 5,-) per persoon. Tegen 20.00 uur vinden we het welletjes en gaan we richting het hotel.
We spreken af om morgenochtend om 8 uur te gaan ontbijten. Na een lauwe douche
en het schrijven in het dagboek gaan we slapen.
8 oktober 1999
We kopen een paar broodjes bij een bakker en
zoeken een mooi plaatsje in de stad om deze te
nuttigen. Dit bleek niet makkelijk. Het gemotoriseerd verkeer op de weg is nu erg druk,
in tegenstelling tot de rust die er gisteren hing i.v.m. de demonstratie.
Er hangt een behoorlijke smog, veel en
veel erger dan we ooit in Nederland hebben meegemaakt. Vooral de tuk-tuk's
(driewielige brommertjes met
overkapping) veroorzaken een geweldige rook. Ook de stof die al die
bewegingen op doet waaien is indrukwekkend en voor een westerling onvoorstelbaar. We
kopen ondertussen kaartjes voor de busreis naar Pokhara. (200 rupee p.p. ± fl. 6,50) Wij
zullen morgen vertrekken naar de 2e stad van Nepal. Walter en Jessica zouden nog een dag
in Kathmandu blijven. Een trekkingpermit regelen is sinds juli van dit jaar niet meer
nodig, dat scheelt dus weer een taxirit en waarschijnlijk veel tijd. We lopen langs het Royal Palace. Nadien lopen we langs de drukke straten waarbij
je bij het oversteken bijna van je sokken wordt gereden. Het gemotoriseerd verkeer stopt
niet voor voetgangers, maar toetert voortdurend dat je aan de kant moet gaan omdat zij er
aankomen. Nog steeds op zoek naar een ontbijtplekje komen we uiteindelijk we weer uit bij Durbar Square, waar we bij een oude tempel de broodjes hebben opgegeten.
Een gids komt zich
aanbieden. Eerst kwam hij een praatje maken en wat schriften laten zien, hierin prijzen
Nederlanders hem als goede gids en hadden 15 dollar over gehad voor zijn diensten. We
willen misschien wel een kleine rondleiding van 1½ uur maar wilden niet meer betalen
dan 400 rupee. Hij geeft ons een rondleiding naar Swayambhunath (de Apentempel).
Daar naar toe lopend zien we een soort apotheek. Hier kun je allerlei geneesmiddelen kopen, zelfs
antibiotica. We zien stalletjes langs de weg waar ze beesten aan het slachten
zijn.
Hygiëne is hier dan zeer ver te zoeken. De tempel ligt op een berg, de trap ernaar toe
staat ook vol met souvenirkraampjes en beelden van Boeddha en andere goden en symbolen.
Na 1½ uur stopte de rondleiding. We betaalden 500 rupee. 100 rupee meer dan was
afgesproken. Toch wilde de
gids nu weer 600 rupee. Hier zijn we niet op in gegaan. Nadien zijn we op eigen houtje weer teruggelopen.
We zien, als we over een brug lopen, een vuilnishoop net langs de rivier. Alle afval,
dus ook het vuil wat op hopen in de straten ligt, wordt hier in de rivier gedumpt. Nadien
lopen we naar Patan, de op één na grootste stad in deze vallei ligt gescheiden door een
rivier tegen Kathmandu aan. We posten onderweg een brief die we uit Nederland hebben
meegenomen voor een in Nederland wonende Nepalese jongen, vriend van een kennis.
In Patan
aangekomen zien we vele mooie tempels. We zijn ook naar het Patan-museum
geweest waar ze
uitleg geven over het ontstaan van Patan en over de betekenis van de godenbeelden en
symbolen, zeer de moeite waard.
Er zijn in de ramen van dit museum lig plaatsen gecreëerd waar je de markt kunt
bekijken. We zien voor het eerst dat mensen zich aan het wassen zijn in een openbare
badplaats. Daar komen ook mensen water halen. Ze hebben hier geen stromend water in de
huizen.
Nadien geven we onszelf een rondleiding aan de hand van de Loney Planet. We
zien
oude huizen en gebouwen, weefgetouwen waar ze tapijten aan het knopen zijn van Tibetaanse
wol. Gegeten op een dakterras met uitzicht op de markt. Met de taxi al toeterend naar Thamel terug. De prijs, 100 rupee, hebben we uit de Lonely. Na wat rond neuzen in
boekenwinkels zijn we naar Helenas restaurant gegaan, om wat te
drinken. We besluiten om samen met Walter en Jessica een aantal dagen op te
trekken. We vertrekken morgen dus niet naar Pokhara en gebruiken dus ook de voor morgen
gekochte buskaartjes niet.
9 oktober 1999
Om 8.00 uur staan we beneden. Geen Jesscia en Walter te zien. Ze verslapen
zich doordat ze
oordopjes hadden gebruikt en de wekker niet hoorden. `s Nachts beginnen in de straathonden
te blaffen. Dit geeft een behoorlijke herrie en kan je uit de slaap
houden. We wachten een half uurtje en zitten even op het stoepje langs de weg. Je verveelt
je hier echt niet als je naar de mensen en vooral naar de manier van vervoeren kunt kijken.
Om half 9 gaan we naar een bakker en kopen lekkere broodjes. We eten ze op het
terras op met koffie en thee erbij. De koffie en thee is in de betere restaurants
prima te drinken. We gaan op weg om een taxi te vinden en gaan ondertussen een aantal boekwinkels
binnen op zoek naar de nieuwste Lonely Planet Nepal. We kopen wat ansichtkaarten en proberen
flink af te dingen. Dit moeten we nog leren. Weer op straat gekomen hebben we meteen een
taxi, we rijden net, als we ons realiseren dat we nog geen buskaartjes hebben voor morgen.
We laten de taxi wachten en halen snel de kaartjes bij een van de vele boekingsoffices. We
zijn op weg naar Bhaktapur. De entreeprijs van het stadje is 300 rupee (± fl. 10,-)
per persoon. Dit entreegeld wordt gebruikt om de stad en de tempels te onderhouden. Meteen komen er
allerlei gidsen naar ons toe die ons willen rondleiden. We willen graag onze eigen
indrukken op doen en gaan met zn vieren verder. Eerst even zitten bij een tempel van
de Durbar Square van Bhaktapur om de sfeer te proeven. Een aantal Indiase studenten wil
graag met ons op de foto,
dat vinden wij geen probleem. Later komt een aankomend arts, zo blijkt tijdens
het gesprek, even een babbeltje maken. Hij wil door met toeristen te praten
engels leren en heeft ook nog een hobby: het schilderen van Tankas: Tibetaanse
wandkleden. Hij wil ons deze wel laten zien. Na een rondleiding komen we bij zijn school
voor Tankakunst uit. We bekijken de schilderingen en nu komt de aap toch komt uit de mouw. Ze willen
deze aan ons verkopen. De prijzen variëren van 10 tot 1000 dollar. Hij laat Tankas zien van 40
tot 77 dollar. Heel mooi en heel precies schilderwerk met goudverf. We gaan weg zonder
iets te kopen. Hij wil een boek voor zijn studie kopen. We
vinden wel dat hij ons een aantal leuke uren heeft bezorgd en geven hem 300
rupee. Zijn
boek kost 400 rupee, zo vertelt hij ons later. Uiteindelijk heeft hij dus wel als gids
gefungeerd en heeft zo op slinkse wijze toch weer geld aan ons verdient.
We gaan in een
door de Lonely aangegeven restaurantje (Marco Polo) eten aan de Taumadhi Tole (ook een
plein met tempels). Een aantal Nederlanders gaat het hier niet snel genoeg en
vertrekt
zonder gegeten te hebben. Aan mensen die zich niet aan willen passen aan de Nepalese
cultuur en eigenaardigheden wil ik aanraden om niet naar Nepal te komen . Maar een ander
toeristisch vakantieland te zoeken. We maken nog een rondwandeling door dit schitterend
dorpje en zien een beginnende ruzie tussen een aantal inwoners waarbij een
aantal zakken van een kar geladen worden. De ander is het daar niet mee
eens en wil ze weer op de kar gooien. Dit geeft een grote toeloop van mensen. We
drinken cola voor fl. 0,30. Het is hier echt genieten zo mooi. Op elke hoek kun je hier
wel 10 fotos van de bevolking en de huizen nemen. Overal zijn kraampjes of mensen
die je
wat willen verkopen. Nadien gaan we met een taxi naar Kathmandu, waar we in een Indisch
restaurant The Third Eye, aan een laag tafeltje op de grond eten. Heel lekker al
is het
laag bij de grond zitten niet gemakkelijk.
10 oktober 1999
Kathmandu - Pokhara.
Om 6 .00 uur opstaan, om 6.30 uur bij de bus en om 7 uur vertrekken. We zien hier een
Deen die door chinezen in elkaar geslagen is en nergens een ambassade binnen komt. De
toeristenbus is niet comfortabel maar wat mag je verwachten voor fl. 6,50 over 200
kilometer. De bus rijdt maximaal 40 km/u, haalt zoveel mogelijk andere voertuigen in en
stopt één keer om de reizigers de gelegenheid te geven iets te eten. Er rijden wel luxe bussen met airco en normale stoelen, de
zogenaamde Green Line. Na 7 uur (om 14 uur) komen we uiteindelijk aan in Pokhara. Bij
aankomst is het druk met taxichauffeurs die ons naar een hotel willen brengen. We nemen
een taxi voor 60 rupee (f 2,-) naar het centrum. Even wat uitrusten op een terras, genoeg
geld wisselen voor een trektocht van ongeveer 3 weken. We willen kleinere coupures
hebben.
We hebben gelezen in de Trailblazer dat een trekdag 10 tot 12 dollar per persoon
zal kosten.
We zoeken vervolgens een hotel. Via de Lonely Planet vinden we een leuk en rustig hotel voor
$ 7,- per kamer. Na een douche en kleren wassen, gaan Walter en Jessica de terugvlucht
bespreken van Jomsom naar Pokhara. Zij willen een gedeelte van het Annapurna Circuit lopen
en uitvliegen vanuit Jomson. We gaan eten bij restaurant Piramid. Nadien duiken we een
internetwinkel in; e-mailen naar familie en vrienden en we proberen te bellen naar de
ouders van Jeannette. Deze zijn niet thuis. Terug in het hotel pakken we de rugzakken in
voor de komende 20 tot 25 dagen. Hoe lang het wordt weten we nog niet. We willen de
Annapurna Circuit lopen en als het uitkomt ook nog het Annapurna Base Camp erbij nemen. De
spullen die we niet nodig hebben kunnen we veilig bij het hotel achter laten.
11 oktober 1999
Pokhara - Kundi.
We nemen een taxi naar het lokale busstation. Hier staan wel veel bussen, op een
zandvlakte. Ons wordt meteen gewezen welke bus we moeten hebben. De rugzak gaat in de
flight-bag boven op de bus. Toeristen betalen 150 rupee en krijgen een zitplaats. De locale
mensen kunnen onderweg instappen. Als ze hun hand op te steken stopt de bus. De chauffeur
scheurt al toeterend over de wegen. Kuilen in het wegdek ontwijkend, plotseling remmend
voor kippen en eenden. Hij rijdt hard langs de plaatselijke bevolking, die hij al toeterend erop
wijst dat hij eraan komt. We hopen maar dat het goed gaat. We kunnen er toch niets aan
veranderen. De snelheid (maximaal 40 km/u) is beperkt zoals bij elk voertuig in Nepal. Het is best gezellig, je hebt veel te kijken en ervaringen uitwisselen met andere
toeristen. In de stoelen naast ons ziten 2 Belgische meisjes. Die zijn, na beëindiging
van een studie, nu 5 weken onderweg. Ze komen net uit India en gaan ook het Annapurna
Circuit lopen. In Dumre stroomt ineens de hele bus vol. Ook boven op de bus zitten mensen. Zo
rijden we van dorpje naar dorpje. De verharde weg gaat over in een
zandweg. Deze route staat bekend om
het vele stof wat dat bussen doen opwaaien. Doordat de moesson nog maar net is afgelopen
is de weg nog niet stoffig. Na 5 uur (13.00 uur) komen we, 3 uur eerder dan de planning,
aan in Besisahar. Het beginpunt van de trekking. Omdat we zo "vroeg" zijn gaan
we alvast een paar uur lopen. Jesscia voelt zich niet zo lekker, dus kijken we even hoe
het zal gaan. In het begin weten we niet precies waar we naar toe moeten, maar de locale
bevolking wijst ons prima de weg. We blijven op ongeveer 800 meter hoogte op de helling
van een berg lopen. We komen langs diverse hutjes waar ze eten en of drinken te koop
hebben. Onderweg kregen we nog een flinke plensbui, maar voor dat we de regenponcho
aan hadden is het al weer over. In Khudi gaan we een 50 meter lange bamboebrug over. Aan
de andere kant van de brug staan 2 Nepalezen te wachten om hun lodge aan te prijzen. We
gaan met een zeker Sam mee naar zijn Memory Guest House. Het is een stenen gebouw met
overal tochtgaten en kieren. We douchen met water uit de bergen. Niet echt koud maar
lekker, in de openlucht omringt door een muurtje. In verschillende boeken over Nepal raden
ze trekkers in de bergen aan dezelfde gerechten te bestellen. Dit ondanks een uitgebreid
menu. Ze moeten hier vaak op één houtvuurtje alle maaltijden bereiden. Een zelfde
gerecht kost veel minder hout dan allerlei verschillende gerechten. We zijn de enige
gasten vandaag en bestellen knoflooksoep en macaroni met ei, kaas en groenten. Sam komt de
soep en het hoofdgerecht tegelijkertijd brengen. Dit schijnt in dit land normaal te zijn.
We hebben heerlijk gegeten en zitten wat te praten en kaarten te schrijven. Om
20.00 uur s
avonds valt het licht uit. Het is echt aarde donker. Even later kwam de
guesthousekeeper
een olielamp en een kaars brengen. De rest van de avond brengen we bij kaarslicht
door.
12 oktober 1999
Kundi - Ghermu.
Om 6 uur opstaan. We hebben voor half 7 een ontbijt besteld, dat komt al om 6.45 uur. Alle
rugzakken hadden we al ingepakt. We geven ansichtkaarten aan de gastheer, die
belooft ze voor ons te posten. Dit raden ze soms af, omdat ze de postzegels eraf
halen en die opnieuw gebruiken. Wij vertrouwen de man (alle kaarten zijn inderdaad
aangekomen). Om half 8 op weg. Een uurtje later komen we in Bhulebhule, hier is het eerste
checkpoint. De gegevens uit onze paspoorten worden 2 maal overgeschreven in een groot
boek. Nadat we ieder 1000 rupee hebben betaald als entree voor het Annapurna Natuurpark
krijgen we een toegangsbewijs mee en kunnen we weer verder. Voorheen moest je een
trekkingpermit
vooraf halen bij een bureau in Kathmandu of Pokhara, dat duurde een half dagje. We zien onderweg veel teahouses, waar
je soms zelfs gekoelde drankjes kunt krijgen. Er worden steeds mandarijnen aangeboden voor
2 rupee. We gaan zitten op een terrasje bij een hutje met een dakje van gedroogd gras en
kopen mandarijnen. Na een kwart iertje gaan de rugzakken weer op en gaan we weer op weg. De
uitzichten zijn mooi. Een wild stromende rivier, watervallen, rijstvelden en Nepalese
mensen. Om 13 uur komen we aan in Bahundanda. We lunchen in een teahouse rechts naast het
Swiss Alpen Hotel. We eten noodles en Tibetaans brood. Walter belt naar het Nederlandse
consulaat in Kathmandu om aan te geven waar we ons bevinden voor het geval er iets fout
zal gaan. Om 14 uur gaan we weer op weg. Het is nog 2 uur lopen naar Ghermu. Onderweg
zien we een vrouw rijst binden, ze wil helaas niet gefotografeerd worden. Als je hier de
plaatselijke bevolking wilt fotograferen moet je eerst toestemming vragen. Ze zijn aan al
die techniek nog niet gewend en denken hun ziel te verliezen als je een foto neemt. We
respecteren haar weigering. Een stukje verder zien we 3 Nepalese kinderen. Zij willen
wel graag op de foto. We geven ze wat nootjes. Gedurende de dag zien we ook steeds dragers. Soms
dragen ze een aantal kratten met cola of water, een mand vol hout of een aantal dozen naar
boven, wel 2 of 3 maal het gewicht en formaat van onze rugzak. Er zijn ook dragers
die bagage voor de toeristen
dragen. Rond vier uur komen we aan in Ghermu. Een Nepalees loopt een kilometer met ons mee
en probeert met ons in contact te komen. We hebben eerst niet in de gaten waarom precies.
Later blijkt hij bij de Crystal lodge te horen. Met wat praten gaan we toch even
binnen kijken en zien dat het er redelijk schoon uitziet. We nemen met zijn
vieren 2
kamers voor 80 rupee per kamer. De douche is koud, maar verfrissend. We wassen wat kleding en
hangen deze onder de veranda. Er zijn nog 6 mensen meer die hier logeren. We bestellen een
grote pot muntthee. De muntblaadjes worden vers geplukt aan een plantje bij het huis. We
zien de Belgische meisjes (uit de bus naar Besisahar). Zij lopen voorbij naar een andere
lodge. We gaan buiten op het terras zitten. Later vallen er een paar druppels regen en gaan we
naar binnen. Ze hebben hier geen elektra en maken licht met een kerosine brander. Om 18.00
uur is het donker. Het wachten is op het eten. 2 uur na het bestellen komt het eten, net
voor achten krijgen we de soep en rijstmaaltijd. Helaas koud, maar ja we hebben te eten.
Later komt de kokkin, een nichtje van de eigenaar, bij ons aan tafel zitten. Ze wil wat
Engels leren praten. Dit leert ze ook op school en probeert het hier in de praktijk te
brengen. Om naar school te gaan moet ze per dag 2 uur heen en 2 uur terug lopen. We
leren van haar een Nepalees liedje en wij op onze beurt leren haar het lied: hoedje van papier,
erg gezellig. Om negen uur
gaan we slapen. We horen op de achtergrond constant het geraas van een waterval.
We hebben hier geen last
van blaffende honden in de nacht.
13 oktober 1999
Ghermu - Tal.
Rond 6 uur wordt het buiten licht, tegelijkertijd gaan we uit bed. Het ontbijt
hebben we gisteren al
afgesproken, ze beginnen er echter pas aan als je aan tafel zit. Om 7.45 uur
kunnen we
pas weg. Het wandeltempo van Walter en Jesscia ligt wat lager dan dat van ons. We spreken
met de theepauze af: niet samen te wandelen maar op elkaar te wachten voor de lunch en op
het einde van de dag weer dezelfde lodge te nemen. Dit werkt goed. Zo kunnen we een eigen
tempo lopen. Het pad dat we belopen is niet echt steil, wat heuvelachtig zou je kunnen
zeggen en heel gemakkelijk te bewandelen voor mensen die vaker trektochten maken. Tijdens de
theepauze zien we twee oude vrouwtjes. De één is de stoep aan het vegen maar volgens de
andere doet ze dat niet goed. Ze pakt de bezem uit haar handen en doet voor hoe het
volgens haar moet. Dit voorval vindt plaats op het terras waar wij thee zitten te drinken. Leuk om te zien.
Helaas mogen we er geen foto van maken. Het water in flessen wordt steeds duurder, we stappen
over op het zelf filteren van
water en het gebruik van chloordruppels. We gebruiken de lunch in de Lhasa Lodge te
Chamje. In de
rivier liggen soms stenen van 10 bij 10 meter. We zien ook veel watervallen waarin het
water met een enorme massa naar beneden valt. Een indrukwekkend gezicht. We komen
paardjes tegen die zorgen voor de bevoorrading van de lodges. De lokale bevolking is erg
vriendelijk en begroet je met "Namaste" (hallo). We komen steeds meer in een
boeddhistische Tibetaanse cultuur. Tibetanen zien er wat boller uit dan
Nepalezen. De
dorpjes worden steeds kleiner. De sawas laten we langzamerhand achter ons en de
hellingen van de bergen worden steeds steiler. Onderweg komen we langs een houtzagerij.
Mensen zagen met een handzaag planken van dikke balken. We merken al dat we hoger in de
bergen komen, de middagtemperatuur zakt. Het is vandaag nog 20°C. Na een flinke klim
hebben we een prachtig overzicht over Tal (1730 m.) en komen er 10 minuten later aan. Dit dorpje
ligt in een vlak dal. Dit dal was vroeger een meer en ligt tussen 2 bergen. Door het
geruis van een waterval lijkt het constant te waaien. Het aantal bomen wordt steeds
minder. We komen bij een checkpoint waar we ons melden. Hier krijgen we ook informatie over de
pas. Er ligt geen sneeuw en 14 dagen geleden is er een Nepalees overleden aan hoogte
ziekte. Volgens de Trailblazer is Paradise een goede lodge. Het ligt helemaal aan het einde
van het dorp. Het ziet er gezellig uit, de kamers zijn klein maar ze hebben wel een warme
douche (zolang de voorraad strekt).
Je slaapt hier over het algemeen in
van 2
personenkamers. Het bed is een plank op 4
poten met daarop een matras, dat ook niet overal even dik is. Meestal krijg je ook
wel een kussen bij. We gebruiken hiervoor een zelf meegebracht kussensloop. Meestal zijn er
veel kieren en gaten in het vertrek. In de Paradise lodge hebben ze elektriciteit maar de lamp op onze
kamer is toevallig kapot. Dankzij de kieren kunnen we profiteren van het licht van onze
buren. We spoelen onze kleding uit en hangen die te drogen over de waslijn, die bij iedere
lodge te vinden is. In de diningroom zitten we met zn allen in een grote
kring, best
gezellig. Er zijn ongeveer 25 gasten plus nog een aantal gidsen en dragers. Er wordt hier
erg effectief gekookt. Iedereen kreeg alles op tijd, een heel verschil met gisteren. We
bestellen ons ontbijt om 6.30 uur en gaan om 21.00 uur slapen.
14 oktober 1999
Tal - Danagyu.
Om 6.00 uur opstaan is bijna een gewoonte geworden. We hebben voor halfzeven ontbijt
besteld. Iets over half even wordt het al geserveerd en het is heerlijk. Om 7.15 uur zijn
we weer onderweg. We blijven nog steeds in de canyon van de Marsyandi rivier lopen. Al
snel komen we bij een erg lange hangbrug, we schatten dat hij in ieder geval meer dan 100
meterlang is.
Het lopen gaat vandaag erg goed. Om 9.00 uur komen we aan in Karte. Bij de Dorchester
lodge bestellen we weer een big pot black tea. Vincent komt er hier achter dat zijn
laplandmok in de Paradise-lodge is achtergebleven. Dan maar weer drinken uit de minder
schone kopjes en glazen waarmee geserveerd wordt. Na een kleine 2 uur rustig klimmen komen we
aan in Bagarchap. Net voor het dorp hebben we voor het eerst uitzicht op de Annapurna II
(7937 m). Via een mani wall (gebedspoort met aan iedere zijde gebedsmolentjes)
komen we
het dorpje binnen. Hier staan een aantal gedenkstenen voor de toeristen die op 10 november
1995 zijn omgekomen in een modderlawine. Bij de poort lopen we een drager voorbij. Het is
een jongen van ± 14 jaar die een pakket draagt dat 3 x groter is dan hijzelf er vooral
erg zwaar uit ziet. We lunchen bij de Marsayandi lodge, een voortreffelijke lunch. We
hebben ontdekt dat de fried potatoes in dit gebied erg lekker zijn. Na ruim een uur gaan
we weer op weg voor het laatste stukje van vandaag. Om 13.30 uur komen we aan Danagyu.
Vooraan in het dorp staan de nieuwere lodges. De eigenaars zijn uit Bagarchap
gekomen. Ze zijn daar weggegaan omdat daar veel gevaar bestaat voor
modderlawines. Hier in Danagye waar het veiliger is, hebben ze hun verwoeste
lodges weer opgebouwd. Wij gaan naar
hotel Tibetan. Mooie ruime en schone kamers en een binnenplaats om te zitten. Een warme
douche is mogelijk, totdat het door de zon verwarmde water op is. We lopen nog even het
dorp in. We zien een groepje mannen bezig met het afwerken van een lodge. Alles is
handwerk, schaven, boren, zagen. Zonder spijkers wordt alles met een spie vastgezet, erg
knap en leuk om te zien. Het eten in onze lodge is erg goed. Nog een paar spelletjes
Yahtzee na het eten en om 20.30 uur gaan we slapen.
15 oktober 1999
Danagyu - Bhratang.
6.00 uur opgestaan, half 7 ontbijt bestelt. Het ontbijt wordt om 6.55 uur geserveerd.
Om 7.15 uur zijn we weer op weg. Het is 9 graden. We krijgen meteen een steile klim. We
spreken hier met Jessica en Walter een plek af om thee te drinken en we lopen door. In het
enige theehuis in Tanchok, net over de brug, drinken we thee. Het was eigenlijk de
bedoeling om in Marsyandi thee te drinken. Op onze vraag of we in Marsyandi
zijn, wordt bevestigend geantwoord. Later blijkt dat echter nog een dorp verder
te zijn. De man heeft nu wel klanten in
zijn theehuis, wel slim aangepakt dus.
We passeren vandaag een aantal landslides. Bij sommige is het pad verlegd, bij
andere zijn ze het pad aan het herstellen. We komen aan in Koto Qupar (2600 m) en lopen
naar het einde van het dorp waar een police checkpoint is. In de naastgelegen lodge
drinken we thee. Op een grasveldje liggen appelschijfjes te drogen die bestemd
zijn voor de
wintervoorraad van de bewoners. We hebben hier uitzicht op de Annapurna II en de
Manaslu,
het blijft een mooi gezicht die hoge bergen. Na nog een half uur betrekkenlijk vlak lopen komen we
om half 1 aan in Chame. Hier zijn veel accommodaties en goed gevulde shops. We lunchen in
een lodge met een goed restaurant. We zitten op het terras en worden ineens omringd door
bepakte paarden. Ze brengen hier o.a. bier, maïs en water. Het is een mooi gezicht, zo
midden tussen de paarden. Na het eten van de noodle soup, fried potatoes en tibetan bread
gaan we om half 2 weer op weg voor het laatste deel. Het is een vrij rustige wandeling met
niet al te veel hoogte verschillen. De route loopt door bebost gebied. Gedeeltelijk over
overhangende rotsen. We zien steeds meer gebedsrollen onderweg, dat is de Tibetaanse
invloed. Het laatste deel van de route lopen we achter een paardenkaravaan. Deze
brengt
net als wij de nacht door in Bhratang, om de volgende dag weer verder omhoog te gaan met hun
lading. Om 15.10 uur komen we aan in Bhratang, Jesscia en Walter volgen een half uurtje
later. De eigenaar van lodge Raju is niet erg vriendelijk en loopt niet eens mee om de
kamers te laten zien. We bekijken de naastgelegen lodge Maya. De kamers zijn
daar iets groter.
De lodge zelf is oud en donker en het tocht er behoorlijk. Toch is deze beter dan de 1e
lodge en we nemen 2 kamers, voor 20 rupee per kamer (35 cent p.p.) We zitten nu op 2850 m
en s middags om 4 uur is het 10 graden. Om te wassen bestellen we een emmer warm
water. Hiermee kun je naar een houten badhokje. Heerlijk om weer eens te wassen met warm
water. Het dorp zelf ziet er oud uit. De keuken ligt tegenover de lodge, ze stoken er
met hout en de keuken hangt steeds vol rook. Er is geen afvoerkanaal. Het lijkt de bewoners
zelf niet te deren. Ze zitten er de hele avond in. Jessica probeert vandaag de
momos. Het is maanvormig deeg, gevuld met aardappelen en groente en smaakt volgens
haar best goed. s Avonds zitten we in een zaaltje met 14 trekkers. Licht hebben we
van een kerosinelamp die ook nog redelijk wat warmte afgeeft. Met een extra T-shirt en een
lange onderbroek is het lekker warm. We komen nu steeds mensen tegen die we ook in andere
lodges al ontmoetten. Tussen 8 en 9 uur gaat iedereen naar bed. In deze lodge
zijn de kosten voor overnachting, diner en ontbijt ± f 12,-- p.p.
16 oktober 1999
Bhratang - Ghyaru
Het wordt al een stuk kouder s nachts: 7°C in de slaapkamer en 3°C graden
buiten. We hebben lang ondergoed aan onder onze pyjama in de slaapzak. Om 6.30 uur
zitten we weer in het vertrek waar het ontbijt geserveerd wordt. We moeten wat langer wachten
op de rijstepap van Jeannette. Het is winderig en koud. We hebben een extra fleece en
T-shirt met lange mouwen aan als we op weg gaan. We trekken even later ook handschoenen
aan en zetten een muts op. De Gorge waar we in lopen is smal, beneden stroomt de rivier.
We steken via een hangbru g de rivier over en lopen een stuk de berg op. Onderweg komen we een paar lodges met
verkoopkraampjes tegen. Hier vinden we een leuke halsband van hout, een klein belletje en
een parfum doosje. Na afdingen nemen we het allemaal mee voor 425 rupee. Nu lopen we over
een vlak gedeelte richting Lower Pisang. We stijgen nog tot 3200 meter. Hier drinken we
thee. Jessica en Walter zoeken een kamer in dit dorpje. Wij besluiten door te lopen naar
Ghyaru, 370 meter hoger. Het is mooi weer. De zon schijnt, zoals elke dag. s Middags
komen er vaak wat wolken rondom de bergen. We klimmen eerst over een vrij vlak gedeelte
100 meter tot aan een kapotte brug. Wij lopen het hoge pad; Jessica en Walter het lage om
beter te acclimatiseren. Zij willen vanmiddag 300 meter klimmen en komen lunchen in onze
lodge om weer op 3200 meter te slapen. Op het hoger gelegen pad is het uitzicht over de
ber gen mooier. Na de kapotte brug gaat het steil
bergopwaarts: 270 hoogtemeters over een
smal pad wat onder een stroomdraad naar boven loopt. De stroomdraad wordt omhoog gehouden
door ijzeren palen, aangelegd door buitenlanders. Ze gebruiken hier nog niet zoveel
ijzer, dus wel bijzonder. Het is een pittige klim. Boven de 3000 meter zijn we nog niet
geweest. De lucht begint ijl te worden. We lopen rustiger en nemen regelmatig een pauze om
wat te drinken. Heel belangrijk als je op hoogte loopt. Uiteindelijk komen we toch in
Ghyaru (3600 m.) aan. Yak Mount View Resort zo heet de lodge waar we verblijven. Er zitten
meer mensen die we herkennen van eerdere lodges. De meesten lopen door, wij besluiten
hier te blijven. Het uitzicht is mooi. Na de lunch vragen we om een kamer. Deze is hier
vrij groot in vergelijking met vannacht. Ze hebben binnen ook een houtkachel,
dat lijkt
ons wel lekker tegen de kou. De kamer kost 40 rupee. s Middags komen Jessica en
Walter inderdaad nog lunchen. Het waait bij tijd en wijle behoorlijk hard. Dit
staat ook in de
Trialblazer aangegeven. Nadat Jesscia en Walter weer terug zijn gegaan, lopen we een rondje in
het dorpje. Een meisje nodigde ons uit om in de plaatselijke Gompa te komen kijken. Een
gompa met een beeltenis van de Dali Lama en Tanka schilderingen, fotos en beelden. We geven wat geld voor
de gompa en kijken er nog wat rond. Het is duidelijk dat de mensen hier een
stuk armer zijn. De mensen zien zwart van de viezigheid. Het hele dorp is op onze lodge na
helemaal bruin en grijs, dezelfde kleur als de berg en het valt bijna niet op tegen de
berghelling. De mensen zitten op straat, bij elkaar luizen en vlooien uit het haar te
halen. We vinden het allemaal mooi om te zien. Als we weer terug zijn, nemen we een zelfde
wasbeurt als gisteren, met een emmer warm water. We wisselen ervaringen uit met
medereizigers. Een pas afgestudeerde Belgische tandarts is al bijna 3,5 maand onderweg.
Via Tahiti, de Fiji eilanden en Nieuw Zeeland is hij nu in Nepal. Hij vliegt 5 november
weer terug naar België. Wegens een heupblessure heeft hij een drager/gids gehuurd voor 500
rupee per dag. Als gids heeft hij niet zoveel aan de man, hij weet niets te vertellen over
de omgeving, vandaar dat hij samen is gaan reizen met een Duitse vrouw. Zij had ook een
drager/gids waar ze eigenlijk niet veel aan had, behalve dan dat hij haar bagage
droeg.
Als het in de lodge echt koud begint te worden en iedereen met een muts op en met handschoenen
aan zit, wordt de houtkachel aangemaakt. Erg gezellig, met allemaal banken rondom de
kachel. We hebben hier wel elektriciteit, maar die valt tijdens het eten uit. De kaarsjes
scheppen dan weer licht in de duisternis. Het toilet is niet luxer dan in andere
lodges,
het grote voordeel hier is echter dat je er niet voor naar buiten hoeft.
Tot nu toe hebben we nog bijna iedere dag onze kleding kunnen uitspoelen. Buiten drogen
in de zon en later meestal binnen in onze slaapkamer. Hiervoor hebben we lichtgewicht
wasknijpers meegenomen. Die zijn echt heel handig, ook om spullen op de rugzak te hangen
om te drogen.
17 oktober 1999
Ghyaru - Manang.
Als we wakker worden blijkt de kamer redelijk tochtvrij. Er zit zelfs condens op de
ramen, dat hebben we nog niet eerder meegemaakt. Buiten heeft het gevroren. Als we door
ons slaapkamerraam naar buiten kijken zien we een hele kudde yaks.
Het zijn een
soort koeien, met korte poten en grote horens. Na het ontbijt, vandaag chapatis
(plat rond brood van ± 20 cm doorsnee) met jam te hebben gegeten, kunnen we weer op pad.
Het inpakken van de rugzak is ondertussen routine geworden en is in een kwartiertje
gebeurd. We vertrekken om 7.15 uur. We lopen in de schaduw dus is het behoorlijk koud. We
hebben wel prachtig uitzicht over de Annapurna II, III en IV. Dat is ons ook beloofd in
de Trailblazer, als beloning voor de zware klim van gisteren. Na een uurtje lopen komen we
in Ngawal. De zon schijnt op onze rug, het wordt nu warm en stoffig. Op deze hoogte is weinig
begroeiing meer te vinden, dus veel stof. In Ngawal drinken we thee. Op weg naar Manang
zien we veel bidmuurtjes en vrouwen welke sieraden v erkopen. We lopen over het algemeen de
kortste - van de in de Trailblazer aangegeven tijden - en komen om 11.30 uur in Manang
aan. Vanuit de verte zien we het grijs/bruine dorp bijna niet liggen. Dichterbij
gekomen zien we dat het
een toeristisch dorp is met diverse winkeltjes. De huizen van de Nepalezen zien er erg
vervallen uit, terwijl de hotels wel luxe hebben. Er is in het dorp wel een prachtig
uitzicht op diverse bergtoppen van 7500 m en hoger. In het Yak hotel nemen we een kamer
met badkamer en warme douche voor 150 rupee (fl. 5,-), zonder badkamer is het 80
rupee.
We zullen hier een extra dag blijven om te wennen aan de hoogte. We wassen kleding op onze
kamer, met het warme water. We wandelen door het dorp en zien veel bidmuurtjes. Het ziet
er allemaal erg primitief uit. Om 15.00 uur wonen we een lezing bij over hoogteziekte. We
hadden er wel over gelezen, maar steken er toch weer wat van op.
Tijdens deze lezing zien we Jessica en Walter weer. Wij hebben voor hen een kamer
gereserveerd in het Yak hotel. De lezing wordt buiten gehouden en het is best fris. Om warm te
worden drinken we thee en eten er een stuk echte appeltaart bij. We gaan weer terug naar
de eetkamer van het hotel met "dubbel glas" (gewoon 2 ramen achter elkaar). We
schrijven hier kaarten aan onze vrienden. Het is er gezellig druk, voldoende
licht en lekker eten. Ze koken hier op kerosine, wat lekker snel gaat en goed is tegen
de ontbossing in Nepal.
18 oktober 1999
Manang. (rustdag)
Vandaag hebben we een rustdag in Manang. We slapen uit tot 7.30 uur.
Daarna gaan we ontbijten. We zien dat diverse mensen die we op andere dagen om 6.30 uur in de
eetzaal zagen, nu ook een rustdag nemen. We gaan vandaag een bezoek brengen aan een oude
Lama. Om 9.30 uur vertrekken we voor, wat later bleek, een klim van 400 hoogtemeters.
Boven aangekomen zien we een gompa en een hutje in de berg gebouwd. Na een half uurtje
wachten mogen we met z'n vieren naar binnen. We worden verwelkomd door mevrouw,
die ons uitgenodigd om bij de lama binnen te gaan. We krijgen
om beurten een rood lint om
onze hals geknoopt, water met olie in onze hand gegoten, wat we moeten opdrinken en een
boek op ons hoofd gelegd als een soort zegening. Nadien een kopje thee om bij te komen.
Als we allemaal 100 rupee hebben betaald krijgen we nog een zegening van mevrouw. Nu weten
we zeker dat we veilig de pas over komen. We mogen van het geheel zoveel fotos
maken als we willen. De commerciële lama poseerde nog even voor ons. Na 35 minuten
afdalen staan we weer in het dorp. Tijdens de lunch eten we een sandwich met ei.
Daarna gaan we weer
terug naar het hotel voor een lauwe douche. De rest van de middag wordt doorgebracht met kaarten
schrijven, thee drinken en van de zon en het uitzicht genieten. De brieven kunnen we, zo
blijkt
na wat onderzoek, niet posten. D e postkantoren
zijn in verband met het Dasain festival
gesloten. De sfeer in het hotel is onherkenbaar. Overdag is iedereen bezig met een korte
wandeling of wat winkelen. Veel mensen wandelen met kleding uit outdoorwinkels. Als we
vanuit het
restaurant naar buiten kijken, zien we even verder stapels hout liggen en net
daarachter een
afgrond naar de oever van de rivier. Kinderen spelen onder het hotel cricket met
geïmproviseerde materialen. Om 16.30 uur verdwijnt de zon achter de bergtoppen. Buiten wordt
het snel koud en iedereen komt binnen zitten.
19 oktober 1999
Manang - Yak Karkha.
Voor 7 uur hebben we ontbijt besteld. Buiten is het donker en bewolkt. Als we
beneden
komen vertellen Walter en Jessica dat ze vandaag niet verder zullen lopen. Jessica heeft
flinke hoofdpijn. Ze weet niet of het komt van hoogteziekte of dat het een "gewone"
hoofdpijn is. Ze nemen het zekere voor het onzekere dus. Buiten schijnt het al wat te sneeuwen. We
nemen afscheid. Om 8.00 uur zijn we op weg. Vrij laat maar we hoeven / mogen maar 3 uur
lopen naar Yak Karkha, dit ter voorkoming van hoogteziekte. Je mag boven
de 3000 meter niet meer dan ± 400 hoogtemeters hoger slapen dan de dag ervoor. Na een half uurtje
lopen begint het wat te sneeuwen. Om half 10 gaan we een teahouse binnen voor thee.
Ondertussen is de lucht nog grijzer geworden en is het harder gaan sneeuwen. We doen de
jas aan en lopen verder. De sneeuw valt steeds dichter. Om 11 uur houden we nog een theepauze en
trekken we onze regenponcho aan. Na 20 min komen we aan bij ee n vrij nieuwe lodge, vaak
te zien aan de steen, de rechte kozijnen en het glas in de ramen. Helaas zit deze
helemaal vol door
een groep. Even verder bij de volgende lodge nemen we een kamer voor 100 rupee. Het wordt
hier al "duurder" door de hoogte (4020 meter). De kamer is best ruim met weinig
kieren. Stromend water is er niet. Dus niet wassen. De diningroom blijkt niet verwarmd en
het is er erg koud. Met maar 8 graden binnen is het behoorlijk fris zeker als je de
rest van de dag hier stil zit. We
gaan ook even in de slaapzak liggen om warm te worden. Dit helpt niet. Warme thee drinken
werkt beter, maar is slechts voor korte duur. De sneeuw blijft naar beneden dwarrelen. We vragen ons
af wat we morgen moeten doen als het blijft sneeuwen. Er zijn hier meer Nederlanders in de
lodge. We zitten met z'n allen aan een grote tafel en wisselen informatie uit. Na het eten laten we de
Sigg-fles vullen met heet water. Deze gebruiken we als kruik in de slaapzak. Dit voorbeeld
volgen meerdere gasten.
20 oktober 1999
Yak Karkha - Thorung Phedi.
De kruik is lekker. We gaan met warme voeten naar bed en om 6.30 uur staan we op.
We moeten een tijdje
wachten op het ontbijt. Om 7.30 uur zijn we weer onderweg. De lucht is helder met hier en
daar een wolkje. Het vriest niet meer. Het is nu 3 graden. We lopen door de sneeuw. Het pad
is goed te zien. We lopen een ½ uurtje naar Lettar. Soms is het wel wat glad. Een stuk
verder moeten we kiezen uit we een hoger, of een lager gelegen pad langs de
rivier. Onder bij de rivier zijn volgens de Trailblazer vorig jaar een aantal aardverschuivingen
geweest. We zien een aantal mensen terugkomen van het onderste pad, dus gaan we boven
langs. De sneeuwlaag waarop we lopen wordt naargelang we hoger komen steeds dikker.
Ongeveer 15 tot 25 centimeter dik. Alles blijft goed gaan tot we moeten afdalen om de
rivier over te steken. Daar wordt het ineens steil en glad. De bergschoenen van Vincent
zijn wat ouder en de zool gladder. Hij schuift meer dan Jeannette, die vrij nieuwe
schoenen heeft. Het is voor Vincent flink werken om goed beneden te komen. We steken de
rivier over en mogen weer 75 meter omhoog. Om 10.20 uur zijn we al in Thorung Phedi
(445 0 meter).
Het plaatsje bestaat slechts bestaand uit 2 lodges. We nemen de laatste 2
persoonskamer. Er zijn hier ook slaapzalen. We blijven nadien een tijdje in de zon zitten.
Veel lekkerder dan gisteren in de vrieskou. We buurten wat met wandelaars uit Eindhoven
(Marco en Nathalie). Nathalie heeft hoofdpijn, waarschijnlijk ten gevolge van de hoogte, maar ze
hebben geen Diamox. We geven haar er één van onze voorraad gegeven. Om 13. 15 uur gaan we naar binnen en
bestellen thee en drie sandwiches met kaas. De duurt een uur voordat de thee
komt. Van de bestelde sandwiches met kaas krijgen we er één, de tweede en de derde
komen niet. Bij navraag blijkt de kaas op te
zijn, evenals de eieren en de tonijn. Meer broodbeleg hebben ze niet. We krijgen een paar
broodjes en dus maar de eigen jam gepakt. We nemen ook meteen broodjes voor het ontbijt van morgen
om morgenvroeg veel oponthoud te voorkomen. Ze hebben in het restaurantje wel een
systeem om eten te bereiden en uit te serveren, maar dat gaat de mist in door de drukte.
Om 14.30 uur zijn we klaar met eten en gaan we alvast een stukje van route verkennen. We
lopen
150 meter hoger de berg op. Dit is best zwaar door de ijle lucht. Vooral bij snelle
bewegingen ben je meteen buiten adem. Bij de lodge is een satelliettelefoon. Omdat we nog
geen contact gehad hebben met het thuisfront gaan we hier maar even bellen voor $ 5,- per minuut. Aan
beide zijden van de lijn is alles nog goed. Nadien zitten we weer in het restaurantje van
de lodge. Het wordt steeds drukker, vooral als het buiten donker wordt. Door de drukte is
het binnen wel lekker warm. De lucht trekt dicht, en het begint te sneeuwen. De wind maakt
het gure weer compleet. Bij deze trek zien we ook georganiseerde groepen, die in tenten
overnachten. Deze tenten staan nu een 50 meter hoger dan Thorung Phedi. We bestellen het eten
maar op tijd en krijgen na 45 minuten de soep al en na een 1 ¼ uur de rijst met curry.
Elektriciteit is er op deze hoogte niet. We hebben licht van 12 volts lampen,
die op spanning worden gebracht door accus. Zeer beperkt dus. s Avonds begint het serieus te
sneeuwen. We spreken ook nog een Canadees stel. Die zijn een nacht extra gebleven
i.v.m.
hevige hoofdpijn (hoogte ziekte). Met Diamox is dit verdwenen. Omdat het nu zo
sneeuwt, overleggen we ook over de dag van morgen. Met wat sneeuw zul je wel naar boven
kunnen, maar aan de
andere kant van de pas zal het steil naar beneden gaan. En zoals we vandaag al hebben
meegemaakt zal het gevaarlijk kunnen zijn. Je hebt minder grip als je naar beneden
loopt dan naar boven en je glijd snel uit. Onze slaapkamer is zeer primitief: 2 bedjes in
een lemen hok zonder glas, maar met houten kierende luiken. Ook de deur sluit niet goed.
Met een plankje hebben we die toch wat meer dicht kunnen duwen. We laten weer een warm kruikje maken en
duiken met veel van de kleding -die we bij hebben- aan in de slaapzak. Door de
Diamox, die
vocht afdrijft, moeten we een paar keer uit bed om te plassen. Daarvoor moet je naar buiten.
Het sneeuwt nog steeds. Ondanks de kleding en de slaapzak blijven we het deze
nacht koud hebben. De temperatuur in ons lemen hokje was 0ºC.
21 oktober 1999
Thorung Phedi - Muktinath.
Om half 5 staan we op, om bij de eerste zonnestralen te kunnen vertrekken. We
voelen wat (gezonde) spanning, om vandaag de pas over te gaan. Hier willen we de
komende nacht niet blijven slapen. We zullen er ons gaan vervelen en het is hier
koud. We bestellen thee en besmeren de broodjes met jam. Nog even paniek, een
handschoen van Jeannette is weg. Maar als die toch weer uit de jas tevoorschijn
komt, kunnen we vertrekken. Het is dan 5.35 uur. Het is nog donker. Het pad is
al belopen door andere wandelaars, die eerder zijn vertrokken. Sommigen
vertrekken al om 2.00 uur om de zonsopgang op de pas te kunnen zien. Het eerste
stuk van 250 meter hoogte is glad en steil. We schuiven regelmatig uit over de
sneeuw en moeten voetje voor voetje naar boven. Ook als het wat licht wordt
blijft het moeilijk, maar wel heel mooi. Alles ligt onder de sneeuw en de eerste
zonnestralen schijnen tegen de top van een berg. In
dit jaargetijde ligt hier meestal geen sneeuw. Vaak is alles grijs en bruin.
Sommige gedeeltes van het pad zijn ijzig, deze plekken proberen we te omzeilen,
door net naast het pad in de verse sneeuw te gaan lopen, maar dit kan niet
altijd. Wij hebben geen loopstokken, zoals een aantal andere trekkers. Op het
eerst stuk zouden deze wel te gebruiken zijn geweest. Na 350 hoogtemeters te
hebben geklommen, komen we bij de hoogste lodge op 4800 meter. Het is dan 6.45
uur. Hier hebben we wat water gedronken. Even stoppen en het gaat weer verder.
De zon maakt er een fraai schouwspel van. Er zijn veel mensen vroeg op pad. Soms
zie je slierten van mensen afdalen naar een riviertje en weer omhoog lopen. Het
pad is goed te belopen. Het is niet meer zo steil. Om 7.25 uur passeren we de
4900 meter grens. Tussendoor rusten we regelmatig door stil te staan. Alles
verloopt goed voor ons. Geen hoofdpijn. Lekker lopen met rugzak. Er zijn ook
wandelaars, zoals de Canadezen van gisteren, die een drager inhuren tot aan de
top. Vanaf de lodge in Thorung Phedi kost dat 2000 rupee (fl. 70,-) Normaal kost
een drager 450 tot 500 rupee per dag. Een aantal mensen dragen hun eigen rugzak.
Naar we inschatten laat meer dan de helft van de wandelaars de rugzak echter
sjouwen door de dragers. De vaak minder geoefende wandelaars hebben zelf een
dagrugzak bij zich met water, eten en wat kleding tegen de regen en of de kou.
Op 5000 meter hoogte horen we van sommige mensen dat ze last hebben van
hoofdpijn en/of misselijkheid door de hoogte. Het is wel héél hoog. Rustig
bewegen is het parool. Bij snelle bewegingen ben je meteen buiten adem. Het
gecontroleerd ademen en geen energie verspillen is belangrijk. Zeker als je al
je eigen spullen op je rug draagt. Het is prachtig om hier te lopen. De spanning
van het niet halen van de top ebt weg. De top zal vandaag gehaald worden. Om
9.30 uur is het dan zover. Na 4 uur klimmen staan we op de pas van de Thorung
La. Hier staan groepjes mensen foto's te maken van hun prestatie. Er is warempel
nog een theehuisje dat in het seizoen open is. Een aantal pasgangers lopen
redelijk snel door en stoppen dus maar kort op de pas. Ze hebben last van
symptomen van hoogte ziekte. Ook de twee vrienden (Joost en Laura) van het stel
uit Eindhoven (Marco en Nathalie) hebben deze verschijnselen en lopen na 10
minuten alweer door. Joost draagt als enige van de 4 zelf zijn rugzak en heeft
deze nu afgegeven aan Marco i.v.m. hoofdpijn en misselijkheid. Na 40 minuten
vertrekken wij weer met Marco en Nathalie. We zien bij het naar beneden lopen
mensen zwalkend voortbewegen. Ze worden ondersteund door vrienden. Snel afdalen
is voor hun nu belangrijk (zie vraagbaak over hoogteziekten in beknopte
verslag). Aan de andere kant van de berg heeft het duidelijk minder gesneeuwd.
Van Marco blijkt de rugzak ook te veel te vergen. Hij begint te zwalken en heeft
geen goede controle meer over zijn lopen. Nathalie neemt nu de rugzak van hem
over. Een stuk lager zien we Joost en Laura weer. Ze hebben nu minder last van
hoofdpijn. Joost neemt de rugzak terug. Sommige stukken van het pad zijn glad
maar het merendeel is goed te doen. Het is een lange afdaling met mooie
vergezichten. Langzaamaan worden de bergen weer bruin. Jea nnette
heeft ondanks haar zonnebril toch last van haar ogen. De reflecterende
zonnestralen kunnen aan de zijkant langs de bril. Op de afdaling is ons water al
snel op. Er zijn hier geen teahouses en we kunnen het water niet aanvullen.
Normaal is dit geen probleem in Nepal. Ook hebben we niet veel te eten. Rond
half 3 zijn we in Muktinath. Alle betere hotels en lodge's zijn dan vol i.v.m.
het tiendaagse festival (Dasain). We vinden nog een slaapplaats in een gebouwtje
van de dorpscamping. Het is er stoffig en vies maar we hoeven gelukkig niet meer
door naar het volgende dorp. Er is geen keuken in ons verblijf en we gaan daarom
naar een ander hotel. Het duurt wel 1 ½ uur voordat wij iets te eten hebben,
terwijl we de enige klanten zijn. Ze zijn ons gewoon vergeten. Als we de ober er
aan herinneren, komt het eten meteen. Om 17 uur vertrekken we, nog half gammel
en gaan ons melden bij een checkpoint. Na een koude en donkere douche gaan we
weer eten. Vincent bestelt een extra liter water en komt dan pas weer wat bij
van de tocht. Jeannette heeft ook 's avonds nog last van haar ogen. Om acht uur
gaan we slapen. Ondanks de slechts 2 centimeter dikke matjes slapen we
prima..
22 oktober 1999
Muktinath - Jomsom.
We slapen uit tot half 7. Omdat we in onze lodge niet kunnen ontbijten zijn we om 7 uur
al weer op pad. Om half 8 vinden we in Jharkot een leuke lodge waar we wel
kunnen ontbijten. Hier
ontmoeten we weer de Canadezen die we ook in Thorung Phedi hebben ontmoet. We komen hier ook
de eerste reizigers tegen die de pas niet over zullen gaan. Na 3 kwartier gaan weer
verder. Het landschap blijft bruin / grijs veelal zonder bomen. We zien hier wel weer
lokale bevolking. Daarvan hebben we er sinds Manang (3 dagen voor de pas), behalve de
dragers, gidsen en lodge personeel niet veel gezien. We komen bij een splitsing. De
lange route gaat via het plaatsje Kagbeni. Wij kiezen voor de korte route richting Jomsom.
In Eklaibhatti komen de 2 routes weer bij elkaar. Het plaatsje bestaat alleen maar uit een
paar gezellig uitziende lodges. We drinken thee in het Hillton hotel. Vanaf hier is het
nog 1 ½ uur naar Jomsom. Het grootste gedeelte lopen we door de bedding van de Kali
Gandaki rivier. Er liggen hier volgens de Trailblazer versteende fossielen: wij zien er
geen. Over dit traject loopt ook veel lokale bevolking. Door de kleding van de "local
people" is het kleurrijk op het pad. Verder is dit deel vlak en verveelt de route
door de vlakke rivierbedding al snel. Er staat hier ook veel wind. Wel hebben we vaak
uitzicht op de Nilgiri North (7061m). Na 1¼ uur lopen komen we aan in Jomsom. We lopen eerst
door het gedeelte van Jomsom waar de bevolking woont. Nadat we de rivier overgestoken
zijn, zien we na ongeveer 15 minuten lopen de eerste lodges en shops van het dorp. We gaan eerst nog
langs het police checkpoint om ons te registreren in het grote boek. Daarna gaan
we op
zoek naar
een hotel. Trekkers Inn is erg populair, maar 350 rupee (fl. 11,50) voor een kamer
vinden we te veel. We lopen een stukje verder en gaan binnen bij het Moonlight Guest
House. Een kamer kost 120 rupee (fl. 4,-) en het ziet er ruim en schoon uit. We nemen de
kamer. Eerst lunchen we in ons Guest House. Daarna nemen we een warme douche,
wassen kleren en hangen ze op het binnenplaatsje te drogen. We gaan nu op weg naar de postoffice
voor postzegels. Zoals we al dachten: gesloten vanwege het festival. De ansichtkaarten
die we in Manang al geschreven hebben gaan dus morgen weer de rugzak in. We lopen nog
langs winkeltjes, kopen een rol toiletpapier en nog wat lekkers. Een stukje verder kopen
we een tweedehands boek en eten een stuk appelgebak met chocolade. We moeten nog steeds
bijkomen van gisteren. Als we rond 5 uur wat zitten te lezen in het restaurant van de lodge,
staan er 2 mensen voor een gesloten deur. De deur van het Guest House klemde
namelijk niet. In Nepal hebben de deuren geen schoot en zullen open en dicht klapperen als
deze niet klemt, zeker als er wat wind is. Vincent maakt de deur open. Het blijken 2
Nederlanders (een andere Joost en Edith) te zijn. We raken al snel aan de praat en eten met
zijn vieren aan één tafel. We spreken af om morgen samen te starten.
23 oktober 1999
Jomsom - Lete.
Om 6 uur opgestaan. Om half 7 is de rugzak weer ingepakt en bestellen we ons ontbijt.
Vincent wisselt nog even wat dollars bij een plaatselijk wisselkantoor en koopt een flesje
jodium om het water te ontsmetten. Om half 8 zijn we op pad. Het tempo ligt wel wat lager,
maar het is wel gezellig. In Marpha kopen we na veel afdingen en zogenaamd weglopen een
versteende fossiel voor 80 rupee. We lopen verder naar Tukuche en drinken in de 1e
lodge die we tegenkomen thee. Het ziet er voor Nepalese begrippen erg netjes uit. De
eigenaar blijkt een Nederlander te zijn. Zijn vrouw ontvangt de gasten. Zij verstaat een
beetje Nederlands. Ze hebben zelfs Hollandse appelmoes op het menu staan. Joost en Edith
bestellen apple pie. Die is nog niet klaar en het kan nog wel een ½ uurtje of
langer duren voordat hij klaar zou zijn. Wij lopen alvast door. Het landschap veranderd.
Er is meer begroeiing. Doordat er meer groen is, is het contrast met de witte bergen nog
mooier. Na een uurtje lopen, komen we in Larjung aan, waar we lunchen op een dakterras. We lopen
de hele dag al vlak langs de Kali Gandaki rivier. Soms door de rivierbedding dan weer
op een smal pad een aantal meters hoge r onder overhangende rotsen. Het ziet
er vaak erg schilderachtig uit. In de Trialblazer staat dat je bij een lage waterstand de
rivier kunt kruisen. We kunnen de lokale bevolking dan volgen. Op een gegeven moment komen
we bij een rivier zonder brug. We volgen de lokale bevolking dus maar. Schoenen en sokken uit,
broekspijpen omhoog en we doorwaden de rivier. Het water komt ons tot de knieën. Door de
sterke stroming is het toch goed opletten. Als we weer eindje gelopen hebben horen we
plotseling hard lachen en joelen achter ons. Een vrouw en een man zijn in het water
gevallen; de man wilde de vrouw droog overzetten maar dat mislukte dus. We lopen nu door
het diepste dal van de wereld. We zijn op een hoogte van 2540 meter, westelijk de
Daulagiri (8107
meter) en aan de oostkant de Annapurna I (8091 meter). Een verschil van 5 ½ kilometer! Na een
paar minuten lopen komen we weer bij een hangbrug. De eerste in een week tijd. We
lopen richting Kokhetanti en Dhampu; twee kleine maar leuke dorpjes waar je veel van de
lokale bevolking ziet. Hier zijn ze druk bezig met de maïsoogst. Manden met maïskolven,
drogende maïskolven op het dak en dragers met enorme bossen maïsstengels op hun rug. Eerder
dan gedacht bereiken we een hangbrug, waarover we in Kalopani komen. Nu nog 25
minuten naar Lete, onze eindbestemming voor vandaag. Na minder dan 10 minuten
zijn we echter
al in Lete, dat blijkt een deel van Kalopani te zijn. We zien de Pine forest lodge. In de
Trialblazer staat die als goed aangemerkt. Hij wordt gerund door studenten van de
plaatselijk technische school. We nemen een 2 persoonskamer voor 125 rupee. Zon
'westerse' lodge hebben we tijdens deze trek nog niet gehad. Twee brede bedden met schone lakens en
dekens. Twee tafeltjes en twee stoelen, erg ruim. De badkamer is betegeld, ze hebben
toiletpotten in plaats van een gat in de vloer. Er is echter nog geen
elektriciteit, maar dat zijn ze
wel aan het aanleggen. De douche is koud, het zonverwarmde water is al verbruikt door andere
gasten, maar dat doet geen afbreuk aan het geheel. Na het douchen gaan we buiten op het
terras zitten. De zon is achter de bergen. Toevallig komen Joost en Edith een uurtje
later hier ook kijken voor een kamer. Ondanks dat er geen warme douche is blijven ze.
Marco, Nathalie, Joost en Laura komen nog een kwartiertje later en willen
hier ook slapen. Ook toevallig
Helaas is er geen plaats meer en ze lopen door naar een volgende
lodge.
24 oktober 1999
Lete - Dana.
We staan op de normale tijd op. Na het ontbijt gaan we naar het checkpoint. Hier
komen we Marco, Nathalie, Joost en Laura weer tegen. Vandaag dalen we veel: van 2500 naar 1400 meter.
Soms is het wel steil, de knieën hebben hier wel wat te verduren. De omgeving wordt steeds groener. We komen regelmatig struiken tegen
die in Europa als kamerplant in huis staan. We zien schommels gemaakt van bamboe. Ook
de krekels laten weer van zich horen. Ze maken een herrie van jewelste. We schatten 5 maal zo hard
als in Nederland, een echt Oosters buitengeluidje. De route wordt steeds drukker met
t oeristen en paardenkaravanen met voorraad. Dragers voor toeristen
die te herkennen zijn aan de
rug- en reiszakken zien we nog wel. Dragers voor goederen des te minder. We volgen de
Trialblazer weer en lunchen bij lodge Rupse in Rupse Chahara. Deze lodge staat in een
heel smal straatje aan de route. Het valt op dat de mensen hier wat beter doorvoed zijn
dan aan de andere kant van de berg. Een uurtje later zijn we aan het eindpunt van deze dag:
Dana. Na een
verfrissende koude douche kunnen we vanaf ons terras op de 1e verdieping de
mensen bekijken die -over het pad beneden ons- voorbij komen. We maken diverse fotos
van mensen die dat niet in de gaten hebben. We merken de laatste paar dagen dat het aan
deze kant van de berg allemaal wat luxer is en meer ingesteld op toeristen, ook al is er
vaak geen warme douche en is niet alles even schoon.
25 oktober 1999
Dana - Palanthe.
Als wij gaan slapen gaan de Nepalezen door met feesten.
Dit is de afsluiting van het Dasain Festival. We horen de herrie nog wel even maar
vallen toch
snel in slaap. Om 5 uur beginnen de 'paardenmannen' met het gereed
maken van hun karavaan. Om 7.30 uur vertrekken we. Na een uurtje afdalen komen we aan in
Tatopani. We gaan even naar
de hotsprings kijken, die zien er schoon uit. Er zijn 2 warmwaterbronnen, één voor
dames, de ander voor de heren. We zijn er niet in gaan zitten, zo op de vroege morgen.
Bang dat we daarna helemaal geen zin meer zullen hebben in de klim die ons vandaag te wachten
staat. We lopen een stukje terug naar het dorp voor koffie en thee met chocoladetaart. We
komen hier Joost en Edith nog tegen, zij willen wel in de hotsprings gaan. We verlaten
het dorp en gaan omhoog richting Ghorepani. Op de splitsing van Ghorepani en Beni was nog
een checkpoint. We hebben een paar dagen geleden iets opgevangen over een gedeelte in de
route met 2000 traptreden. We komen er al snel achter dat het om dit gedeelte gaat. Het
klimmen gaat ons gemakkelijk af, dat komt natuurlijk door de "bloeddoping" die we hebben gehad
door de pas over te steken. Het landschap is hier erg mooi. Veel rijstvelden en kleine
huisjes. Op veel plaatsen is men bezig met de rijstoogst. Hoe hoger we komen, hoe rustiger
het wordt. We komen hier wel regelmatig koeien tegen, die hebben we eigenlijk nog niet zo
veel gezien. Na 500 m klimmen, op 1700 m, komen we aan in het dorp Ghara. We willen hier
lunchen, maar zien niet direct een geschikte plek. Een stukje verder omhoog stoppen we bij
een klein restaurantje. Ze spreken hier geen Engels, maar dankzij een gids die toevallig
aanwezig is kunnen we thee en Tibetaans brood bestellen.Vanaf hier nog ± 200 m klimmen
naar Sikha. Sikha blijkt een primitief dorp te zijn met zelfs voor onze begrippen slechte
lodges. We besluiten om door te lopen naar het volgende dorp op 2290 meter. Nog 300 m klimmen.
We beginnen het nu toch aardig in onze benen te voelen. Als we even stoppen voor water en
koekjes, komen we er achter dat we een drinkfles
zijn vergeten bij het laatste restaurantje. We klimmen weer verder. Een Nepalees
meisje in een mooie
paarse jurk komt bij ons lopen en vraagt waar we vandaan komen en waar we heen willen. Ook
zij gaat naar Palanthe, net als wij. Ze beveelt de Mount View lodge aan en zegt dat het
nog 35 minuten lopen is. De looptijd bleek precies te kloppen en de lodge is de beste die we in uren hebben
gezien. Zoals de naam van de lodge al aanduidt hebben we inderdaad een mooi uitzicht over de bergen, de
Daulagiri en de
Onze douche bestaat weer uit een emmer warm water in een provisorisch afgeschermd
hokje.
26 oktober 1999
Palanthe - Gorepani.
We krijgen hier voldoende nachtrust. Ongeveer 11 uur slapen
van: 20.00 uur tot 7.00 uur. Rugzak ingepakt en
ontbijt besteld. Twee Fransen die ook in de lodge hebben overnacht, kijken naar
de
beenwond van een Nepalese vrouw. Ze heeft in haar been gekapt met een sikkelmes. De wond is
ontstoken en ze wil niet naar de Healthpost, (toevallig) een dorpje verderop.
De Fransen
adviseren haar dit wel te doen en ze kunnen aan de wond verder niets doen. Ook een jongen met een vleeswond
aan zijn hand komt dan aanzetten. Zijn wond maken de Fransen schoon. De inlandse
bevolking vraagt regelmatig aan toeristen om medische behandeling. Wij gaan niet
in op deze verzoeken. Dit op advies van de Lonely Planet en de Trailblazer. De
bevolking leert zo om niet naar de healthposten te gaan. Om 8.15 uur zijn we onderweg
naar Gorepani. Een klim van 450 meter. Na 1 ½ uur bereiken we het dorp, wat
voor ons vandaag al het eindpunt is. We gaan naar de
Snowland lodge, deze is al volgeboekt door een groep. We kunnen terecht in de Superview
lodge.
Een schone lodge met een beetje neurotische eigenaar. Hij loopt steeds alles
recht te leggen en herhaaldelijk schoon te maken. Hij heeft zijn lodge wel goed in orde.
Een neefje van 12 jaar helpt in de bediening. We zien hier vaker dat familie bij ooms
of tantes komt werken. Het is kinderarbeid, maar ze leren zo Engels en om te
gaan met toeristen. We hebben een warme
douche. Omdat we vandaag veel tijd over hebben kunnen we ook veel kleding wassen met het
warme water. We lunchen bij een lodge in het dorp en kopen wat souvenirs. Nadien lopen we
weer een stukje de berg op naar de lodge en zitten buiten in de zon. Rond 16.00 uur wordt het buiten al kouder en bewolkt. We gaan binnen bij de
kachel zitten. Er zijn veel Amerikanen, een paar Canadezen,
Australiërs, Denen en Britten. We hebben hier licht van echte gloeilampen. Hopelijk is morgenochtend alles
helder en zijn er geen wolken.
Het eten moet al vroeg besteld worden. Hierdoor
heeft iedereen het wel op tijd.
27 oktober 1999
Gorepani - Ghandruk. (via Poon Hill)
Om 4.30 uur gaat de wekker. Ondanks de hoogte hebben we het niet koud gehad tijdens het
slapen. Aankleden en de Poon Hill op. Deze berg staat bekend om zijn prachtige zonsopgang.
Je overziet hier een groot gedeelte van de Himalaya. In 35 minuten zij we boven, op 3193
meter. Helaas zijn er een paar wolken die het hele feest bederven. Er zijn
hierboven zo'n
200 mensen. Als het licht is gaan we teleurgesteld terug naar de lodge om te
ontbijten en de spullen in te pakken. Op naar Ghandruk. Via heel veel trappen
klimmen we naar de 3075 meter. Het blijft maar stijgen. Het is een gedeelte waar we
regelmatig mooie uitzichten over de bergen hebben. We lopen in de buurt van een
georganiseerde groep Fransen met dragers en gidsen. Dat is soms wel eens lastig want hun
tempo ligt iets lager dan het onze en inhalen op smalle steile paadjes valt niet mee. In
het dorpje Deurali stoppen ze.
Er is een markt. Later gaat het wat naar beneden tot
Todani. In Baisi Jharka lunchen we. Vervolgens wandelen we langs een rivier en
door een bos met
rododendrons naar beneden. Er hangen lianen aan de bomen. We zien ook nog een specht
die
een gat in een boom wil maken. Dit schijnt wel een gevaarlijk stuk van de
route te zijn. Er is ooit een
toerist overvallen. In Ghandruk zoeken we de lodge Milan: een mooie oude lodge,
schoon en een warme douche. Ook de eigenaar en bediening zijn prima. Vincent gaat een tijdje op een muur zitten met uitzicht over het dorp. Je kunt hier
overal gaan zitten en je ziet van alles: dragers, schoolmeisjes en -jongens, wandelaars
en de plaatselijk bevolking. Op het terras zit een
Nederlandse familie. 3 dochters met een vriend en ouders. We hebben ervaringen
uitgewisseld over Nepal en het rondtrekken.Heel gezellig. Tijdens het eten
valt voor de
afwisseling de stroom nog even uit. De kaarsjes geven dan weer een extra sfeertje. Om 19.30 uur
kruipen we het
bed maar weer in. Iedereen is dan al vertrokken
28 oktober 1999
Ghandruk -
Pokhara.
Om 6 uur staan we op. We zijn van plan om via een route van ± 5 uur naar het
eindpunt te
lopen. 's Morgens besluiten we om toch de kortere route van 2 ½ à 3 uur te
nemen. Je kunt tijdens wandelingen in het Annapurna gebied gemakkelijk je plannen
wijzigen. Om 7.15 uur zijn we onderweg voor een afdaling van 900 hoogtemeters.
Achter ons hebben we uitzicht op de Fishtail peak (6993 meter) en voor ons op de sawas. Er
wordt nu veel rijst geoogst. Het is een langere afdaling dan we hebben verwacht. Om half
11 bereiken we het laatste ACAP checkpoint in Biretanti. Dit is dus ook het einde van het
natuurpark. Het is er druk, er zijn ook veel Nederlanders. Nadat we de laatste stempel
hebben ontvangen lopen we nog 20 minuten voordat we een asfaltweg bereiken. We horen
van ver alweer de claxons van de bussen en vrachtwagens. Nog een laatste klimmetje. Als we
boven komen stopt er na 2 minuten een locale bus. We verzekeren ons er van dat deze naar
Kathmandu gaat en stappen in. 300 meter verder stopt de bus om na 30 minuten weer te
vertrekken. We staan vlak bij een marktje en bekijken de plaatselijke bevolking en hun
verrichtingen. Een stukje verder staan ook taxi`s. Om 12.30 uur vertrekken we voor de rit
naar Pokhara. Kosten 30 rupee per persoon. We nemen een taxi naar Lakeside en worden
afgezet bij het Tranquility Hotel. De eigenaar herkent ons nog en vraagt hoe de trek is
geweest. Hij heeft onze bagage bewaard en vertelt ook dat onze vrienden hier nog zijn. We
hadden verwacht dat die allang weer weg zouden zijn naar het Chitwan park. Na een
heerlijke lunch, douchen en
kleding wassen, lopen we wat langs de shops en gaan op een terras op de eerste verdieping
zitten om uit te rusten van de trekking. Op een gegeven moment zien we Walter en Jessica.
Na een drankje gaan we met zijn vieren terug naar het hotel en eten gezamenlijk. Van de
laatste 6 dagen worden de ervaringen uitgewisseld. We lopen nog een keer langs de shops en
kopen een dagrugzakje voor 850 rupee. Nadien zoeken we een internetwinkel op. We ontvangen
6 mailtjes, we sturen een algemene mail over onze trekking naar familie en vrienden met
e-mail. We spreken af om morgen naar een paar grotten te gaan. We blijven nog 5 dagen in
Pokhara om vervolgens af te reizen naar Kathmandu. Van daar uit gaan we de
Helambu trektocht lopen.
Homepage Helambu

Hebt u vragen, op- of aanmerkingen?
Stuur ons uw
reactie.
|