|
|
|
Aantal kilometers |
Eindpunt |
Dag 1 |
24 |
Brielle |
Dag 2 |
30 |
Goedereede |
Dag 3 |
21 |
Battenoord |
Dag 4 |
30,5 |
Halsteren |
Dag 1
9 mei 2003
Hoek van Holland – Brielle 24 km
Nog voor 6.00 uur staan we op en rijden naar Roosendaal. Van hieruit kunnen we met de
trein naar Hoek van Holland. Over 4 dagen zullen we in deze regio weer uitkomen.
We parkeren onze auto eerst vlak bij het stadion van RBC. Bij de hoofdingang van
het station is het overal betaald parkeren. We denken het station vanaf de
achterzijde te benaderen. Dit lukt dus niet. We zetten nu onze auto net buiten
de parkeerzone en wandelen 15 minuten naar het station. Zo missen we wel onze 1e
trein, maar een half uurtje later zitten we dan toch in de trein naar het
beginpunt van de E2 (GR5), tevens ons beginpunt van het Deltapad.

We wandelen buiten de kern
van
Hoek van Holland langs. Het is veelal groen. In de verte zien we een enorm groot
bouwwerk wat later een boorplatform in aanbouw blijkt te zijn. We zien hier ook
de stormvloedkering van de Nieuwe Waterweg. Over een fietspad lopen we naar het Staelduinse
Bos. Een natuurgebiedje waar we helaas met een wijziging in de
route omheen worden geleid. Even later is er weer een omleiding en lopen we over
een dijkje naar Maassluis. We lopen tussen de kassen van het Westland (De Glazen
Stad). Bij de
nieuwe waterweg lunchen we. Grote en kleinere schepen
varen voorbij. In
Maassluis gaan we met een pontje de Nieuwe Waterweg over. Vervolgens mogen we
een flink aantal grote bruggen over. Eenmaal in Brielle wordt het landschap
weer groener. We houden koffiepauze bij op een steigertje aan het water. Twee
woerden vechten om één vrouwtjes eend. Het gaat er flink op. De eenden lijken zich niet
te storen aan onze aanwezigheid. Na de pauze komen we rond vier uur op de
camping in Brielle aan. Voor onze begrippen een zeer luxe camping. Na een douche
verkennen we het historische centrum van Brielle. Het ligt vol met
pleziervaartuigen en heeft een oude handelskern. We doen meteen wat boodschappen
en gaan weer terug naar de camping waar we de avond doorbrengen.
Dag 2
10 mei 2003
Brielle - Goedereede
30 km
We verlaten we de camping aan de achterkant en bevinden ons snel op de route. We
krijgen nu een rondleiding door Brielle. Ondertussen kopen we nog een brood bij
de bakker. Brielle was oorspronkelijk een nederzetting, omringd door dijken. Er
zijn nog diverse poorten bewaard gebleven. In het dorp staan monumentale panden.
We verlaten de nederzetting en lopen langs het
Oosterlandse Rak, door het groen
naar de Stenen Baak. Het is een toren van steen die vroeger als vuurtoren dienst
deed. Er werd een vuur in gestookt. Over verharde wegen en wandelpaden met
houtsnippers komen we in Oostvoorne om vervolgens in Rockanje uit te komen. Soms
lopen we door de duinen. We lopen nog een stuk over het strand en over de
Haringvlietdam. Er wordt veel gezeild. Na 30 km wandelen komen we in Goedereede. Hier
vinden we de camping al snel. De plaatselijke supermarkt is gesloten wegens een
verbouwing. We mogen 2 fietsen lenen van de uitbater en fietsen naar Ouddorp, 4
km verderop. Zo kunnen we toch nog wat boodschappen doen. Er staat een
picknickbankje op de camping waar we ons eten op bereiden.
Dag 3
11 mei 2003
Goereede - Battenoord 21 km
’s Nachts regent het even een klein
beetje. Als we opstaan is alles weer droog. Ook het gras en de binnenkant van de
tent. Gemakkelijk inpakken dus. De zon schijnt al en het waait wat. We lopen Goedereede uit. Het zicht is wijds, veel akkerbouw. In de verte zien we weer een
dorpje met de kerk. Over asfaltweggetjes komen we in de slikken van Flakkee. Het
eerste deel is begroeid met struiken en bomen. We lopen over een graspad in de
schaduw. Later wordt het pad natter en natter. Er is een alternatieve route
over de dijk, maar na een droge periode zoals nu zou het volgens ons door de
slikken ook wel lukken.
Eerst vermijden we het waterige pad door in de dichte
struiken naast het pad te lopen. Later lopen we steeds over het minst diepe
gedeelte van het waterpad. Met onze schoenen met goretex is dat goed te doen. Onze
broeken worden wel heel erg vuil. Het blijkt nergens veel dieper te zijn dan 10
– 15 cm. De ondergrond is relatief hard. Na de slikken gaan we bij Kleistee
over op een grasdijk waar schapen lopen. Hier volgt een stuk van 8 km over zo’n
dijk naar Heringen alwaar we lunchen bij de haven. Nog even verder over een
geasfalteerde dijk naar Battenoord. Om 14.00 uur komen we aan op de camping vlak
achter het Grevelingenmeer. We zetten de tent op en wassen de vieze broeken. Ze
drogen snel in de wind. Later gaat de wind wat liggen. Op de camping vertrekken
de gezinnen weer allemaal huiswaarts, het weekend zit er weer op. Veel
stacaravans waar de gezinnen in de weekenden verblijven. ’s Avonds spelen we een
paar spelletjes Carcasonne in het centrumgebouw. Er is een TV waar we
ouderwets van studiosport op zondagavond kunnen genieten. Verder is er niemand
in het gebouw. ’s Nachts trekt er een onweersbui met flinke windstoten over. De
tent houdt het gelukkig.
Dag
4
12 mei 2003
Battenoord -
Halsteren 30,5 km
Het is droog als we opstaan. Er staat wel een stevige wind. We lopen over
de dijk verder. De windmolens draaien op volle toeren. De wieken zwieren met een
enorme kracht rond. We lopen verder over de Philipsdam met uitzicht over het
…meer.
Er is een sluis die het zoet en zout water op een ingenieuze manier
scheid als de schepen worden geschud. We lopen over asfaltwegen en dijken met
schapen over de brug over het Rijnscheldekanaal. In … lunchen we op de trap van
de kerk. We zien een bungalowpark met huisjes met rieten daken. Weer langs de
Rijn-Schelde verbinding (routeboekje, de aangegeven verkorte route is niet
doorgegaan?) De wind trekt weer aan. Als we in Halsteren zijn aangekomen vragen
we naar een bushalte bij een plaatselijke bouwvakker. Hij wijst ons een plek bij
een infobord. Het begint zachtjes te regenen. We wachten, maar … geen bus. Na
een uur lopen we richting Bergen op Zoom. 1,5 km verderop is ook een bushalte,
maar nu met een bord met tijden. Na 20 minuten (16.45 uur) komt de bus. Via
Bergen op Zoom gaan we met de trein terug naar Roosendaal. We vinden de auto
weer ongeschonden terug.
Homepage LAW
Homepage LAW 5-1 Deltapad
Gr 5 Maastricht
Gr
5 Vielsalm Gr
5 Echternach Gr 5 Grundhof-Amance Gr
5 Barr Gr 5 Villers le lac Gr 5 Nyon Gr 5 Les Houches
Gr 5 Modane Gr 5 Auron
Gr 5 en 55
Vanoise GR5 Nice Gr 54 Alpe d'Huez Kungsleden
Siljansleden
![]()
Maastricht
Beginnend in Nederland, dan dwars door de
Antwerpse Kempen, het Hageland, Belgisch Brabant en Limburg om na 10 dagen en 245 km
weer in Nederland te eindigen.
en in 1 dag Maastricht- Visé een nog
ontbrekend stuk voor ons.
De route hebben we in twee stukken gelopen. Eerst twee dagen van Halsteren naar Wuustwezel. Vervolgens in acht dagen van Wuustwezel naar Maastricht. Alleen de laatste 10 km lopen we dan nog over Nederlands grondgebied. We komen bij het beginpunt van de GR 5 "Traject der Lage Landen". Een afwisselende trektocht door bos- en heidelandschappen, landbouwgebied en historische plaatsen.
Ons startpunt is Halsteren en eindpunt Maastricht
|
Aangegeven aantal km |
Eindpunt |
Dag 5 |
24 | Wildert |
Dag 6 |
23 | Wuustwezel |
Dag 7 |
25 | Zoersel |
| Dag 8 | 30 | Noorderwijk |
Dag 9 |
26 | Averbode |
Dag 10 |
26 | Zelem |
Dag 11 |
26 | Stokrooie |
Dag 12 |
22 | Bokrijk |
| Dag 13 | 21 | Stalken |
Dag 14 |
22 | Maastricht |
Dag 15 |
24 | Visé |
Zwaarte van de route
De route is redelijk vlak, soms is het
landschap glooiend van karakter.
Overnachting
Er zijn redelijk wat overnachtingsmogelijkheden, echter niet altijd.
Openbaar vervoer
Wisselend, echt veel openbaar vervoer is er niet. Soms regulier vervoer dan weer
een belbus.
Wandelgids
Te bestellen via
internet
of te koop in een goede outdoorwinkel.
Dag 5
20 mei 2005 24 km
Halsteren - Wildert
We parkeren onze auto bij het station van Wildert (België) en reizen per trein
terug naar Nederland. Een lijnbus brengt ons weer van Bergen op Zoom naar
Halsteren waar we 12 mei 2003 gestopt zijn. Als we eigenlijk net de route hervat
hebben lopen we bij een wandelboom fout. Deze brengt ons door het ontbreken
van een “tak” op het verkeerde pad. Drie kwartier later staan we weer bij deze
“boom” en hebben een leuk rondje gelopen, maar zijn weinig verder. Wanneer we de
juiste route gevonden hebben, lopen we door een fraai bos en komen we bij hét beginpunt
van de GR5 die loopt van Bergen op Zoom naar Nice. Hier staat ook een
Stayokay
Jeugdherberg “Klavervelden”.

Via de Wouwse plantage komen we bij Essen, België weer binnen. We nemen een pauze bij Bivakplaats “Paviljoen”. Een prima plek om te overnachten met een tent. Bij het plaatsje Wildert aangekomen verlaten we de route om onze auto bij het station weer op te halen en rijden even verder naar de camping “Wildertse Rust”. Daar nemen we een trekkershutje. We hebben gisteren pas besloten om 2 dagen te gaan wandelen en hadden zo weinig tijd gehad om naast een dagrugzakje ook nog onze kampeeruitrusting mee te nemen. De munt die we voor één euro kregen, verwarmde het water van de douche niet echt. Het water bleef helaas koud. ’s Nachts regent en onweert het. Gelukkig slapen we lekker droog.
Dag 6
21 mei 23 km
Wildert - Wuustwezel
De camping ligt maar 250 meter van de route. We lopen al vrij snel de Kalmthoutse
Heide op. Dit is een 1850 hectare groot reservaat met veel stuifzand, heuvels en
heide. Lopen is door het mulle zand zwaar. We proberen de randen, van het
brede pad met los zand, op te zoeken om wat meer grip te hebben en niet de helft
van onze afzet meteen weer te verliezen. Het reservaat wordt begraasd door Galloway runderen.
Wandelaars
met hond mogen dit reservaat niet in en moeten een omleidingsroute volgen. Na het
dorpje Kalmthout begint de route meer asfaltwegen te volgen. Deze loopt tussen
een landbouwgebied met boerderijen en boom/planten kwekerijen. Via het
Pastoorbos komen we Wuustwezel binnen. In het centrum van het dorp zoeken we uit
hoe we terug kunnen naar onze auto in Wildert. Een belbus is geen optie, een bus
via een andere plaats gaat pas over een flink half uur. Deze tijd benutten we dus
maar om terug te liften wat ook vrij snel lukt. Na 10 minuten met onze duim
omhoog, stopt een Belg die ons tot een paar km van onze camping brengt. Het
laatste stukje lopen we terug. De dagrugzakjes achter in de auto en terug rijden
maar.
Dag 7
12 juni 25 km
Wuustwezel – Zoersel
Deze keer worden we per auto weggebracht door de moeder van Jeannette. Haar
vader, Ad, gaat deze keer ook weer mee (ook van Ad staan verschillende
trektochten op onze homepage beschreven). In België is het vandaag vaderdag (in
Nederland een week later) dus kopen we bij de plaatselijke bakker een gebakje om
dit heugelijke feit te vieren. We verlaten Wuustwezel over een laan met bomen.
We lopen over “De Kleine Beek”. Even later willen we “De Grote Beek” oversteken,
maar hier staan 30 mannen en vrouwen op de brug. We worden staande gehouden en
worden uitgenodigd een borrel mee te drinken. We raken aan de praat. Het gezelschap
gaat elke zondag wandelen.
Eén
keer per jaar (vandaag) vertrekken ze om 7 uur, in plaats van 9 uur. Ze nemen
dan halverwege de wandeling een borrelpauze. Aan het praten te horen hebben
ze al een paar borrels gehad. Wij bevragen hen over hun activiteiten en zij
bevragen ons over de GR 5. Het is wel meteen gezellig. Als we vertellen dat we
ook door Westmalle lopen zegt een man dat ze een pijpleiding hebben aangelegd
van de Abdij naar een café in de buurt. 15 minuten later lopen we weer verder.
In de mooie oude dorpskern van Brecht houden we pauze. Op zondagsochtend zijn
hier een paar winkels open. Na Brecht lopen we een aantal kilometers langs een
kanaal wat we op een gegeven moment ook oversteken. Als we een picknickbank
passeren is het net lunchtijd. Dat komt goed uit. Later passeren we de Trapisten
Abdij van Westmalle. Even verder, bij het café, kunnen we niet nalaten op het terras ook een trappist te nemen. Het is druk,
heel druk bij het café met een groot terras. Je zou het bijna geloven dat, de
pijpleiding waar de man het vanmorgen over had, er daadwerkelijk ligt, zoveel
mensen hier aan de trappist zitten. De Abdij ligt er echter een paar honderd
meter vandaan. Even later lopen we het terrein van
Jeugdherberg Gagelhof op. Kamperen mag er niet, en ook niet in de verre
omgeving, dus nemen we een kamer. Het is er niet duur, € 14,30 per
persoon per nacht. ’s Avonds regent het buiten wat.
Dag 8
13 juni 30 km
Zoersel - Noorderwijk
Na een goed ontbijt samen met andere gasten komen we toch weer op gang. De straat
van de jeugdherberg staat vol met grote vrijstaande huizen, zoals we in deze
streek al meer hebben gezien. Een paar kilometer verder staat “Het Boshuisje”:
een horecaboerderij met een groot terras. Er zal ook wel trappist vertapt worden
hier, zo nemen we aan. Hier kruisen we het Renier Sniederspad GR 565. We steken
de snelweg Antwerpen – Eindhoven (E34) over en vervolgen de route door een
akkerbouwgebied afgewisseld met bossen. Het zonnetje komt lekker door. Er staan
hier en daar kasteeltjes van huizen. Ook zijn er in deze omgeving veel aangelegde visvijvers.
We zijn al een half uur naar een lunchplek aan het kijken. Er zijn niet veel
plaatsen om te zitten. In Grobbendonk gebruiken we een terras van een gesloten café
om te lunchen. Een stuk
verder staan er dan wel weer een aantal banken bij elkaar bij een park met Jeu de
Boules banen. Ook ’s middags zijn er rond koffietijd geen banken te
bekennen. Als nood, drinken we een trappist bij de plaatselijke tennisclub van Herenthout. Er zijn
in deze streek veel plaatsnamen die ook in Nederland voorkomen. Ze
worden soms alleen wat anders geschreven zoals Schravehage. Zo komen we na 30 km
in Noorderwijk waar we camping "De Schuur" opzoeken. In de buurt is een grote
supermarkt. Zeer praktisch om een goede maaltijd te bereiden. We hebben een
picknicktafel en vullen later onze meubels aan met een paar terras stoelen. De
picknicktafel is in het beginstadium van ontbinding.

Dag 9
14 juni 26 km
Noorderwijk – Averbode
We lopen aan de achterzijde van de camping af en volgen de oude spoorlijn die nu tot
fietspad is omgevormd. Later zigzaggen we door de omliggende bossen. De zon
schijnt alsof het een lieve lust is en we zijn daarom blij dat de route vandaag erg bosrijk
is. Zo kunnen we in de schaduw lopen. Bij de Abdij van Tongerlo kijken we even
door de poort. Er lopen mensen rond. We nemen een kijkje binnen de poort.
Na een rondleiding drinken we op een muurbankje onze eigen gemaakte koffie. Niet
veel later, om half elf, gaat de bakkerswinkel open. We kopen een Tongerlose
Broeder. Een lekkernij met gele pudding en rozijnen. Smaakt prima. Door de bossen komen
we bij een echte 8-sprong. Hier komen inderdaad 8 flinke paden bij elkaar. Bij Westerlo zien we het imposante kasteel van Merode. Bij de Mariagrot nemen we de
middagpauze. We raken aan de praat met een paar, eveneens lunchende, fietsers.
Als we uitleggen dat we de GR 5 aan het bewandelen zijn zegt een fietser wel tot
5 maal toe dat hij ons hierom bewonderd. “Ik bewonder U zo”. We maken het maar
tot de kreet van de week. In Averbode bekijken we de volgende Abdij. En zoeken
daar rond vieren weer de camping op. De eigenaar wil ons drieën € 32 laten
betalen. We horen net van te voren dat een trekkershut € 35 kost. We maken hem
kenbaar dat we dat echt te duur vinden, voor 2 van die piepkleine tentjes. Hij telt
er op ons voorstel 1 tentje af en betalen dan € 22. Ad regelt bij de receptie
meteen 3 terrasstoelen. Later, als de eigenaar de receptie heeft verlaten
gebruiken we ook de tafel. Die stond toch helemaal alleen. Na een flesje wijn
gaan we als het donker wordt (half elf) slapen.
Dag 10
15 juni 26 km
Averbode – Zelem (Halen)
We komen in Averbode langs een winkel die elektrisch gereedschap verkoopt.
Hier zullen ze vast wasbenzine hebben. Inderdaad met 1 liter kunnen we de rest
van de week wel vooruit. We hebben in het buitenland vaak in supermarkten naar
deze brandstof gekeken, maar daar verkopen ze bijna nooit wasbenzine. Wasbenzine
is beter voor onze benzinebrander dan gewone benzine, deze blijft dan schoner en raakt minder snel verstopt.
We verlaten het dorp en pikken in Scherpenheuvel, net buiten de route, een stuk
van de kruisweg van de bedevaartsplaats mee. Hier komen we de eerste heuveltjes
tegen. Veelal over glooiende steenslagpaden en veldweggetjes komen we de
provincie Brabant (België) binnen. We tippen de bebouwde kom van Diest net aan,
om vervolgens om Diest heen te lopen, over de vestinggordel. Zo hebben we mooi
uitzicht over het stadje. Na de lunch zoeken we daar een supermarkt op en gaan door
Fort Leopold het stadje uit. De overweg over het spoor is eigenlijk
afgesloten. Spoorwerkers zijn deze overgang aan het opruimen. Er staan al
permanente hekken. We mogen er van de werklieden nog wel over. De route zal in
de toekomst over de brug gaan.
Richting Hezerheide waar we bij een vandaag gesloten winkel, buiten nog een koel
blikje frisdrank kunnen nemen uit een automaat. Wel lekker met die hitte. We
gaan op zoek naar een wildkampeerplekje. Er is hier geen camping. Op de kaart
hebben we een mogelijke omgeving uitgezocht (bij wat bossen en een beekje), maar
je weet nooit of er ook gelegenheid is. Boven op een heuvel zien we een aardig
optrekje (gigantische woonboerderij) staan. Hier maar eens vragen of we hier op
een stukje gras kunnen overnachten. Je weet nooit. Helaas wordt ons verzoek door
een wat oudere dame afgewezen. We dalen af door een bos. In de vallei van de
zwarte beek is een prachtige kampeerplek vlak bij de beek. Er is zelfs een picknickbank. We vragen bij mensen van het huis wat er naast staat of zij problemen
hebben met een eventuele bivak. Ze hebben er geen problemen mee. De bewoners
zijn gastvrij. We kunnen er naar behoefte drinkwater tappen. We
wassen ons in de beek, maar wachten nog wel met de tent opzetten. We zien nog een
flink aantal wandelaars en joggers langs komen. Er staat een bord met een verwijzing
naar een ijsbar. We gaan hier ’s avonds na het eten maar eens naar op zoek. Om negen uur
zijn er geen passanten meer en zetten wij onze tentjes op.
Dag 11
16 juni 26m km
Zelen (Halen) – Stokrooie
We vervolgen de route en steken 100 meter verder de beek over richting Goes. Hier volgen we een route naar een duizend jarige eik. De route maakt
hiervoor een aparte lus. In het echt valt deze boom wel tegen. Het is wel een
grote boom met een omtrek van 6,50 meter, maar heeft niet de vorm van een echt
grote eik. Die lus is niet echt de moeite waard. We komen langs een kapel met
een kluizenaarswoning. Via Lummen en een paar kleine bijhorende dorpskernen
komen we bij de omloop van Terlamen. Een flinke omweg voor een natuurgebied om
“Groot Bos”. Het is een lawaai daar. We lopen vlak bij het motor- en auto
circuit van Zolder waar ze op dit moment aan het trainen zijn. De rest van de
dag horen we nog de herrie van de opgevoerde auto’s. Het traject van vandaag is
minder heuvelachtig dan gisteren, veelal door bos. Bij Domein Bovy pikken
we een terrasje. Wat verder komen we bij de Schuurweg in Stokrooie waar we bij
vakantieverblijf “Zummerheem” willen overnachten. De man is achter het
verblijf wat aan het schilderen. De vrouw des huizes regelt volgens hem de
zaken. Ze is echter nog niet thuis, dus gaan we voor het gebouw maar op het
terras zitten. Even later komt de man bij ons zitten. We raken aan de praat. Hij
is ook een verwoede wandelaar. Hij markeert 1 maal per jaar een gedeelte van de
GR 5 en zegt in zijn leven toch zeker 13000 km gewandeld te hebben. We kunnen
voor € 5 per persoon kamperen achter op het grasveld. Een kamer zou € 25 p.p.
gekost hebben. We kunnen ook gebruik maken van een achterterras en een luxe
badkamer.
Dag 12
17 juni 22 km
Stokrooie – Bokrijk
Bij de brug over het Albertkanaal nemen we meteen de variant. Dit waren voorheen
de eigenlijke routes. Beleid van de GR beheerders is nu dat de routes door de
steden lopen met als gevolg dat de aanloop en afloop routes nu gebruikt worden
als eigenlijke route. Zo ontlopen we het centrum van Hasselt. We lopen door
natuurreservaat van Schoor en Platweyers. Een gebied met veel water en dus
vogels, vissen en andere dieren. Veel bomen, planten en bijvoorbeeld waterlelies.
Bij het plaatsje Kiewit nemen we een koffiepauze op de trap van het plaatselijke
kerkje. De variant weer verlatend, komen we bij het openluchtmuseum van Bokrijk.
De markeerder heeft hier en daar een eigen route gemaakt, want van de
routebeschrijving en in getekende route klopt weinig. Bij de sluis van
Dieperbeek (ook onderdeel van het Albertkanaal) gaan we ’t bos weer in en lopen
in natuurgebied “De Maten”.
Een
mooi natuurgebied met veel water. Bij een boerderij gaan we voor het huisgedeelte in
het bermgras zitten. We zetten koffie. Een jogger op leeftijd stopt bij ons en
maakt een praatje over waar hij ongeveer is. Niet veel later komt er fietser
informeren. Hij blijkt in de buurt te wonen. Wij gooien meteen een balletje
op over een plekje voor onze tenten. De man weet nog een slaapplaatsje voor ons
bij een oud klooster. Daar slapen wel meer mensen die aan het trekken zijn. Zo
komen we bij een jeugdhonk in Boksbergheide. Vlak bij Bokrijk. We mogen van de
beherende broeder kamperen op een grasveldje aan de voorkant. Met de bus reizen
we even naar een supermarkt, omdat deze viertal kilometers verderop is.
Dag 13
18 juni 21 km
Bokrijk- Stalken
We lopen eerst terug naar de route. Dan over de Genkerheide en door het natuurgebied
“De Maten”. Bij de slagmolen maken we een foto. We nemen de variant om Gent. Een
mooi natuurgebied door het Kolderbos tot de routes weer bij elkaar komen bij de Mariabidplaats, met grot voor Onze Lieve Vrouw van Lourdes. Het blijft een
bosrijk pakoers met hier en daar een bewoonde straat van een dorp. We passeren
het mooie Zutendal. Over een mooi bospad naar Stalken. We strijken neer op
camping “Mooi Zutendaal”. We zijn er al vroeg zodat we van een middagje zon
kunnen genieten. 29 °C.

Dag 14
19 juni 22 km
Stalken- Sint Pietersberg in Maastricht
Via Lanaken lopen we 10 km langs het Albertkanaal en kruisen het mergelland om
bij de Sint Pietersberg uit te komen. Boven op de berg stelt het eigenlijk niet
zo veel voor. Er staat wel een pilaar als teken van het einde van het Pieterpad.
We worden door een broer van Jeannette weer met de auto opgehaald.

Dag 15
8 mei 24 km 2006
Maastricht – Visé
Vanmorgen naar Visé gereden waar we onze auto gratis kunnen parkeren bij
het station. Met de trein terug naar Maastricht. Van daar volgen we de
aanlooproute via de LAW 7 (het Pieterpad) naar de St. Pietersberg (120m) waar we
vorige keer gestopt zijn. We passeren een paar oude grenspalen en komen zo weer
in België. Via een heuvelachtig landschap met bos en weilanden waar nog echte
koeien in de wei staan komen we bij het Albertkanaal. Ons boekje uit 1997 begint
al te verouderen. Na een nieuwe brug bij Kanne moeten we onze route aanpassen.
Voorbij Moulins lopen we nog een wandelaar voorbij die via het meer van Geneve
(GR 5) en vanaf daar de GR 65 naar Santiago de Compostella wil lopen. We raken
even aan de praat, maar doordat we deze keer alleen maar een dagrugzakje bij ons
hebben zijn we veel sneller. Het landschap blijft heuvelachtig maar er zijn
plateaus met akkerbouw. De route is hier ook weer verlegd, waardoor we even
verkeerd lopen. Na een lekkere dag wandelen komen we toch weer in Visé.

![]()
Homepage LAW 5-1 Deltapad
Gr 5 Maastricht
Gr
5 Vielsalm Gr
5 Echternach Gr 5 Grundhof-Amance Gr
5 Barr Gr 5 Villers le lac Gr 5 Nyon Gr 5 Les Houches
Gr 5 Modane Gr 5 Auron
Gr 5 en 55
Vanoise GR5 Nice Gr 54 Alpe d'Huez Kungsleden
Siljansleden
![]()

GR 5 VielsalmGedeelte in de Belgische Ardennen. Visé - Vielsalm, een wandeling van 4 dagen.
Voor ons begint de route -op een uurtje rijden met de auto- bij Visé in Wallonië. Een dorpje 25 kilometer ten zuiden van Maastricht. We lopen eerst een stukje langs de treinrails, maar komen al snel in een heuvelachtig gebied. We lijken te dromen, een uurtje van huis en al zo'n andere cultuur en streek, met mooie vergezichten. Tussen de weilanden van het land van Herve. Langs schilderachtige gerestaureerde huizen. Gevolgd door een tocht door de heuvels van de Ardennen. Een afwisselend landschap van bos en dorpjes, doorsneden met beken en rivieren.
Ons startpunt is Visé en het eindpunt Vielsalm
|
Aangegeven aantal km |
Eindpunt |
Dag 16 |
24 |
Wégimont |
Dag 17 |
23 |
La Reid |
Dag 18 |
28.5 |
Stavelot |
Dag 19 |
16 |
Vielsalm |
Zwaarte van de route
Door het heuvelachtig gebied is het stijgen en dalen. Niet zwaar, maar lekker
afwisselend.
Overnachting
Met wat zoeken en uitkienen is er altijd wel een slaapplaats te vinden, zeker als je
een tent meeneemt. We hebben tweemaal in ons tentje geslapen en één keer in een Gîte.
Openbaar vervoer
Wij hebben alleen gebruik gemaakt van de trein. Dit was prima te doen daar er
een rechtstreekse verbinding is van Vielsalm naar Visé.
Dag 16
Vrijdag 16 april 1999.
We hebben beiden ons werk zo ingericht dat we ongeveer elke 14 dagen
samen een lang weekend hebben met 4 dagen achter elkaar vrij. Op één van die
vrijdagen vertrekken we om 7.30 uur (toen nog vanuit Oirschot) met de auto naar
Maastricht. Na een uurtje rijden komen we aan in Visé. (60 m.) We rijden naar het
treinstation wat naast de snelweg ligt. We parkeren de auto vlak bij het spoor,
zodat we meteen met de route kunnen starten en maandag met de trein gemakkelijk
terug kunnen reizen. Om 9.00 uur zijn we onderweg. We lopen een stukje naast het
spoor. Al vrij snel zijn de huizen achter ons en begint het glooiende landschap.
Het is best fris, maar de zon sc
hijnt ons in het gezicht. We klagen niet.
Onze vorige wandeldagen zijn behoorlijk regenachtig geweest (zie de laatste
dagen van het Noaberpad). De omgeving is al meteen mooi en we verbazen ons
erover dat dit maar een uurtje rijden van ons huis vandaan is. We moeten
verschillende klaphekjes door voordat we na ongeveer 5 km in het dorpje Dalhem
(90 m.) komen. Er staan een aantal gerestaureerde huizen,
boerderijen en een kasteel. In de straten liggen kasseien. Een schilderachtig
beeld.
We nemen water uit het riviertje de Julienne en zuiveren het met ons
nieuwe waterfilter. We proberen de waterfilter uit voor de trektochten in Nepal
die voor het najaar van 1999 gepland staat. We maken koffie en thee bij een
bankje net voor het dorpje Saint-Remy met uitzicht op het dorp. De route blijft
mooi met veel bos, en volgen het riviertje. We komen door het dorp Salve (157 m.) Bij de
plaatselijke tennisbaan gebruiken we 2 stoelen om te lunchen met een bank als
tafel, zit prima! Verder zien we weinig mensen lopen. De aprilzon blijft lekker
schijnen. We pakken het eetgerei weer in lopen verder over kleine paadjes,
dwars door weilanden en steken kleine riviertjes over. Voor Micheroux hebben we
zicht op een spitse heuvel. In het GR-boekje staat beschreven dat dit een oude
steenkoolmi
jn is. We hebben deze opvallende berg steeds in het zicht en lopen er
eigenlijk omheen. Er komt ondertussen bewolking op zetten. We moeten nog wat
eten kopen. We zien in het boekje dat er in Micheroux (223 m.) een winkel zal zijn. We
moeten hiervoor echter van de route, zo zien we dat op het kaartje. De lucht
begint te betrekken, donkere wolken pakken zich samen. Ineens lopen we in een
korte maar hevige hagelbui. Met regenponcho aan lopen we richting het centrum.
Na 3 km "om" lopen vinden we een winkel en doen inkopen. Als we weer
terug zijn op de beschreven route komen we voorbij het winkeltje wat ze in het
boekje bedoelen. Ze hebben een heel assortiment om een maaltijd te bereiden. De
lucht trekt weer open. Een half uurtje verder zijn we op de eindbestemming van
vandaag: het Provinciaal domein van Wégimont.(192 m.) Dit is een recreatie gebied van
22 hectare met een gerestaureerd kasteel, een openluchtzwembad, park, roei- en
visvijver en een camping. Een plaatsje voor een tent en 2 personen kost 265 BF.
Het ziet er hier allemaal goed en verzorgt uit. In een folder lezen we dat we
ook in het kasteel kunnen overnachten tegen "democratische prijzen".
Wat dat in België ook mag zijn. We zetten onze tent op met nieuwe zelfgemaakte
luifel.
Ons tentje is zo klein dat we er alleen in kunnen slapen. Met het
luifeltje kunnen we uit de wind zitten en koken als het regent. We leggen er 's
nachts onze rugzakken onder die we inpakken in de regenhoezen. We houden nu veel
meer plaats over in de tent en de gehele luifel weegt maar een paar ons. We
lopen een keer door het park. We kijken bij de visvijver naar de vissers, en
zien dat ze niets vangen. Tot 21.00 uur zitten we bij de tent, maar dan wordt
het toch fris. We gaan naar de kantine waar het lekker warm is door een
houtgestookte kachel. We drinken wat, het is er gezellig. Druk is het niet, zo
vroeg in het seizoen. De familie van de eigenaar is daarom ook "te
gast" en ze drinken een behoorlijke borrel eeuhh, sorry trappist.
Dag
17
Zaterdag 17 april 1999
We worden 's nachts een keer wakker van de kou. Met een extra
shirt, een lange thermo-onderbroek en sokken slapen we toch weer in. Om 8.10 uur
worden weer wakker. Het heeft 2 graden gevroren. We bedenken dat we een volgende
keer een Sigg fles gevuld met warm water kunnen gebruiken als kruik. Na een
ontbijtje pakken we de rugzak weer in. Om 9.15 uur zijn we onderweg. Vandaag
hebben we 22 km voor de boeg. Na een tijdje kan de (Gore-tex) jas uit en lopen
we in een T-shirt verder. De zon staat aan de
blauwe hemel. Gisteren misten we
tijdens de afwas een afwassponsje. Dat zijn we thuis vergeten in te pakken. In
Nessonvaux (110 m.) willen we naar de, in het boekje aangegeven, winkel om zo'n sponsje
kopen. De supermarkt treffen we niet aan. Een stuk verderop vinden we een
sponsje op een pad in de modder. Het ziet er redelijk nieuw uit. Even
schoonspoelen in een plas en wij kunnen vanavond weer afwassen. Het wandeltempo
ligt vandaag iets lager dan gisteren. We klimmen en dalen duidelijk meer.
Tijdens onze lunch blijven we in stijl met gisteren. Deze keer lunchen we op een
bank bij het plaatselijke basketbalveld van Fraipont (105 m.) Na Fraipont volgt er een
flinke klim, maar wel mooi, naar de kapel van Banneux. We drinken ondertussen
nog wat en kopen een extra fotorolletje. Vanaf Banneux nog iets meer dan 7 km
naar la Reid. Halverwege zetten we koffie en thee. Om 16.00 uur lopen we la Reid
(285 m.) binnen. W
e gaan op zoek naar de Gîte d'Etappe. We weten dat deze gîte alleen
bestemd is voor groepen, maar toch proberen we het. Na wat navragen bij de
plaatselijke slager blijkt de gîte vlak bij de kerk te zijn. Er hangt al een
briefje op de deur dat deze gîte bezet is i.v.m. een "privaat"
feestje. Toch maar even vragen in ons beste Frans (dat is niet al te best). Met
een paar woorden en de bekende handen en voeten kunnen we duidelijk maken dat we
ergens een nacht willen slapen. De beheerder blijkt thuis ook nog een gîte te
hebben. Het is niet meer dan een gastenkamer, maar voldoende voor ons tweeën.
We worden verzocht in de auto te stappen. Een paar honderd meter verder rijdt
hij zijn inrit op. Achteraf blijkt deze gîte aan de route te liggen. Op de
kamer is zelfs een kookgelegenheid, er staan ook nog wat levensmiddelen en een
magnetron. Verder nog een lekker warm bad, radio en TV. Kosten 800 BF. Geen geld
voor al die luxe. We koken zelf en zoeken `s avonds in het dorp een gezellig
Belgisch café op voor het drinken van een trappist.
Dag 18
Zondag 18 april 1999.
Vandaag lopen we 28 km tot in Stavelot. Als we opstaan kijken we
uit het raam en zien mist. Jammer, we waren net aan het goede weer gewend. Na
het ontbijt gaan we op weg.
Het begint te regenen als we de deur uitstappen.
Met regenponcho en gamaschen aan gaan we om 8.10 uur op weg. Na een paar honderd
meter komt er een hond van een erf van een boerderij naar ons toe gelopen. Vaak
komen de honden blaffen, vooral tegen het wapperen van onze regenkleding. Deze
hond blaft niet maar komt tussen ons in en voor ons lopen. Het lijkt alsof hij
ons de weg komt wijzen en dit wel vaker bij wandelaars gedaan heeft. In het
boekje staat dat we mooie uitzichten op Spa zullen hebben. Dit uitzicht is door
de mist verdwenen. De hond blijft bij ons in de buurt. We proberen hem terug te
sturen. De hond zal wel geen Nederlands verstaan. Via veelal zeer modderige
paden, tussen de weilanden, komen we een aantal kilometers voor Spa in een bos
met een beekje die we een hele tijd volgen. De regen is over. We hebben de hond
een tijdje niet meer gezien en denken dat hij wel terug naar zijn baas zal zijn
gelopen. Ik bedenk dat als de hond nu nog bij ons terug zou komen hij zeker de
weg kwijt zal zijn. En ja hoor, even later komt de hond toch weer bij ons lopen.
Hij snuffelt hier en daar wat en is zich van geen kwaad bewust. Als we in Spa
(240 m.) aankomen is de hond nog steeds bij ons en maken we ons zorgen over hoe hij ooit
de weg naar huis weer zal vinden. In Spa kopen we brood voor morgen. De hond
loopt de bakker 100 meter voorbij en kijkt of wij volgen. Als we bij de bakker
weer buiten komen zit hij "trouw" voor de deur te wachten. We zetten
koffie en thee bij een bankje in het centrum. We nemen ons voor als we
gendarmerie tegenkomen hen wel zullen vragen de zorg voor de hond op zich te
nemen. Andere mensen kunnen we niet echt aanspreken daar we de taal niet kennen.
We zien dat de hond de drukte van de stad niet gewend is. Hij staat ineens
midden op een drukke weg. Andere mensen met een hond zien dat de hond verloren
loopt en ontfermen zich over hem. Door de hondenpenning weten ze waar hij
vandaan kwam en zo wordt er gezorgd dat de hond terug kan naar zijn baas in La Reid. We zijn wel opgelucht dat de hond weer veilig thuis zal komen. Na Spa
volgt een klim stroomopwaarts langs het riviertje La Picherotte, echt e
en
schitterend stuk bos met rotsen, water en bruggetjes. Zo komen we uit bij een
(kaal) veengebied met een aantal vlonderpaden. Via een monument komen we bij een
uitkijktoren. We lunchen op een bankje uit de wind. Lekker vers brood en een
gebakken eitje erbij. We hoeven nu nog maar 10 km te lopen. We dalen af van 600
meter naar Ruy (310 m.). De huizen zijn hier gemaakt met vakwerk; houten
balken verwerkt in de stenen muur. We beginnen aan de laatste klim om te stijgen
naar 500 meter hoogte. Op de top zien we in het dal, waar we net gelopen hebben,
de wielerklassieker Luik -Bastenaken - Luik voorbij komen. Met vooraf de
reclamekaravaan gevolgd door de helikopters in de lucht en de wielrenners
natuurlijk. Boven op de berg Fagne de Bellaire ( 504 m.) bellen we even mobiel naar Kees en Patricia. Kees
is gisteren jarig geweest, maar heeft vanmiddag feest. We leggen uit dat we niet
op het feest kunnen komen en waar we ongeveer zitten. Via de TV (uitzending
wielerwedstrijd) kunnen ze wat van de omgeving zien, waar wij momenteel
vertoeven. We zien kinderen Belgische knollen berijden. Na een geleidelijke
afdaling naar de vallei van de Amblève, komen uiteindelijk aan in Stavelot
(295 m.) De gîte ligt aan de route, net
voor het marktplein, maar is gesloten. Via een lijst
met overnachtingadressen zien we dat eerder op de route een adres is waar we voor 500 BF
p.p. kunnen
overnachten. Daar aangekomen blijkt h
et een schitterend landhuis, kasteel te
zijn. Als we de oprijlaan oplopen, komen we na honderd meter de Nederlands
sprekende eigenaar tegen. Hij heeft voor vanavond geen plaats. Erg jammer. Hij
wijst ons de weg naar een camping 10 minuten verderop. Het blijkt een half uur
te zijn. We komen langs een benzinestation en tanken onze brandstoffles voor de
benzinebrander weer vol. Na 3 km komen we bij de camping. Er hangt een briefje
op de deur van de receptie. Dit briefje vermeldt dat de beheerder momenteel
afwezig is. We kunnen zelf een plekje zoeken voor onze tent. De zon schijnt nog
en er is geen wind. Na het opzetten van de tent gaan we douchen. Om 21.30 uur
komt de, zo blijkt, Nederlandse beheerder langs voor de betaling. Het echtpaar
heeft er een avond uit van gemaakt en is naar de sauna geweest. We kunnen nog wat
lekkers en een fles wijn kopen. Met voldoende kleren en een warme kruik kruipen
we de slaapzak in. Na een kwartiertje doven we ook de kaars.
Dag 19
Maandag 19 april 1999.
Als we 's morgens wakker worden en de tent openmaken blijkt het gesneeuwd te
hebben. Om al onze spullen weer een beetje droog in de rugzak pakken, maken we
de tent in zijn geheel los van de aarde en brengen zo het hele zootje naar een
soort feesttent die de beheerder bij de receptie heeft staan. Hier kan alles
even drogen.
Op de aanwezige banken kunnen we ontbijten. Nadat we rugzak weer hebben
ingepakt gaan we op zoek naar de markering en dus de route. Midden in Stavelot
zien we rood-witte markering. We komen eerst voorbij een abdij, die ze aan het
renoveren zijn. We steken het riviertje de Amblève over. Een paar kilometer
verder komen we langs Hoeve La Bergerie (455 m.) en klimmen verder via een
prachtig bebost gebied in Logbiemé naar 550 meter. Over de kam van de heuvel
blijven we in de bossen. Via het gehucht Mont Le Soie (550 m.) lopen we de
laatste kilometers over een asfaltweg in Vielsalm. Het is 12 uur. Thuis hebben
we via internet al bekeken dat de trein om 13.30 uur vanaf het station van
Vielsalm (350 m.) zal vertrekken. We hebben nog even tijd om in een Belgisch
café wat te drinken. Met de trein gaan we comfortabel terug naar Visé. We zien
ook andere wandelaars, die met de trein terugreizen naar Nederland. In Visé
gooien we de rugzak weer in de auto en rijden naar huis. Moe van een lekker
weekend wandelen in de Belgische Ardennen.
![]()
Homepage LAW 5-1 Deltapad
Gr 5 Maastricht
Gr
5 Vielsalm Gr
5 Echternach Gr 5 Grundhof-Amance Gr
5 Barr Gr 5 Villers le lac Gr 5 Nyon Gr 5 Les Houches
Gr 5 Modane Gr 5 Auron
Gr 5 en 55
Vanoise GR5 Nice Gr 54 Alpe d'Huez Kungsleden
Siljansleden
![]()
Verslag
GR 5
EchternachBeginnend in de Belgische Ardennen: Vielsalm en overgaand in het Groothertogdom Luxemburg: Echternach, een wandeling van 5 dagen.
We rijden met de auto naar Diekirch en reizen met de trein terug naar Vielsalm. Hier stappen we het oude stationsgebouw weer uit om onze tocht te vervolgen waar we april 1999 geëindigd zijn. Als we Vielsalm achter ons laten opent het landschap zich gedeeltelijk. Weide en bos wisselen elkaar af. De Duitstalige plaatsnamen, de dorpjes met hun bolvormige kerktorens en nette huizen. Een overgang naar een andere cultuur. De Ardennen definitief achter ons latend, vervolgt de route door de Sûre vallei van het Groothertogdom. Met de visrijke Ourvallei als achtergrond, bereiken we Vianden met zijn mooie burcht. Er zijn talrijke mooie uitzichtpunten. Na het kasteel van Beaufort komen we door de diep ingesneden vallei van de Haupeschbaach en wandelen langs de waterloop die de benaming van deze schilderachtige streek "Klein Zwitserland" zeker waar maakt.
Ons startpunt is Vielsalm en eindpunt Grundhof
|
Aangegeven aantal km |
Eindpunt |
Dag 20 |
20 |
Schirm |
Dag 21 |
33 |
Dasbourg |
Dag 22 |
21 |
Stolzembourg |
| Dag 23 | 25 | Bleesbruck |
Dag 24 |
22 |
Grundhof |
Zwaarte van de route
De hoogteverschillen worden steeds minder. Soms even flink klimmen, vaak is het
landschap glooiend van karakter.
Overnachting
Het gebied is redelijk toeristisch, er zijn dus voldoende
overnachtingsmogelijkheden van hotels en pensions tot campings. Wij hebben deze
keer niet vooraf maar pas onderweg een plek gekozen om te overnachten.
Openbaar vervoer
Wij hebben alleen gebruik gemaakt van bus en trein. Dit hebben we op internet
uitgezocht. De bus van Echternach via Diekirch naar Ettelbruck hebben wij niet
kunnen vinden via internet. Omdat het de bedoeling is om op zaterdag weer naar
huis te gaan hebben wij ervoor gekozen om de auto in Diekirch te parkeren. Normaal zouden we gewoon naar Vielsalm zijn gereden en na
de tocht terugreizen per openbaar vervoer. Omdat het openbaar vervoer op
zaterdag meestal een stuk minder is en wij op tijd thuis wilden zijn was dit
voor ons een betere optie. Er is een rechtstreekse trein
verbinding van Ettelbruck naar Vielsalm.
Wandelgids
Te bestellen via
internet
of te koop in een goede outdoorwinkel.
Dag 20
Maandag
29 mei 2000.
We rijden om 5.00 uur met de auto naar Diekirch. Waarschijnlijk voor het laatst
verplicht dwars door Luik. De omleiding d.m.v. een snelweg is binnenkort klaar.
We parkeren om 8 uur de auto bij het station en oriënteren ons op de infoborden
voor de bus- en treintijden. Voor het station staat een schitterende
bronzen beeldengroep. Het stelt een locomotief en rondlopende reizigers voor. We
kopen een kaartje voor een transfer naar Vielsalm. We willen vanaf die plaats 5
dagen gaan wandelen. We denken in de buurt van Echternach uit te komen. In de
voorbereiding hebben we bekeken dat we zo gemakkelijk terug kunnen reizen naar
onze auto.
Met wachttijden tussen de bus en treinen door komen we om 10.30 uur aan in Vielsalm.
De lekkere zonneschijn in Diekirch verdwijnt deze reis tijdens de treinrit en
wordt vervangen door donkere bewolking. We stappen door het oude witte
stationsgebouw, dat we bij de vorige wandeling met de trein verlaten
hebben, naar buiten. We herkennen verschillende straten en gebouwen van de vorige keer dat we
hier liepen. Na 10 minuten zien we de eerste markering weer. We klimmen Vielsalm
uit en komen langs een oude steengroeve. We zien in het voorbij gaan nog wel
stenen die we graag in onze tuin zouden hebben. Als we op de terugreis tijd
hebben … We gaan over een steenslagweg, door een landschap van bossen,
groepjes bomen en weide en komen zo bij een dorp genaamd Commanster, 170 m.
Het
weer is zeer wisselvallig. Ondanks de bewolking en de dreiging die daar vanuit
gaat, krijgen we maar 1 bui. Onderweg doorwaden we een paar kleine riviertjes.
We lopen soms over verharde asfaltwegen, dan weer over een zand- of grindpad. Bij
het dorpje Schirm lopen we langs een drukke weg naar de kampeerplaats toe. Om
16.00 uur komen we bij de camping Hohenbusch, zo’n 2 km buiten de GR. Als we
aan het inchecken zijn, regent het korte tijd heftig. Vincent ziet een paar
pallets liggen en neemt deze mee naar onze kampeerplek. Hierop kunnen we onze
spullen droog neerleggen en hebben zo niet veel last van het natte, lekker kort
gemaaide gras. Een prima camping. Nadat we de tent hebben opgezet zoeken we de
campingwinkel op. Die is eigenlijk nog gesloten en zal over een week, met de
Pinksterdagen, open gaan. We kunnen er wel wat groente in blik kopen. Samen met
soep, puree (uit een zakje) en een foliepak vlees uit de rugzak hebben we
voldoende te eten. De wolken scheren hoog door de lucht terwijl er op
maaiveldhoogte nauwelijks wind is. Soms is het zeer grijs, dan zijn er
weer opklaringen met een lekker zonnetje. We lenen een paar kunststof tuinstoelen van
de achterburen, die niet aanwezig zijn, maar wel de stoelen buiten hebben staan.
Zo hebben we wat meer luxe tijdens het bereiden en verorberen van onze warme
hap. Na een beker koffie en een glaasje wijn duiken we de slaapzakken in. Verder
zal het niet meer regenen, ook vannacht niet.

Dag 21
Dinsdag
30 mei 2000.
De dag begint met rustig droog weer. Er is wat sluierbewolking. Om 8.00 uur zijn
de rugzakken en wij gereed voor vertrek. We lopen 2 km terug naar Schirm en
pakken de route weer op. We zijn meteen het dorp weer uit en lopen over kleine
verharde en onverharde wegen. We zien regelmatig wat koeien in de wei grazen. Na
7 km zijn we in Hof Burg-Reuland, een toeristisch dorp met een oude burcht. De
GR 56 kruist hier ons pad. We komen door een aantal kleine dorpjes. Gaandeweg is
er minder weiland en overheersen de bossen. Om 11 uur begint het te motregenen.
Bij Peterskirche lopen we voorbij de kerk en over het kerkhof naar boven en
komen langs een kruisgang van Christus. Rond 12.30 uur komen we in Ouren, een
dorpje wat volgende week, volgens de spandoeken en borden, 100 jaar bestaat.
We zien een geraamte van een grote tent en een, voor ons gemakkelijke,
picknicktafel. Het regent inmiddels niet meer. Als we alles voor de lunch op
de tafel hebben uitgestald komen er telkens een paar dorpelingen naar de grote
tent gelopen. Deze groep mensen gaan, zo te zien, na hun pauze weer verder met
het opbouwen van de tent voor het eeuwfeest. Als we het brood aan het smeren
zijn en het water voor de thee kookt begint het weer wat te regenen. Versnelt
gaan we dus maar weer op weg. We volgen de rivier de Our.
We passeren het
drielanden punt, en komen in Luxemburg. De rood/witte markering wordt in het
Groothertogdom vervangen door gele stippen. De regenponcho doen we alleen even
uit bij een camping in het plaatsje Tintesmillen. We drinken koffie op een
overdekt terras. We kunnen kiezen om hier in de regen de tent op te slaan of
door te lopen. We kiezen voor het laatste. We lopen liever dan dat we kamperen
in de regen. Het ziet er ook niet naar uit dat het weer zal veranderen. We lopen
over een mooi pad langs de Our. Deze begint hier toch al een flinke rivier te
worden. We stijgen en dalen door de bossen, soms vlak langs de rivier, dan weer
tientallen meters erboven. Eerst kijken we nog wel rond
maar de regen maakt ons niet vrolijker. We zijn blij als we 10 km en 3 uur
verder bij Dasbourg (Duitsland) aankomen. Er staat hier op de brug een camping
en een pension aangegeven. We lopen de doodlopende weg in en komen bij een
camping. We hebben geen zin om te kamperen. Jeannette vraagt of ze hier ook een
pension hebben. Dit blijkt 400 meter verderop te staan. Als we bij het oude
gebouw aankomen zien we eerst niet eens een ingang. Als we de ingang gevonden
hebben en naar binnen lopen is er niemand. We lopen door tot in de bar. Hier zit
een oude man. We vragen of we hier kunnen overnachten. Er zou zo dadelijk wel
iemand komen. We doen de rugzak af en onze schoenen uit. De regenponcho heeft
alles goed droog gehouden. Vanuit de bar hebben we uitzicht op de Our. Na 5
minuten wachten begint de oude man toch in actie te komen. Dan komt alsnog de
gastvrouw ten tonele. Voor 30 DM krijgen we een kamer. Na het douchen hangen we
de tent te drogen in de kamer. We kunnen in het pension zelf niet eten. De
keuken is gesloten. We mogen wel zelf eten koken. Nadien zitten we nog een tijd
in de bar. Er komen een paar Nederlanders op bezoek van de vlakbij gelegen
camping. Het zal nog de hele avond en nacht regenen. We zijn dan ook erg
gelukkig dat we zijn doorgelopen naar dit pension op Duitse bodem.
Dag 22
Woensdag
31 mei.
Om half 7 loopt de wekker af. We blijven nog even een kwartiertje liggen op het
luxe bed voordat we opstaan. Als we naar buiten kijken zien we dat het gelukkig
niet meer regent. Het is nog wel bewolkt. We ontbijten op de kamer en staan om
half 8 buiten. De buurman is bakker en we kopen bij hem een lekker ovenvers
volkorenbrood. Precies op tijd want ons laatste brood hebben we net opgegeten.
Het is heerlijk rustig weer. De route blijft erg mooi. Door de bossen, soms
onder langs de Our dan weer boven langs via kleine paadjes voor de mooie
uitzichten. Zo kunnen we meer van de omgeving genieten in vergelijking met
gisteren. We volgen een deel van de route wat niet klopt met de tekst in ons
boekje.
We vertrouwen op de markering over erg mooie bospaadjes en
later herkennen we
de tekst van de route weer in de omgeving. Op een beschut plekje gaan we zitten
op een picknick bank. Een prima plek om koffie te zetten. We lopen weer verder.
De route blijft mooi, soms schijnt de zon. Echt veel leuker lopen dan gisteren.
Onderweg zien we veel grote naaktslakken. Waarschijnlijk door de vele regen van
gisteren. We zien al een tijdje geen geschikte plek om te zitten. Op een brug
over de Our lunchen we op een stoep, heerlijk in de zon. Na 6 km komen we aan in Stolzembourg. We
drinken hier wat water midden in het dorp en willen dan weer verder lopen. We
zien in het dorp een camping en besluiten om 15 uur te stoppen. Volgens de
planning zouden we nog 11 km verder lopen. Op deze camping is helemaal niemand.
Geen gasten en ook geen beheerder. Alleen stacaravans. We lopen 1,5 km van de
route naar een andere camping. Ook hier is de beheerder nergens te zien. Volgens
andere vaste gasten schijnt de camping wel open te zijn. We zetten onze tent op
bij een heerlijk zonnetje. Na een uurtje in de zon liggen en een warme douche
zijn we helemaal opgeknapt. Omdat het morgen Hemelvaartsdag is komen er veel
mensen op de camping aan die een vaste standplaats hebben en hier een lang
weekend doorbrengen. De beheerder zien we vanavond niet. Om 19.30 uur komen er 2
Nederlandse jongens aan die ook de GR 5 bewandelen. Ze hebben gisteren
gekampeerd in de regen in Tintesmillen. Ze hebben vandaag 30 km gelopen en
zetten hier ook hun tent op.
Dag 23
Donderdag
1 juni 2000
Om 6.30 uur horen we de wekker weer. Voor het ontbijt lenen we de tafel en 2
stoelen van de niet aanwezige buren. Voor 8 uur zijn we onderweg. We zien ook nu
niemand van de camping rondlopen of bij de receptie zitten.
Dit is dus een goedkope overnachting. Na een paar honderd meter komen we er
achter dat we de waslijn zijn vergeten. Vincent loopt even op en
neer. Om 8.20 uur passeren we de “uitgestorven” camping en vervolgen de
route. We krijgen meteen een klim van 250 meter, waar we gisteren geen zin meer
in hadden. Dit leidt ons naar de Neklosbierg, waar ook een groot stuwmeer is. We
zitten even op een bankje bij het meer en lopen dan verder richting Vianden. De
route leidt ons via schitterende kleine paadjes. We zien regelmatig een haas en
eekhoorntjes voor ons op het pad en roofvogels in de lucht. We willen hier van
de route af om in Vianden inkopen te doen.
We kunnen kiezen tussen een steile afdaling over een asfaltweg of een
stoeltjeslift naar beneden. We gaan met de lift. We doen inkopen bij een kleine
supermarkt en kopen brood bij een bakker. Een paar honderd meter buiten het dorp
is een tankstation, waar we onze brandstoffles bijvullen. We vragen telkens bij
de caissière na waar de andere winkel of voorziening is. Na nog 1 km volgen we
de route weer. Een dik uur later lunchen we in Marxberg, op een mooie
picknickbank bij de kerk. Vincent vindt de rugzak erg zwaar en geeft wat spullen
aan Jeannette. Doordat er al wat gewicht van het eten uit haar rugzak is, heeft
ze nog wat gewichtsruimte over.
We bedenken wat we allemaal bij ons hebben en wat niet echt noodzakelijk is.
Allemaal kleine dingen. We spreken af thuis nog eens al die dingen na te wegen
en te overwegen wat we een volgende keer thuis willen en kunnen laten. Het is nu
nog 7 km naar de camping in Bleesbruck, waar we willen overnachten. In het bos
missen we een gele markering. Na een stuk terug lopen en zoeken vinden we de
route weer. Doordat ze op het Luxemburgse deel van de GR 5 alleen maar
gebruik maken van gele bollen, hebben ze geen mogelijkheid om een komende
verandering aan te geven of door een kruis aan te geven dat je fout zit, het is
dus iets meer opletten. We koken onderweg nog water voor koffie en komen om
15.45 uur aan op de camping.
Het is ondertussen heel mooi weer geworden. De zon schijnt hevig en het is 25
ºC. Heerlijk. We kunnen voor de eerste keer goed inkopen doen in een
campingwinkel. Er zijn hier ook veel meer mensen, deze keer ook vakantiegangers
met tent of caravan. Van onze Nederlandse overburen mogen we 2 stoelen lenen. We
eten beefburger met gebakken champignons.
Dag 24
Vrijdag
2 juni 2000
Om 6.45 uur staan we op en pakken de rugzak weer in, nog voordat we ook maar
iemand zien op de camping. De buren zullen zo dadelijk wakker worden en dan zijn
wij al weer, voor dag en dauw, vertrokken. Er is wat bewolking en mist, maar het
lijkt wel een mooie dag te worden. We lopen het kampeerterrein af en lopen over
de brug van Gilsdorf. Bij de kerk van dit dorp, gemeente Diekirch, eindigt het
boekje “Traject der Ardennen” en begint de route van “Luxemburg –
Lotharingen”. We klimmen een heuvel op. We lopen door de mistbanken. In de
bossen schijnt de zon soms door de mist en bomen. Dit geeft een mooi effect aan
de ochtend.
De temperatuurmeter op de rugzak geeft 12 ºC aan. We lopen na prachtige
bospaden door een open gebied met velden. We zien Eppeldorf al in de verte
liggen. Om 10.45 uur komen we hier aan en drinken koffie in een bushokje vlak
bij een oude kerk. Daarna klimmen we over een asfaltweg door het bos naar
Beaufort, een kleine 6 km verder. Onderweg komen we ook andere wandelaars tegen.
Die hebben dan in veel gevallen een dagrugzak bij zich. We komen ook een familie
tegen die een stuk van de GR 5 loopt. Ouders met 2 kinderen en
flinke bepakking. Ze vragen ons de weg, omdat ze de markering niet meer kunnen
vinden. Ze hebben alleen een grote kaart bij zich, volgens ons niet echt een
goede manier om een route te volgen. Na de lunch komen we langs het kasteel van
Beaufort en lopen om een vijver heen en volgen een riviertje. Dit stroomt tussen
grote rotsblokken door. Een mooi en apart landschap, eigenlijk een sprookjesachtig
geheel. We steken regelmatig het kleine riviertje over. 
Het is hier toeristisch, er lopen veel mensen, vaak hele families. Aan het einde, na ongeveer 4 km komen we weer op een verharde weg. We drinken water op een boomstam. Vincent ziet een teek op zijn been zitten. Deze wordt met het tekenpincet al draaiend verwijderd. De eerste tijdens deze dagen, maar niet de eerste keer dat we dit moeten doen. We lopen verder naar Grundhof (gemeente Echternach) en nemen daar de bus nr. 50 terug naar Diekirch. Een uurtje later zijn we bij de auto aangekomen en zien we bij het verlaten van het parkeerterrein nog het bronzen beeld van de locomotief en de reizigers. We rijden op de terugweg via Vielsalm en nemen hier een aantal rotsstenen mee uit de oude steengroeve die we 5 dagen geleden gepasseerd zijn. Na een etentje op een terras in Beek (Limburg) komen we weer thuis.
![]()
Homepage LAW 5-1 Deltapad
Gr 5 Maastricht
Gr
5 Vielsalm Gr
5 Echternach Gr 5 Grundhof-Amance Gr
5 Barr Gr 5 Villers le lac Gr 5 Nyon Gr 5 Les Houches
Gr 5 Modane Gr 5 Auron
Gr 5 en 55
Vanoise GR5 Nice Gr 54 Alpe d'Huez Kungsleden
Siljansleden
![]()
Verslag
GR 5
Grundhof - AmanceBeginnend in het Groothertogdom Luxemburg: Echternach, verder langs de grens met Duitsland, totdat we de grens met Frankrijk oversteken richting Nancy. Een wandeling van 12 dagen.
We rijden naar Ettelbruck en nemen daar de bus naar Grundhof. We lopen verder door de Luxemburgse zandsteenrotsen, waar sporters deze aan het beklimmen zijn. Zo gaan we naar het toeristische Echternach. We volgen de rivier de Süre en vervolgens de Moezel. De paden doorkruisen het wijngebied. We steken de Franse grens over. Via Metz waar we eigenlijk maar weinig van de industrie zien, doordat we meestal door de bossen wandelen, komen we tot vlakbij Nancy. Daar draaien we naar het oosten. We zijn op het plateau van Lotharingen. Amance is een klein dorpje zonder openbaar vervoer. Alleen de schoolbus rijdt er.
Ons startpunt is Grundhof en Amance ons eindpunt
|
Aangegeven aantal km |
Eindpunt |
Dag 25 |
5 | Bergdorf |
Dag 26 |
32,4 | Wasserbillig |
Dag 27 |
25 | Wormeldange |
| Dag 28 | 30 | Mondorf-Les Bains |
Dag 29 |
22 | Natuurpark Haard |
Dag 30 |
24 | Fontoy |
Dag 31 |
32.4 | Ternel |
| Dag 32 |
32 |
Gorze |
Dag 33 |
32 | Vilcey-sur-Trey |
Dag 34 |
18,8 | Martincourt |
|
Dag 35 |
18 | Liverdun |
Dag 36 |
23 | Amance |
Zwaarte van de route
De hoogteverschillen zijn niet erg groot. Het
landschap is glooiend van karakter. De omgevallen bomen maken het wat
moeilijker, de paden zijn goed.
Overnachting
Het gebied wordt steeds minder toeristisch, de mogelijkheden tot overnachten dus
ook. Gebruik maken van schuilhutjes of wild kamperen is zeer goed mogelijk, maar
echt veel plekjes zijn er niet. Vandaar dat we soms lange dagen hebben gemaakt.
Openbaar vervoer
Hetzelfde verhaal. Minder openbaar vervoer, minder frequent.
Grundhof (Luxemburg) - Amance (Frankrijk)
Dag 25
Donderdag
31 mei 2001
Grundhof - Berdorf 5km
Na een ochtend werken om ons laatste geld nog bijeen te verdienen, oh nee, om
vakantie dagen te sparen, zijn we rond 12 uur thuis van het werk. Binnen een uur
zijn
we dan
onderweg en rijden via Helmond, Maastricht, Luik, Bastogne naar
Ettelbruck. We pinnen Belgische Franken (dat waren toen nog geen Euro's) in het centrum. We
zetten onze auto op de parkeerplaats van het station. We wachten een half uurtje
voordat bus nummer 500 om 17.15 uur vertrekt. Een half uur daarna zijn we
bij de hotels waar we vorige keer geëindigd zijn. Om 18.00 uur pakken we het
pad met de groene driehoek op een wit vlak (markering) weer op. We lopen 't bos
in, een heuvel op. Al snel zijn we bij de rotsen van zandsteen. Toevallig
verwerken we deze natuursteen (de Luxemburgse zandsteen) binnenkort in onze
eigen achtertuin. Het waait wel wat, maar in de bossen en tussen de rotsen is
het lekker wandelen. Het voelt wel warm aan, waarschijnlijk door al het vocht in
de lucht. De temperatuur is 18 graden Celsius. We lezen in het routeboekje dat
er hier ook klimwandrotsen zijn. Even later zien we inderdaad een aantal
klimmers, wij hoeven gelukkig niet zo steil omhoog. We wandelen langs de rotsen,
rechts van ons ligt het dal. Soms gaan we over een bruggetje. Een uurtje later
zijn we in Berdorf (370 m). Campings genoeg, we pakken de 3e, Bon Repos omdat
hier de receptie wel bemand is. Ze spreekt Nederlands. We betalen en kiezen een
plaatsje. We eten macaroni met kipkorrels. Het waait eerst nogal, maar later
gaat de wind liggen. Om 21.00 uur wordt het buiten kil en gaan we naar de
recreatieruimte. Hier is 't lekker warm. We zitten er alleen, maar dat maakt
niet uit. We bekijken alvast de route voor morgen. Er staat ook een TV.
Dag 26
Vrijdag 1 juni
2001
Berdorf - Wasserbillig 32,4 km
We staan even voor 7.00 uur op. Het is droog, dus alles is gemakkelijk in te
pakken. Rond 8.00 uur lopen we de route op, een landweggetje dat al snel de
bossen in gaat. We zien ook weer de Luxemburgse zandstenen. Eerst uitgehouden
rotsen. Hier maakten ze vroeger molenstenen. Ze werden uit de rotsen gehaald, de
ronde vormen zijn nog zichtbaar. Later lopen we tussen de rotskloven. Imposante
hoge rotsmuren. Ze hebben allemaal een naam volgens ons boekje zijn ze zelfs
bekend. Pilieschkummer, Houllay, Perekop, Teufsschlucht. Wij kenden ze nog niet.
Om 10.00 uur zijn we in Echternach, we kopen hier brood. Midden in het dorp is
er geen markering. Ze proberen het in het routeboekje wel te omschrijven, maar
er zijn wel erg veel weggetjes. We komen er na een keer vragen toch uit. In het
park nemen we een pauze. We lopen eerst langs de rivier, dan weer door een bos
met rotspartijen. Een mooie omgeving. Na Rosport laten we het rotslandschap
achter ons en lopen tussen bomen, dan weer in het open veld. Met regelmaat zien
we rivier de Süre links in de vallei liggen. Aan de andere kant van de rivier
is het Duits grondgebied. Na het plaatsje Girsterklaus gaan we op zoek naar een
slaapplaats. We zien in het routeboekje dat er net voor Moersdorf een
schuilhutje is, misschien is er wel een kampeerplaatsje bij. 16.00 uur. In
Moersdorf vullen we onze flessen en waterzak. We lopen terug naar 't bospad maar
zien gelijk geen markering meer. We lopen toch maar door en hopen goed te zitten
en alsnog markering te zien. Een tijdje later zien we markering, maar dan zijn
we het schuilhutje al voorbij. We kunnen het niet vinden en besluiten door te
lopen om alsnog ergens wild te kamperen. We zien wel een paar keer een
picknickbankje, maar er is dan geen plek om onze tent neer te zetten. We sjouwen
het water (4 liter) mee tot aan de snelweg. Dan geven we 't op dat we nog een
leuk kampeerplekje vinden en gooien het water weg. We lopen onder de snelweg
door, die ongeveer 80 meter boven ons loopt, een imposant gezicht. We dalen af
naar Wasserbillig, gaan van de route af en zoeken de camping. 18.15 uur. De campingbewoners zeggen
dat er regen komt. We zetten de tent op een beschutte plek, net achter een
wasunit. We eten puree, gedroogde spinazie en een (foliepak) hamburger. Om 22.15
uur duiken we de slaapzak in.
Dag 27
Zaterdag 2 juni
2001
Wasserbillig - Wormeldange 25 km
We staan wat later op. Het duurt ook wat langer voordat we weg zijn. We lopen
terug naar de route die we om 9.30 uur weer oppakken. Als we net Wasserbillig uitlopen
krijgen we al meteen te maken met een omleiding. Dit i.v.m. de storm van eind
1999 waarbij vele bomen zijn omgewaaid en het pad barricaderen. Soms twijfelen
we of we goed zitten totdat we weer een markering zien. De markering bestaat hier
uit een rechthoekig
geel vlakje. Uiteindelijk komen we weer terug op de eigenlijke route. We zien
een machtig mooie schuilhut. Hier drinken we koffie en thee. We blijven ongewild
aan het treuzelen en vertrekken pas weer om 11.00 uur. We lopen over heuvels,
soms met trappen, dan weer over een landweg of door de bossen. We blijven
de rivier de Süre veeltijds zien. Om even voor 12.00 uur zijn we pas 9 km verder in het dorpje
Manternach. Nadien moeten we flink klimmen, ditmaal over een asfaltweg. Als we
over de top zijn zien we al snel in de verte Grevenmacher liggen, daar doen we
inkopen en vullen onze brandstoffles. Dit i.v.m. de komende Pinksterdagen, we
verwachten dan geen inkopen
te kunnen doen. Het winkelen gaat
in deze streek goed, ze hebben
goede lichte voedingswaren die gemakkelijk zijn klaar te maken. Rijst met
champignonsaus, puree en soep. Als het goed is kunnen we hiermee de
Pinksterdagen wel doorkomen. We vervolgen onze voettocht. Het landschap blijft
hetzelfde, soms regent het wat, maar nooit veel. Onze poncho hangt meestal
alleen over onze rugzak. Als het gaat regenen trekken we het voorste gedeelte
over ons hoofd, dit werkt erg goed. We hoeven zo niet te stoppen om steeds de
poncho aan en uit te doen. We lopen vandaag al veel tussen de wijngaarden. Soms
zien we een dorp. Ook de dorpen aan de Duitse kant kunnen we zien. 18 graden
Celsius is het. In Ahn vragen we, aan iemand die we zien werken in een garage,
wat water. Hij loopt met ons mee naar zijn huis en geeft ons flessen bronwater.
We mogen er niets voor betalen. We willen in een schuilhutje net voor het
volgende dorpje gaan overnachten. We lopen weer verder door de wijngaarden. We
moeten soms over een hele reeks trappen die tussen de wijngaarden doorlopen.
Nadat we nog een kerkje passeren komen we bij het dorpje Wormeldange. Het
schuilhutje is eigenlijk wel iets, plekje gras voor de tent en een overkapping,
maar het ligt net naast een drukke weg. Toch maar even doorlopen, want we hebben
van bovenaf al een parkje gezien. Daar aangekomen blijkt een speeltuin met gazon
en bankjes meer geschikt. Het is helemaal omringd met een hoge haag. We vragen
aan mensen in de buurt of we daar kunnen overnachten. Ze weten het niet, de
grond is van de gemeente. Er is geen camping in de buurt, dus wagen we het er
maar op. We zetten de tent op en drogen onze kleding. Soms regent het wat, maar
doordat we onder grote bomen zitten worden we niet nat. We wassen ons met het
water wat we bij de buren halen. Altijd toch weer lekker om je op te frissen na
zo'n wandeling, ook al is het dan beperkt. Nadien bereiden we het eten wat we
gekocht hebben. Om 21.00 uur nemen we onze belangrijke papieren en het fototoestel mee naar
een dorpscafé. We proberen daar een fles Pinot Blanc uit deze streek,
erg lekker. Ons tentje staat er nog als we 's avonds terugkomen. We hebben geen
bezoek gehad van burgemeester of politie wegens het wild kamperen. 's Nachts is
het koud, onze thermometertje geeft 4 °C aan.
Dag 28
Zondag 3 juni
2001
Wormeldange - Mondorf-Les-Bains 30 km
Om 7.00 uur staan we op. Het heeft vannacht niet meer geregend. Het gras is
zelfs droog. De zon schijnt en het waait wat. We pakken het zaakje in. Net
iets over achten zijn we weer op de GR 5. Deze ligt maar 30 meter vanaf ons
kampeerplaatsje. We lopen naar Wormeldange-Haut (220 m) en lopen dwars door het
dorpje. We lopen vandaag telkens van dorpje naar dorpje. Ze liggen 2 à 3 km uit
elkaar. We zien in de wijngaarden 2 vossen schuw weglopen. Een hert blijft ons
verstijft aankijken totdat wij weer doorlopen, dan schiet het weg de bossen in. We zien dat het de wijnboeren goed gaat. Er staan hier grote
villa's met exclusieve versieringen. Bij Remich lopen we eigenlijk alleen maar
tussen de wijngaarden. De wijnranken beginnen zich in deze tijd van het jaar te
ontwikkelen.
Elk druifje is niet groter dan een paar millimeter. De bladeren
hebben nog een bijna doorzichtige lichtgroene kleur. In de dorpjes zien we
regelmatig een oude wijnpersen staan, als een soort monument. Op een gegeven moment,
net voor Wintrange hebben we een afdaling van 591 traptreden tussen de
wijngaarden. Het staat tenminste zo in de beschrijving, we hebben de trappen
niet nageteld. Na het dorpje gaan de wandelpaden: E2 en E3 (Atlantische Oceaan -
Ardennen - Bohmerwald) weer uit elkaar. We hebben nu de gele bollen weer terug
als markering. Het is een raar weertje vandaag. Dan schijnt de zon en is het
helder. Even later begint het te waaien en verschijnt er weer een grote (boze)
wolk. Deze brengt samen met de wind een flinke bui om vervolgens meteen weer
over te waaien. We komen langs een grote windmolen. Met de harde wind suist deze
enorm. We lopen vandaag veel over verharde wegen, daardoor doen onze voeten wat
zeer. Om de pijn wat te verlichten lopen we soms door de berm. Net na een flinke
regenbui lopen we het terrein van de camping van Mondorf-Les-Bains op (1921 m).
Daar vinden we een beschut plekje achter een haag en een boom. We ontmoeten hier
een vader en dochter (Kees en Wanda) die ook een deel van de GR 5 lopen. Ze vertellen dat ze het routeboekje de eerste dag al kwijt zijn geraakt.
We bieden aan om het onze ergens de kopiëren. De campingbaas heeft wel een
kopieerapparaat maar geen papier, dat lukt dus niet. Ze lopen op een landkaart.
We wassen wat sokken en onze shirts. Na het eten willen we in de kantine gaan
zitten, maar als we er naar toe lopen is de deur dicht. We lopen een keer over
de camping. Soms waait 't even, maar het heeft eigenlijk niet meer geregend ook
al komen er soms wel grote donker grijze wolken over. In de wind droogt de was prima,
zelfs de sokken zijn 's avonds al bijna droog. Later liggen we wat in de tent.
We zijn moe en slapen goed.
Dag 29
Maandag 4 juni
2001
Mondorf-Les-Bains - Natuurpark Haard 22 km
Om 8.10 uur stappen we van de camping af. Onze GR-vrienden (zonder boekje) zijn
om 7.30 uur opgestaan en nog bezig met het ontbijt. We lopen door de kleine
dorpjes. De wijngaarden hebben we achter ons gelaten. We zien nu korenvelden en
koeien. Het traject is redelijk vlak. We doen wat inkopen bij een benzinestation
in Mondorf-Les-Bains (een kuuroord). We hebben over het terrein van het kuuroord
gelopen, zag er mooi uit. We lopen een stuk langs
een rivier, een deel over
Frans grondgebied. Veel verharde wegen, soms door het bos of langs een bosrand.
Rond lunchtijd zien we een hut die open is. Er staan stoelen en banken. We
zetten deze buiten en kunnen in het zonnetje eten. De hele ochtend heeft de zon
geschenen en was het 14 graden. Vanmiddag is er wat meer bewolking maar geen
regen. Na de lunch komen we nog door een dorpje waar we weer wat inkopen doen
bij een benzinestation voordat we weer bij een schuilhutje willen overnachten.
Bij de benzinestations is het iedere keer erg druk, niet gek natuurlijk met de
lage brandstofprijzen in Luxemburg. We kopen Spaghetteria, bier en cola. In het
volgende dorpje vragen we nog water bij een oude man. Hij geeft ons ook nog een
fles Spa bronwater mee. We lopen een heuvel op (100 m) en komen bij een grote
uitkijktoren. Er staat een ruïne van een kasteel en een kerkje. Ook
zijn er een aantal picknicktafels. We willen hier overnachten. Het is er druk
met dagjesmensen op 2e pinksterdag. We kunnen ons dus nog niet wassen en ook
geen tent opzetten. De mensen blijven maar komen. Jeannette gaat kijken naar het
volgend schuilhutje, dat was waar we eigenlijk ook heen wilden. Na een half
uurtje is ze terug. Het is er rustiger en er staat een dicht hutje bij zo
vertelt ze. We pakken de rugzakken weer in. Na een kwartiertje lopen zijn we er.
We wassen ons in het hutje. Tegen 18.00 uur zetten we de tent op en koken we
eten. Het blijft rustig weer. We fabriceren buiten een zitplaatsje met wat
boomstammen uit het bos. De was hangt buiten te drogen. Soms komt er een
wandelaar of jogger voorbij. Ze kijken dan hoe wij er bij zitten, en wij hoe zij
lopen. We zitten nu midden in een natuurgebied waar vroeger in dagmijnbouw
ijzererts gewonnen werd. Rond 19.30 uur zien we twee wandelaars naderen. Het zijn
Kees en Wanda die we gisteren ook al op de camping hebben ontmoet. Ze besluiten
dat ze voor vandaag genoeg hebben gelopen. Ze hebben 3 uur oponthoud gehad door
een verloren bankpasje, wat ze gelukkig wel weer hebben teruggevonden. Ze maken
macaroni bij "ons" hutje met een benzinebrander van 25 jaar oud. Voor nog een
portie gebruiken ze onze brander, dat werkt wel wat gemakkelijker. Later drinken
en praten we nog wat. Wij hebben bier, cola en Berenburg, Wanda en Kees drinken
wijn. We gaan om half 11 slapen.

Dag 30
Dinsdag 5 juni
2001
Natuurpark Haard - Fontoy 24 km
Om 8.00 uur zeggen we Wanda en Kees gedag, ze zitten te eten en wij zijn klaar
voor vertrek. Na een paar kilometer lopen gaan we een stukje van de route af om
in Tetange inkopen te doen. We vinden een grote supermarkt maar helaas geen
tankstation om onze brandstoffles te vullen. Ook een garagehouder kan ons niet
verder helpen. Dan maar verder zonder, misschien komen we onderweg nog iets
tegen. We pakken de route net buiten het dorp weer op en gaan richting de Franse
grens. Het lijkt een zonnige en warme dag te worden. Zodra we de franse grens overschrijden,
hebben we weer de vertrouwde rood/witte markering terug. We lopen door glooiend
terrein met veel graan en soms een stuk bos. In het dorp Escherange lunchen we,
zittend op wat houtblokken. Daarna volgt er een routewijziging, waarom is niet
duidelijk. In plaats van door het bos lopen we nu naar het dorp Angevillers. We
vragen ergens waar een tankstation is om onze brandstoffles bij te vullen. Door
ons gebrekkig Frans snappen ze helemaal niet wat we willen. Uiteindelijk stapt
Vincent bij moeder en zoon in de auto. Hij denkt begrepen te hebben, dat ze naar een tankstation te
gaan. Maar nee, ze rijden naar iemand toe die Duits spreekt. Vincent legt nu in
het Duits uit wat hij wil. Er blijkt in de buurt geen tankstation te zijn, maar
de man heeft zelf nog wel wat benzine staan waarmee de fles wordt bijgevuld.
Verder maar weer richting Fontoy, ons eindpunt voor vandaag. Na 1 ½ uur komen
we bij een mooie Maria grot die prima als kampeerplek kan dienen. Het is 14.45
uur en dus eigenlijk nog iets te vroeg, jammer. In het bos zien we 3 keer een
dode vos liggen, waarschijnlijk overreden door een Off The Road motor. Na nog eens een uur lopen arriveren we in Fontoy. We pinnen
geld en even verder kopen we wat fruit. We vragen om water, dat verkopen ze
niet, maar als we een fles hebben wil de vrouw die wel vullen. In totaal krijgen
we 6 liter drinkwater en van betalen wil ze niets weten. We lopen een aantal
trappen op naar weer een Mariakapel, inclusief grasveld en enkele banken. Het is
inmiddels 17.15 uur, kortom, dit wordt onze plek om te overnachten. We wassen
ons en kunnen zelfs nog even in de korte broek van de zon genieten. We hebben
uitzicht over het hele dorp en de wegen daar omheen. We horen en zien de
kinderen spelen onder ons. Soms komen er een paar wandelaars voorbij. Verder is
het hier heerlijk rustig. Ons tentje zetten we pas laat op, om eventuele
problemen met gezaghebbers te voorkomen. Aan een balustrade staan 3
grindbetonnen bankjes. Het koelt maar langzaam af. Om 22.00 uur lopen we nog een
keer door het dorp het is dan al bijna donker. De kroegen zijn al dicht. We
hadden nog wat water willen hebben, we hebben dorst. Het water wat we nog hebben
willen we bewaren voor morgenvroeg. Als we terugkomen bij de tent zit er nog een
paartje op een bankje. Om 22.30 uur gaan wij slapen. Het paartje vertrekt ook.
Rond 22.00 uur wordt het donker.

Dag 31
Woensdag 6 juni 2001
Fontoy -Ternel
32km
Om 5.00 uur wordt Vincent wakker van de vogels, met oordopjes in kan hij nog een
paar uur verder slapen. Het is wel droog, maar er is geen zon te bekennen. Er
hangt bewolking, maar geen echt grijze massa, de wolken onderling zijn nog goed
te onderscheiden. We doen alles weer in en op de rugzak en na de verzorging en
het ontbijt vertrekken we. Het is lekker wandelweer. Het traject blijft vandaag
relatief vlak. Voor tienen zijn we al in Neuf Chef (300 m). In een klein
broodwinkeltje kopen we een fles drinkwater. In deze omgeving overheerst de
ijzererts verwerking. Overal staan nog monumenten van oude mijnwagonnetjes op
een rail. We lopen veel door het bos. We zien een hert en staan meteen stil. We
wachten op een beweging van elkaar. Uiteindelijk schiet het hert snel verder het
bos in. Een konijn sprint iets minder snel weg. Voor 12.00 uur zijn we in
Rosselange (175 m. en 16,6 km gelopen). Het gaat bijzonder snel. We willen een
supermarkt zoeken. Na een paar maal vragen nog niets
gevonden. De antwoorden waren ook niet allemaal gelijkluidend. We lopen naar het
centrum en vinden daar een winkeltje. We kopen tonijn, saus, fruit en cola. In
een buitenwijk van het dorp lunchen we bij een watertje met een blauw hoofd. Als
we alles geïnstalleerd hebben komt er een auto toeterend de straat inrijden en
stopt een paar huizen verder. Het blijkt een bakker te zijn. We kopen verse
croissantjes en eten deze gelijk op en lopen weer door. De zon schijnt af en toe
wat. Onderweg regent het soms, maar we worden er onder de bomen in het bos niet
nat van. Een paar kilometer verder ligt een recreatiegebied (Fond Saint Martin)
met een klimmuur, sintelbaan, vijver, speelweide en kiosk. Omdat het nu iets
harder regent gaan we even onder de overkapping bij de kiosk zitten. Eigenlijk
willen we hier overnachten en onze kleding wassen. Omdat het regent zal de
kleding niet snel drogen en eigenlijk vinden we het veel te druk. We lopen maar
door. Langzaam stijgen we naar boven de 400 m. waar we bij een stalen
uitkijktoren (Tour de Drince) uitkomen. Hier kun je de hele omgeving overzien.
We volgen de markering weer. Bij een wateropslagplaats komen we een echtpaar uit
Nederland tegen. Ze rusten bij een slagboom. We wisselen wat informatie uit. Ze
zijn bezig om vanaf Maastricht naar Nice te lopen en zijn nu 3 weken onderweg.
Het Pieterpad (van Pieterburen naar Maastricht) hebben ze al eerder gelopen. Hun
leeftijd schatten we op midden 50. We lopen weer verder en komen uiteindelijk in
Ternel. Hier vragen we aan een oud echtpaar wat buiten zit om water. We krijgen
ook nog een half stokbrood mee en 7 liter water. Het winkeltje tegenover is
helaas gesloten, anders hadden we een fles drinkwater en een flesje wijn kunnen
kopen. We lopen het dorp uit en passeren een snelweg. Net tegen een bosrand op
een weide zetten we de tent op onder een hoogspanningskabel. Het gras is pas
gemaaid, dus lekker kort. Het blijft bewolkt. 's Avonds koken we 1 liter water
om als drinkwater te gebruiken. We kijken uit over het dorpje, maar het is niet
zo dichtbij als gisteren.
Dag 32
Donderdag 7 juni
2001
Ternel - Gorze 32 km
Van het geraas van de (vracht-)auto's op de snelweg hebben we niet veel last gehad, we slapen er gewoon doorheen. Ook
de hoogspanningsmast is blijven staan. Het heeft vannacht even wat geregend,
maar veel was het niet. Een uur nadat we zijn gewekt staan we gereed voor
vertrek. We lopen verder over een landweg met uitzicht over een stadje. In de
verte zien we 3 koeltorens van een kerncentrale in noord Frankrijk. 2 van de 3
torens geven constant waterdamp af. Vandaag lopen we weer bosje in, bosje uit,
dorpje in, dorpje uit. In de verte zien we wat van de industrie van Metz, maar
dichtbij komen we nooit. We drinken koffie in Lorry Lès Mets (280 m) in een
overdekte wasplaats. Die zie je hier in bijna elk dorp, maar worden nu
natuurlijk niet meer gebruikt. Een Fransman komt in keurig Engels informeren wat
we aan het doen zijn, hoever we vandaag nog willen wandelen en of we
uiteindelijk ooit in Nice aan willen komen. Nadien lopen we een bergje op naar
Fort de Plappeville. Er zijn hier veel forten, zo beschrijft het boekje. Het
fort naderen we op zo'n afstand dat we er eigenlijk niets van zien. Het pad wat
we belopen is wel heel mooi. Helemaal overgroeid met struiken. In Plappeville
hebben we uitzicht over Metz. Een gigantische stad zo te zien. De kathedraal is
in de verte te herkennen (zie tekst buiten GR in boekje). Helaas is er door de
bewolking geen goede foto van te maken. Even laten begint het te regenen.
Eigenlijk net zo'n weer als gisteren, alleen worden we nu wel nat omdat we niet
onder de bomen lopen. We lopen bijna de hele verdere dag met de poncho aan, of
hangend op de rugzak of over ons heen. Verder is de temperatuur best goed, we
kunnen gewoon in een shirt met korte mouwen lopen. Rond de middag lopen we in
Scy Chazelles (250 m). Om inkopen te doen lopen we 2 km om, maar vinden dan ook
een grote supermarkt. We kopen brood in een boulangerie. Bij het Hotel de Ville
(gemeentehuis) eten we ons brood met thee. Het dreigt weer te gaan regenen, maar
het zet niet door. Als we het dorp uitlopen zien we een tankstation. Omdat we de
komende dagen ziet zoveel tegen zullen komen tanken we de brandstoffles bij.
Jeannette belt even naar huis hoe er de zaken bij staan. Na een paar kleine
dorpjes als Vaux (205 m) en Ars sur Moselle (173 m) gaan we naar Gorze. Hier is
een gite d'etappe volgens het boekje. We klimmen door een bos naar 330 m. Bij een
open plaats met een kruis pauzeren we even. Het is 15.45 uur en het is nog 4 km
tot aan Gorze. Hier en daar zien we een omgevallen boom, verder gaat het wel
goed. Net voor Gorze krijgen we nog een omleiding. Deze is wel wat langer maar
voert over een mooi bospad. In Gorze (203 m) vragen we waar Chalets des Garunes
zou zijn. Eerst worden we een stuk verder verwezen. Een paar honderd meter
verder zien we een robuuste man met een poolhond. We vragen nog een keer de weg.
Hij vertelt dat de beheerder, M. Petelet 3
weken geleden is overleden. We lopen
samen met de man naar de burgemeester. Die geeft de naam en telefoonnummer van
de huidige beheerder. Eerst is de man niet thuis, later neemt hij wel op. Het is
dan net 18.00 uur. Vincent rent nog snel naar een winkeltje voor wat inkopen. De
beheerder, M. Roncin haalt ons op om naar het chalet te brengen met een klein
oud Renaultje. Jeannette voorin, Vincent bij de rugzakken achter in de bak. Het
chalet blijkt een paar kilometer buiten het dorp in het bos te liggen. Het kost
50 FF per persoon. Hij komt ons morgenvroeg weer halen. Hij vertelt nog dat we
geluk hebben, de hele week is het chalet al gereserveerd, alleen vanavond was er
niemand. We hebben stromend warm water bij de hand, we nemen een douche en
wassen al onze kleding. Er staat een houtkachel binnen. Om de kleding snel te
drogen maken we de kachel aan. Het is hier goed toeven na een zware dag. Later
maken we nog een flesje wijn open en drinken deze buiten op een bankje voor het
chalet. Om 22.30 uur begint het tot onze verassing te regenen. We ruimen de
spullen op en pakken alvast zoveel mogelijk in voor morgenvroeg. Om 23.00 uur
liggen we dan op een dubbel matras. We horen nog even buiten de regen, maar
vallen al snel in slaap.
Dag 33
Vrijdag 8 juni
2001
Gorze - Vilcey-sur-Trey 32 km
We kunnen iets later opstaan omdat we de tent niet af hoeven te breken. De
beheerder komt ons om 8.00 uur ophalen om ons weer op de route te zetten. De was
is (kurk) droog, dus nu kunnen we er een paar dagen tegen (denken we).
Als we opstaan regent het buiten al, een hele dunne miezerige regen. De lucht is
één grijze massa. De beheerder krijgt zijn geld en zet ons bij de route af.
Hij rijdt zelfs een stukje over de route om ons wat verder weg te brengen. Wij
vinden dat niet erg met dit weer. We willen vandaag naar een schuilhutje lopen,
en dat ligt 32 kilometer verderop. Er is verder geen mogelijkheid om te
overnachten. Om 8.15 uur gaan we met de regenponcho aan op pad. Wel even wennen
vanuit een droge en warme hut. Vooral tijdens het klimmen ga je snel zweten. Na een
paar km zitten we fout. We kunnen op het routekaartje zien waar we zijn. Ook
hier wordt de route weer wat korter. Weer niet erg met die regen. Het blijft
constant regenen. In het 2e dorpje wat we
passeren drinken we koffie in een
bushalte zonder bankje en lopen weer verder. Net voor 12.00 uur wordt het even
droog. We lopen nu juist door erg hoog gras, daar worden we nog veel natter van
dan van de regen, ondanks de gamaschen. We zien steeds meer bomen die ons pad barricaderen en waar we
omheen moeten lopen op er overheen klauteren, maar dat is weer heel lastig met
de poncho aan. We lopen nu dwars door het bos en lopen een heel stuk om omdat er
verder geen doorkomen meer aan is. Alles wordt door en door nat door de natte
takken en bladeren waar we doorheen lopen. Wat heeft het hier huisgehouden
tijdens die storm in '99. Er liggen vooral veel grote en dikke bomen om. We zien
een aantal vrachtwagens die hout op komen halen, hierdoor krijgen we soms een
routewijziging. Sommige gedeeltes zijn slecht gemarkeerd, maar met het kaartje
en soms een keer heen en weer lopen komen we er toch weer uit. Ondertussen
blijft het maar regenen. Om 16.15 uur zetten we koffie en thee in Vilcey sur
Trey (225 m). Daarna nog 5 km lopen. Eerst een klim naar 375 m en dan weer
afdalen naar 100 m. Rond 18.00 uur komen we aan bij de schuilhut. Gelukkig een
vrij grote hut aan drie zijden dicht. Het is er wel vies. We wassen eerst de
viezigheid van onszelf af en met hetzelfde water doen we ook de tafel en de
bank. Na het eten zetten we de tent op. Die kan ook in het hutje staan. Om 20.00
uur stopt het met regenen, maar in het bos blijft het nog lang nadruppelen. Laag
aan de grond wordt het mistig en donker.
Dag 34
Zaterdag 9 juni
2001
Vilcey-sur-Trey - Martincourt 18,8 km
Uitgeslapen tot 8.00 uur. Om 9.20 uur zijn we "pas" weg. In een dorpje
2 km verderop vragen we een man die net is opgestaan en vanuit zijn geopende
slaapkamerraam nog wakker aan het worden is waar de supermarkt is. Hij vertelt
dat het 3 of 4 km verderop is. We vragen hem aan te wijzen op het kaartje. Het
blijkt 1½ km verderop te zijn. We zijn er eigenlijk zo. Het is een
Aldi-achtige winkel, Netto staat er met grote letters op. We doen inkopen voor
vanavond. We nemen een goed stuk vlees, we hoeven toch niet zo ver te lopen
(hopen we). Bij een bakker kopen we een ongesneden bruin brood, dat blijft
langer vers. Als we weer buiten komen regent het. Met de poncho aan zoeken we de
route weer op. We klimmen het bos in en volgen daarna een vrij recht bospad van
5 km lang, wel saai eigenlijk. We klimmen naar 300 m en komen aan in Mancey. We
lunchen voor het gemeentehuis op een trapje, het stelde niet veel voor. We
zitten wel net droog onder een kleine overkapping. Na de middag volgen we de
route door het bos, we hebben nog een kleine maar mooie omleiding. Om 14.30 uur
zijn we in het dorp van onze eindbestemming, Martincourt. Hier zou een gîte
zijn, na wat navraag op straat blijkt de gîte gesloten. Er wordt voor ons
gebeld. Een paar huizen terug in een boerderij kunnen we terecht. De vrouw des
huizes verwelkomt ons aan de deur. Ze vraagt of we een tent bij ons hebben, die
kunnen we op het gazon opzetten. We hebben meer zin om binnen in de schuur te
slapen. Het vrouwtje buurt maar en buurt maar, alles in het Frans.
Soms kunnen
we wat volgen, maar meestal niet. Uiteindelijk kunnen we toch binnen slapen. Ze
regelt zelfs nog matrassen voor ons. Wat we uit haar verhaal hebben begrepen is
dat de gîte is gesloten omdat hij niet meer voldeed aan de Europese
richtlijnen. Wij vinden het een prima onderkomen. Om 16.30 uur komen de twee al
door de vrouw aangekondigde wandelaars aan. Het zijn Nederlanders, Piet en Janny
uit Heusden. Ze zijn via een deel van de GR 5 onderweg naar Assisië. Gewoonlijk
slapen ze altijd in de caravan. Vandaag niet, ze konden niets regelen met
openbaar vervoer. Gisteren zijn ze hier al met de auto geweest en hebben ze met
de vrouw afgesproken dat ze hier konden overnachten. Vincent heeft honger en eet
een pan macaroni met daar doorheen een pakje tomatensoep van Cup á Soup, dit
smaakt en vult goed. Een recept wat we wel vaker kunnen gebruiken. Piet en Janny
zijn veel tijd van het jaar onderweg met rugzak en caravan. We wisselen wat
wandelervaringen uit en hebben zo leuke gespreksonderwerpen. Om 22.30 uur duiken
we het bed in en slapen heerlijk in de schuur.
Dag 35
Zondag 10 juni 2001
Martincourt - Liverdun 18 km
Alweer uitslapen tot 8.00 uur. We ontbijten samen met Janny en Piet. Om 9.00 uur
zijn we onderweg voor ons 18 km lange traject voor vandaag. Het is prachtig
wandelweer, soms een zonnetje en 18 graden. Na een paar kilometer zien we al
geen markering meer, we lopen op goed geluk een pad in, de goede richting
bepalen we met het kompas. Na een tijdje midden door het bos te hebben gelopen
komen we op een duidelijk pad en jawel hoor, markering. Om 10.15 uur komen we
aan in Rogéville waar we koffie en thee drinken in de zon op de trap voor de
kerk. Onze route gaat nu vooral door graanvelden, een heuvelachtig landschap. Zo
komen we terecht in Rosières en Haye. We lopen nog enkele kilometers door en lunchen dan op één van de vele boomstammen in het bos. Ook hier
zijn de gevolgen van de storm nog goed zichtbaar. Na nog een tijdje door het bos
te hebben gelopen komen we via twee woonwijken aan in Liverdun-Hout, een mooi
bewaard gebleven vestingstadje met een mooi
uitzicht over de Moezel. We dalen af
via een aantal smalle straatjes en een mooie trap om aan te komen bij het
station van Liverdun. Van bovenaf hebben we de camping al zien liggen; een
stukje achter het station. We treffen een man die de sleutel heeft van het
sportpark. Hij loodst ons binnendoor over het sportpark en staan al snel op de
camping. Na betaling van 40 FF zoeken we een plaatsje. Lekker douchen en de
kleding uit laten waaien. We doen wat inkopen in het winkeltje van de camping.
Naast ons komt een Duitse jongen staan met zijn tent Hij is op fietsvakantie,
solo. Rond 16.30 uur arriveren ook Piet en Janny op de camping. Ze staan naast
ons met hun caravan. We wisselen wat ervaringen uit van vandaag. 's Avonds lopen
we even richting dorp om te kijken of we iets kunnen eten. We kopen pizza's en
verorberen die op een bankje lang de weg. Als we daarna weer terug komen op de
camping zijn Theo en Christine uit Hoofddorp bezig met het opzetten van de tent.
Eigenlijk is het zo dat Theo met iedereen praat en Christine de tent opzet, maar
dat is een detail. Theo en Christine zijn de Nederlanders die we een paar dagen
geleden bij de wateropslagplaats, in het bos hebben getroffen en die via de GR 5
onderweg zijn naar Nice. Ze nodigen ons uit om 's avonds een wijntje te komen
drinken, dat slaan we natuurlijk niet af. Samen met de Duitse jongen die
Thorsten blijkt te heten zitten we gezellig wijn te drinken uit onze opvouwbare
bekers. We eten er stokbrood met Camembert bij. Om 23.30 uur gaan we slapen.
Dag 36
Maandag 11 juni
2001
Liverdun - Amance 23 km
Om 8.00 uur pakken we voor de laatste keer deze vakantie onze tent in.
Theo heeft, zo blijkt, vanmorgen nog was op onze waslijn gehangen. Deze was
gisteren niet goed uitgespoeld in de machine, dat heeft hij vanmorgen om 6.00
uur nog maar even met de hand over gedaan. Als wij inpakken en opruimen komt
Theo regelmatig even buurten over het wandelen en het materiaal wat zij en wat
wij bij ons hebben. Hun waslijn is gebroken, ze moeten het nu doen met
scheerlijnen. We geven ze onze waslijn, 10 meter lang en 2 mm dik nylon touw,
sterk en toch licht. Het is toch onze laatste dag en wij kopen thuis wel weer
een nieuwe waslijn. Om 8.15 uur zijn we onderweg en zoeken in het dorp de route op. Door
de omgevallen bomen is de route vandaag één grote omleiding. We lopen op wat
bredere
bospaden. De kleine paadjes waar we eigenlijk over zouden lopen zijn
onbegaanbaar door de omgevallen bomen. Op een gegeven moment lopen we langs een bos wat
compleet is omgewaaid op een paar kleine boompjes na. De stammen liggen langs
het pad om opgehaald te worden. We komen even later Piet en Janny tegen, die de
route vandaag andersom lopen. Ze zijn vanmorgen met openbaarvervoer naar hun
beginpunt gelopen en lopen nu weer terug naar de camping. Het is bewolkt en soms
regent het een beetje, maar veel is het niet. Na 23 km komen we aan in het
dorpje Amance waar een bus zou lopen. We willen van hieruit naar Nancy reizen om
per trein weer bij onze auto uit te komen. De enige bus van vandaag komt pas om
19.15 uur, het is nu 14.15 uur. Daar wachten we niet op. We gaan lopen richting
Nancy, dat is nog 12 km. Als we liftend het volgende dorpje uitlopen, stopt
er een auto voor een lift. We kunnen instappen. De franse vrouw hoeft niet in de buurt van
het station van Nancy te zijn, maar uiteindelijk zet ze ons toch voor het station af. We
wachten 1 uur en een kwartier voor de trein naar Luxemburg. Ondertussen
verfrissen we ons wat in het toilet van de stationsrestauratie en trekken andere
kleding aan. Onze wandelkleding stinkt natuurlijk behoorlijk. Aangekomen in
Luxemburg nemen we de trein naar Ettelbruck waar onze auto op ons staat te
wachten. We hebben in 12 dagen bijna 300 km gelopen.
![]()
Homepage LAW 5-1 Deltapad
Gr 5 Maastricht
Gr
5 Vielsalm Gr
5 Echternach Gr 5 Grundhof-Amance Gr
5 Barr Gr 5 Villers le lac Gr 5 Nyon Gr 5 Les Houches
Gr 5 Modane Gr 5 Auron
Gr 5 en 55
Vanoise GR5 Nice Gr 54 Alpe d'Huez Kungsleden
Siljansleden
![]()
Verslag
GR 5
BarrEen wandeling van 7 dagen, beginnend in Amance en eindigend in Barr.
We moeten eerst weer op de route zien te komen, daar we vorige keer liftend Amance hebben verlaten. Openbaar vervoer is hier niet. We kruisen een vlak gebied, plateau van Lotharingen, dat op 300 meter ligt. De route loopt ook meer over verharde paden en asfaltwegen. Het is eigenlijk een overgangsgebied naar de Vogezen. Desondanks is er wel een mooie natuur, met een prachtig merengebied. De bergen van de Vogezen zien we in de verte al liggen. De eerste berg die hoger dan 1000 meter is heet de Donon. Zo maken we weer de eerste hoogtemeters. De laatste dagen lopen we via het franse routeboekje; Crête des Vosges.
Ons startpunt is Amance - Barr ons eindpunt
|
Aangegeven |
Eindpunt |
Dag 37 |
21,5 km | Salonnes |
Dag 38 |
29,5 km | Assenoncourt |
Dag 39 |
20,5 km | Gondrexange |
| Dag 40 | 23 km | Abreschviller |
Dag 41 |
29 km | Wackenbach |
Dag 42 |
6.35 uur | Hohwald |
Dag 43 |
5.15 uur | Barr |
Zwaarte van de route
De route is vrij vlak. Alleen de laatste dagen begint het te klimmen richting de
Vogezen. Bepaalde paden zijn zeer
kleefmodderig. Vaak loopt er wel een pad langs waar je gewoon over heen kunt,
maar die je niet meteen ziet.
Overnachting
Wildkamperen is in de regio zeer goed mogelijk. Wij hebben ook nog gebruik
gemaakt van campings en gîtes.
Openbaar vervoer
Zeer beperkt. In de Vogezen wordt het meer toeristisch. Daar is dan ook meer
openbaar vervoer. Er rijden hier ook treinen.
Amance - Barr (Frankrijk)
Dag 37
Vrijdag
24 mei 2002
Amance - Salonnes 21,5 km
Om half vier ‘s nachts rijden we naar Champigneulles, een klein rustig dorpje
net ten noorden van Nancy. We parkeren hier onze auto om kwart voor acht, niet
ver van het stationnetje, vlak bij de rivier La Meurthe. We zien de net gevallen
regen als damp weer van het asfalt opstijgen. Het in een waas gehulde dorp is
aan het ontwaken. Auto’s en, opvallend veel, bussen rijden over de hoofdweg.
We doen onze rugzakken om en lopen naar het station. We bekijken de
bushaltebordjes: geen Amance als bestemming. Amance is ons beginpunt, 13 km
verderop, waar we vorig voorjaar, gestopt zijn. We willen, als het kan, daar
toch weer onze tocht hervatten. Plan A (bus) werkt niet, over op plan B: liften.
Op een kruispunt hebben we al snel een ritje, van een vriendelijke fransman in
een bestelauto, in de goede richting. Hij neemt ons mee tot in Eulmont. Daarna
lopen we een stukje. Na 1 km hebben we een tweede chauffeur die ons tot op 1 km
van ons beginpunt brengt. Het is een Canadees die in Frankrijk werkt. Hij
vertelt in het engels, dat het hier gisteren de gehele dag gemiezerd heeft.
Vandaag is er wel wat bewolking, maar de zon laat zich tot nu toe ook regelmatig
zien. Lopen van Champigneulles naar Amance zou minstens een halve dag gekost
hebben. We herkennen de omgeving nog van vorig jaar. We bedanken de jongeman
voor de lift en moeten dan nog 1 km lopen naar de kerk. Om negen uur zijn we in
Amance. We ontbijten eerst, om vervolgens met onze tocht te beginnen. We
wandelen ’t dorpje uit en lopen tussen het koren en akkerbouw over voornamelijk
asfaltwegen. Het is weer even wennen met de rugzak. Jeannette heeft 16 en
Vincent 18 kg als bagage. In Brin Sur Seille nemen we een pauze en drinken
koffie. Er is hier wel een bushalte en een winkeltje. We kopen hier meteen een
stokbrood voor de lunch. Om 12.30 uur zijn we in Grémecy. Op een picknickbankje
bij een betonnen bak met stromend water.
De zon schijnt soms tussen de wolken. Het is 18 °C. Na drie kwartier
vervolgen we ons pad, verder het bos in. Het pad is eerst goed maar wordt
modderig en echt glad. De modder blijft als harde klodders aan onze schoenen
hangen en is er moeilijk vanaf te krijgen. Zelfs niet met een hard voorwerp of door
over asfalt te schuren. Bovendien hangt de schoen bij een volgende stap op het
pad weer vol. Het is opletten om niet onderuit te gaan zeker met rugzak. We zijn
zo toch een beetje topzwaar. Om half vier zijn we 2 á 3 km voor het
dorpje Salonnes. Er is een beekje en een pas gemaaide weide. Het ligt tussen een
houtwal en een bosheuvel. Een goed plekje om (wild,ssst) te kamperen. Het ziet
er in het routeboekje niet naar uit dat er binnen een paar uur een goed
kampeerplekje zich voordoet. We hebben op deze plek geen last van de wind.
Ondanks dat de bewolking, die donkerder en dus dreigender is geworden, en door
de wind hard over de bomen heen gejaagd wordt, blijft het droog en zitten we
beschut.
Dag 38
Zaterdag
25 mei 2002
Salonnes – Assenoncourt 29,5 km
Als we opstaan regent het wat. Niet
veel maar we besluiten eerst de rugzak in te pakken en later te eten. Met
bescherming van de bomen worden onze spullen niet nat. Met regenponcho lopen de
bosheuvel op over een smal pad. De druppende takken komen tegen ons aan. De
poncho beschermt ons ook tegen deze nattigheid. Na een paar km lopen we Salonnes
binnen. Daar ontbijten we in een bushokje. Het lijkt eigenlijk een soort garage
met bank. Zelfs de openslaande deuren hangen er nog in. Er staat een ongesloten
kinderfietsje in. Afsluiten zal hier wel niet nodig zijn. Het begint tijdens ons
ontbijt nog wat harder te regenen. De lucht is effen grijs. Het lijkt
alsof het de hele dag zal regenen. Als we weer vertrekken regent het nog, maar
als we het dorpje uit zijn wordt het droog. We slaan de regenponcho naar achter,
zodat deze op de rugzak blijft hangen. In Vic sur Seille kopen we wat brood
en water. We doen dit al vroeg op de dag. In het boekje staat aangegeven
dat er in de volgende dorpjes ook winkeltjes zijn. De vraag is altijd of ze er
nog wel zijn en of je in de buurt komt met de route. We hebben al vaker
meegemaakt dat de winkeltjes gesloten zijn of een paar km verder zijn. Kopen als
je kopen kunt dus. Om half 12 komen we in Marsal. We zien bij het binnenlopen
van dit dorp een vestingwerk. Volgens het boekje uit de Gallo- Romeinse tijd
(17e eeuw). We maken in de vesting, met onze benzinebrander, heet water voor
koffie en thee. Er staat een koude wind hier. We doen onze fleece aan.
Later lopen we door het dorpje en lopen voorbij een kerkje uit de 12e eeuw
en volgen, zoals veel van de route vandaag, een asfaltweg. Rond één uur eten we
in Blanche – Eglise (we kwamen inderdaad geen bevoorradingsplaats meer
tegen.) In het vervolg van de route komen we langs grote vijvers met een
vestingeiland. Het begint, een paar km voor ons einddoel van vandaag, zachtjes
te regen. Een prachtige oude kasteelhoeve zou dit moeten zijn volgens het
boekje. Dat is het absoluut, maar 77 euro vinden we voor 1 nachtje toch teveel.
2 km verder komen we in Assenoncourt. Het stopt weer met regen, maar we hebben geen
zin om nat te kamperen. In een Art-shop (nergens geen winkel te vinden, maar ze
hebben wel een Art-shop) in Assenoncourt vragen we naar een overnachtingplaats.
5 minuten lopen buiten het dorp is een Gite. Voor 30 euro hebben we een kamer
met douche, toilet en tv. We bestellen een flesje lokale wijn en wassen onze
kleding. Deze waait in de wind snel droog. Ondanks de dreigende bewolking regent
het niet.
Dag 39
Zondag
26 mei 2002
Assenoncourt – Gondrexange 20,5 km
De boerderij waar we slapen ligt aan de GR 5. We groeten de boerin en lopen al
snel een bos in. Na een km zien we de markering niet meer. Ook hier heeft het
bos nog zichtbaar te lijden van de storm van eind 1999. We lopen een stuk
terug om de route te hervinden. De markering stond waarschijnlijk op een
omgewaaide boom. We lopen ’t pad in wat volgens het kaartje goed zou kunnen
zijn. En ja hoor, een eindje verder het bospad in zien we markering. Ze
gebruiken in deze streek kleine witte (5x5 cm) met
een rood diagonaal geplaatst vierkant in het midden, waarin met witte letters GR
5 staat. Ze vallen wel op. We lopen nog steeds in een vijver gebied, zoals ze
’t in het boekje noemen. Sommige vijvers staan leeg. In de plassen die we in
het pad tegenkomen schieten veelvuldig groene kikkers weg. Na Fribourg bestaat
de route weer uit asfalt. We zien een ijzeren kruis. In het open veld hebben we
een mooi uitzicht over de korenvelden. In de verte zien we het massief van de
Vogezen al opdoemen. We passeren een perfect kampeerplekje. Een visvijver met
een hutje met overdekt terras en een mooi vlak grasveldje. Het is echter pas elf
uur en dus veel te vroeg om te stoppen. De zon schijnt tussen
de
wolken door. We lopen dan door een prachtig merengebied waar we aan alle kanten
omringd zijn door water. Bij het “de la Marne-Rijnkanaal” wat de Marne met
de Rijn verbindt, lunchen we. We bakken hierbij ook een eitje. Een oudere man
komt kijken wat we aan het doen zijn en maakt een praatje over het eten en onze
voettocht. De wolken komen weer opzetten, de zon verdwijnt zo nu en dan. Het
kanaal ligt verlaagd en dwars tussen het grote water. Na de innerlijke
versterking volgen we het kanaal, met plezierjachten. We lopen op een naast
gelegen asfaltweg, die met het kanaal gezamenlijk ingekaderd is door dijken. Een
paar km voor het dorpje Goundrexange kunnen we op de dijk gaan lopen. We hebben
nu een overzicht. Aan alle kanten is er water. Op de open wateren zijn vissers
vanaf de kant en in een roeibootje aan het vissen. De winkels zijn in het dorp
op zondagmiddag gesloten, we gaan de brug over en komen aan bij camping les
Monettes. De camping ligt aan hetzelfde water als waar we een deel van de dag
langs hebben gelopen. We zetten onze tent op een windvrij plekje en kopen wat
koeken en drank bij de receptie. Een echte winkel of kantine hebben ze niet. Ze
hebben wel een speeltuin met een overkapte plek met een picknickbank. Als we
hiervan gebruik maken voor de koffie regent het even flink. We eten in een
restaurant 100 m verderop. De lucht klaart op. Het is een prachtig zonnige en
windstille avond. We spelen het kaartspel Kolonisten onder de overkapte
picknickbank tot het donker wordt (± 22.00 uur).
Dag 40
Maandag 27 mei 2002
Gondrexange – Abreschviller 23 km
We staan om zeven uur op. Het regent even wat, nou ja, het zijn alleen wat
druppels. Driekwartier later zijn we bij de lokale bakker. We hadden geen brood
meer. We vullen dit aan en ontbijten op een bankje in de zon, vlakbij het
kanaal. De wolken verdwijnen langzaam. We lopen verder langs het kanaal en even
later alweer tussen de koeien, paarden en schapen. Zo gaan we van dorpje naar
dorpje, vaak over asfaltweggetjes. De Vogezen (bergen) komen dichterbij. Net
voor de middag doorkruisen we een bos met een steile klim, tot in Saint Quirin.
Een “bekend” bedevaartsoord voor huidziekten. De kloosterkerk heeft twee
opvallende, met een hoog balkon met elkaar verbonden, torens. Achter de kerk
loopt een mooi beekje, waar we lunchen. Door een bos klimmen we tot 430 m. Bij Roche de la Basse Frentz hebben we een prachtig uitzicht over het dorp. We
kijken of we al een camping kunnen herkennen. Dit lukt ons
niet. We zien wel een houtzagerij, sportvelden en een grote visvijver. Met de
verrekijker zien we dat deze terreinen zijn afgezet met hekken. Na een afdaling
komen we in Abreschviller (250 m). Beneden aangekomen zijn we meteen bij camping
“Du Moulin” We moeten bij de naastgelegen gîte de Communal betalen. We
nemen eerst een warme douche en hangen de kleren onder een veranda met bankjes
te drogen. We hebben de kleine camping met 25 plaatsen voor ons alleen. We
winkelen wat in het dorp. Tegen het einde van de middag komen er nog een
Nederlands stel met een camper en een Duits stel op een tandem
bij. We informeren bij de campinghouder of er een camping is in Shirmeck. We
hadden gelezen op internet dat die er niet meer is. De vrouw des huizes geeft
ons een briefje met de naam en adres van de dichtstbijzijnde camping vanaf Shirmeck. Deze is 3 km vanaf de route in La Claquette. ’s Avonds zitten we
onder een veranda en drinken we een glaasje rosé. De wolken trekken weg. De zon
schijnt mooi op de gîte. Als het donker wordt gaan we slapen.
Dag 41
Dinsdag 28 mei 2002
Abreschviller – Wackenbach 29 km
Als we opstaan schijnt de zon volop. We pakken alles onder de veranda in. We
tanken onze brandstoffles (inhoud: 0,67 l) bij het tankstation vol. De vrouw
staat een beetje onwennig te kijken als we maar € 0.38 hoeven af te rekenen
voor de benzine. We lopen over de weg naar Lettenbach (309 m). De route begint,
nog voordat we het dorp uit zijn, al steil te klimmen,. Eerst een weide met
paarden doorkruisen om vervolgens via een smal bospad verder te klimmen. De
route gaat kris kras door het bos tot we op 520 m hoogte zijn. De hoogtemeter
bewijst zijn dienst weer. In een berghut op 615 m nemen we een pauze. Op dit
punt liggen weer veel boomstammen van tientallen meters lang. Als luciferhoutjes
opgestapeld. De stukken bos zijn met regelmaat dor en kaal. Stukken stam met
splinters van enkele meters staan er tussen, nog steeds door de storm van eind
’99, een triest gezicht. We passeren vandaag weinig dorpjes, de punten staan in
het boekje van col naar kruis beschreven. Op col Entre-Duex-Donons staat een
schuilhut van de Vogezenclub (uitleg). We willen hier rustig gaan lunchen. Er
zitten echter ± 250 kinderen met wat ouders. We eten ons brood tegenover de
mooie hut. Een prima plek om je tentje erbij te zetten en te overnachten. De
kinderen zijn 5 – 7 jaar oud. Ze eten hun brood en rennen rond. Ze mogen niet
bij de boomstammen komen waar wij op zitten, te gevaarlijk, ze kunnen misschien
gaan rollen. We vertrekken net iets eerder dan de groep en klimmen naar de top
van de Donon (1009 m). Eindelijk weer eens wat hoogte. De laatste tijd is het
allemaal vrij vlak geweest. Vandaag ging het heel geleidelijk aan naar 800 m.
De laatste meters waren wat steiler. We hebben een prachtig uitzicht over de
omgeving hier op de top. Er staan twee panorama plateaus waarop we kunnen zien welke
richting Amsterdam, Parijs, Berlijn of Rome ligt. Er staat ook een Gallo-romeinse tempel.
We dalen af over een mooi bospad. Soms even een breed pad of asfaltweg. Zo dalen
we af naar 370 m naar het plaatsje Wackenbach. Daar aangekomen zien we wel een
leuk kampeerplekje. We proberen bij de eigenaar om toestemming te vragen. Alle
deuren zijn open, maar er is niemand thuis. We zien even later wel iemand voor
het huis lopen. We spreken hem aan en maken in “ons”
Frans kenbaar dat we daar willen overnachten. Hij is niet de eigenaar maar heeft
wel een ander idee. We lopen met hem mee. Hij laat ons een stukje verder een
veldje zien met een houten hutje bij hetzelfde beekje. We vinden het een prima
plek. We wassen ons in de beek. In het dorp blijkt geen winkel te zijn, niet zo
heel erg, we hebben nog voldoende in de rugzak. We eten macaroni met een zakje cup-à-soup als saus, blikje tonijn en een ei erdoor, kaas erover en we eten
lekker. We zetten onze tent op, het hutje blijkt niet geschikt om in te slapen.
Te veel insecten en alleen de binnentent kunnen we er niet in opzetten. Overdag
is het veel bewolkt geweest, rond 20.00 uur verdwijnen de wolken weer. We
filteren water uit de beek met de waterfilter, zo hebben we meteen drinkwater.
De man heeft voorspeld dat het vannacht en morgenvroeg zou gaan regenen.
Dag 42
Woensdag 29 mei 2002
Wackenbach – Hohwald (570 m) 6.35 uur
Het regende vannacht en vanmorgen inderdaad. We kunnen alle spullen in het hutje
inpakken. Onze gastheer komt nog even kijken. Het
miezert nog wat, met de regenponcho aan zijn we om 8.15 uur weer onderweg.
Als we even onderweg
zijn regent het al bijna niet meer. In Shirmeck is een grote supermarkt. Hier
doen we wat inkopen zoals brood, macaroni en tandpasta. Als we buiten komen
regent het weer wat. De poncho maar weer aan. Als we Shirmeck uit willen klimmen
kunnen we dat niet. Het pad is afgesloten omdat ze in het bos bomen aan het
kappen zijn. Er is geen omleidingsroute, dus zoeken we die maar zelf. Met behulp
van het nieuwe Franstalige GR-boekje inclusief kleurenplattegrond lukt dat goed.
Het duurt wel even. We lopen door het bos naar 700 m naar Struthof. Dit is een
concentratiekamp wat je kunt bezoeken. Allemaal grijze gebouwen, het hek staat
er nog omheen, erg deprimerend allemaal. We vervolgen onze route naar 1000 m,
Champ de Messin. Het is even na 12 uur maar de abri die hier staat is uit 1918
en de wind staat er vol op. Om 13.45 uur vinden we een geschikte plaats om te
lunchen, een mooie schuilhut van de Vogezenclub. Er zitten nog 2 franse mannen
te eten die een dagrugzak bij zich hebben. ze eten een waar feestmaal met
wijn, bier en kaas. Het is de hele dag al behoorlijk bewolkt. Hoe hoger we komen,
hoe kouder het wordt, soms lopen we door de wolken. Het is rond de 10 graden. We
gebruiken de poncho tegen de kou. Met klimmen is het snel te warm en als het
vlak is wordt het weer koud. De poncho kunnen we gemakkelijk op en af doen. We
koken water voor soep en thee. Verder eten we stokbrood met kaas en paté. Om
14.30 uur vertrekken we naar Col du Champ de Feu, ons hoogste punt van vandaag,
1075 m. In 1.45 uur dalen we af naar 600 m, de camping van Hohwald. Onderweg
begint de zon het steeds meer te winnen van de wolken. Op de camping schijnt de
zon volop. Alles kan nu goed drogen. We doen wat inkopen in het dorp voor
vanavond. We spreken nog een Nederlands stel die hier met hun caravan staan
vandaag. Het is een mooie avond. Om 19.30 verdwijnt de zon achter de bomen. De
volgende dag nemen we een rustdag. We slapen uit, verkennen de omgeving,
winkelen wat in het dorpje, bakken uitgebreid pannenkoeken en liggen wat in de
zon.
Dag 43
Vrijdag 31
mei 2002
Hohwald – Barr 5.15 uur
We pakken de tent al weer vroeg in en verlaten het camping terrein. We klimmen
het dorp uit en lopen door het bos. Het is mooi weer. De zon schijnt lekker
tussen de bomen door op onze petten. We lopen veelal op afstand, parallel aan
een asfaltweg. Soms in hoogte er onder, dan weer erboven. We klimmen met mooie
bos- en veldpaden naar 800 m. en komen zo in Forêt de Barr zoals het bos hier
heet. Rond het middaguur zijn we bij een fort uit de zevende eeuw. Deze staat
op een rots. Mount Sainte Odile (764 m.) Vanaf hier is er een fantastisch
uitzicht over het gebied. Het is er druk. Er staan veel auto’s en
bussen. We lunchen hier boven op een rots. Een stuk van de route loopt over het
zelfde pad heen en weer. Dit om bij het fort te kunnen komen. Verder zien we
regelmatig een schuilhutje van de Vogezenclub en panorama’s op een tafel bij
een uitzicht. In de verte zien we Barr al liggen. Het eindpunt van deze tocht.
In de Vogezen gaat het geleidelijk aan omhoog. Tussendoor zijn hier ook vlakke
stukken land zichtbaar. We lunchen nog in een bos met verschillende picknickbankjes bij elkaar,
en lopen naar Barr.

Als we het bos uitlopen hebben we een mooi uitzicht over dit stadje. We zoeken het station op. Dit staat met bordjes (gare) aan gegeven. We hebben voordat de trein vertrekt nog net even de tijd om ons bij een verscholen fonteintje te wassen en om te kleden. Als we in de trein zitten en van de conducteur een kaartje willen kopen, weet hij niet dat er in Champigneulles ook een stationnetje is. Het staat nergens in zijn boeken. We overtuigen hem ervan dat er toch echt één is. We hebben het zelf gezien, en ook de landkaart geeft aan dat er een station is. Hij kan zo de prijs van het kaartje niet berekenen. Met een telefoontje met zijn mobieltje komen we er dan toch uit. We reizen via Strassbourg naar Nancy. Hier moeten we even wachten voor de trein naar Champigneulles. We zien, als we wat eten, Senegalezen dansen in de straten. Ze hebben op het 'wereldkampioenschap voetbal in Japan/Korea gewonnen van Frankrijk. Ze hebben groot feest, terwijl de Fransozen er een beetje beteuterd naar staan te kijken. Uit eindelijk komen we weer bij onze auto in Champigneulles en rijden naar Nederland.
![]()
Homepage LAW 5-1 Deltapad
Gr 5 Maastricht
Gr
5 Vielsalm Gr
5 Echternach Gr 5 Grundhof-Amance Gr
5 Barr Gr 5 Villers le lac Gr 5 Nyon Gr 5 Les Houches
Gr 5 Modane Gr 5 Auron
Gr 5 en 55
Vanoise GR5 Nice Gr 54 Alpe d'Huez Kungsleden
Siljansleden
![]()
GR 5
Villers le lacOns startpunt is Barr en Villers le lac ons eindpunt
|
Aangegeven aantal uur |
Eindpunt |
| Dag 44 | 8 uur | Sherwiller |
Dag 45 |
6 uur | Ribeauvillé |
Dag 46 |
6 uur | Col
des Bagenelles |
| Dag 47 | 6.20 uur | Col de la Schlucht |
Dag 48 |
6.15 uur | Abri bij Col du Haag |
Dag 49 |
6.20 uur | Thann |
Dag 50 |
8.05 uur | Ferme
du Ballon d’Alsace |
| Dag 51 | 5.10 uur | Evette Salbert |
Dag 52 |
7.40 uur | Fesches le Châtel |
Dag 53 |
6.15 uur | Villars lès Blamont |
|
Dag 54 |
7.30 uur | Fessevillers |
|
Dag 55 |
7.15 uur | La
Rasse |
|
Dag 56 |
7.05 uur | Villers le lac |
Zwaarte van de route
Er zijn in de Vogezen meer hoogteverschillen. Alles gebeurt redelijk geleidelijk.
Een leuk terrein voor een beginnende bergwandelaar.
Overnachting
Er zijn veel meer overnachtingsmogelijkheden dan in het routeboekje staan. Hier
en daar zijn onbemande hutten. In verband met het slechte weer hebben we
regelmatig gebruik gemaakt van een gîte of refuge. Wildkamperen is goed
mogelijk. Er is wel een natuurgebied waar het niet mag en eigenlijk ook niet
kan.
Openbaar vervoer
Er is hier regelmatig openbaar vervoer. Soms is het wat verder lopen om bij een
bus of trein te komen.
Barr - Villers le Lac (Door de Vogezen met een begin van de Jura)
Dag 44
22
juli 2002 maandag
Barr – Sherwiller 8 uur
Om zeven uur gaat de wekker. Na de opruimwerkzaamheden en een ontbijt vertrekken
we om acht uur. We lopen van de camping Saint Martin (Let op! Er staat geen
camping aangegeven in het routeboekje) in Barr, naar de GR5 route. We zijn
gisteren met de auto aangekomen. Het is maar een paar honderd meter. Onze auto
staat bij het station in Barr, zodat we op de terugweg meteen vanuit de trein in
de auto kunnen stappen. Het is mooi weer, de zon schijnt en het is net boven de
20 °C. Tussen de wijnvelden, over een asfaltweggetje, verlaten we het bebouwde
gedeelte van Barr (200 meter). Via Mittelbergheim lopen we in een uurtje naar
Andlau (225 meter). Hier pauzeren we, midden in het wijndorp, bij een
waterpartij. De huizen verraden dat het een rijke omgeving is. Grote huizen,
vaak met een versiering verwijzend naar de wijn. We klimmen na Andlau via de
wijnvelden een bos in .
Eerst een lang wat saai steenslagpad. Het stijgt langzaam maar wel constant.
Het is recht en veel te overzichtelijk. Zo zien we regelmatig waar we over
bijvoorbeeld 15 minuten lopen. Aan het einde van het pad staat refuge Gruckert
(580 meter). We gebruiken een trap naar een grasveld, vlak bij de refuge, als
zitplaats om koffie te drinken. De eigenaar van de refuge komt regelmatig even
kijken op zijn balkon, of we niet bij hem willen logeren. Na de pauze, kronkelt
het steenslagpad wat meer en gaat over in zand met boomstronken. Vooral het
laatste stuk gaat steiler naar 901 meter (Ungersberg). Op de top luncht een gezin. Er staat een toren. Met een trap hebben we uitzicht op de
omgeving. We dalen weer af. Er staan hier en daar bankjes. Op een picknickbankje
lunchen we. Het is eigenlijk wel warm weer. Nadien dalen we naar 350 meter om
weer te stijgen. Bij Ruïne du Bernstein (540 meter) is ons drinkwater op. We
hebben wat verdeelt over de middag. We hebben eigenlijk wel dorst. We zijn de
laatste uren niet veel water, of mogelijkheden tot aanvullen van onze
watervoorraad tegengekomen. Even later staat toevallig een source (bron)
aangegeven. 750 meter van de ruïne. Het is 300 meter van de route. Nu kunnen we
water naar behoefte drinken en inslaan. We willen naar een riviertje lopen om
wild te kamperen. We nemen dus geen water mee om voor een overnachting. Jammer,
zo blijkt achteraf. Onderweg zien we heel mooie kampeerplekjes zelfs met
bankjes. We maken hier koffie. Het is vier uur ’s middags. We lopen langs
ruïne de l’Ortenbourg (450 meter).
We dalen sterk af naar 200 meter. Onderweg zien we de eerste mountainbikers. We
lopen ze voorbij. Wij gaan sneller naar beneden dan de fietsers. Boomstronken
maken het pad zo glad dat de fietsbanden weinig grip hebben. We komen bij het
riviertje, maar er zijn geen kampeermogelijkheden. We lopen door. Bij de afslag
naar Scherwiller staat een camping aangegeven, het zou nog 800 meter lopen zijn.
Het blijkt ongeveer de dubbele afstand te zijn. We winkelen in het dorpje en
gaan naar de camping, die aan de rand van het dorp en tussen wijnvelden ligt. Er
zijn een aantal Nederlanders. Het weer is lekker, 20 °C en wat zon. We krijgen
een paar luxe stoelen van onze Hollandse buren uit Venlo. De wind die er even
was gaat later op de avond weer liggen. Met een fles Elzas wijn komen we de
avond wel door.
Scherwiller (Cahtenois) – Ribeauvillé
Om 8.45 uur zijn we bij het kruispunt richting Chatenois. We moeten nog wat
boodschappen doen. Brood, batterijen voor fototoestel, die zijn onverwacht leeg.
We kopen ze in het dorpje. Een batterij voor de horloge/hoogtemeter, die
aangeeft dat de batterij vervangen moet worden, hebben ze niet. De plaatselijke
radio-tv man is toevallig 3 weken met vakantie. We tanken een klein beetje
benzine. De vrouw vindt het erg grappig dat we benzine tanken in onze
brandstoffles, we hoeven niet te betalen. We lopen het dorp via de wijngaarden
uit en verdwijnen in de bossen. Het gaat maar langzaam omhoog. Jeannette kan dit
loopwerk goed. Vincent houdt meer van de echt steile stukken, dat klimt
gemakkelijker en binnen een korte tijd win je meer hoogte. Na een uur lopen
komen we aan in Wick, in het boekje staat er 1,5 uur voor. We pauzeren bij een
dierenpark, de Apenberg genaamd. Er lopen verschillende gezinnen de dierentuin
binnen. Na de koffie, die we telkens zelf maken met onze benzinebrander, klimmen
we gestaag door naar 730 meter. We passeren drie Duitse wandelaars die we
gisteren ook al gezien hebben. Zij lopen met een dagrugzakje van hotel naar
hotel. Na een pittige klim van 350 meter zijn we bij het kasteel Haut
Koeningsbourg (733 meter). Het is er best druk met dagjesmensen. De drie Duitse
wandelaars komen bij ons aan het tafeltje zitten. Zo wisselen we wat informatie
uit. Ze hebben een 3-daagse wandeltocht. Een organisatie vervoert de rest van
hun bagage.
We dalen via het bos af naar Thannenkirch (480 meter). Daar lunchen we bij een
Heilige Maria eik. We klimmen en dalen, via een paar oude chateau’s naar
Ribeauville (265 meter). Het is een pittoresk dorpje en daardoor erg
toeristisch. Bij de VVV vragen we naar een camping. Er zijn er twee. De ene vlak
bij de route, de ander 3 km verderop, de keus is dus niet moeilijk. We doen
inkopen en kunnen hier (gelukkig) wel een batterij kopen voor het
hoogtemeter-horloge. Op de camping zetten we onze tent op. Het is 16.30 uur, om
17.00 uur gaat de receptie pas open. We zijn door het klimmen behoorlijk moe. Na
een douche en een goede maaltijd herstellen we snel. Het is een camping met 1
ster en is alleen van 1 juli tot 31 augustus open. Er zijn alleen wat sanitaire
voorzieningen. De camping staat halfvol en ligt tussen twee heuvels met
loofbossen, daardoor is de zon snel onder. Toch blijft het nog een aangename
avond. De buren, een Nederlands gezin, bekvechten wat tegen elkaar. Een kleuter
van een ander gezin poetst voor haar moeder de campingtafel met veel ijver af.
Ze maakt er een sport van door de strepen van het beetje achtergebleven water op
de tafel allemaal in dezelfde richting te laten lopen.
We klimmen met regenponcho. Deze gebruiken we meer tegen de kou dan tegen het
beetje regen. We lopen op een breed pad door de wolken. Hele kleine
druppels/miezer daalt op ons neer. Om 1 uur ’s middags komen we bij een
schuilhut (1128 meter) van de Vogezenclub. Deze wordt al gebruikt door een
houthakker met gezin en knecht. Er is ook nog voldoende ruimte voor ons. De
houthakkersvrouw is de lunch komen brengen met de kinderen. We maken
drinkbouillon en gebruiken brood wat we gisteren gekocht hebben. De kinderen
zijn behoorlijk stil. Ze durven door onze aanwezigheid niet hardop te praten.
Ze kijken ongeloofwaardig hoe Vincent de benzinebrander aansteekt. In de bossen
staat regelmatig aangegeven dat je geen vuur mag maken. Vuur is natuurlijk
gevaarlijk in een bos, maar voor het voorverwarmen van de brander noodzakelijk
en beheersbaar. We nemen een lange pauze van een uur omdat we denken dat we nog
maar een uur en een kwartier hoeven te wandelen, voordat we vandaag zullen
stoppen. We klimmen eerst naar 1228 meter Grand Brézouard. Hier moeten we
eigenlijk een prachtig uitzicht hebben over het massief van de Vogezen en de
vallei van de Moezel. Maar helaas, ook hier belemmeren de wolken het uitzicht.
We lopen eerst wel een paar schuilhutjes voorbij. Door het afdalen komen we
onder de wolken uit en zien hier en daar huizen en de zon. We dalen een
kwartiertje af naar de refuge des Amis de la Nature (1077 meter). Een groot
gebouw, staand op de helling van de berg, met een mooi uitzicht over de vallei.
Deze blijkt echter gesloten. We lopen verder. We dalen driekwartier door de
bossen af naar 903 meter.
Hier is de refuge bij col du Bagenelles wel open. Van buiten lijkt het nieuwer
dan van binnen. Daar is veel bruin hout gebruikt, wat een warme uitstraling
geeft. We zijn de enige die hier te voet zijn. Er is nog een stel met een auto.
We douchen ons met heerlijk warm water en wassen kleding. We hebben een
gezamenlijke keuken en een twee persoonszolderkamer tot onze beschikking. Kosten
€ 8,-- p.p. De kachel wordt gestookt, het is er heerlijk warm. Prachtig houten
trappenhuis. Leuk zitten beneden in de eetkamer. We informeren ’s avonds bij
de beheerder of de volgende refuge die we op het oog hebben open is. Dat zou
iets meer dan 6 uur lopen zijn. We bespreken meteen voor morgenavond. Als we net
op bed liggen horen we het buiten hard regenen.
Dag 47
Donderdag 25 juli 2002
Col de Bagnelles – Col de la Schlucht
We ontbijten onder in de zaal en verlaten om acht uur de refuge. We
zoeken de route op en dalen af naar le Bonhomme (690 meter). Daar kopen we een
brood en lopen door naar l’Étang du Devin (950 meter). We klimmen eerst door
naar 1220 meter, Tête de Faux. Hier zijn de sporen nog te vinden van de eerste
wereldoorlog. Tunnels, bunkers en schietplaatsen. We dalen af naar een kerkhof
van diezelfde oorlog. Hier maken we koffie, maar zijn al snel weer weg. Er zijn
kleine vliegjes die steken, net zoiets als de mitches in Schotland. We blijven
op hoogte, rond de 1100 meter. Op Gazon du Faing (1302 meter) lunchen we bij een
rots. Het is al de hele dag bewolkt. Echt dreigend ziet het er niet uit.
Wanneer we net zitten vallen de eerste druppels. Halverwege begint het flink te
plenzen. De lucht wordt helemaal zwart. We gaan met alles onder de poncho zitten
en wachten tot de bui over is. We houden niet alles droog. Het ziet eruit alsof
het nooit ophoudt met regenen, zo donker. Na een kwartiertje wordt het droog. We
eten snel ons brood en lopen verder over het “Gazon”. Een vlakte zonder veel
bomen, maar met bloeiende heide. Rond 15.00 uur nemen we een pauze. We gaan
midden op het pad op de grond zitten. We plukken bosbessen die net naast het pad
staan.
Ze zijn goed rijp en er hangen er veel. Wild kamperen is in deze regio niet gemakkelijk. We lopen naar Col de la Schlucht op 1139 meter om vervolgens naar de
besproken refuge Trois Fours te gaan. Dit is 5 minuten lopen vanaf de route. De
deur is nog dicht, we bellen aan. Dan kunnen we wel naar binnen maar moeten na
het uitpakken nog tot 17.00 uur wachten voordat we mogen douchen. later
gebruiken we in de kantine wat en bekijken de route voor morgen. We kunnen een
hoge of een lage variant nemen. We hebben niet voldoende brood voor de hoge, bij
de lage variant is er een mogelijkheid voor bevoorrading. We vragen aan de
waardin of we hier brood kunnen kopen. Dit blijkt mogelijk. Zo hoeven we morgen
niet 850 meter af te dalen en te klimmen voor wat brood. Ze hebben hier bij elke
refuge een keuken en een eetgelegenheid waar je zelf je potje kunt koken. Alleen
de ingrediënten breng je zelf mee. Een complete keuken met fornuis, pannen,
borden en bestek is aanwezig. We eten macaroni met saus en kipburgers uit een
foliepak. ’s Avonds drinken we een karafje wijn in de kantine. We spelen een
spel, Kolonisten,
een kaart variant voor 2 personen. Er zijn nog een 7-tal gasten meer. Om
22.00 uur wordt ons verzocht om in de bezoekerskeuken te gaan zitten. We wilden
toch net gaan slapen. De kleding en andere spullen zijn door de wind, met de
ramen open, goed droog geworden. Om 22.30 uur zijn we klaar met praten en gaan
we slapen.
Dag 48
Vrijdag 26 juli 2002
Refuge 3 Fours – abri bij Col du Haag
Om 7.00 uur gaat de wekker. We eten in de bezoekerskeuken en kopen 2 broden. We
beklimmen le Hohneck (1362 meter). Het druppelt wat en het is koud, 9 °C lezen
we op de thermometer. Op de top bij het hotel restaurant komen veel paden samen.
We kiezen het hoge pad naar Col du Herrenberg. We blijven goed op hoogte, moeten
soms wel 50 of 100 meter klimmen, maar daar blijft het dan wel bij. Op veel
plaatsen staan grote struiken van beukenbomen. Verder is er alleen wat gras en
heide. Net voordat we weer samenkomen met de lage route staat er een abri van de
Vogezenclub. Het zou een prima overnachtingsplek zijn. In de buurt bij een
Auberge zouden we water kunnen halen. In het midden van het gebouwtje is een
open haard. We drinken er koffie en vervolgen ons pad om bij een gesloten refuge
Hahnenbrunnen (1190 m) te komen. Op een picknickbankje lunchen we. Onderweg zien
we hier regelmatig groepjes mensen die bosbessen aan het plukken zijn, emmers
vol. Er staan er ook veel. Een uur verder ligt Markstein op 1200 meter op de
route, een echte wintersportplaats. We zien ook de hele dag al skiliften de
heuvels ontsieren. Dan lopen we weer door een bos naar een Abri du randonneur.
Het staat aangegeven op het pad. De abri ligt maar 50 meter vanaf het pad, maar
is niet te zien. Het is bijna 4 uur.
Een overnachting zou er goed mogelijk zijn. We hebben alleen geen water. Dit
gaan we dan maar halen bij de wat verder gelegen gîte waar we eigenlijk wilden
overnachten. We laten de rugzakken achter en gaan, zo blijkt, 20 minuten
verderop 5,5 liter water halen. Als we op de terugweg zijn nemen we ook gekloofd
hout mee wat naast het pad ligt. Na een wasbeurt met ieder een ½ liter water
zagen we het hout. Er is een zaag, een bijl en een bezem aanwezig. Binnen is
een open haard, bankjes en een grote tafel. De hut is nog dicht te maken met
plastic wat voor het deurgat hangt. Na een poosje proberen we het vuur aan te
maken. Het hout is nog nat en de stukken zijn (te) groot. Tot drie keer toe lukt het
niet. Het zal toch niet gebeuren dat we hier geen vuurtje kunnen maken. Ineens
bedenken we dat we ook nog benzine voor ons kooktoestel bij hebben. We maken
nog wat kleine houtjes en gebruiken wat benzine om deze te besprenkelen. Nu
hebben we meteen een flinke vlam en het vuur brandt de hele avond. We eten Spaghetteria en biefburger uit een foliepak. We hebben hout genoeg en vermaken
ons met een spelletje Kolonisten. De Jägermeister komt op een dergelijke avond
ook goed van pas. Er staan nog een paar kaarsjes die we aansteken. In het bos is
het verder donker. In het dal zien we lichtjes van de huizen. Het lijkt of er
een eind komt aan de bewolking. Als we in onze slaapzakken liggen horen we
alleen nog het geknetter van het haardvuur.

Dag 49
Zaterdag 27 juli 2002
Abri Col du Haag – Thann
We slapen prima in het houten hutje. De deur van dubbele plastic folie werkt
goed. We horen het buiten waaien als we opstaan. De abri ligt echter zo goed
beschut door de omringende bomen dat het plastic niet eens op en neer waait. De
zon schijnt. Om 7.20 uur verlaten we onze mooie overnachtingsplaats. We tanken al
vrij snel water van een slang die op een koeienbak uitkomt en lopen naar de
refuge. Hier beginnen we aan de klim naar 1424 meter van de Grand Ballon. We
zien van verre dat er een grote koepel op de berg staat. We denken aan een
skilift, maar het blijkt een radarinstallatie te zijn. We klimmen in de schaduw
van de berg. De zon is vandaag behoorlijk sterk. Op de top van de Grand Ballon
zien we in de verte de toppen van de ontzagwekkende Alpen te liggen. We raken
bij de afdaling de markering kwijt, maar kunnen op het routekaartje, mede door
de skiliften, de route goed terug vinden. Langs een paar boerderijen, via het
bos, dalen we af naar Col Amic 825 meter. Om via leuke paadjes, door bos en over
weilanden, weer te stijgen. Eerst naar 928 meter. We zien de top echter niet. Er
zijn vele bomen met markering omgewaaid (storm 1999). Zo raken we de route weer
kwijt en komen via een duister, smal en krap pad toch weer op de route richting
col du Silberloch. Het pad er naar toe is op een boshelling van de
col maar
staat vol met frambozen die op het moment rijp zijn. We maken dus regelmatig een
stop om een handvol met frambozen te plukken en ze al lopend op te eten. Wel
lekker en fris. Ook hier beschermen de bomen ons weer tegen de felle en warme
zon. Zo duurt het wel drie kwartier voordat we bij col du Silberloch zijn. Hier
is een begraafplaats voor overleden soldaten van de oorlog van 1914-1918. Er is
ook een asfalt weg, waar veel motorrijders gebruik van maken. Na een koffiepauze
en een ijsje bij het aanwezige café stijgen we verder naar refuge du Mokenrain
(1094 meter). Om vervolgens af te dalen naar Thann (343 meter). Hier informeren
we bij de VVV naar kampeermogelijkheden. Er is geen camping.
We kunnen op het lokale voetbalstadion gratis onze tent opzetten. We willen een
rustdag in lassen, dus informeren we ook naar campings die met de trein goed te
bereiken zijn. In het aangrenzende stadje Cernay vinden we een gezinscamping,
500 meter van het treinstation. De streek is bekend door het verblijf van vele
ooievaars. Er zijn nesten en verblijven voor deze vogels gemaakt, waardoor ze
deze streek aandoen. Zondag 28 juli hebben we dus een rustdag. We bezoeken Thann
en lunchen er.
Dag 50
Maandag
29 juli 2002
Thann – Ferme du Ballon d’Alsace
We kopen onderweg van de camping naar het station wat stokbroden. Met de trein
zijn we om half acht weer in Thann. Als we net op de route zijn gaan we
ontbijten. Het zonnetje schijnt zacht. Het is een mooie ochtend. Thann ontwaakt.
Het verkeer komt op gang. We laten Thann (343 meter) achter ons en klimmen via
een bospad naar 474 meter. Het gaat gestaag omhoog. Bij het bestuderen van de
route hebben we gezien dat dit voorlopig weer een laatste grote klim is van de
Gr 5. Col du Hundsruecken (748m.). We missen de goede route en wandelen per abuis
de variant. Hierdoor klimmen we naar 1182 meter. Als we op de eigenlijke route
terug komen nemen we een koffiepauze (11.20u). Dan passeren ons een viertal
wandelende Nederlanders. Even later, bij Col du Rossberg (1100m.) lopen we hen
weer voorbij. We raken aan de praat. Ze hebben een dagrugzak bij zich. Ze vertellen
dat ze de Gr 5 van Hoek van Holland tot Metz gewandeld hebben met dagtrips. Ze
lopen nu een dagrondje. Even voorbij Col du Rossberg lopen ze weer terug naar
hun auto. Even later nemen we bij een ferme auberge Belacher (979 m.) alweer onze
middagpauze (12.00u). We willen komende nacht weer in een abri overnachten. Bij
de boerderij is onze laatste kans om water bij te tanken. Althans zo denken we
en zien we in ons boekje. We nemen vijf en een halve liter water mee. Dit maakt
de rugzak wel erg zwaar, maar goed. We willen graag in de abri overnachten, dus
dan zullen we er iets voor over moeten hebben. Het is warm. Soms lopen we in de
zon. Vaak is er schaduw van de begroeiing. We passeren een glooiend landschap en
lopen zo tussen de 1000 en 1250 meter. Onderweg zien we nog een waterbron. We
maken er gretig gebruik van om extra water te drinken. Na col des Charbonniers
moeten we na ongeveer 30 minuten een pad naar de abri nemen. We missen op één of
andere manier het pad en zien te laat dat we (veel) te ver zijn gelopen.
Voor niets dus zoveel water meegenomen. Er komt meer bewolking opzetten.
Stapelwolken. Wel een fraai gezicht maar er gaat ook dreiging vanuit. We zien
nog wel een paar kampeerplekjes maar nu willen we door naar Ballon d’Alsace
1247m. Het klimmen gaat na een dergelijke zware dag toch wel moeilijker. Boven
op de Ballon zou een refuge moeten zijn. We klimmen dus verder. Om zes uur zijn
we uitgeput bij de Ballon. Maar er is geen refuge te vinden. We lopen naar Ferme
du Ballon d’Alsace (1170m.). Onderweg van de top naar de boerderij (Ferme)
begint het hard te waaien en te regen. We zijn daar net binnen, als het buiten
stortregent. We vragen naar de refuge. Deze blijkt 40 minuten lopen verder te
zijn. We nemen hier een kamer voor € 45,00. Doodmoe nemen we een bad en maken
beneden ons eten. Niet veel later vallen we op ons bed in slaap.
Dag 51
Dinsdag 30 juli 2002
Ferme Ballon d’Alsace – Evette Salbert (397 m)
Om 7.00 uur loopt de wekker al weer af. We zijn nog moe van de grote inspanning
van gisteren. Als de spullen ingepakt zijn vertrekken we, om even verder op een
picknickbankje te ontbijten. Het slechte weer is overgedreven, de zon schijnt
volop. Onze benen zijn nog moe van gisteren en daardoor vinden we het klimmen
vandaag niet leuk. Gelukkig dalen we veel af. Eerst via een bos naar La Genriane
(1055 meter). Later via een open vlakte met voornamelijk gras naar ferme du
Wissgrut (1080 meter). Hier verandert de markering van een rood balkje weer in
een rood/wit balkje. We hebben dit niet goed in de gaten en lopen zo nog een
gedeelte verkeerd. We komen toch weer vrij gemakkelijk op het GR-pad terug bij
abri Col du Chantoiseau. We weten eigenlijk niet waar we willen stoppen. Het
lopen blijft moeizaam gaan, maar het gaat wel steeds beter naarmate de dag
vordert. Om 11.35 uur zijn we in Giromagny (470 meter). Hier doen we inkopen
voor vanavond. We hebben al besloten om door te lopen naar de volgende camping,
2.20 uur lopen verderop in Evette Salbert. We zijn hersteld van gisteren en het
lopen gaat weer goed. Op alweer een picknickbankje bij een sportveld gebruiken
we onze lunch en lopen door een vlak gebied met vele plassen en meren.
Het
is erg warm, 32 oC. Er blijkt een groot watersportmeer te zijn waar we veel
mensen zien zwemmen, dat willen we zelf ook zo snel mogelijk met deze hitte. We
zien nog geen camping. Na wat navraag blijkt er geen camping te zijn, maar een
stukje verderop aan het meer is een Club Nautique, waar we kunnen overnachten op
een grasveld aan het meer. Nadat we onze tent hebben opgezet lopen we terug naar
het zwemgedeelte van het meer en nemen een duik in het verfrissende water. Het
is er behoorlijk druk, toch kunnen wij er nog gemakkelijk bij. We hebben zelfs
nog keus of we in of uit de zon willen liggen. Mensen lopen af en aan. Er zijn
ook verschillende spelen te doen, zoals schaken, dammen, fietsen, badminton enz.
Het is er wel gezellig, geen harde radio’s aan, geen jongeren die de zaak
willen beheersen en weinig toeristen. We blijven tot na vijven en gaan dan weer
terug naar onze tent. Er is nu ook een jongerengroep christelijke Duitsers
gearriveerd. Later op de avond is het meer verlaten. De jongerengroep heeft dan
nog een tafelgesprek over het geloof. We zitten nog een tijdje op een ponton bij
het water en lopen nog wat over de oever van het meer.
Dag 52
Woensdag
31 juli 2002
Evette Salbert – Fesches le Châtel (330 meter)
Om 7.40 uur verlaten we de ‘camping’ en lopen naar Salbert. We komen hier
geen winkel tegen, maar de volgende 3 of 4 dorpen hebben we waarschijnlijk wel
een gelegenheid om te winkelen. We klimmen steil naar een fort op 625 meter om
vervolgens naar Chalonvillers af te dalen. Hier is wel een klein winkeltje met
brood, maar er zal vanmorgen nog wel een winkel komen.
Zo
denken we. We lopen dus door naar Echenans. We hebben brood nodig. We hebben
nog wel wat, maar het is eigenlijk te weinig voor de lunch. Op straat loopt een
vrouw met brood in haar handen. Een goed teken, er zal een bakker in de buurt
zijn, zo is dat meestal. We vragen waar de bakker is. Er blijkt geen bakker te
zijn in het dorp. Dus maar weer door naar Brévillers (357 meter). Soms door
bos, dan weer over het veld. Het weer is een stuk minder. Het is bewolkt, maar
gelukkig regent het niet. In Echenans vragen we aan een vrouw waar de bakker is
en ze wijst ons de weg. Daar aangekomen blijkt de bakker 2 maanden geleden
voorgoed te zijn gesloten. We eten het restje oud geworden brood maar op.
Ondertussen begint het even wat te regenen. In een oude wasplaats kunnen we
droog zitten. Nu we de Vogezen achter ons hebben gelaten, is het redelijk vlak.
We lopen naar Châenois les Forges (340 meter). Gelukkig, hier kunnen we wel
winkelen. Nu op zoek naar een tentplaatsje. Er zijn geen campings, hotels of
gîtes in de buurt. Navraag bij het gemeentehuis levert ook geen plaatsje op. Bij
Nommay 25 minuten verder, begint een waterrijk gebied. Misschien is daar ….
Nee, het is in dit gebied verboden om er ’s nachts te zijn. Het is ook heel
open en er komen vele fietsers en wandelaars lang. Geen mogelijkheid om op een
verborgen plekje te kamperen. Dan weer verder langs een kanaal. Het is dan al
18.00 uur. Hier vinden we een hutje van de hondenclub. Met een overdekt terras.
We hopen dat er vanavond geen les is. We installeren onze spullen en wassen ons.
Als we net met een pilsje (meegenomen van de supermarkt) de route voor morgen
willen bekijken, komt er een auto aanrijden. De man stapt uit neemt daarbij
meteen zijn gevaarlijk grommende herdershond mee en komt boos op ons af. Hij
sommeert ons te vertrekken. We pakken de spullen in en gaan verder, de nog
briesende man en hond achterlatend.
W
e vragen, een kilometer verder, bij een sluiswachterhuis of op zijn gazon onze
tent mogen zetten. Dit is meteen goed. De familie moet wel weg, maar we krijgen
gewoon de sleutel van de poort die we morgenvroeg dan maar onder een steen
moeten leggen. Ze komen morgenmiddag pas weer terug. Ze nemen afscheid en rijden
met de jeep weg. In een open garage mogen we zitten aan een geïmproviseerde
tafel en een paar tuinstoelen. Dit biedt ons de nodige bescherming tegen de wind
en regen die er is. We zitten in de garage tot we naar onze slaapzak inkruipen.
We laten onze spullen in de garage.
Dag 53
Donderdag 1 augustus 2002
Feschs- les Châtel (330 meter) Villars lès Blamont (600m.)
In de garage pakken we alles in en ontbijten daar. Dan trekken we de poort
achter ons dicht en leggen de sleutel onder een steen, zoals afgesproken. In 15
minuten lopen we naar het stadje Fesches Le Châtel (330 meter). De winkel
blijkt helemaal aan de andere kant van de stad. We willen inkopen doen voor de
volgende 4 dagen. Er zijn voorlopig geen grote winkels meer, zo laat het zich
aanzien. Het duurt 5 kwartier voordat we weer terug zijn met spaghetteria,
tonijn, soep en brood. De route is vrij vlak. We komen in Dasle, waar we koffie
en een luxe chocoladebroodje van de plaatselijke bakker eten op een muurtje. Zoals zo vaak bij het standbeeld met de namen van gevallenen tijdens de
eerste
wereldoorlog. We passeren Vandoncourt (424 m) en stijgen via een fraai bospad
waar we als het ware in een dal tussen de heuvels omhoog lopen. Er is een kennel
met honden die zeer veel lawaai maken. Blij dat ze niet los lopen. We hebben
even moeite om het goede pad op te gaan in plaats van de variant te nemen. Om
13.00 uur zijn we in Abbévillers (560 m) waar we eerst een bankje voorbij lopen
en even later op de trap van een schoolgebouw onze lunch eten. Als we weer
willen vertrekken begint het te regenen. Eerst zachtjes, later staat het te
gieten. We lopen door. Na een paar uur schuilen en rusten we even onder een
overdekt terras van een restaurant in het bos. Als het niet regent, is het een
mooie plek. We klimmen op de inmiddels, door de regen glad geworden bospaden,
naar boven. Op zich is het niet zo koud en de regenkleding (poncho en gamaschen)
geven voldoende bescherming.
Op 566 meter lopen we 4 km langs de Frans-Zwitserse grens en klimmen nog verder
naar 680 meter. Het blijft maar regenen. Het ziet er door de effen grijze lucht
nog niet uit dat het zal ophouden. Uiteindelijk komen we om 16.30 uur in Villars
lès Blamont. We maken koffie in de bushalte voor de schoolbus en gaan dan op
zoek naar een onderkomen. Een gîte of een plaatsje voor de tent. Het is
ondertussen opgehouden met regenen. We vragen aan een man op straat naar een gîte. Die blijkt er geen te zijn. Hij wijst ons een plekje voor de tent, een
eind buiten het dorpje, met een picknickplaats. Het ligt aan de route, we zijn
er eerst voorbij gelopen omdat het toen nog regende. Gaandeweg de avond wordt het
weer steeds beter. De grijze wolken drijven langzaam weg en maken plaats voor de
zon. We kijken uit over een vallei waarin we twee dorpen zien liggen. De natte
kleding kan op een draad om te drogen. De buurman 150 meter verderop, waar we
water hebben gehaald komt nog kijken en brengt een fles sterke drank mee.
Dag 54
Vrijdag 2 augustus2002
Villars lès Blamont – Fessevillers (861 meter)
We tanken water midden in het dorp bij een fontein. De zon schijnt weer, al is
het nog koud om 08.00 uur, 10 oC. In dit gebied, de Jura, lopen we nog
regelmatig in een bos, maar ook vaak over een weide of een asfaltweg. We lopen
vandaag veel sneller dan in het boekje staat aangegeven. We klimmen eerst een
300 meter om af te dalen naar Saint Hippolyte (405 m) en Soulce Cernay (390
meter). Nog voor de lunch stijgen we naar 800 meter.
We lopen langs rivier de Doubs, deze heeft ook Gorges: steile rotswanden. Het
ziet er indrukwekkend uit. Om een weide in te gaan of te verlaten moeten we
telkens een hekwerkje, paaltje met prikkeldraad, open en dicht maken. In Courte
Fontaine (770 m) eten we midden in het dorp in een oud badhuis. In Nederland
staan winkels en auto’s midden in het dorp, hier vaak een badhuis en een
gedenksteen. We klimmen nog naar 900 meter en dalen naar 816 meter, Fessevillers,
waar we om 15.15 uur aankomen. Hier is een gîte d’etappe. We kunnen zo binnen
lopen. Er is geen beheerder aanwezig. Na een paar dagen zonder is het weer
heerlijk douchen. We wassen meteen wat kleding. Alles droogt buiten in de zon,
al zijn er ondertussen wat wolken bij gekomen. We zetten koffie en lopen naar
het café-restaurant in het dorp. We hebben wel weer eens zin in een bord friet.
Het restaurant is nog gesloten. We lopen terug en maken in de gîte een bord
macaroni om onze honger te stillen. Er is ook een dagboek waarin veel wandelaars
hun verhaal schrijven, leuk om te lezen. Er komen hier veel Nederlanders, zo aan
de verhalen te zien. We hebben de gîte voor ons alleen, de achterzijde van een
boerderij. De boerin komt afrekenen € 6,-- p.p. We eten in het restaurant. Het
is een soort huiskamer met 5 tafeltjes. Het enige wat we kunnen krijgen is plat
du jour. Dat blijkt meer dan voldoende te zijn en erg lekker. Wel eens lekker om
weer flink bij te eten. Zo merk je toch dat wandelen veel energie kost. Bij
terugkomst in de gîte is er nog een Fransman waarmee we de “tent” moeten
delen. Geen probleem, er is plaats voor 20 personen.
Dag 55
Zaterdag 3 augustus 2002.
Fessevillers – La Rasse (610 meter) 7.15 uur
Om acht uur klimmen we naar 980 meter. De route is anders gemarkeerd dan in het
boekje staat aangegeven en gaat tot Gourmois veel over asfaltweggetjes. Het
laatste stuk afdalen gaat wel over een bospad. Hier kopen we brood, broodbeleg
en fruit. In deze regio is er bij de route niet veel bevoorrading, dus we moeten
van te voren uitkienen wat waar te kopen. Niet alle, in het boekje aangegeven,
winkels zijn nog aanwezig. Na Goumois begint het even te regenen. We lopen vlak
langs de rivier door het bos. Aan de andere kant van de Doubs is het
Zwitsers grondgebied. De rivier raast. Het water wordt tussen de rotsstenen
geperst, met zo'n vaart dat er witte wolken ontstaan. Er staan mooie bankjes.
Hier drinken we koffie. In de Jura staan minder bankjes. In de Vogezen hebben we
niet één keer zonder bankje gerust. Hier moeten eerder of later pauzeren om toch
op een bankje te kunnen rusten. Het pad is lastig te belopen. Veel door het bos.
We moeten echter bij elke pas opletten waar we onze volgende voet neerzetten.
Het is ook glad door de regen. Soms is het pad even wat breder en hoeven we
minder op te letten. Na Bief d’Etoz gaat het nog moeilijker. We halen zelfs de
tijd niet die in het boekje staat. Normaal halen we elke traject binnen de
gestelde tijd. We blijven de rivier volgen die nu breder en een stuk rustiger is. We
zien een paar mensen in een kano en een stel op een mountainbike. Bij de
splitsing van de gewone route en de variant staat een mooie schuilhut. La Charbonnière. Een overnachting is hier aan te raden. Wij klimmen verder. We
lopen de mountainbikers een paar maal bijna voorbij. Met de fiets ben je in een
dergelijk terrein zelfs langzamer dan een wandelaar. We komen aan bij Echelles de la Mort.
Het gebied dankt zijn naam aan het gevaarlijke terrein. Vroeger zijn hier mensen
van de rotsen naar beneden gevallen. Nu een afdaling met ijzeren ladders en
steile natuurlijke trappen. Over een asfaltweg lopen we naar Refrain. Hier is
een stuwdam voor het opwekken van elektriciteit. We vervolgen onze route over een
bospad langs het stuwmeer naar Biaufond. Bij barrage du Refrain is een
grensovergang naar Zwitserland. We horen de koeienbellen van de koeien die over
de alpenweide wandelen. In de verte horen we een hoorn. Verder is er vooral rust
van de natuur. We lopen verder over een mooi pad vlak langs de rivier. De zon
schijnt tussen de wolken.
Bij hotel van La Rasse gaan we van de route naar Maison Monsier. 15 minuten over
de grens in Zwitserland. Hier slapen we in een Dortoir: een grote slaapkamer met
wasgelegenheid. Douchen kan in het naastgelegen hotel. Er is plaats voor 30 personen. Er slapen er vandaag 18. De lucht betrekt. Er komen donkere wolken
opzetten. Het ziet er wel mooi en Zwitsers uit. De rivier is hier breed. Het
lijkt wel een meertje. Om zeven uur is er een heuse wolkbreuk. Nadien koken we
buiten zelf ons eten. ‘s Avonds drinken we nog wat in het restaurant van het
hotel.
Dag 56
Zondag
4 augustus 2002
La Rasse (610 meter)– Villers le lac (750 meter)
Vincent gebruikt oordopjes tegen het snurken van anderen in het slaapvertrek. In
stilte, om de rest niet te storen, pakken we de rugzak in het voorportaal in. We
ontbijten buiten aan een grote picknickbank voor het hotel. Even na achten zijn
we weer op Franse bodem bij hotel La Rasse en wandelen over het pad langs de
rivier verder. Het pad is eerst nog vlak. Na de afslag van de variant naar Sentier Bonapart naar een plateau wordt het slechter. Grote stenen maken het pad
ongelijk. Het pad gaat ons vervelen. Het ligt wel leuk aan de rivier, maar je
moet weer constant kijken waar je je voeten neer zet. Geen tijd om van de
omgeving te genieten. Het gras en de takken langs het pad zijn vochtig van de
regen en de dauw. We worden zo uiteindelijk nog redelijk nat. We komen nog wel
langs een paar abri’s die goed voor een overnachting te gebruiken zijn. Deze
overnachtingsmogelijkheden staan niet in het routeboekje. Het regent ook nog
het laatste stuk, dus de regenponcho kan weer aan. Het duurt twee en een half
uur voordat we bij een volgend stuwmeer bij Chatelot komen. We lopen langs dit
stuwmeer naar Saut du Doubs. Dit is een flinke stroomversnelling in de rivier
met een forse waterval. Het is te mistig om een mooie foto te maken. Het is hier
toeristisch ingesteld. Er zijn hier veel dagjesmensen. Bij een picknickbank met
een prachtig uitzicht over de rivier lunchen we. Als we verder lopen komt er een
zelfde wolkbreuk als gisteravond over ons heen. Vanaf Sant du Doubs lopen we
over een asfaltweg naar Villers le lac (750 meter). Onderweg is het even droog.
Als we in het dorp zijn begint het opnieuw behoorlijk te regenen. De dichtsbijzijnde gîte is 5 à 6 km verderop. Dus toch maar een camping. Als we er om
vier uur aankomen is het droog. Het is een onbemande gemeente camping. We zetten
de tent op een grasveldje met wat bomen. In het bijhorende gebouw met toilet
is ook een picknickzaaltje. Hier kunnen we onze vieze en natte kleding uithangen
om te drogen. Na een heerlijke douche gaan we terug naar het dorp. Er is daar
een bakker toevallig op deze zondag open. Zo kunnen we toch nog wat te drinken
en eten kopen. Er komen ’s avonds op de camping nog een paar tenten en campers
aan. Wij zitten veelal op het bankje van de receptie, een klein houten
gebouwtje. Er komt niemand het staangeld voor de tent ophalen.
Maandag
5 augustus 2002
We liften naar Monteau waar een
treinstation is. In Frankrijk krijg je nog redelijk gemakkelijk een lift. Een
jonge vrouw van tussen de 20 en de 25 jaar neemt ons in de auto van haar vader
mee en zet ons af bij het station. Ze spreekt redelijk goed Engels. Bij het
station moeten we twee uur wachten tot half twaalf voordat de trein naar
Besançon. Na een paar maal overstappen, komen we om half zeven ’s avonds in
Barr aan. Onze auto staat nog op het station…..
![]()
Homepage LAW 5-1 Deltapad
Gr 5 Maastricht
Gr
5 Vielsalm Gr
5 Echternach Gr 5 Grundhof-Amance Gr
5 Barr Gr 5 Villers le lac Gr 5 Nyon Gr 5 Les Houches
Gr 5 Modane Gr 5 Auron
Gr 5 en 55
Vanoise GR5 Nice Gr 54 Alpe d'Huez Kungsleden
Siljansleden
![]()
GR 5
NyonWe zijn van 6 juni tot 14 juni 2003 in totaal 7 dagen gaan wandelen.
Tussen de Vogezen en de Alpen ligt de Jura. De Jura is een gebied met laaggebergte. De GR route golft wat van dal naar bergkam. Er is regelmatig water in riviertjes en meren. De Doubs vindt hier zijn oorsprong bij Mouthe. Lage plateaus, bergweiden van de Risoux. Enorme bossen van eiken en beuken, valleien en scherpe bergkammen.
Ons startpunt is Villers le lac en Nyon ons eindpunt
|
Aangegeven aantal uur |
Eindpunt |
| Dag 57 | 8.15 | Les Alliés |
| Dag 58 | 7.15 | Malbuisson |
| Dag 59 | 2.30 | les Hôpitaux Neufs |
| Dag 60 | 6.15 | Mouthe |
| Dag 61 | 6.30 | Chapelle des Bois |
| Dag 62 | 6.50 | Bief de la Chaille |
| Dag 63 | 6 | Nyon |
Zwaarte van de route
Hoogtes liggen tussen de 800 en 1400
meter. We wandelen meestal rond de 1000 meter. Eén keer iets meer dan 400 meter
klimmen. Verder gaat het glooiend op een enkele korte en ferme klim na. Bomen
zorgen voor de nodige schaduw.
Openbaar vervoer
Plannen waar je begint en eindigt. www.bahn.de
is een gemakkelijke link hiervoor. Je zit wel in een uithoek en op de grens met
Zwitserland. Het Zwitserse en Franse openbare vervoer sluit niet altijd op
elkaar aan. We reisden met de auto via Duitsland en Zwitserland naar Nyon bij
het meer van Genève. Met de trein naar le Locle (CH) en liftend de Franse grens
over.
We starten iedere morgen om 07.00 uur omdat het overdag nogal warm wordt, tussen de 25 en 30 graden. Tussendoor hebben we 1,5 dag rust genomen.
Bevoorrading is redelijk goed. In de toeristische plaatsen zijn winkels, bakkers, supermarkten, pinautomaten etc.
Overnachting
Er zijn hier voldoende overnachtingsmogelijkheden. Van camping tot hotel. Wij
zijn uitgegaan van de in het route aangeven mogelijkheden. Dit was zelfs genoeg
om een goede planning te maken. Wild kamperen is ook hier zeer goed mogelijk.
Villers le Lac - Nyon De jura van Frankrijk
en Zwitserland
6 juni 2003
Voorbereiding
Rugzak inpakken natuurlijk. We plannen de route voor de auto met
ANWB routeplanner. De mogelijkheden van het reizen per trein
bekijken we op www.Bahn.de naar Villers le Lac.
Om 4 uur vertrekken
we vanuit Keldonk. Bij Venlo de grens over naar Duitsland over de A61, Koblenz en Karlsruhe naar Basel waar we aan de grens met Zwitserland een
tolvignet kopen. We geven € 30,00 en krijgen nog een paar franken
terug. Volgens de routeplanner van de ANWB blijkt deze route sneller dan over
Frankrijk. Dit omdat Nyon ver van de Franse snelwegen vandaan ligt. 5 minuten later
dan dat de routeplanner aangeeft zijn we in Nyon, dat in Zwitserland aan het
meer van Genève ligt. Eerst verkennen we per auto het dorp. We vinden zo het
station, het meer waar we aan het einde van de wandeling aankomen. En een plek
waar we onze auto zonder te betalen veilig kunnen parkeren. We lopen in 15
minuten naar het station. In het centrum is het bijna overal betaald
parkeren. Om kwart over twaalf kopen we een kaartje naar Le Locle. Kosten 80
frank voor 2 personen, bijna 60 Euro. Er is vandaag een staking in het Franse
openbaarvervoer. We hebben dus geluk dat we via Zwitserland kunnen reizen en dat
dit ook de snelste route is. We hebben nog tijd om wat te eten en rond te neuzen
in Nyon, omdat de trein om twee uur pas vertrekt. Zwitserland is gewoon heel
duur voor onze begrippen. Twee belegde stokbroodjes en wat water kosten bijna 10
Euro. Om 14 uur vertrekken we met de trein. Via Neuchatel waar we overstappen
komen we om tien voor vier in Le Locle (gare) aan. We verlaten het kleine
stationnetje en dalen een trap af richting het centrum van het Zwitserse dorpje.
Even verderop proberen we een lift te krijgen naar Villers le Lac, 8 kilometer
verder. Na 5 minuten hebben we al een lift te pakken. De grote hond die op de achterbank
ligt moet wat plaats voor ons maken. We praten met de chauffeur in het Engels.
Hij is een fransman die in Zwitserland werkt en woont, maar zijn boodschappen in
Frankrijk doet, omdat het daar veel goedkoper is. Op onze vraag weet hij ook te
vertellen dat Martin Verkerk op het tennistoernooi van Roland Garros de halve
finale heeft gewonnen en dus zondagmiddag in de finale staat. We zijn beide
fervente tennisfans. Onderweg betrekt de lucht en het wordt heel erg donker. Er
valt een hevige onweersbui. De regen valt met bakken uit de lucht. Als we bijna
in Villers le Lac zijn wordt het even droog. We stappen 150 meter vanaf de camping
uit de auto en bedanken de fransman voor de lift. Bij aankomst blijkt de
camping waar we vorige keer ook geslapen hebben dicht. De deuren van het sanitair
zijn gesloten evenals de zitruimte. Een teleurstelling. Maar voordat we het
bekeken hebben begint het weer te stortregenen. We nemen plaats op de tribune,
onder het afdak.
Eerst heeft er een voetbalveld voor gelegen nu ligt er een
parkeerplaats. We zien het water van de 50 meter verder staande sporthal
afstorten. Er zijn koks in de keuken aan het werk. We halen daar, als het
minder regent, water. Zo kunnen we alvast koken en eten. Tegen de avond
klaart het langzaam op. We zetten onze tent op dezelfde plaats als de vorige
keer en lopen even naar het dorp. In een bar zien we nog wat tennis op TV.
Ferrero (Spanjaard) wordt de tegenstander van Martin Verkerk in de finale.
Zondag dus proberen te kijken. 's Avonds drinken we weer koffie bij het
houten receptiehutje. De zon schijnt nu weer overmatig. Alles kan zo goed
drogen.
Dag 57
7 juni 2003
Villers le lac 750 meter Les Alliés 950 meter 8.15 uur
Als we opstaan is het mistig (15 °C). Een uur later lopen we over de route
de camping af en verlaten Villers le lac. We klimmen boven de mist, die in het
dal hangt, uit. Dit is elke keer weer een gewaarwording. In de mist is het
triestig, alsof we de hele dag in de mist moeten lopen. Net er boven schijnt de
zon en schitteren de druppels op het natte gras. In Le Prelot komen we weer bij
bij wat huizen. We klimmen naar Sur la Roche op 1140 meter. We lopen
regelmatig op en soms over de grens met Zwitserland. Er staan grensstenen. Hier
en daar is een muurtje van grote keien aangelegd om de grens te markeren. We
lopen voornamelijk door het bos over een bergkam. Opeens staat Jeannette
verstokt en roept heel hard: "Vincent"!!. Er beweegt iets groots in
het bos. Het lijken wel grote honden die met een snelheid op haar af komen
lopen. De twee roodbruine dieren lopen passeren ons pad op 5 meter afstand en
verdwijnen in het bos. We denken dat het vossen zijn, al komen ze daarvoor te
agressief en te groot voor over. Maar ja, wat moet het anders zijn. Opgelucht en
nog levend lopen we verder. We lunchen vlak bij le Niddu Fol op een paar
boomstammen. We lopen vooral over grind en asfaltweggetjes.
Er zijn varianten
van de GR 5 uitgezet, omdat op de normale GR hier de komende uren geen
bevoorrading is. We hebben voor de eerste dagen voldoende bij ons. Zuurdesembrood,
wortelstamppot en gedroogde boerenkool, puree in poedervorm en bijvoorbeeld foliepak vlees. 's Middags zien we stapelwolken in de lucht verschijnen die zich
samenpakken en uitmonden in een flinke onweersbui. Met de regenponcho aan lopen we
verder. Onderweg, in de regen vragen we water bij een Zwitserse vrouw, om onze
dorst te lessen. We lopen dan op 1200 meter. Nog voordat we in Alliés zijn, is
het alweer droog. We willen in de plaatselijke gîte slapen. Deze bevindt zich
achter in het gemeentehuis. Een groep heeft deze accommodatie in zijn geheel
gehuurd. We kunnen er niet meer bij. Het weer begint te verbeteren. We vragen in
het dorpje (ongeveer 10 huizen) naar een ander onderkomen. Die is er
volgens een jongeman niet. Net buiten het dorp is wel een picknickbank met een
waterbak waar water uit stroomt. Hier zetten we onze tent dan maar op. We wassen
on zelf met water uit de waterbak. Om zeven uur begint zelfs de zon te schijnen.
Langs ons plekje stroomt een beekje. In de verte zijn bellen te horen van
grazende koeien. We koken en eten aan de picknicktafel. We zijn wel moe van de
zware dag. We zijn in totaal 9 uur onderweg geweest.
Dag 58
8 juni 2003
Les Alliés 950 Malbuisson 890 meter
We staan vroeg op. We willen op de camping in Malbuisson, Verkerk nog zien
tennissen in de finale van Roland Garros, als ze tenminste een TV hebben. We
verlaten het dorpje en lopen afwisselend over asfalt/grindpaden en door bos.
Hier en daar staat een boerderij, zo weinig dat de namen van de boerderijen
allemaal in het boekje staan aangegeven. Het landschap is glooiend. Eerst 200
meter klimmen, dan weer 100 meter afdalen. We blijven zoals veelal in de Jura,
rond de 1000 m hoogte. Ook zien we op eerste pinksterdag regelmatig
mountainbikers en hardlopers. Bij
drinken we koffie. Na Le Angels
klimmen we naar 1000 meter. Een loodzware klim met gladde rotsen en stenen. De
zon schijnt ook flink. Net voor Chaon zien we het meer; lac St. Point vanuit de
verte liggen. We denken er dan bijna te zijn maar klimmen nog van 800 meter naar
1000 meter. Het blijft maar klimmen en dalen. We hebben wel regelmatig een mooi
uitzicht over het meer. Uiteindelijk zijn we net na drie uur bij de camping,
Les Fuvettes. Een 3 sterrencamping aan het meer. In de bar zien we op TV dat de
tennispartij net begonnen is. We zetten de tent op en gaan douchen. In de 2e set
pakken we de wedstrijd op. Helaas verliest Verkerk in 3 sets van Ferrero. Het
waait buiten wel lekker. Met wat zon zorgt die dat alle spullen weer goed droog
worden. We dineren buiten op het terras van het restaurantje van de camping. Het
is net even boven de 25 graden, wel goed te hebben. Als we willen afrekenen
begint het wat te regenen. De wolken waren eigenlijk al over gewaaid. We lopen
een keer naar het meer. Het is relatief druk op de camping i.v.m. Pinksteren.
Kinderen spelen, gezinnen barbecuen. Na intern overleg besluiten we om hier nog
een dag te blijven. Het is hier mooi en het weer is goed.
9 juni 2003
Maandag 2e pinksterdag. We slapen uit tot 9 uur en ontbijten bij de tent. Er zijn
gezinnen die gaan inpakken en vandaag gaan vertrekken. Hun vakantie zit er weer op. Er zijn hier bijna geen Nederlandse gezinnen. We lopen naar het dorp om
boodschappen te doen. De winkels zijn hier vandaag net als op zondag open. Wel
gemakkelijk. De wasbenzine is helaas uitverkocht. Deze brandstof voor onze
brander is in de winkels moeilijk aan te komen. Wel in de tankstations, maar die
is er in het dorp geen. 's Middags liggen we lekker op een grasveld aan het
meer. Er zijn gezellig wat mensen. Fransozen komen picknicken en gaan weer,
andere komen waterfietsen of komen uitrusten na een rit op een warme motor of
met een auto wat afkoeling zoeken. Wel lekker zo'n rustdag. 's Avonds blijft het
als uitzondering een keer droog. De camping is dan al wel aan het leegstromen.
Voor vele vakantiegangers zitten er de vrije (Pinkster) dagen weer op en
vertrekken naar huis.
Dag 59
10 juni 2003
Malbuisson- les Hôpitaux Neufs 8.55 uur
Na het ontbijt vertrekken we om 9.30 uur. We hebben alle tijd, vandaag staat er maar
2 ½ uur op de planning. We hebben berekend dat we zo (waarschijnlijk) goed
uitkomen met overnachtingen. We hebben nog 4 dagen van ongeveer 6 uur over. We
lopen terug naar de route en stijgen naar 1011 meter. We drinken koffie in een
overdekt hutje met een kraan waar bergwater uitloopt. Het is non potable (niet
drinkbaar). Onze stops zijn vandaag ook langer. Het terrein golft wat op en
neer. We lopen een tijd pal langs een spoorlijn, over zeer grof grind. Rond de
middag zijn we al in Hôpitaux Neufs, een wintersport plaatsje. Vandaar dat het
ook allerlei voorzieningen heeft. Winkels, restaurants, tankstation en een
toeristische trein.
We zien net de op diesel gestookte trein vertrekken, met
mensen achter de gedekte tafels. De winkels zijn tussen 12.00 uur en 15.00 uur
dicht. We lopen naar de camping. De receptie van de camping is ook nog dicht. We
zetten onze tent alvast op en gaan douchen. Er zijn nog een paar campingbewoners. De zon schijnt volop. We nemen een plek in de schaduw van een paar grote
bomen. Na de lunch en een flinke pauze gaan we om 14.30 uur kijken in het
centrum. Bij de Petit Casino hebben ze ook geen wasbenzine. Dan maar bij het elf
benzinestation. Hier moet je minstens 5 liter afnemen, de man deed daar nogal
moeilijk over. Hij vertelde dat er 600 m verder een supermarkt met
benzinestation is. 300 m verderop vinden we de supermarche. Hier tanken we met
euroloodvrij onze brandstoffles vol voor € 0,36. Daar ook boodschappen
gedaan. We lopen verder naar het dorpje, zitten een tijdje op een bankje en
bekijken de plaatselijke kerk We sturen een kaart naar ons petekind Tjeu en gaan
terug naar de camping. De receptie van de camping gaat vandaag niet meer open,
morgen ook niet. Betalen zullen we dus ook wel niet meer kunnen. 's Avonds eten
we in een Italiaans restaurantje. Het is dan nog 24 graden met een beetje
wind. De eigenaar van de camping maakt 's avonds nog een ronde over de camping,
zodat we alsnog af kunnen rekenen. We spelen nog een spelletje Carcasonne en
gaan om 22.00 uur slapen.
Dag 60
11 juni 2003
Le Hopitaux Neufs 990 meter - Mouthe 935 meter
We beginnen met een klim naar iets boven de 1400 meter. In het begin van
de klim zijn vele picknickbankjes waarbij goed wild gekampeerd kan worden, er is
geen stromend water. We klimmen naast een parcours waar ze met mountainbikes
naar beneden kunnen spurten en met een stoeltjeslift weer naar boven worden
gebracht. Er zijn allerlei bruggetjes en stootkussens. Er is vandaag geen
activiteit. We lopen over een afwisselend terrein naar de top van Le Morond. We
dalen 80 meter om deze weer te klimmen naar een rotsenformatie van Le Mondt
d'Or.
Het is weer een warme dag, ± 26 graden. We dalen langzaam maar zeker over
koeienweides en door bos. Een simpele schuur heet hier dan meteen een chalet. Op
een enkel restaurant na komen we niets tegen. Bij een houthakkershut nemen we
pauze en drinken koffie. We dalen steeds verder. Een half uur voordat we op de
camping in Mouthe (935 meter) zijn lunchen we op een boomstammetje. De zon
schijnt scherp. Op de camping aangekomen (het is vooral een (saaie)
wintercamping met een 10-tal plaatsen met gras) zoeken we verkoeling bij het
achterliggende riviertje de Doubs. De rivier ontspringt 200 meter verderop uit
een bron. We verdoen onze tijd bij een picknickbankje dat vlak bij de rivier
staat. Er komen meer mensen om de koelte van de rivier op te zoeken. Drie Franse
stellen met kinderen komen picknicken op en bij een bank. Ze spelen, eten
stokbrood, kaas en paté. Wijn en bier worden gekoeld in de rivier. De zon zakt
achter het bergje om 21.15 uur. Er is geen wind, we horen het gekabbel van de
achterliggende rivier. 's Avonds kleuren de wolken prachtig roze.
Dag 61
12 juni 2003
Mouthe 935 meter - Chapelle des Bois 1084 meter
We ontbijten om kwart voor zeven bij de rivier op een picknickbankje en
vervolgen onze route naar het dorpje Mouthe. De zon komt net achter de berg
vandaan. Over het fietspad wat achter de camping doorloopt hebben we uitzicht
op het dorpje en de Doubs (foto). Het valt ons op dat hier de daken steeds vaker
van ijzeren platen zijn gemaakt. De meeste platen zijn aan het roesten. We lopen
het dorp uit en passeren meteen de douane. Er zit niemand in het hokje. In de
zon is het nu al heet. Gelukkig lopen we al snel het schaduwrijke bos in naar
Chaux-neuve (1009 meter). Hier proberen we in een telefooncel naar het
thuisfront te bellen. Toch eens horen hoe het daar is. Helaas wordt er niet
opgenomen. We maken in het dorp op een bankje koffie. Het is dan 09.00 uur en
toch al zo'n 26 graden in de schaduw. Kinderen spelen in de speeltuin. Doordat
we veel in de schaduw kunnen klimmen naar 1212 meter hebben we niet veel last
van de hitte. Het gebied rondom Mouthe is volgens het routeboekje in de winter
het koudste gebied van heel Frankrijk. Het is hier in de winter regelmatig -30
graden. In 1888 was het ooit -48 graden. Ze noemen het hier dan ook klein
Siberië. We dalen af richting Chapelle des Bois. De zon blijft sterk schijnen.
We zoeken een plekje voor de lunch. We lopen een boom met stenen voorbij. Er
staat een schuurtje in een weide, 40 meter vanaf de route.
De achterdeur kan
open. Er staan 4 tuinstoelen in. We zetten deze in de schaduw. Als de thee net
klaar is komen er koeien in onze richting lopen. We denken dat ze gedreven
worden, maar de ± 30 koeien lopen de schuur voorbij zonder begeleiding. We
zetten de stoelen terug in de schuur en lopen het laatste stukje naar Chapelle
des Bois. Er komt al meer bewolking. Bij de Gîte d'etappe slapen we in het
dortoir. Dit is een grote slaapzaal, voor € 9,45 p.p. kunnen we er een nachtje
blijven. Ze hebben zelfs een sauna. We doen wat inkopen in het winkeltje, wat
lager in het dorp. We kijken tegen een steile rotswand aan waar we morgen naar
boven moeten. Er staat een groot kruis bovenop de berg. Het dondert en bliksemt
in de verte. Chapelle des Bois blijft voor de onweer en de regen bespaart. Het
koelt hierdoor wel lekker af. Onder in het gebouw hebben we een gezamenlijke
keuken. We zitten een tijdje buiten op een picknickbankje. De tent en kleding
hangen te drogen. We koken onze maaltijd in het keukentje en eten het buiten op.
Ondertussen komen er vier Zwitsers die ook in de slaapzaal slapen. We ruimen de
tent en kleding op. Als we dan om 19.30 uur buiten gaan zitten zijn er twee
Duitsers aangekomen. Ze lopen ook delen van de GR 5. We gebruiken
de engelse taal om het elkaar verstaanbaar te maken. Ze vertellen dat ze
vanmiddag wel door de regen en onweer hebben gelopen. Morgen stoppen ze in Les Rousses om weer terug te reizen naar hun auto. In 20.00 uur begint het buiten
hard te waaien, zodat we naar binnen gaan. De lucht blijft relatief warm. Om
22.30 uur gaan we naar bed. De Zwitsers hebben nog even wat herrie. 's Nachts
begint er één te snurken. Vincent doet het bedlampje aan en gooit een kussen dat
over is naar hem toe. Even later stopt het snurken.
Dag 62
13 juni2003
Chapelle de Bois (1080 meter) - Bief de la Chaille (1041 meter)
Omdat we geen tent hoeven in te pakken gaat de wekker om 06.30 uur. We nemen
alles mee naar de keuken beneden, zodat de vier Zwitsers geen last van ons hebben.
Om even over zeven kiezen we het pad naar het dorp en dan de steile bergwand op.
De zon is nog achter de berg. Er is ook nog wat bewolking. Onderweg naar het
grote kruis wat je vanaf het dorp goed kon zien, ontdekken we een Gems. Hij (of
zij) ziet ons ook, maar blijft toch nog even staan voor een foto. Bij het kruis
aangekomen (1325 m), hebben we uitzicht over de omgeving waar we gisteren
gelopen hebben. Vier km verderop bij La Roch Bernard (1289 m) nemen we een
waterpauze, het is gelukkig niet zo warm als gisteren. We stijgen nog verder tot
1350 meter. Bij de in het routeboekje aangegeven abri zien we net de wandelaars
die gisteren ook in de winkel waren vertrekken. Ze hebben in de abri overnacht.
Nadien lopen we veeltijds over een breed grindpad. Bij een koffiepauze halen de
abri-overnachters ons in.
Wij even later hun weer. We praten even wat. Het zijn
Belgen en spreken Nederlands. Zij wandelen nu vier dagen over de GR 5. Ze willen
vandaag ook lopen tot in Les Rousses. Na een tijdje lopen we door omdat ons
tempo wat hoger is. Het blijft voornamelijk een breed grindpad met soms een
bospad tot aan Les Rousses. In Les Rousses komen we eigenlijk niet door het dorp,
alleen langs een paar huizen. Het is 13.00 uur en we willen pauzeren om te
lunchen. Dit doen we bij een speelplaats. Eerst is de zon nog achter de wolken,
als de zon te voorschijn komt is het wel erg heet op het bankje. We lopen weer
door en zien pas na een aantal km's dat we de verkeerde richting uit lopen.
Achteraf blijkt dat we net voor Les Rousses de GR 559 zijn gaan volgen richting
het noordwesten, terwijl we naar het zuiden moesten. Voordat we weten waar we
zijn en weer terug zijn op het goede pad zijn we 4 a 5 km en meer dan een uur
verder. Het dorp hebben we compleet gemist. Voor ons dus geen winkels en geen
terras. Om 15.30 uur komen we aan bij de jeugdherberg van Bief de la Chaille. We
moeten nog een half uurtje wachten omdat de eigenaresse nog even met de auto weg
moet. Eigenlijk mogen we pas om 17.00 uur naar binnen, maar om 16.00 uur kunnen
we toch onze slaapkamer al in. De eigenaresse spreekt goed Nederlands. Het is
een Française die getrouwd is met een Nederlander. We betalen € 20,-- voor de
nacht. Even later komen ook de twee abri-overnachters aanzetten bij de auberge
de jeunesse. Ze wilden eigenlijk toch doorlopen naar la Cure om daar een trein
te nemen. Ze zijn doodop en kunnen vandaag niet meer verder. Buiten regent en
onweert het een uurtje. Na een lekkere douche kunnen we weer buiten zitten. De
eigenaresse vertelt dat het normaal in juni nooit zo warm is. De bevolking hier
heeft zelf ook last van de hitte. Het dorpje bestaat uit een paar huizen en
boerderijen, er is geen kerk of centrum. De gebouwen liggen aan een lange
slingerende weg. De weiden en bomen zijn wat het meeste opvalt. 's Avonds komt
er nog een vrouw op de fiets in de jeugdherberg bij. 's Avonds zitten we samen
met de Belgen in de eetzaal. We wisselen wat ervaringen uit. Zij lopen telkens
stukken van de GR 5, maar vooral de mooie trajecten. We vertellen op verzoek
over de Alpen, waar ze de volgende keer willen wandelen. Met een borrel Jägermeister nemen we afscheid.
Dag 63
14 juni 2003
Bief de la Chaille (1041 meter) - Nyon (375 meter)
We klimmen via een asfaltweg naar de grens met Zwitserland, die we oversteken.
Na de grens wordt de rood/witte markering vervangen door gele bordje met "Tourisme
pedestre" erop. Er is meteen een omleiding van de route, door het bos en
later door een weiland. Vaak lopen we
door het dal met hoger op de bergjes wat
bos. Vanaf 1250 meter gaan we afdalen. In Saint Gergue nemen we een
koffiepauze, daarna gaat het snel naar beneden. De verharde weg loopt met
haarspeldbochten om ons heen. Ons pad gaat rechtdoor naar beneden en kruist
telkens de asfaltweg. In de verte zien we het meer van Genève al liggen. Het
laatste stuk naar Nyon lopen we over een asfaltweg. Het is weer warm, heet
zelfs, 29 graden. We lopen Nyon binnen, ons eindpunt voor deze wandeltocht. Om
13.00 uur zijn we bij het meer. We lunchen op een bank vlak bij de plek waar de
boot vertrekt naar de overkant van het meer, waar de route weer verder richting
de
Alpen loopt. We lopen terug naar de auto en rijden weer naar Nederland.
![]()
Homepage LAW 5-1 Deltapad
Gr 5 Maastricht
Gr
5 Vielsalm Gr
5 Echternach Gr 5 Grundhof-Amance Gr
5 Barr Gr 5 Villers le lac Gr 5 Nyon Gr 5 Les Houches
Gr 5 Modane Gr 5 Auron
Gr 5 en 55
Vanoise GR5 Nice Gr 54 Alpe d'Huez Kungsleden
Siljansleden
![]()

Verslag
GR 5 Les HouchesGedeelte in de Franse Alpen. Thonon Les Bains -
Les Houches, een wandeling van 7 dagen.
We vertrekken op een vrijdagavond, rijden de nacht aansluitend door en komen 's
morgens bij het meer van Genève aan. We gaan vervolgens meteen op pad. Door
bossen met hier en daar een mug gaan we richting de Alpen. We slaan voor de
eerste keer ons tentje op bij een waterreservoir. Deze is echter ondergronds, we
kunnen er dus geen water nemen. Dit doen we wel bij een aangrenzend huis. De
volgende dag is erg zwaar, vooral de klim naar col de Casa d'Oche is echt heavy.
Vooral als je dit niet ingecalculeerd hebt. We slapen in Chalets de Bise bij een
riviertje met dezelfde naam. We lopen dan al tussen de Alpenkoeien. Dag drie zijn
we al vroeg onderweg, nog voordat de wandelaars van andere tenten waker
zijn. Na een
klim van 900 meter die wel veel gemakkelijker gaat dan die van gisteren, komen
we op de col de Mattes. Een aangegeven beekje op de kaart blijkt droog te staan.
Een paar kilometer verder vinden we -van de route af- een beekje en een
kampeerplekje. We hebben een mooie zonsondergang. In de nacht wordt het weer
slechter en krijgen we een paar regenbuien. Net als we opstaan, stopt het met
regenen. We lopen o.a. door een skigebied en een stukje van Zwitserland. Als we
weer in Frankrijk zijn gaan we op zoek naar een kampeerplekje. Uiteindelijk komen
we uren later bij een refuge. Dag vier lopen we naar Samoëns en nemen een vrije
middag om wat bij te komen. Omdat we gisteren zo lang hebben gelopen hebben we nu
weer wat tijd over. De volgende dag staat in het teken van de beklimming van col d'Anterne, om vervolgens weer af te dalen naar Les Houches
Ons startpunt is Thonon les Bains en het eindpunt is Les Houches
|
|
Aangegeven uren |
Eindpunt |
|
Dag 64 |
8.10 |
Le Crêt |
|
Dag 65 |
6.45 |
Chalets de Bise |
|
Dag 66 |
7.15 |
Lenlevay |
|
Dag 67 |
9.20 |
Col de la Golèse |
| Dag 68 | 2.00 | Samoëns |
| Dag 69 | 5.25 | Chalets d'Anterne |
| Dag 70 | 6.20 | refuge Bel Lachat |
| Dag 71 | 1.45 | Les Houches |
Zwaarte van de
route
Deze route begint aan de voet van de Franse Alpen. Sommige bergen zijn hier al
behoorlijk steil. Door het vele klimmen is het een route in de categorie zwaar.
De omgeving maakt veel goed. Vaak lopen we op de boven genoemde tijden. Soms ook
een uur langer. Pauzes zijn dan wel meegerekend.
Overnachting
Er zijn in dit populair wandelgebied voldoende refuges, campings en hotels. Soms
moet je hiervoor van de route afwijken. We hebben regelmatig wild gekampeerd.
Dat is hier goed te doen. Zoek een plaatsje op met een beekje en je hebt
voldoende accommodatie als je zelf je tent mee brengt.
Openbaar vervoer
Bepaalde gebieden zijn niet te bereiken met openbaar vervoer. Wij hebben onze
trektocht aanzienlijk ingekort, omdat we niet bij een volgend plaatsje kunnen
vertrekken met openbaar vervoer. We zijn met de trein naar Thonon les Bains
terug
gereisd. We hebben hier van te voren wel rekening mee gehouden en hebben op
internet de juiste treinen gevonden. Dag en tijd, alles klopt.
Dag
64
Vrijdag 30,
zaterdag 31 juli 1999.
Le
Crêt
We vertrekken om 22.45 uur vanuit Oirschot. Om 7.30 uur komen we -na een vlotte
reis door de nacht, waarbij we beurtelings op de achterbank van onze auto hebben
kunnen slapen- aan in Thonon les Bains bij het meer van Genève (431 m.). Dit is
het startpunt van onze wandeltocht. Het station waar de route begint staat
aangegeven. We parkeren onze auto op Place de Crete -een mooi plein met
Platanen- ten zuiden van het station. Via een trap lopen we een 20 meter naar
beneden om bij de uitgang van het stationsgebouw te komen. Om 8.00 uur zijn we
op pad. De route wijst ons meteen weer naar het pleintje waar onze auto staat.
Het is lekker weer dus we ritsen de pijpen van
onze broek. Er zijn vervelende
muggen in het bos. We zijn de anti muggenolie vergeten mee te nemen. We maken
vandaag voor het eerst gebruik van een Dazer: een apparaatje om (agressieve)
honden van het lijf te houden. Het zendt een hoge toon uit, die bij honden
vervelend in de oren klinkt. De hond stopt z'n actie, loopt even verdwaast rond
om vervolgens een andere richting te kiezen. Bij het eerste klimmetje komt er al
een hond blaffend op ons af. Jeannette gebruikt het apparaatje en ja hoor de
hond stopt met blaffen en loopt weg. Tijdens onze laatste wandelingen zijn we
regelmatig door agressieve honden lastig gevallen en zijn we ook bijna gebeten.
We hebben vandaag heel mooi weer, 25 graden en zon. Het is lekker lopen in
de bossen. We stoppen net na het dorpje Le Crete (1000 m.). We lopen een gîte
voorbij en gaan naar een waterreservoir, lijkt ons een leuke plek om wild te
kamperen. Bij aankomst blijkt het water ondergronds te zijn, een leuke
kampeerplaats is er wel. Het plekje is vlak, er groeit gras en we staan met onze
tent uit de wind. We vragen aan de eigenaar die op het perceel aan het werk is
of we hier mogen kamperen, dat mag. We hebben geen water om te koken en te
wassen. We vragen water bij een huis in de buurt. We horen hier dat de gîte,
in Les Clouz, die in het boekje wordt genoemd gesloten is. We komen tot de
ontdekking dat we ook een houten spateltje voor het koken zijn vergeten. Vincent
maakt van een houtspaander een spatel. Hout is nodig om onze Tefal pannetjes te
beschermen tegen krassen. We proberen, zittend op een boomstam, in de avondzon,
een planning te maken voor de route. We hebben de uren verdeeld over de dagen
die we willen lopen. We moeten hierbij rekening houden met plaatsen waar een
trein komt. We spreken af morgen wat extra te lopen. Vandaag ging het ondanks de
reis van Nederland naar het meer van Genève en de 6,5 uur wandelen redelijk
gemakkelijk. We hebben onderweg vandaag veel hazelnoten, appels, en bramen gezien.
Een aanrader als je deze route in het najaar loopt. Om 22.00 uur naar bed. Het
is bijna donker. We zetten de wekker, een alarm op de
hoogtemeter, op 6.40 uur.
Dag 65
Zondag 1 augustus 1999.
Le
Crêt -
Chalets
de Bise
Vincent wordt wakker, kijkt op zijn hoogtemeter en zegt: het is al 8 uur. We
schrikken ons een hoedje, we willen namelijk vandaag extra uren maken om aan het
einde van de trektocht goed uit te komen. 08.01 blijkt even later de datum te
zijn. Het is pas 6 uur. We zijn toch wakker dus maar gelijk eruit. Er staat nog
een tentje een stuk verderop in het weiland. Daar is nog niemand wakker. We
hebben gisteravond ook niet gehoord dat ze zijn aangekomen. We zullen wel goed
geslapen hebben. We beginnen meteen met een klim. Eerst gaat het betrekkelijk
gemakkelijk. Daarna wordt de berg steeds steiler en het klimmen moeilijker. De
klim naar col de Casa d'Oche is echt heavy. Steil en bij nat weer
waarschijnlijk zeer glad. Als we boven zijn hebben we het eigenlijk al gehad en
weinig zin om nog door te lopen. Na een korte pauze beginnen we toch aan de
afdaling. We komen mooie bergmeertjes tegen, waar dagjesmensen zijn. Het
ziet er wel goed uit om te overnachten. Maar ja, het is pas 12.00 uur, dus we
moeten nog even. We klimmen vervolgens verder naar col des Portes d'Oche op 1937
meter. Voor de lunch vinden we een prima plekje bij een beekje in het gras en in
de zon. Boven in de bergen horen we een paar geiten blèren. Met de verrekijker
bekijken we de geiten van dichtbij. We nemen voor de lunch ruim de tijd,
zodat we weer wat op krachten komen. Later dalen we af en klimmen naar
col de Bise (1915 meter) om vervolgens 400 meter zeer steil af te dalen. We
hebben het zwaar om bij de afdaling onze voeten goed neer te zetten. Vooral
omdat onze rugzak behoorlijk
zwaar is en ons naar beneden duwt. Onderweg horen we weer voor het eerst de
bellen van koeien die op de alpenweiden rondlopen. Uiteindelijk komen we bij
Chalets de Bise waar ook een refuge is. Daar drinken we eerst wat tussen de
geiten op het terras, daarna zetten we onze tent op bij het beekje. Later haalt
een boer zijn koeien van de berg naar beneden om ze te melken. De koeien lopen
dwars over het veldje waar wij onze tent hebben staan. Wel een leuk gezicht. We
zijn vandaag 8.30 uur onderweg geweest. Het boekje geeft aan dat we 6.15 uur de
tijd hebben om dit te lopen. We zijn op vakantie en het moet wel leuk blijven,
vandaar dat we onze plannen bijstellen. In de nieuwe planning lopen we tot Les
Houches (bij Chamonix). We verdelen de uren die we volgens het boekje moeten
lopen over de 8 dagen die we nog hebben. We zullen ons eigenlijke eindpunt niet
halen en tussen les Houches en ….. is er geen mogelijkheid om terug te reizen
naar Thonon les Bains.
Dag 66
Maandag 2 augustus 1999.
Chalets
de Bise -
Lenlevay
Om half 8 zijn
we onderweg. Het weer blijft goed. We beginnen weer met klimmen ditmaal naar Pas
de la Bosse (1816 m.) gevolgd door een steile afdaling. Bij een waterbak fris en
ontzettend koud water gedronken. We zijn dan weer op 1000 meter hoogte. We lopen
met een hoogtemeter van het merk Suunto. Wel gemakkelijk, zo weet je vrij nauwkeurig de
hoogte en hoever het klimmen of dalen nog is. Hier zit een fout in het boekje.
De 1.40 uur bleek 0.40 uur te zijn naar la Chapelle-d'Abodance. Deze keer dus
een meevaller. Het is een mooi Alpendorp met alle
rlei voorzieningen. Als je de
route blijft volgen kom je een stukje buiten het centrum bij een
kleine supermarkt. We kopen brood en verder nog wat lekkere dingen en vullen
onze brandstoffles bij het benzinestation. Nu begint een klim van in totaal 900
meter. Het gaat in tegenstelling tot gisteren erg gemakkelijk. De paden zijn
goed te belopen. Uiteindelijk komen we op 1930 meter hoogte bij col des Mattes.
Na wat klimmen en dalen gaan we op zoek naar een plaatsje om de tent op te
slaan. Beekjes die aangegeven staan blijken geen water te hebben. Op de kaart
zien we een beekje, een stukje van de route af. Dit beekje blijkt wel
snelstromend water te bevatten. We vinden ook nog een vlak stukje al is het
maar een paar vierkante meter. Omdat we ook nog aan de oostzijde van de berg
zitten hebben we de hele avond zon en dus warmte. 's Avonds koelt het toch
behoorlijk af op 1650 meter hoogte.
Dag 67
3 augustus 1999.
Lenlevay -
Col
de la Golèse
Vannacht zijn we 3 keer
wakker geworden van de regen. Dat belooft niet veel goeds. Als we opstaan is het
net droog. We pakken de tent nat in. Andere dagen is het door de dauw, vandaag
door de regen. Na 5 min zitten we weer op de route. We lopen tuss
en de bergen
over een breed pad. Na een half uurtje is er een steile klim met smalle paadjes
en beekjes naar col de Bassachaux. Hier zien we de zon weer tevoorschijn komen.
Meteen de gamaschen uit en de broekspijpen afritsen. We lopen door een
skigebied. In de zomer niet zo'n leuk uitzicht. Door alle skiliften
valt de natuur eigenlijk weg. We lopen richting Zwitserland en gaan bij een
refuge de grens over. Het skigebied houdt niet op ondanks de grens. Na een korte
klim lopen we op 2100 meter bij col de Portes de l'Hiver. Hier zien we veel
dagwandelaars en mountainbikers. Er zijn ook hier weer veel skiliften. In dit
Zwitserse deel van de GR 5 zijn veel refuges en chalets waar je iets kunt
gebruiken. We lopen ze allemaal voorbij en lunchen op een plekje langs het pad
in de zon en uit de wind. We dalen af naar 1665 m. en klimmen naar col de Coux
(1920 m.) om de grens naar Frankrijk weer over te steken. De omgeving is hier
open. Veel gras en weinig bomen. Je kunt zo precies zien waar je naar toe moet.
We kijken vanaf hier of we ergens de tent op kunnen zetten.
Het is hier steil en
veel bomen, dus geen mogelijkheid om wild te kamperen. Vervolgens een stuk bos
met beek maar geen vlak stukje te bekennen. Ook zijn er veel plaatsen met
koeienvlaaien. Ook niets dus. We klimmen verder naar col de la Golèse. Het is
inmiddels 18.00 uur geweest. We komen aan bij een refuge die ze aan het
opknappen zijn. Gelukkig is het werk al bijna klaar. We gaan bij gebrek aan
kampeerterreinen in de refuge slapen. Er zijn ook nog 2 Spaanse mountainbikers.
We hebben een 8 persoonskamer voor ons tweeën. We hangen de tent te drogen en
kunnen ons wassen met warm water. Weer eens wat anders dan een koude beek. Er is
elektriciteit wat ook niet altijd voorkomt in een refuge. We koken buiten zelf
onze maaltijd. Als het buiten donker wordt gaan we slapen.
Dag 68
Woensdag 4 augustus
1999.
Col
de la Golèse -
Somoëns
We hebben heerlijk geslapen en starten vanmorgen eerst de verkeerde kant
op. Na 10 min. omgekeerd en komen we op het juiste pad. Hier beginnen we aan een
geleidelijke afdaling, over brede paden en wegen. Soms regent het wat. Omdat we
gisteren veel verder hebben gelopen dan de bedoeling was, hoeven we vandaag maar
2.15 uur te lopen tot Somoëns. Onderweg zien we een helikopter af en aan
vliegen om de refuges te bevoorraden. Hier staat een middagje rust op het
programma. Somoëns is een wintersportplaats. Er zijn winkeltjes en
restaurantjes. De enige camping van het dorp opgezocht, zelfs met speciale
prijzen voor wandelaars (44 ff per nacht). De middag brengen we door met
boodschappen, eten en drinken. De zon vandaag niet gezien.
Dag 69
Donderdag 5 augustus
1999.
Somoëns - Chalet d'Anterne
Vandaag hebben we een klim van 1100 hoogtemeters voor de boeg. De camping
ligt op 700 meter en dat is goed te merken (warmer). We kunnen daarom in de
korte broek starten. Na een kwartier zitten we op de route. We lopen een heel
stuk langs de rivier de G
riffe. We nemen een brug (pont Revé) te vroeg en komen
daar pas achter als we allerlei paden hebben geprobeerd die allemaal dood lopen.
Uiteindelijk komen we weer bij de rivier en vervolgen de route om bij pont
Perret wel de goede brug te nemen. Na een tijdje lopen we midden tussen de
rotsen. Soms moeten we via ijzeren trapjes omhoog. Des gorges is een heel mooi stuk
met nog mooier uitzicht over de rivier de Griffe. We beginnen (768 m.) aan de
beklimming van de col d'Anterne. We lopen over brede paden door het bos. We
zien recht voor ons een hoge berg met een rare halve cirkel in het gesteente. Op
960 meter een waterval, du Rouget. Dit deel is ook met de auto te bereiken,
er zijn dan ook veel toeristen. De GR neemt telkens paadjes om de
haarspeldbochten af te snijden. Op 1180 m. drinken we wat in een berghut. Hier
is het einde van de verharde weg en het begin van een natuurreservaat. We
stijgen naar 1450 meter. Ook weer watervallen, nu 3 bij elkaar. Hier lunchen we.
Na nog eens 1.15 uur bereiken we collet d'Anterne op 1900 meter. We blijken nu
boven op de ber
g te zitten met die rare halve cirkel in het gesteente. We kijken
tijdens de klim over het dal met rivier waar we vanmorgen nog hebben gelopen, en
tegen een hoge steile wand aan. Prachtig om te zien zo groot. Het is warm en
er is weinig schaduw van bomen. Voor we het weten zijn we toch weer boven. Mooi
uitzicht en geen koeien. Op 1800 meter komen we bij refuge chalet d'Anterne. Op
100 meter van de refuge vinden we een vlak stukje grond bij een riviertje. Onder
aan de voet van die steile rotsberg. De zon verdwijnt achter de donkere wolken.
Het regent niet ook al ziet het er donker uit. We zitten eerst onder het
luifeltje en later bekijken we ons schitterende uitzicht vanuit de slaapzak.
Dag 70
Donderdag 6 augustus 1999.
Chalet d'Anterne -
Refuge
Bel Lachat
De wolken van gisteravond kwamen vannacht tot
ontlading. Het regende en onweerde flink. In de bergen galmt dit ontzettend na.
Nu is alles overgetrokken en schijnt de zon achter de bergen. De lucht is weer
stralend blauw. Na een klim van 250 hoogtemeters komen we langs het meer (lac
d'Anterne). Bij het meer staan diverse tentjes van wandelaars.
Je loopt hier
midden tussen de bergen. Er loopt een kudde schapen en geiten met hun herder.
Die heeft vannacht in de refuge geslapen. Hij kwam gisteren langs onze tent
gelopen vanuit de bergen. Ook hier een prachtige plek om te kamperen dus. Na het
meer klimmen we 200 meter hoger. Op 2257 meter op de top van de col d'Anterne
hebben we een prachtig uitzicht op de bergketen van de Mont Blanc. Machtig om te
zien. Als we omkijken zien we nog steeds die hoge steile rotsketen. Afdalen naar
1600 meter naar pont d'Arlevé. Op 2000 meter passeren we refuge Moëde (net
voor de brug over de Arlevé was ook nog een mooie kampeerplek). Vanaf dit punt
begint onze laatste serieuze klim van deze tour. We gaan van 1597 meter naar
2526 meter, bijna 1000 meter klimmen. We hebben er allebei niet ve
el zin in,
maar we gaan toch maar. We hebben de hele dag nog steeds zicht gehad op de
gorges de Fiz. Vanaf 2100 meter komen we de eerste serieuze sneeuw tegen. Op
2300 meter moeten we een aantal keren over de sneeuw lopen. De laatste 150 meter
is meer klauteren dan klimmen, over rotsen, sneeuw en laddertjes. Onderweg zien
we nog een hut welke de vader van Jeannette in 199? gemaakt heeft tijdens zijn
wandeling om er te overnachten. Hij is nog goed intact. Na 4 uur klimmen
bereiken we de top van de Brévent. Op de top is ook het eindstation van een
kabelbaan, dus weer veel dagjesmensen daar. Je ziet ook regelmatig mensen die
net als wij met de rugzak en tent op pad gaan, of wandelaars welke van refuge
naar refuge trekken. Allemaal te zien aan de grootte van de rugzak. Na de top
dalen we nog tot 2150 meter. Vlakbij refuge Bel Lachat vinden we een perfect
plaatsje voor d
e tent en een waanzinnig uitzicht op de Mont Blanc met al zijn
gletsjers. Om 18.00 uur komt er iemand van de refuge. Hij zegt dat het gaat
stormen vannacht en dat er kans is dat de tent los zal waaien. Hij adviseert ons
om achter een heuvel, waar water is en de tent uit de wind staat. We pakken
alles in en zetten de tent 5 min. verderop weer neer. Als we gegeten hebben gaan
we even uit naar de refuge. Van tevoren breken we de luifel af. Die is niet
stormvast als hij in de wind staat. De rugzakken leggen we voor in de tent. Het
is wel krap, maar ja, je moet iets. Een 10 tal wandelaars overnachten in de
refuge en
kijken naar de zonsondergang en de Mont Blanc. Als we terug lopen naar onze tent
begint het net te regenen, het laatste stuk hollen we terug.
Dag 71
Vrijdag 7 augustus
1999.
Refuge
Bel Lachat - Les Houches
`s Nachts steekt er een flinke storm op. Het regent, waait en bliksemt
veel. Soms lijkt het wel of de tent los zal waaien, maar `s morgens staat alles
er nog. Het is koud en winderig als we opstaan, 8 °C wees het thermometertje
aan. Buiten is de lucht opengetrokken en we hebben vrij uitzicht op de Mont
Blanc. Zeer speciaal wakker worden. Toch maar vlug inpakken, eten en wegwezen.
Eenmaal onderweg komen we de zon al tegen. Dan is het weer lekker om te
wandelen. We dalen 1150 meter af. Een flinke afdaling met zicht op Chamonix en
later op Les Houches waar we tegen half 12 aankomen. Een eindje verderop is een
camping, die hebben we tijdens de afdaling al zien liggen. Zo was het
gemakkelijk om meteen de goede kant op te lopen en niet eerst naar het VVV te
moeten. Na wat inkopen zetten we onze tent op. We hebben een plekje met schaduw.
Wel lekker want de zon komt goed door.
We blijven nog een dag en vertrekken op zondag 9 augustus met de trein naar Thonon les Bains. We rijden, na onze auto in goede staat te hebben teruggevonden, weer naar Brabant.
![]()
Homepage LAW 5-1 Deltapad
Gr 5 Maastricht
Gr
5 Vielsalm Gr
5 Echternach Gr 5 Grundhof-Amance Gr
5 Barr Gr 5 Villers le lac Gr 5 Nyon Gr 5 Les Houches
Gr 5 Modane Gr 5 Auron
Gr 5 en 55
Vanoise GR5 Nice Gr 54 Alpe d'Huez Kungsleden
Siljansleden
![]()
Verslag

GR 5
ModaneGedeelte in de Franse Alpen.
Les Houches - Modane, een wandeling van 7 dagen.
We hebben een paar dagen op een camping gestaan in de buurt Annecy. We hebben
vorige week de Vierdaagse van Nijmegen gelopen. Vincent heeft voor de eerste
keer, en waarschijnlijk ook wel voor de laatste keer, meegelopen.
Met de trein gaan we naar Les Houches en vervolgen daar de GR 5. Op de eerste
dag is het eerst klimmen, later lopen we een stukje om maar komen uiteindelijk
op een gezellige camping uit in Les Contaimes- Montjoie. Er volgt een lange dag
met een klim van 1500 hoogtemeters naar Croix du Bonhomme en zetten ons tentje
op in de Middle of Nowhere. Na een zware nacht (storm en regen) gaat het weer
even bergop om vervolgens af te dalen naar Landry (800 m.). We krijgen deze week
veel regen te verwerken. Na Col du Palet (2652 m.) komen we in het
wintersportgebied van Tignes. Hier volgen we een stuk van de GR 55 over Col de
La Leisse en komen weer terug op de GR 5. Nadien blijven we boven de 2000 meter
totdat we weer afdalen naar Modane (1060m.)
Ons startpunt is Les Houches en het eindpunt is Modane
|
|
Aangegeven uren |
Eindpunt |
|
Dag 72 |
5.10 | Les Contamines-Montjoie |
|
Dag 73 |
9.20 | La Berge |
|
Dag 74 |
7.50 | Landry |
|
Dag 75 |
2.00 | Pont Romano |
| Dag 76 | 7.00 | Tignes le Lac |
| Dag 77 | 6.10 | d'Entre Deux Eaux |
| Dag 78 | 9.25 | Plan Sec |
| Dag 79 | 6.25 | Modane |
Zwaarte van de
route
Ondanks dat je in de Alpen loopt is
het niet echt super moeilijk en zwaar. Met wat ervaring is het goed te doen. Het
klimmen en dalen gaat redelijk geleidelijk.
Overnachting
Omdat de bevoorrading en de gelegenheden om te slapen deze keer geen probleem zijn,
kun je als je moe bent er mee stoppen.
Openbaar vervoer
Er komt niet overal een bus en zeker geen trein. We waren van een paar
mogelijkheden afhankelijk.
Dag
72
26 juli
2000
Les Houches - Les Contamines-Montjoie 5.10 uur
Zoals gewoonlijk bekijken
we thuis hoe we het beste kunnen reizen in het gebied waar we gaan wandelen. Dit
keer laten we de auto in een klein dorpje St. Jorioz staan om met de bus naar
het station van Annecy te gaan. De bus komt wat te laat, maar om 8.25 uur zijn
we onderweg. Onze 2 rugzakken hebben op zichzelf een hele busbank nodig. We
reizen samen met mensen die naar hun werk of school gaan. Toch altijd een apart
gevoel, als je op vakantie bent en de lokale bevolking kun je gade slaan in hun
normale leven. We kopen op het station een "billet" van 93 Franse
Franken per persoon en zijn na een comfortabele reis waar bij we 1 keer overstappen
om 11.30 uur in Les Houches (1008m.). We herkennen de brug en lopen door een
voor ons nog bekend deel van het toeristische Les Houches. Als we bij de
eerste skiliften aankomen is het ook voor ons weer tijd om te gaan klimmen. Het
begin is altijd weer even moeilijk. We kruisen op een asfaltweg telkens de
kabels van de lift totdat steenslag de verharding van het pad overneemt. We zien
de eerste bergen met sneeuw. Waarschijnlijk heeft het daar vannacht gesneeuwd en
waar we lopen geregend. Gisteren waren we namelijk op een camping in St. Jorioz,
een dorpje vlakbij Annecy, in een tent en het regende de hele dag. We lopen
sneller dan in het boekje qua tijd staat aangegeven. We klauteren omhoog.
Soms
passeren we een dorpje of een paar huizen. Tijdens de middagpauze zitten we op een
boomstronk op een open stuk grond naast het pad. We lopen naar Dionnassay
op 1314m. Na een paar kruisingen en gîtes raken we de markering kwijt. We
missen het dorpje Champel, maar zien wel Bionay (950 m.). Via het routekaartje
zien we weer waar we zijn en lopen langs een drukke weg (D 902). We hebben
100 meter te veel afgedaald en moeten die dus nu weer omhoog. We komen in Tresse
(1020m.). weer op de route. We lopen langs een bergbeek met de naam Bonnant. We
lopen eerst over een breed bospad. Dit gaat later over in een fietspad. Net voor
Nivorino (1161 m.) lopen we omhoog naar Les Contamines-Montjoie. Dit is een wat
groter dorpje. Hier doen we inkopen. We zien de camping al aangegeven. We
informeren bij de VVV waar de camping precies is. Het blijkt 3 km verderop te
liggen en de enige camping in de omtrek. Camping Le Pontet. Om 18.00 uur komen
we hier aan. Een leuke camping met een extra veldje voor trekkers, vlakbij een
park. De rivier die hierboven beschreven is, kabbelt achter de camping door. We
delen een picknicktafel met een Nederlandse jongen en meisje die de Tour du Mont
Blanc (TMB) lopen. We wisselen meteen wat ervaringen uit. De jongen
heeft al meer gewandeld. Zijn vriendin doet hier haar eerste wandelervaringen op
met een meerdaagse rugzaktocht. We zien nog meer Nederlandse stellen die hun
tentje hier hebben staan en dagtochten vanuit deze camping doen. De lucht is
bewolkt maar het is droog. Soms waait het even, verder is het windstil. De zon
schijnt op de bergen achter ons. Alle spullen kunnen nu goed drogen. Langzaamaan
verdwijnt de zon achter de bergen en wordt het wat kouder. Moe van een eerste
wandeldag duiken we onze slaapzak in.
Dag 73
Donderdag 27 juli 2000.
Les Contamines-Montjoie - La Berge
9.20 uur
We hebben de
wekker op half zeven gezet, maar blijven nog lekker even liggen tot zeven uur. Om
acht uur beginnen we aan de klim van 1400 hoogtemeters. Het is prima wandelweer
in een bosrijk gebied. We passeren op weg naar de col de Bonhomme, veel dagjes mensen.
We lopen tussen de bergen sommige op afstand met sneeuw. Op
1700 meter ligt de boomgrens en boven de 2000 meter lopen we over wat sneeuw. De
col ligt op 2329 meter, maar wij moeten nog even door naar col de Croix du
Bonhomme op 2479 meter. Daar komen de meeste dagjesmensen al niet meer aan toe.
Het is dan rustiger. Voor ons blijft het flink klimmen met veel rotspartijen. 5
minuten wandelen over de col is een refuge. We zijn blij dat we er zijn. We
tanken daar wat van het ijskoude bergwater wat in een houten uitgeholde boomstam
loopt en nemen een lunchpauze van een uur in de zon op het gras. Het is er best
fris. We drogen onze van het zweet natte shirts in de zon en trekken onze fleeces aan. Er is een panorama overzichtsbordje wat informatie over het mooie
uitzicht over de bergen geeft. We vinden dat we een flinke pauze verdiend hebben
na al dat klimmen. We zetten thee en smeren brood. Als we weer de puf hebben om
het boekje nog eens goed bekijken zien we dat we nog meer moeten klimmen naar
2528 meter. Verder dan die Croix hebben we nog niet gekeken in het routeboekje.
We zien voor ons een bergkam, waar nu ook mensen over heen lopen. We zien er
behoorlijk tegenop om nog verder te klimmen maar we moeten er toch aan
geloven. Als we eenmaal weer op gang zijn gaat gemakkelijker dan we dachten.
Zo'n pauze doet dan toch goed. We hebben een mooi uitzicht over de omgeving
aan allebei de kanten, aangezien we helemaal over de kam moeten lopen. We dalen
af en zetten koers naar refuge Plan de Lai op 1818 meter. We zien net voor de
refuge een mooi kampeerplekje aan de rivier. Toch maar even doorlopen, naar
de refuge. We drinken er wat en besluiten om nog 45 minuten verder te gaan. Na
45 minuten klimmen komen we aan bij een chalet, maar er zijn verder geen
kampeermogelijkheid. Hier waren we naar op zoek. We zien een wandelaar met rode
jas, soms gaat hij zitten en spot met een verrekijker vogels. Hij blijft
een hele tijd niet ver bij ons vandaag. We lopen hem en hij loopt ons voorbij.
Het begint al laat te worden en we zijn beiden behoorlijk moe. We vinden nergens
een geschikte plek. Dan is het weer te schuin om te slapen, dan liggen er op een
vlak gedeelte veel koeienvlaaien. Er pakken donkere wolken samen rondom de
bergen. We moeten snel iets vinden anders moeten we de tent in de regen opzetten.
De wandelaar in rode jas loopt ons voorbij, we zien hem al een tijdje niet meer.
De rotsen die we passeren zijn soms groter dan een huis. Om te voorkomen dat we
zo dadelijk een leuk plekje zien en er geen water is, vullen we alvast onze
waterzak en onze Sigg-flessen bij in een schoon beekje. Om kwart voor zeven
zetten we uiteindelijk de tent neer op een uitloopstuk van een haarspeldbocht
van een onverharde weg. Het is een stukje vlakke grond met stenen en relatief
weinig koeienvlaaien. Verre van ideaal maar goed. We wassen ons snel wat met het
meegenomen water. Het begint ondertussen steeds donkerder te worden door de
wolken en het begint te regenen. We gooien vlug alles in de tent. Door het
tentdoek horen we de regen extra goed. We zijn erg moe. We koken in de
tent. We gebruiken etenswaren uit Nederland. Zoals foliepak vlees, gedroogde
sperziebonen en puree. Later zetten we koffie. Na het schrijven van het
dagverslag gaan we om half tien slapen. We liggen in de slaapzakken maar
slapen deze nacht weinig. De regen roffelt op het tentdoek en de wind raast om
ons heen. We horen ook het donderen in de lucht. Het licht van een
bliksemschicht dringt door in onze gesloten ogen. Eigenlijk op het moment niet
echt leuk zo met zijn tweeën in een tentje op een helling van een kale berg.
Helemaal overgeleverd aan de grillen van de natuur, maar wel apart om dit te
overwinnen.
Dag 74
Vrijdag 28 juli
2000
La Berge - Landry 7.50 uur
Om half zeven uur gaat het tijdalarm van de
horloge annex hoogtemeter af. Deze gebruiken we als wekker. We zijn allang
wakker maar het regent, dus we staan nog niet op. Na een kwartiertje lijkt het
droog te worden. Snel aankleden, voordat dat gebeurt is regent het alweer de
wind sleurt aan de tent, alsof hij deze mee wil nemen. Een tentharing schiet
los. Vincent gaat naar buiten om hem weer vast te zetten. We ontbijten eerst, dit
kan in de tent. Later is het even droog. We pakken snel alles in, maar het
regent alweer voordat we vertrekken. Met regenponcho en gamaschen aan gaan we op
weg naar de col de Bresson. We lopen naar een dal. Het ziet er donker en mistig
uit. Er zijn weinig kleuren waar te nemen in dit landschap. Het is een
groen-grijs geheel. Onder zien we het stuwmeer (Lac de Rosselend) liggen. De
bergtoppen zijn gehuld in donkere wolken. We lopen over een modderig pad en
passeren regelmatig beekjes. Er is veel water wat van de berg afkomt. Zeker nu
het vannacht zoveel geregend heeft. We gebruiken de tent-wandelstok als steun om
ons over moeilijkere stroompjes te loodsen. We zien ook weer de wandelaar met de
rode jas. Hij zal ook wel ergens op de berg geslapen hebben. Waar, dat weten we niet. We
hebben zijn tentje niet gezien. Misschien heeft hij wel in een huisje in het dal
geslapen. Het wordt weer klimmen. De ondergrond wordt wat harder en minder
drassig. Als we op 2000 meter, tussen grote rotsblokken lopen, verdwijnen we in
de wolken en hebben geen dalzicht meer. Naarmate dat we hoger komen, begint het
ook meer te waaien ondanks de mist. Om elf uur staan we op de top (2469 m.) van
de col de Bresson is het 4 °C met een behoorlijke wind. Echt koud dus. Hier
zien we ook andere wandelaars die net de top bereikt hebben vanuit de andere
richting. Na wat afdalen
maken we een stop. Aan deze kant van de berg is er veel minder wind. We drinken
op een windstille plaats koffie. Plotseling begint het ook hier tussen de rotsen
toch weer te waaien. Koouud, koouud dat het is. We pakken onze spullen in, maar
dit valt niet mee met onze koude handen. We trekken onze jas en fleece aan en
dalen verder af naar een dal. De bewolking wordt steeds dunner. De lucht trekt
open. We worden geleid door een rivier welke tussen 2 bergen naar beneden
stoomt.
Machtig mooi uitzicht. De wandelaar met de rode jas zien we voor ons
afdalen. Om één uur in de middag onderbreken we de afdaling voor de lunch.
Later verliezen we de routemarkering uit het zicht. We volgen de route op de
kaart en komen als we het eigenlijk niet meer zien zitten toch bij een markering
uit. We doorkruisen een weg met haarspeld bochten door over de tussenliggende
weides te lopen en komen 2 uur later aan in Valezan. Een mooi pittoresk dorpje op
1185 meter. We dalen steil verder over mooie bospaadjes en een lekker zonnetje
in de rug, naar onze eindbestemming: Bellentre. Moe hier aangekomen blijkt er
geen tankstation voor onze benzinebrander en geen camping te zijn. Dit stond
wel in het GR- boekje aangeven. Teleurgesteld lopen we weer 3 km / 45 min verder
naar Landry. We zien het dorp in de verte liggen. Het regent daar, zo kunnen we
op afstand al zien. Even later lopen we dus in de regen het dorp binnen. We doen
inkopen in een kleine supermarkt. Een automobilist wijst ons de weg naar de
camping. We lopen een stukje terug en melden ons aan bij de campingeigenaar. We
betalen 100 FF en zetten onze tent op. Ook nu begint het weer te regenen. Leuk
hé, je zou er niet goed van worden. Rond acht uur 's avonds klaart het toch
weer op. We kunnen 's avonds in de kantine binnen zitten. Lekker warm. Er is een
karaoke avond. De jeugd zingt wat met de muziek mee. Best leuk.
Dag 75
Zaterdag 29 juli
2000.
Landry - Pont Romano 2.00 uur
We hebben vandaag een korte wandeling voor de boeg. We slapen uit tot acht
uur. Het heeft vannacht niet geregend, dus we hebben goed kunnen slapen. Om
negen uur zijn we op weg. We moeten meteen flink klimmen en zien weinig
markering. Met het kaartje komen we er toch wel uit. Na een paar kilometer gaan
we van de route af om in Peisey onze brandstoffles met benzine te vullen. Op een
bankje voor de VVV zetten we koffie. De brander doet het nog niet goed doordat
we gisteren met petroleum hebben gekookt. We zien wat lokale bevolking rondlopen
in het dorpje. Na nog een uurtje lopen via een bosrijk pad langs de rivier le
Ponturin zien we een bankje tegenover een camping. Het is inmiddels half één
en het lijkt een mooie plek en tijd om te lunchen. We bekijken of we onze
wandeldag nu al kunnen beëindigen. Als er een mogelijkheid is om inkopen te
doen op de camping dan willen we op de camping blijven. Dit houdt wel in dat we
morgen een klein uurtje langer moeten lopen. We hebben de voorkeur voor het
overnachten op een camping dan in een refuge, wat de volgende
overnachtingsmogelijkheid zou zijn.
Nadat we ons aanmelden bij de familie van de
camping leggen we ons bevoorradingsprobleem uit. De zoon van de eigenaar gaat
vanmiddag naar Peisey, één persoon kan meerijden om inkopen te doen, dat is
dus prima geregeld. Jeannette wast wat kleding en Vincent doet inkopen. De
supermarkt is klein maar ze hebben van alles, maar wel heel anders dan we in
Nederland gewend zijn. Er zijn minder levensmiddelen die snel te bereiden zijn,
zoals in Nederland je wel veel kant en klaar eten hebt. Na even zoeken heeft hij
toch alle spullen bij elkaar. Alle natte kleding kan nu drogen. Af en toe regent
het wat, maar gelukkig kan de kleding binnen drogen. Als onze Belgische
overbuurman ons op een matje op de grond ziet zitten biedt hij ons 2 stoelen
aan, dat slaan we natuurlijk niet af. Het blijft de rest van de dag bewolkt,
soms zit er een opklaring tussen en dan kunnen we even van de zon genieten. We
zitten buiten totdat we hebben gegeten. Het wordt om acht uur 's avonds toch wat
frisser en we gaan in het chalet wat fungeert als receptie en bar, wat drinken.
Het is een prachtig oud gebouw met hoge muren en deuren en een trap met een
balustrade. De camping ligt aan de rivier en we kijken uit over beboste bergen.
De richting die we morgen op gaan ziet wit van de sneeuw. We zitten hier op 1440
m hoogte. 's Avonds regent het nog een paar keer, maar als we om 21.30 uur gaan
slapen is het droog. Misschien kunnen we weer rustig slapen vannacht.
Dag 76
Zondag 30
juli 2000
Pont Romano - Tignes Le Lac 7.00 uur
De wekker is weer gezet en om half zeven staan we weer buiten de tent.
We halen onze kleding binnen op, die is vannacht lekker droog geworden. Alleen
de sokken zijn nog wat vochtig. In 70 minuten hebben we alles ingepakt en
ontbeten en gaan we weer op pad. De sokken en handdoek hangen we op de rugzak om
te drogen. Het pad loopt rustig aan omhoog, langs een oude mijn en door het
dorpje Les Lanches (1524 m). We steken de rivier ook weer een keer over tot we
bij refuge de Rosuel komen waar we in eerste instantie hadden willen
overnachten. Het is een mooie nieuwe refuge met een dak wat met de berg meeloopt
en bedekt is met gras. Hier is een parkeerplaats waar wandelaars hun auto
achterlaten om de bergen in te trekken. We zien een aantal mensen hun auto's
afsluiten. Even lopen we tussen die groep, maar al snel zien we hen niet meer.
Dat vinden we wel zo prettig, alleen lopen. Je hoort dan de anderen niet praten
en we kunnen ons eigen tempo aanhouden. We lopen tussen de bomen over een rotspaadje
langzaam omhoog. Na een uur is er een 3-sprong. Er lopen hier in de middle of
nowhere paden met soms een hutje voor een enkele koeienboer, verder alleen
bergen. De hoogste met sneeuw, anderen met bos. Op 1800 meter hoogte komen we
boven de boomgrens. Het landschap bestaat hier nog uit grote en kleine
rotsblokken. We zien beekjes stromen op de helling. Het ruisen van het water is
het enige geluid wat we hier horen. De zon schijnt en opeens zien we een marmot
van heel dichtbij. Het beest is groter dan we gedacht hadden, wel erg leuk. Het is
echt een schitterend gebied om te wandelen.
Het pad stijgt verder met soms een
stukje vlak. Om half één bereiken we eerst de refuge. Deze staat net onder top
van de col du Palet op 2652 meter. We drinken wat water en maken gebruik van het
aanwezige toilet. Op het terras van de refuge zitten verschillende wandelaars te
lunchen. Menigeen zit al aan de rode wijn. Eenmaal over de top komen we in een
heel ander landschap. Het is een weide helling met skiliften en wandel paden.
Als we een kwartiertje over de top zijn en uit de wind lopen lunchen we lekker
in het zonnetje. We kijken uit over het grote skigebied van Tignes. We zien
dagjesmensen langs lopen. De één strompelt om zijn blaren te ontzien. Een
gezin met kinderen. De jongste hebben, bij het naar beneden lopen, last van zijn
voeten. De teentjes komen tegen de voorkant van de schoen aan. Hij wil dus bij
vader op de rug, maar die heeft al een kind op zijn rug. Moeder kan het kind
niet dragen. Een probleem!! Ondanks dat we niet al te veel Frans spreken kunnen
we de lichaamstaal goed volgen. We dalen verder af, dit gaat vrij
snel. Om half drie zijn we in Val Claret. Hier willen we overnachten. Een
volgende overnachtingsmogelijkheid zou nog 4 uur lopen zijn en dat wordt ons
toch wel iets te veel. In het natuurpark van de Vanoise, waar we morgen ingaan,
is wild kamperen streng verboden. Er zijn borden waarop te lezen staat hoe hoog
de boetes zijn als je er wel je tent opzet. We zien ook veel mensen in skikleding en de latten in de hand uit de bergtrein komen. Bij de toeristeninformatie vragen we naar een slaapplaats. De hotels in het skigebied van Val Claret zijn veelal alleen per week te boeken. Een enkele voorziening is voor
één nacht te boeken. We komen terecht in een soort jeugdherberg waar we 100 FF
per persoon mogen achter laten. Na een lekkere douche laten we de tent buiten in
de zon drogen. Later gaan we Val Claret even verkennen. We bekijken waar we morgen
de route kunnen hervatten. We doen inkopen voor de maaltijden van morgen en
drinken daarna wat in de bar van ons verblijf. 's Avonds gaan we "luxe"
uit eten in een pizzeria. Om negen uur zijn we weer terug, drinken nog even wat
in de bar en dan naar bed.
Dag 77
Maandag 31 juli 2000
Tignes Le Lac - d'Entre Deux Eaux 6.10 uur
Een bed en een matras, dat
slaapt echt heerlijk. Om half acht staan we op. Buiten schijnt de zon volop, er
is geen wolkje aan de lucht. We lopen weer naar Val Claret en zoeken de
rood-witte markering weer op. We volgen een skilift naar boven. We lopen nu een
deel van de GR55. Een paar jaar geleden hebben we het deel van de GR5 om de Vanoise gelopen. Een stuk verderop zien we om ons heen flinke
sneeuwplakkaten, waar
we soms overheen en soms omheen lopen. We dalen langzaam af en passeren een paar
kleine meertjes, totdat we aankomen bij een stuwmeer, wat we nog kennen van de
vorige keer. We lopen langs de steile rotshellingen langs de oever van het
stuwmeer. We passeren een aantal oudere vrouwen die bij het meer zitten. Als we
nog iets verder afdalen passeren we de drie gebouwtjes van refuge de la Leisse,
waar we bij vorige gelegenheid overnacht hebben. Tijdens de afdaling volgen we
verder de rivier, die ligt echt in een dal tussen de hoge bergen in. Er lopen
ook schapen te grazen. Om één uur gaan we lunchen. We zitten niet echt lekker,
want het is meer gaan waaien. De lucht blijft wel strak blauw. Om half drie uur
komen we bij refuge Entre Deux Eaux op 2120 meter. Een mooie en gezellige refuge.
Het is er druk met passanten en met wandelaars die willen blijven slapen.
We
geven aan dat ook wij willen overnachten en gebruik willen maken van de keuken.
We betalen 67 FF per persoon. We slapen op een zaal en met een munt kunnen we
met warm water douchen. We zetten koffie en thee en bestuderen alvast de route
voor morgen en schrijven in ons dagboek. De was waait lekker droog op de waslijn
in de wind. We zitten uit de wind en hebben uitzicht over het rivierdal van de
Leisse met de bergen daar omheen. Deze zijn veelal groen, maar sommige ook met
wat sneeuw. Om kwart voor zeven gaan we onze maaltijd bereiden. Er zijn ook
andere mensen en groepen die hun eten koken. Er overnacht hier ook een groep
waarbij de bagage steeds met de auto wordt weggebracht. Niet echt iets voor ons,
maar het is wel leuk dat het kan. Degenen die zelf koken hebben een aparte
eetzaal. We eten tortellini met bolognesesaus. Er zijn opvallend veel mensen die
macaroni met boter en kaas eten. Misschien wel een gewoonte als je in Frankrijk
gaat wandelen. Het is licht van gewicht en makkelijk te bereiden. Na de koffie
drinken we nog een glaasje wijn in de gastenkamer. Dit is de eetkamer voor de
gasten die vol pension genieten. Het is er best gezellig. Om half tien gaat
iedereen, en wij dus ook, naar bed.
Dag 78
Dinsdag 1 augustus
2000
d'Entre Deux Eaux - Plan Sec 9.25 uur
Het is best druk in
de refuge maar desondanks is het in de slaapzaal, met ± 20 personen, toch
redelijk rustig geweest vannacht. Om halfzeven piept de wekker weer en staan we
op. We maken weer gebruik van de keuken om thee te zetten. Om kwart over zeven
gaan we weer op weg voor het laatste stukje van de GR55. Bij de brug over de
Leisse op 2011 meter, pakken we de GR5 weer op. We zigzaggen een grasberg op en
zijn zo al snel op 2400 m hoogte. We zien soms een marmot. Vincent ziet nog een
gems wegschieten. Het gras gaat al snel over in rotsen. Om half elf stoppen we
voor de 1e pauze bij een mooi bergmeertje. We lopen over een berghelling en zien
een paar dorpjes langs een rivier en een weg in het dal. Als we aan de lunch toe
zijn zien we een helikopter met een onderlanding tussen 2 plekken heen en weer
vliegen. Het eindpunt kunnen we niet zien. Even later komen we langs refuge de
l'Arpont op 2309 m. Dit is de refuge die bevoorraad werd door de helikopter. De
refuge is dan ook alleen te voet bereikbaar. Als we langslopen zijn ze net
begonnen met het uitpakken van de geleverde spullen. We komen regelmatig
wandelaars tegen, maar niet vervelend veel. We lopen over een helling en zien in
het dal een rivier en verschillende dorpjes. Het is een hele trip en we blijven
op die berghelling lopen. De zon is nadrukkelijker aanwezig. Hij brandt op onze
armen en we moeten ons beschermen tegen zonnebrand. Om kwart voor vijf, 9,5 uur
na ons vertrek, komen we aan bij refuge Plan Sec op 2310 m hoogte. Een lange
dag, maar achteraf toch goed te doen. Bij de refuge zetten we onze tent op voor
20 FF per persoon. Ook hier kunnen we weer warm douchen en daarna zitten we weer
lekker in de zon. In de kookruimte wordt 's avonds voor ons de houtkachel
opgestookt, lekker.
Dag 79
Woensdag 2 augustus 2000
Plan Sec - Modane 6.25 uur
Om half zeven maakt de wekker ons weer wakker. Het weer ziet er goed uit. De tent
is vannacht droog gewaaid, dat is het voordeel van overnachten op hoogte. Omdat
alles goed droog is zijn we snel klaar met inpakken. We gaan naar de keuken om
thee te zetten en te eten. Ondertussen komt er snel bewolking opzetten en begint
het te regenen. Na het ontbijt is de regen weer over. We kiezen ervoor om via
een kortere weg naar beneden te lopen, zodat we op tijd in Modane zijn. Tijdens
het afdalen begint het flink te regenen. We dalen eerst om daarna weer 300 meter
te stijgen. Qua tijd blijkt dit hetzelfde te zijn dan de langere route.
We lopen
hier wel weer tussen de bomen, de afgelopen drie dagen zijn we steeds boven de
boomgrens gebleven. Ook zien we hier soms weer markering, die hebben we gisteren
de hele dag weinig gezien. Mede omdat in het natuurgebied van de Vanoise
gewerkt wordt met gele bordjes. Het is toch wel prettig om af en toe een
bevestiging te hebben dat je nog goed zit. Als we de 300 meter weer hebben
gestegen houdt het op met regenen en de lucht klaart zienderogen op. We lopen
weer, net als gisteren op een zelfde hoogte, ditmaal op een soort plateau met
wat stijgen en dalen. We komen regelmatig groepjes wandelaars tegen. Enige tijd
later dalen we weer wat sneller en we zitten al gauw weer onder de boomgrens.
Vincent ziet een wild zwijn weg rennen in het bos, even verder horen we van
een Duitser dat ze er drie hadden gezien. We lopen weer door en komen op een
splitsing waar we niet weten welke richting we moeten kiezen. We kiezen het
afdalende pad. Als we even later op een breder pad uitkomen weten we dat we
verkeerd zitten. Dan eerst maar even koffie zetten. We zitten lekker in de zon.
Op de kaart zoeken we op waar we nu zitten. We besluiten om niet terug te gaan
naar de route maar via het brede pad af te dalen naar Modane. Bij een
oorlogsmonument in het gehucht Amodon loopt ons pad uit op verschillende
weilanden. Als we die doorkruisen vinden we aan de andere kant een smaller pad
naar beneden. Het is vrij steil en er liggen veel dennenappels op de grond,
waarover je heel gemakkelijk uitschuift. Na nog eens 300 meter afdalen komen we
aan in Modane. We lopen richting het centrum en lunchen op een bank op het plein
tegenover het gemeentehuis. Dan gaan we op zoek naar de camping. Onderweg zien
we een supermarkt met benzinestation. Daar doen we later onze inkopen. Op ons
plaatsje op de camping aangekomen begint het weer te regenen, vlug de tent
opzetten. Als de bui over is wassen we wat kleding en hangen die in de zon te
drogen. Eerst maar even inkopen doen. Als we terugkomen is de was al bijna
droog. De temperatuur is best goed, maar het begint alweer te regenen. Later
gaat het ook nog hagelen en onweren.
Donderdag 3 augustus 2000.
Het regent alweer
als we bezig zijn met de tent afbreken en inpakken. We besluiten om naar huis te
gaan. We lopen naar het station en nemen de trein naar Annecy. Het laatste stuk
van de rit kan niet over het spoor. Er is een storing. We moeten met een bus.
Dit duurt in plaats van de geplande 2 uur nu 3 uur. Omdat we in Annecy erg lang
op de bus moeten wachten nemen we een taxi naar St. Jorioz waar onze auto staat
geparkeerd. Vervolgens rijden we weer naar Nederland.
![]()
Homepage LAW 5-1 Deltapad
Gr 5 Maastricht
Gr
5 Vielsalm Gr
5 Echternach Gr 5 Grundhof-Amance Gr
5 Barr Gr 5 Villers le lac Gr 5 Nyon Gr 5 Les Houches
Gr 5 Modane Gr 5 Auron
Gr 5 en 55
Vanoise GR5 Nice Gr 54 Alpe d'Huez Kungsleden
Siljansleden
![]()
Verslag
GR 5 en 55
VanoiseGedeelte in de Franse Alpen. Val d'Isere - Val
d'Isere, een wandeling van 4 dagen.
Voor ons beint de route van de GR 5 in Val d'Isere. We
starten meteen
met de zwaarste klim van onze wandeling de Col de l'Iseran. Na de top een erg mooie
afdaling met een mooie rivier en enkele watervallen. Het volgende stuk is vrij laag en
vlak, waarbij uitwijkmogelijkheden zijn naar verschillende dorpjes, voor het inslaan van
proviand. Daarna weer een klim naar refuge de Vallonbrun. Na refuge Plan du Lac verder
naar beneden gelopen om zo te komen op de GR 55. Het gedeelte naar Col de la Leisse heeft
een deel met flink vals plat. Op de Col de la Leisse is het erg mooi, niet in de laatste
plaats door de rivier de Leisse. Nabij de top van de Col lag er tijdens onze
wandeling (Augustus) nog sneeuw.
Weer beneden gekomen kom je in de wintersportoorden Val Claret en Tignes. Dit is een kaal
stuk ten gevolge van de skipistes. Het laatste stuk naar Val d'Isere is heuvelachtig, met
nog 1 klimmetje direct na het verlaten van Tignes.
Ons start- en eindpunt was Val d'Isere.
|
Aantal uren gelopen |
Eindpunt |
Dag 80 |
9.30 |
Gîte in Villaron |
Dag 81 |
4 |
refuge Vallonbrun |
Dag 82 |
9.15 |
refuge de la Leisse |
Dag 83 |
6 |
Val d'Isere |
Het Landschap
Omdat je meestal op een redelijke hoogte loopt (bijna altijd boven 2000 m.) is het
landschap kaal en weids, maar zeker niet saai. Veel rotsen en ook nog lage beplanting.
Zwaarte van de route
Er zitten een aantal flinke hoogteverschillen in. De Col de l'Iseran (2764 m.) is de
zwaarste klim. Ook de klim naar refuge de Vallonbrun is zwaar. Onze ervaring is dat
langzaam maar gelijkmatig doorlopen het minst vermoeiend is.
Wij hadden niet speciaal voor deze wandeling getraind, maar hebben wel een goede
basisconditie.
Voor ons was dit een leuke meerdaagse tocht.
Overnachting
In het nationaal park van de Vanoise kun je van te voren een gîte of refuge bespreken via
het VVV kantoor in Tignes. Dit kost 40 FF, die later bij het afrekenen in de refuge zelf
weer in mindering worden gebracht.
Wij starten bij de enige camping in Val d'Isere. Het is een kleine en goedkope
camping aan de voet van de Col de l'Iseran. Wij kunnen er goedkoop onze auto en tent
achterlaten. Het eerste punt om te overnachten ligt op 8.30 uur lopen, met de zware
beklimming van de Col de l'Iseran. Als we bij de refuge aankomen blijkt die te zijn
gesloten. In het nationaal park mag je niet wild kamperen (er wordt gecontroleerd). Het
beste is om aan de voet van de col de l'Iseran van de route af te wijken en naar het
plaatsje Bonneval-sur-Arc te lopen. Wel reserveren, gîte zit erg snel vol. Wij
overnachten in een gîte in Villaron die zeker aan te raden is, maar wel op 9.30 uur lopen
ligt vanaf de camping in val d'Isere. Er is een goede douche, een aparte keuken om zelf
te koken en een balkon om je kleding te drogen.
Onze volgende refuge is Vallonbrun. Op zich is dit een mooie refuge, maar de waardin
is
niet echt gastvrij. Je mag bijv. pas om 16.30 uur in de slaapzaal en moet deze weer voor
07.30 verlaten. Er is geen douche maar wel een goede wasgelegenheid met koud water. Het is
beter om door te lopen naar de onbewaakte refuge le Cuchet. Deze zag er schoon en leuk
uit.
De laatste overnachtingplaats is refuge de la Leisse. Dit is echt een aanrader. De
refuge ligt op 2487 m. en wordt bevoorraad door helikopters. Er is een mogelijkheid om je
tent op te slaan of te overnachten in de refuge zelf. Geen douche, alleen een waterbak
buiten op de binnenplaats.
Openbaar vervoer
De D902, vanaf Bonneval sur Arc richting Modane heeft een busverbinding. Ook Tignes en Val
d'Isere zijn vanaf Bourg Saint Maurice met een bus te bereiken. Er is geen openbaar
vervoer verbinding vanaf Val d'Isere naar het zuiden van de route.
Rondje door de franse Alpen. Van Val d'Isère naar Val d'Isère in 4 dagen.
Op vrijdag 8 augustus komen we met de auto aan in Val d'Isère. We vinden een camping
(een weide met wat gebouwen) langs de rivier Rvoir. Bij het inchecken blijkt dat als de
rivier, welke in korte tijd zeer snel kan stijgen ten gevolge van smeltwater, buiten zijn
oevers treed de camping in zijn geheel ontruimd zal worden. Midden in de zomer zal dit
zo'n vaart wel niet lopen.
's Middags informeren we naar de overnachtingsmogelijkheden in de refuges. Vooral de
eerste dag zal een probleem kunnen worden omdat er pas na 8 uur lopen een slaapplaats zal
zijn welke volgens de plaatselijke VVV ook nog volgeboekt is. Voor de andere dagen
boeken we wel een slaapplaats. We weten niet of het noodzakelijk is. 's Avonds de rugzak
inpakken en regelen dat onze tent en auto op de camping kunnen blijven staan. De
autosleutel laten we achter zodat ze deze bij een evacuatie weg kunnen rijden.
Dag
80
Zaterdag 9 augustus.
Val d'Isère - Le
Villaron
De route loopt direct naast de camping. We kunnen dus meteen het pad oppikken wat al
direct begint te stijgen. We lopen langzaam maar gestaag omhoog. Het pad is soms zeer
steil zodat we voetje voor voetje naar boven klauteren.
De rugzakken zijn gelukkig niet zo zwaar en het weer is goed. De eerste col die we moeten
nemen is de col de l'Iseran, we stijgen van 1809 m. naar 2764 m. Een klim van 950 meter om
mee te beginnen. Na verloop van tijd komen we op de skipistes met de liften, nu groene
weides om vervolgens boven de boomgrens uit te komen. Rond de middag komen we
aan bij de top. Bonneval-sur-Arc, een prachtig oud dorp, lopen we voorbij, hier waren een aantal
refuges welke al vol waren. Dit hebben we vooraf al nagevraagd. Op de kaart stond nog wel
een onbewaakte refuge. Er wordt echt verder nergens meer over gesproken. Niet bij de VVV
en niet op bordjes onderweg. Toch gokken we daar maar op. We dalen wat af maar blijven op
hoogte. Het uitzicht is zo prachtig. Regelmatig steken we een riviertje over die van de
bovenliggende gletsjers komen. Na 8.30 uur lopen komen we bij die onbewaakte
refuge; Du Mollard, aan. Deze blijkt gesloten te zijn. De Vanoise is een natuurgebied waarin niet
gekampeerd mag worden, dus moeten we doorlopen naar Villaron, we moeten dan wel de berg
weer af. De totale looptijd daar naartoe is 9.30 uur. Via een erg steile afdaling naar Le
Villaron. Gelukkig zijn er nog 2 plaatsen in de gîte d'etappe. We hebben eten meegenomen
en dus koken we zelf. Er zijn goede voorzieningen, zoals een goed uitgeruste keuken,
comfortabele douches en ruime slaapgelegenheid met een balkon waarop kleding en schoenen
kunnen drogen.
Dag
81
Zondag 10 augustus
Le
Villaron - refuge
du Vallonbrun
Omdat we gisteren lang hebben doorgelopen hebben we vandaag een tocht van maar 4 uur. We
hebben geslapen tot 9.15 uur en daarna ontbeten in de goed voorziene keuken van onze
gîte. Om 10.15 uur gaan we op pad en om 11.00 uur bereiken we Bessans, daar hebben we
een krant gekocht en alvast een deel gelezen. Het volgende stuk was vlak, gevolgd door de
steilste klim van onze tocht. Onder aan de berg lijkt het net alsof je de berg helemaal
niet op kunt. Via haarspeldbochten en flink zweten komen we toch boven. Daar wacht onze refuge
du Vallonbrun. Reserveren was niet nodig geweest, er zijn behalve wij nog vier fransen,
terwijl er plaats is voor 44 personen. Het is een sobere maar nette refuge. Goed eten,
geen douche. We mogen pas om 16.30 uur de slaapzaal in en om 7.30 uur moet deze weer leeg
zijn. De refuge ziet er erg leuk uit maar doordat de waardin niet erg gastvrij is valt
het toch tegen. We gaan dus maar vroeg slapen.
Dag
82
Maandag 11 augustus.
refuge
du Vallonbrun - refuge de la Leisse
We staan om 7.00 uur op. Om 8.00 uur zijn we weer op weg en ontbijten onderweg. Na 1.45
uur lopen komen we langs een onbewaakte refuge du Cuchet. We kijken hier even binnen
en het ziet er erg leuk en comfortabel uit. Achteraf hadden we gisteren beter door
kunnen lopen en hier kunnen overnachten. Het weer is minder vandaag, veel wolken, soms
lopen we erin. We hebben meestal wel wat uitzicht naar beneden maar bijna niet naar
boven. Halverwege onze tocht besluiten we om onze gereserveerde refuge Plan
du Lac voorbij te lopen en nog 3 uur door te lopen naar refuge de la Leisse. Onderweg
verlaten we de GR 5 om over te gaan op de GR 55. 
We lopen door een langzaam stijgende vallei langs de rivier de La Leisse. De meeste sneeuw
is gedooid. Het is er helemaal verlaten. Er is van onze beschaafde wereld niets te zien.
Geen huis, geen weg. Alleen hier en daar een steenmannetje of een geverfde
markering. We kijken over een geweldig massief van bergen en sneeuw. Bij de
refuge aangekomen, die door
een helikopter bevoorraad wordt, hebben we er een tocht van 9.15 uur opzitten.
De refuge bestaat uit drie gelijke huisjes en is erg gezellig. Wassen moet
buiten bij de waterbak en koken gaat met kaarslicht, maar dat maakt het alleen maar leuk. Er zijn geen Nederlanders
in deze refuge, ook nog geen tegengekomen de afgelopen drie dagen. Omdat de fransen nu ook
vakantie hebben zijn er bijna alleen maar fransen. De meesten spreken geen
Engels en wij spreken geen Frans, dus het contact is beperkt tot wat woordjes en gebaren.
Er is hier ook een mogelijkheid tot kamperen. Er lopen ook ezels rond, die worden
gebruikt voor het vervoer van bagage.

Dag 83
Dinsdag 12 augustus
refuge de la Leisse -
Val d'Isère
Vandaag de laatste dag lopen. Om 8.30 uur vertrekken we. Een heel mooie wandeling over
de col de la Leisse (2758 m.), mooie vergezichten en we lopen over sneeuw. Boven op de
gletsjers zien we mensen skiën. We dalen verder af naar Tignes. Dit stuk is minder mooi
door de vele skipistes die er liggen. Het is gemakkelijk te bereiken voor de vele
dagjesmensen in het toeristische Tignes en het pad wordt dan ook behoorlijk druk belopen.
We bonjouren wat af.

Nog een laatste klim en verder door het dal naar Val d'Isère. Met Val d'Isère al in
zicht worden we ingehaald door een wandelaar met flink de pas erin. Even later twijfelt
hij over de route en halen we hem weer in. Het blijkt een Amerikaan te zijn die in één
keer de GR 5 wil lopen. Eind april in Hoek van Holland gestart en hij hoopt eind
augustus in Nice aan te komen. vier maanden alleen onderweg.
Na hem de weg naar de VVV te hebben gewezen lopen we zelf verder naar onze camping.
Alles is er nog zoals door ons vier dagen geleden achtergelaten.
Dit is het einde van onze 4-daagse wandeling. Het was erg leuk, we zijn er niet
overdreven moe van geworden en gaan morgen weer op pad voor onze volgende wandeling over
een deel van de GR 54.
![]()
Homepage LAW 5-1 Deltapad
Gr 5 Maastricht
Gr
5 Vielsalm Gr
5 Echternach Gr 5 Grundhof-Amance Gr
5 Barr Gr 5 Villers le lac Gr 5 Nyon Gr 5 Les Houches
Gr 5 Modane Gr 5 Auron
Gr 5 en 55
Vanoise GR5 Nice Gr 54 Alpe d'Huez Kungsleden
Siljansleden
![]()
Verslag
GR 5
Auronedeelte in de Franse Alpen. Modane - Auron een wandeling van 11 dagen.
We beginnen in Modane waar we in de zomer van 2000 gestopt zijn. De vader van Jeannette, Ad, is er dit keer ook bij. Hij is in 2003, 65 jaar geworden en heeft deze voetreis als cadeau gekregen van zijn vrouw en kinderen. (Ad heeft ook reisverslagen op onze site met zijn Pelgrimtocht naar Santiago en de Kungsleden in Zweden.) Op de top van Col de Garardin (2700 m.) komen we in een hagelstorm. We zijn blij dat we er heelhuids overheen komen. Vanwege nieuwe sneeuwval moeten we een beklommen berg weer af om een lagere variant te nemen. Ja, ook in juni kan de sneeuw nog verraderlijk zijn in de bergen. Bij Larche komen we bij de Pas de la Cavale (2671 m.) helemaal niet op. De sneeuw ligt er tot 80 cm hoog. Het pad is niet te herkennen. Liftend omzeilen we de pas en komen over een asfaltweg toch over de bergketen.
Ons startpunt is Modane en het eindpunt is Auron
|
|
Aangegeven uren |
Eindpunt |
|
Dag 84 |
6.05 | Pont de la Fonderie |
|
Dag 85 |
6.20 | Des Acles |
|
Dag 86 |
6.45 | Briançon |
|
Dag 87 |
8.55 | lac de Roue |
| Dag 88 | 6.20 | Ceillac |
| Dag 89 | 7.35 | Le Châtelet Rnes |
| Dag 90 | 7 | Saint-Ours |
| Dag 91 | 3 | Larche |
| Dag 92 | 6.25 | Bousiéyas |
| Dag 93 | 5.25 | Saint Entienne de Tenée |
| Dag 94 | 1.45 | Auron |
Het Landschap
De bergen zijn wat lager dan in
de Alpen zelf. Het gebied straalt rust uit. Er zijn weinig mensen en
dingen die de natuur verstoren. Marmotten bevolken de hellingen. Een prachtig wandelgebied.
Zwaarte van de route
De route van Modane
naar Saint Entienne is zwaar. Elke dag meestal één bergje met sneeuw. Ongeveer
1000 of 1200 meter klimmen.
Overnachting
We kamperen regelmatig wild of op
campings en als het niet anders kan in een Auberge of refuge.
Openbaar vervoer
Als voorbereiding
bekijken we de manier van reizen. We kiezen deze keer voor een autorit naar Genevé,
met de trein verder naar Modane en na de tocht terugvliegen via Nice naar Genevé. De Alpen zijn moeilijk te
omzeilen met de trein. Het duurt 14 maal zolang en is duurder dan een ticket van
een low-butget vliegmaatschappij.
7 juni
2004
Keldonk- Modane
Om vier uur in de ochtend halen we de vader van Jeannette (Ad) op. Via Venlo,
Freiburg, Basel rijden we naar Genevé, We kunnen goed doorrijden en zijn om
12.30 uur bij een klein stationnetje Meyzin-Vernier. Hier parkeren we onze auto
in een woonwijk. Een kaartje kopen voor de trein naar het centraal station is niet
mogelijk. Op het centraal station kopen we 3 treinkaartjes naar Modane. Een oud vrouwtje kijkt met
verbazing hoe Ad zijn zware bepakking op zijn rug zwaait. We mogen drie maal
overstappen in drie uur en veertig minuten. € 31 per persoon lichter staan we om
half zeven ‘s avonds op het perron van Modane waar we in augustus 2000 met regen
ingestapt zijn. We herkennen de omgeving nog en lopen eerst naar de supermarkt.
Daarna zoeken we de gemeentelijke camping. We worden hartelijk ontvangen en
nemen een kampeerplekje uit de wind. Na een warme douche en een zelfgemaakte
maaltijd zoeken we alvast de route voor morgen op. Met de piepende geluiden van
rangerende treinstellen op de achtergrond dommelen we in slaap.
Dag 84
8 juni
2004
Modane (1066 m.) – Pont de la Fonderie (1897 m.)
Via de dorpskern lopen we naar de gemarkeerde route. In een dorpje of stadje
de route vasthouden is altijd moeilijk, ook hier. We lopen na het dorpje
meteen verkeerd richting een steengroeve. We keren terug naar een paadje waar pas
na ± 300 meter een rood-witte markering door ons wordt waargenomen. We beginnen
aan een klimmetje van 1400 meter. Eerst een zwak stijgend pad wat al snel
verandert in doorsteken tussen een weg met haarspeldbochten. De markering is
summier. De zon staat in een onbewolkte lucht. We kruisen de snelweg naar
Italië. Net voor de kapel van Valfréjus is er een aardverschuiving geweest. Het
water heeft, met stenen en aarde, ons pad het ravijn mee in gesleurd. We
moeten via een hoger gelegen, verharde, weg toch het wintersport plaatsje Valfréjus proberen te bereiken. Een in het routeboekje aangegeven wi
nkel is in
de zomer niet open. We kunnen er dus geen voorraad brood voor morgen inslaan. Na
een koffiepauze, op een bankje in het te lege dorpje, proberen we ook hier de
markeringen te vinden. De markeerder van dit deel is volgens ons drieën wel
met pensioen zo grappen we. We zien op het kaartje wel dat we goed zitten. Op
1900 meter ligt her en der een beetje sneeuw. Stijgend langs een rivier komen we
op 2100 meter. Met een prachtig uitzicht eten we bij een onbemand hutje. Later
is ook het pad niet langer sneeuwvrij. We proberen, vanwege het zware lopen, de
sneeuw te vermijden door op onbesneeuwde stukken helling en dus van de route af
te lopen. We moeten regelmatig de route opnieuw opzoeken. Marmotten hobbelen
over de sneeuw. In een dalletje staat een alpenhut. Een stel Fransen in
klederdracht en met drank zit daar te genieten van het uitzicht over de bergen.
Onze rugzakken zijn nog behoorlijk zwaar. Zeker die dan Ad. Hij wil persé een
blik (camping)boter, een pot jam, chocolade repen, marsen en suiker en melk voor
in de koffie mee. 2 kg extra gewicht. Vincent neemt de boter en jam van Ad
over omdat zijn rugzak té zwaar is. We halen toch de top. De afdaling over
voornamelijk weidegrond is dan een genoegen. Riviertjes komen bij elkaar maar
worden op een moment zo krachtig zodat we op blote voeten het ijskoude water over
moeten steken. Koud!!!. Marmotten schieten naar hun hol en piepen om de anderen
te waarschuwen voor het gevaar: drie wandelaars. Wij! We dalen af naar Pont de
la Fonderie en kamperen(wild) pal langs het pad, niet ver van de rivier die
woest buldert. We wassen ons met het koude water ervan. We rapen een paar stenen
bij elkaar waar we op kunnen zitten en koken ons potje. Stamppotboerenkool (van
Maggi) met (foliepak) hamburger. Lekker op een dergelijk warme dag, maar vooral
licht om mee te nemen.
Dag 85
9 juni
2004
Pont de la Fonderie (1897 m.) – Des Acles (2025 m.)
We verlaten onze campsite en zitten na 10 meter weer op de route. We passeren de
refuges van de la Vallée Etroite (1765 m.). Bij het kerkje nemen we nog wat
drinkwater in. We klimmen in de schaduw van bomen. Vervolgens zien
we boven de boomgrens een bergmeertje bij Col des Thrures (2194 m.).
We dalen
weer over grasvelden naar een paar oude chalets. Bij Chappelle de Ames (1623
m.) willen we op 10 minuten lopen van de route, in Village de Sallé, brood
kopen, zoals aangegeven in het boekje. Ad blijft achter met de rugzakken, bij
een picknickbank vlakbij de kapel. We lopen het dorpje door, maar geen winkel
te vinden. We vragen het een vrouw. Die vertelt dat alle winkels in Sallé
inmiddels gesloten zijn In Village de Névache, 30 minuten lopen verder, is wel
een winkeltje. De teleurstelling is waarschijnlijk van onze gezichten af te
lezen want ze biedt ons een retourtje met haar voiture aan. Dat slaan we
natuurlijk niet af. Ze zet ons ook weer af bij het kapelletje. We bedanken haar
hartelijk en lunchen op een luxe picknickbank bij een huis met gesloten
raamluiken. Een teken dat het huis momenteel niet in gebruik is. Dan dalen we af
naar de rivier (1482 m.). Later lopen we een grindweg op waar we steil mogen
klimmen. Kamperen mag in het gebied van des Acles niet (1870 m.) Er staat
aangegeven dat er kuddes schapen lopen die bewaakt worden door honden. De natuur
is hier wel mooi. Lariks bomen krijgen nieuwe lichtgroene naalden. De plantjes
ontspringen de berggrond. Op plaatsen waar de sneeuw nog maar net weg is krijgen
ze een nieuwe kans om te ontkiemen. Er zijn wel heel mooie kampeerplaatjes. Maar
er is ook een herder/beheerder. Jammer. We doorwaden de rivier op blote voeten.
De stroming is behoorlijk we moeten ons aan een boomstam, die over de rivier ligt,
vasthouden. We stijgen door naar 2025 meter. Hier zien we pas weer een plaatsje
waar 2 tentjes kunnen staan. Honderd meter verder is ook nog een rivier met
water. Voldoende voor een overnachting. Er komt niemand meer over het pad. Dat
verwachten we ook niet, zover van de bewoonde wereld. We horen dat keien van de
rotsberg achter ons, spontaan beginnen te rollen. We wassen ons in de rivier. ’s
Avonds koelt het flink af.

Dag 86
10 juni 2004
Des Acles (2025 m.) – Briançon (1290 m.)
We staan maar een paar meter van het pad. We stijgen eerst tussen de bomen, door
het ravijn. Dan gaat het beboste landschap over in weiland, waar tussen nog
sneeuw ligt. Het gras is nog geplet van de net gesmolten sneeuw.
We stijgen naar
Col de Dormhouse (2445 m.) en dan door naar Col de la Lauze (2530 m.). We lopen
in een skigebied. Er zijn een paar liften. We dalen af en lopen om een berg heen
naar Montgenèvre (1849 m.). Een wintersportplaats. Hier zijn wel wat winkeltjes
open. Bij de supermarkt (Sherpa) vullen we onze lunch aan met fruit, yoghurt en
jus d'orange. Een hotel wat in de zomer gesloten is, heeft een leuke trap waar
we goed en uit de zon kunnen zitten. De zon brand, het is heet rond het
middaguur. Verder valt er weinig te beleven. Na het dorpje krijgen we een
omleiding van drie kwartier over een te breed pad. We kunnen de zon niet ontlopen. Het eigenlijke bospad is afgesloten. 10 flinke haarspeldbochten moeten
we door voordat we weer zijn afgedaald. Dan komen we bij de kasteelruïne van Briançon (1290 m.). Een enorm toegangsgebouw naar de stad. Bij de ingang van het
park bij de rivier gaan we van de route af om te winkelen. We nemen eerst een
koffiepauze om ons vervolgens in de stad te verdiepen. Een supermarkt is snel
gevonden. Ook het tankstation voor de benzine is dichtbij. Er is niemand bij de
pomp. Deze staat wel aan. Er staat zoals zovaak “minimale afname 5 liter” op. Ik
pak eerst mijn fles en tank die vol. Wat ik getankt heb, pakken ze niet meer af.
Ik betaal € 0,71. De man moet wel goed op de pomp kijken om het te geloven. Als
hij de fles ziet begrijpt hij het. Op de terugweg naar de route staan we even
stil in een winkelstraat om te overleggen of we een ijsje nemen. Auto's rijden
over de weg. Op dat moment horen we; ’’ Krak’’ en Ad tolt om Vincent
heen en valt tegen een kledingrekje aan. Het matje wat bij Ad op de rugzak zat,
hangt aan een auto die net gepasseerd is en het nu aan zijn gebroken spiegel heeft
hangen. De spiegel heeft het touwtje van de hoes in zijn greep. De auto staat
bijna meteen stil. Alleen de spiegel is kapot. Al snel komt de politie erbij en
zo zijn we een hele tijd bezig. Naam en adres achterlatend kunnen we om 18 uur
weer verder. We wilden eigenlijk wild kamperen, maar nemen toch maar een camping
aangeven op 2 km. Na 1 km vraagt Jeannette bij een winkeltje een keer na of we
goed zitten. Een man brengt ons meteen met zijn auto naar de camping. De
campingwinkel is nog open. Een koud pilsje smaakt dan extra lekker. We lenen met
toestemming van de campingeigenaar een paar stoelen van het terras. Zo kunnen we comfortabel zitten. We
besluiten om in verband met het warme weer, morgen een uur eerder te vertrekken.
Ook zien we op kaart hoe we binnendoor terug naar de route kunnen. Ook Ad
voorgehouden een keuze te maken. Of boter en jam op het brood, of melk en suiker
in zijn koffie. Dit omdat de rugzakken net iets te zwaar zijn en niemand ruimte
heeft om extra gewicht mee te nemen.
Dag 87
11 juni 2004
Briançon (1290 m.) – lac de Roue (1854 m.)
Op de camping blijft een ½ kg boter achter, de jam is versnelt opgemaakt. Na 40
minuten zijn we terug, weliswaar een stukje verder, op de route bij Villard
St. Pancrace. Een klim van in totaal 1250 meter. In de koelte van de ochtend is
het gemakkelijker lopen. Rond 9 uur komt de zon pas door de bomen. Ook hier een
omleiding. Niet over het bospad maar over een breed grindpad. Jammer. We
passeren de huizen van Ages.
Dan worden we wel het bos ingestuurd, langs een
beekje, tot we boven de boomgrens komen. Hier en daar ligt nog wat sneeuw. We
drinken koffie op een bankje bij een onbewoond hutje (Chalets de Vers le Col
2163 m). De laatste 300 meter klimmen we in 3 kwartier naar 2477 meter. Net over
de top is het pad versperd door sneeuw. Na een korte pauze om bij te komen van
de klim en te genieten van het uitzicht, omzeilen we de sneeuw en dalen af naar Brunissard waar een prachtige natuurcamping is. We passeren een paar winkelloze
dorpjes en gaan dan op zoek naar een kampeerplek. Op het pad naar les Maisom
(1693 m.) waar we op een berghelling lopen vinden we niets. We klimmen nar lac
de Roue (1854 m.) waar volgens de kaart in het routeboekje een meertje moet
zijn. Om half vijf zijn we bij het water. Er zijn een tiental picknickbankjes en
wat vlak grasland tussen de bomen. Het met helder water gevulde meertje heeft op
dit moment geen waterinvoer. Geen stromend water dus. Na een extra broodmaaltijd
omdat we toch behoorlijk leeg zijn, gaan we wassen in het meertje. De lucht
betrekt. Tijdens het eten koken, macaroni met tonijn en wat tomatensoeppoeder als
saus, begint het te regenen. De donkere wolken doen serieus aan. Maar al snel
waaien ze over en is het weer droog. Drinkwater maken we met de waterfilter. Er
is ook een aangelegde vuurplaats. Het hout is te nat om te kunnen stoken. ’s
Avonds klaart het verder op en zitten we op een picknickbank.

Dag 88
12 juni 2004
Lac de Roue (1854m.) Ceillac (1639 m.)
We dalen 500 meter door een bos af naar Château Queryras (1350 m.). Een mooi oud
dorpje. Hier belt Ad naar huis om het thuisfront op de hoogte te houden. Hij
vergeet te vertelen over het ongelukje van een paar dagen terug. Dan maar weer
klimmen, dit maal 950 meter. Zoals bijna elke dag. Het leidt door een landschap
waarin riviertjes en beekjes ontspringen, veel gras en bomen. De bergen zijn nu
in dit gebied zonder sneeuw. Prachtige uitzichten. Bijna geen mens te bekennen.
Marmotten spelen in de weilanden of kijken naar ons.
We komen een paar wandelaars
en mountainbikers tegen net voor de top van Col Formage (2306 m.). We hebben te
weinig water om soep en thee te maken voor de lunch. Na een korte pauze op de
top lopen we door en hopen op een beekje. Het lijkt er op dat dit niet zal
gebeuren. Het ziet er, aan deze kant van de berg echt droog uit. Een 30 minuten
later passeren we toch een beekje, waar we dan maar meteen lunchen. We dalen af
naar Ceillac (1639 m.), een klein dorpje. De winkels zijn dicht en zullen pas
rond 16.30 uur open gaan. We lopen 2½ kilometer door naar de camping. Ook daar
is geen winkel. We wassen onze kleding in een machine en gaan tegen het eind van
de middag terug naar Ceillac om inkopen te doen voor het dagelijkse levensonderhoud. Op de weg krijgen we al snel een lift. De bakker in Ceillac heeft
geen brood meer, dus dat kopen we ook maar in de supermarkt. Ongesneden brood,
wat je bij een bakker kunt kopen blijft langer vers. Een lift op de terugweg
lukt niet. Er komen wel geteld drie auto’s langs. Hebben ze daar een tweebaans
asfaltweg voor aangelegd? Deze keer is er geen terras waar we stoelen kunnen
lenen. Een bank bij het campinggebouwtje voldoet ook. Na het eten drinken we een
flesje Franse wijn leeg en gaan rond half elf weer slapen.
Dag 89
13 juni 2004
Ceillac (1639 m.) – Le Châtelet Rnes (1619 m.)
We verlaten de camping. Als we de rivier oversteken begint onze, inmiddels,
dagelijkse klim. Het is wel veel kouder dan de afgelopen dagen. Om 7 uur is het
3°C. Lange mouwen en pijpen aan de safaribroek. De zon schijnt nog wel, maar al
snel zien we wolken boven de bergen. Bij lac des Prés-Soubeyrand (2217 m.)
drinken we bij een heel mooi meertje koffie.
De bergen verbergen elkaar. In de
verte zijn de toppen wit. We zien niets wat geciviliseerd is. Alles alleen maar
natuur. Even verder doorlopen we dan weer door een skigebied. Nu grijze grind
waar in de winter de skipistes liggen. Het begint soms wat te motregen. We zien
dat de route over een besneeuwde berghelling ligt. De marmotten brengen zich
weer in veiligheid, althans dat denken ze. Lopend vallen ze veel meer op dan dat
ze stil zouden blijven zitten. Bij chapelle Saint-Anne (2415 m.), een mooi
gerestaureerd kerkje bij een azuur blauw meer in de middle of nowhere nemen we
een pauze en een halve Snicker als extra energie om de laatste 300 meter naar de
top te overbruggen. De donkere wolken zoeken elkaar steeds meer op. Als we
halverwege de berg zijn begint het te hagelen. We trekken onze jassen aan. De
top ligt al in de mist. Soms waait het. Het zicht wordt minder. De sneeuw, die
er nog van afgelopen winter ligt, bedekt regelmatig het te volgen pad. Wandelen
op de sneeuw valt hier best mee. Voetstappen van voorgangers zijn bevroren en
daar door gemakkelijk te volgen. Soms begint het wat harder te waaien en te
hagelen. Temperatuur is rond het vriespunt. Vincent loopt wat vooruit en zoekt
het pad. Jeannette maakt een foto van Ad en ze raken zo wat achter.
Jeannette en Ad
kunnen het pad even niet meer vinden en lopen een stukje steile helling zonder
sneeuw op. Deze is echter zo steil dat Jeannette niet meer voor- of achteruit kan
en dreigt naar beneden te glijden. Ad kan nog net de wandelstok onder een voet
van Jeannette steken en zo verder glijden voorkomen. Rugzak afdoen lukt niet.
Jeannette zit even in een linke situatie. Als ze uit zou glijden zou ze een heel
stuk van de ijsharde berg af kunnen schuiven. Voetje voor voetje komt ze toch op
een minder steil stuk. De hagel waait flink op ons neer. Het voelt koud aan.
Zeker net voor de top van Col de Garardin (2700 m.). We hebben moeite om ons
staande te houden op de pas en gaan meteen verder. Aan de andere kant van de pas
ligt minder sneeuw. Het hagelen wordt langzaam weer minder. We zien dat een
steenbok recht tegen een berg op loopt. Ongelofelijk dat zo’n dier zo tegen een
berg op kan. In de verte kijken we uit over een kloof van wel 10 km lang. Daar
moeten we vanavond een slaapplek zien te vinden. Een refuge is er niet. Soms
stopt het met hagelen. Halverwege de afdaling lunchen we. Even bijkomen van de
gebeurtenissen op de berg. De hagel gaat over in lichte sneeuw. Als we in de
kloof van een paar honderd meter breed zijn klaart het verder op. In de kloof
ligt een rivier, een asfaltweg en nog wat bos en plekjes genoeg om te kamperen.
Net voor een hoge brug ( ja, van wel een honderd meter) over de rivier gaan we
van de weg en kamperen bij een grote kei van ongeveer 8 meter hoog. Volgens een
snelle berekening van Ad zou deze steen een kleine 23.500 kg moeten wegen. Bij
een kleiner riviertje kunnen we water halen en ons wassen. ’s Avonds krijgt de
benzinebrander een schoonmaakbeurt omdat hij dienst weigert.
Dag 90
14 juni
2004
Le châtelet Rnés – Saint-Ours
We gaan de meer dan 100 meter hoge en 30 meter lange Pont Voûte (brug) over. De
rivier raast diep in de Canyon onder de brug door. Groots om te zien. We klimmen
steil door het bos naar Fouillouse (1907 m.). Het begint te regenen. Wolken
overheersen de lucht. Bij het begin van het dorpje is een gîte. We wegen af of
we vandaag wel moeten gaan lopen en niet in de gîte zouden moeten verblijven. We
gaan toch een poging wagen en lopen door de regen verder. Op 1950 meter gaat de
regen over in sneeuw. Onze regenponcho en gamaschen doen hun werk goed. We zien
verse voetstappen in de sneeuw. Een herdershutje blijkt open te zijn. We
schuilen er tijdens de pauze en maken koffie. Een kilometer verder, op 2250
meter, komen we drie Fransen tegemoet. Ze komen terug van de route, omdat ze de
berg (Col de Mallemort 2558 m.) niet over kunnen. Er ligt te veel sneeuw (20
cm). Geen pad en markering meer te zien. Ze overtuigen ons dat het geen nut
heeft om verder te lopen. Dus maar terug. De wandelaars hebben lichte bepakking,
waarschijnlijk geen tent en kookspullen en lopen dus veel sneller dan wij. Om
half 12 zijn we weer bij de gîte, waar we vanmorgen om half 9 ook al waren.
Daar hebben de Fransen al een kaart van de
gîte-eigenaar ingekeken. Ze willen
via een PR (Petite Route) en een minder hoge berg (Marindol 2433 m.) naar Larche.
We bestellen eerst een flinke Franse omelet bij de beheerder en wagen dan een
zelfde poging. Alternatief is dat we de gehele dag in de gîte zitten. Morgen zal
de sneeuw ook niet gesmolten zijn. Het blijft maar regenen. Vol energie gaan we
weer omhoog en volgen de geel-rode markering van de PR (ook in het GR-boekje
ingetekend). Hier heeft het minder gesneeuwd. Alleen het laatste stuk ligt het
pad onder de sneeuw. De markering was nog wel in orde. De omringende bergen
liggen in de mist. Er is niet veel uitzicht. We zijn blij de top te zien. We
hoeven nu niet terug naar de gîte en morgen om de berg heen liften naar Larche. Het
doemscenario. We dalen af naar Saint-Ours waar we een Gîte-auberge nemen. Hier
mogen we niet zelf koken. We hebben voor deze gevallen eigenlijk altijd een noodmaaltijd bij
ons. Dan laten we ons maar verwennen. Doorlopen zou nog 2 uur kosten en
daarvoor hebben we vandaag te veel gedaan. Ze stoken hier een houtkachel zodat
we het lekker warm krijgen. De tent mogen we drogen in de schuur. ’s Avonds zijn
al onze spullen weer droog behalve de schoenen. Buiten blijft het zacht regenen.
Dag 91
15 juni 2004
Saint-Ours – Larche – Jausiers.
’s Morgens krijgen we nog een Frans ontbijt met jam en voldoende brood. De
boter die over is gaat mee in de rugzak van Ad. De schoenen zijn nog niet
helemaal droog. Als we de gîte verlaten stopt het met regenen. We hebben
uitzicht naar het dal. Lopend over de PR komen we na 1½ uur weer terug op de GR5 en lopen naar Larche aan de grens met Italtië. Voor vandaag hebben we
eigenlijk verder een rustdag op de camping ingepland, maar we gaan ons eerst
maar eens oriënteren op het vervolg. Bij de gîte vragen we om informatie. De
waardin zegt dat het pad op Pas de la Cavale (2671 m.) bedekt is met 50 cm
sneeuw. Geen doorkomen aan. Via Italië is ook geen mogelijkheid doorgang te
krijgen over de bergketen. De drie Fransen (van gisteren) zijn ook in de
gîte
geweest. Zij gingen liften naar het dorpje Jausiers om zich op weg te laten
brengen op de D64 en zo een omleidingroute over het asfalt te creëren. Het enige
ander alternatief is stoppen met wandelen en terugreizen naar Genevé dus allicht
de moeite van het proberen waard. We gaan in Larche op zoek naar de in het
boekje aangegeven winkel. Die is er dus niet evenals een tankstation om
brandstof bij te vullen. Dan maar liften naar Jausiers. Dit lukt niet echt. Er
komen weinig auto’s de grens met Italië over. En de tien in het uur die er wel
over komen stoppen niet. Drie personen met rugzak is ook wel veel. We eten onze
laatste koeken en brood met beleg op. Als we na 2½ uur nog geen lift hebben
regelt de waardin die langs komt fietsen een lift. Haar vader brengt ons. Heel
blij komen we in Jausiers aan. Maar ook hier geen supermarkt. De gîte hebben we
snel gevonden, hier laten we onze rugzakken achter. We lopen 1 km verder naar
het tankstation. Jeannette en Vincent liften vervolgens naar Barcelonnette,
8 km verderop. Hier zijn wel winkels. De liftgever moet over een uur weer terug en
vraagt ons of wij dan ook weer mee terug willen. Dat is natuurlijk helemaal
mooi. Bij terugkomst informeren we naar de een rit met een auto de D64 op om zo
dichter bij de top te komen. Het is anders namelijk 35 km over een verharde weg
en meer te vergelijken met de route die we eigenlijk hadden moeten volgen. Via
de beheerder van de gîte regelen we zo iemand. Zoiets wordt dus waarschijnlijk
vaker gedaan. We mogen op het terras ons potje eten koken.
Dag 92
16 juni 2004
Jausiers (1200 m.) - Bousiéyas (1883 m.)
We ontbijten met een croissant buiten op het terras. De kennis van de beheerder,
die ons een zwarte taxirit geeft, heeft een oude Peugeot 309. Eén deur kan al niet
meer open. Maar goed. Binnen een half uur brengt hij ons 1300 meter hoger en 25
km verder. Hier zouden we anders een hele dag op lopen. De weg is sneeuwvrij
gemaakt. De laatst 200 meter klimmen we naar 2705 meter naar Col de Bonnet. Via
de asfaltweg is het lang en saai lopen. Soms komt er een camper of motor
voorbij. Over de pas beginnen we aan een afdaling van in totaal 1000 meter. Bij
een ruïne dorpje komen we weer op de GR 5 en verlaten de verharde weg. Er komen
steeds meer toerende motoren en fietsers over de berg. Het is echt een
attractie, deze weg door de bergen. De bergen zijn hier en daar bevlekt met
sneeuw. Een diep dal onder ons. Met onderin uiteraard de rivier. We dalen af over
Alpenweides en komen uit bij Bousiéyas (1883 m.). Hier is een prachtige en goed
onderhouden onbemande refuge. Hier is ons eindpunt van de dag. Er is een gasstel
om te koken en een houtkachel om het zaaltje te kunnen verwarmen. Er zijn 16
slaapplaatsen. We zitten buiten op een bankje voor het gebouw.
Er passeert nog
regelmatig een auto of motor. Drie wandelaars stoppen ook hier maar worden
opgehaald door een auto met chauffeur. Het plaatselijke hotel is gesloten. Het
gehucht lijkt langzaamaan leeg te stromen. Huizen vervallen. Een enkel huis is
nog onderhouden en bewoond. Er is nog wel een kerkje. De huisjes zijn opgebouwd
uit keien die in de cement gezet zijn. ‘s Avonds arriveren nog twee wandelaars. Ze
vertellen de Pas de la Cavale (2671 m.) over te zijn gegaan. Tot aan hun borst
door de sneeuw. Ze hadden een gedetailleerde kaart bij 1:25000 en goed zicht. We
stoken de houtkachel in de keuken. Er is in het hele dorp ’s avonds maar 1 man
aanwezig,
die ’s middags bezoek heeft gehad. Verder is er geen licht en niemand te
zien in de zeven huizen.
Dag 93
17 juni 2004
Bouséya (1883m.) - Saint Etienne de Tinée (1144 m.)
Het is stralend weer als we vertrekken. Beter dan de laatste dagen met al dat
winters weer. De twee Fransen die ook in de refuge geslapen hebben, lopen tot de
koffie niet ver bij ons vandaan. Rustig klimmen we naar col de la Colombière
(2237 m.). Geen echte sneeuw meer, alleen wat oude ijsplaten die nog gaan
smelten. We dalen af.
Eerst zonder en later weer met (dus onder de boomgrens)
bomen. We maken dan dankbaar gebruik van de schaduw, want de zon schijnt weer
sterk. In Saint Dalmas te Selvage (1500 m.) drinken we koffie. Het dorpje heeft
een oud dorpsgezicht. We komen er ook een werkvrouwtje tegen met gereedschap in
de hand, oude kapotte kleding lief lachend tegen ons. Ze wel geen tanden in haar
mond. Als we de brug oversteken staat er nog 1 klim met rugzak op ons programma
naar 1739 meter. Onderweg stopt een Fransman met auto en vraagt ons of we een
lift willen. Later staat hij stil en vraagt ons waar we wonen, waar we vandaan
komen vandaag en wanneer we stoppen. We hebben op dat moment uitzicht op col de Colombière, dus we deze wijzen hem deze aan. Op de top van Col d’Anelle (1739
m.) staan een paar huisjes. Dan dalen we af naar Saint-Etienne de Tinée (1144
m.). De camping ligt vlak bij de route. De camping ziet er leuk en goed verzorgd
uit, met picknickbankjes. Om vier uur komt de beheerder pas, zo lezen we op een
bord. We zetten onze tent alvast op en nemen een douche. Na ons bij de receptie
te hebben ingeschreven verkennen we het dorp. We informeren naar de
dienstregeling van de bus naar Nice. ’s Avonds koken we op een picknickbankje en
gebruiken een Frans stokbroodje met brie om onze reserves bij te vullen.

Dag 94
18 juni
Saint Etienne de Tineé (1144 m.) - Auron
(1600 m.)
Uitgeslapen tot de zon op de tent schijnt en het binnen een paar tellen
zo warm is dat je er wel uit moet. Ad is al naar het dorp en komt even later
melden dat hij opnieuw opa is geworden. Dit maal van Geeke. Dochter van Gino
(broer Jeannette) en Berdine. We bellen voor vertrek nog met de kersverse
moeder en gaan zonder rugzak onze laatste klim van deze sessie tegemoet.
Lekker licht dus. De tent laten we op de camping staan omdat we hier ‘s middags
weer terug zullen komen. Over een schaduwrijk pad lopen we naar boven. Veel
sneller en gemakkelijker dan met 18 kg op onze rug. We stijgen vandaag nog naar Auron (1600 m.), een wintersportplaatsje wat nu leeg is. Een enkel restaurant
en winkeltje zijn nog open. We kopen wat brood en fruit en gebruiken die op een
bankje. Er is bijna geen verkeer. Na de middag lopen we terug naar de camping.
’s Avonds nemen we een restaurantje om echt Frans te eten.
Met de bus vertrekken we een dag later naar Nice om van daar uit met het vliegtuig terug te vliegen naar Genevé. Daar staat onze auto nog. We rijden terug naar Nederland.
![]()
Homepage LAW 5-1 Deltapad
Gr 5 Maastricht
Gr
5 Vielsalm Gr
5 Echternach Gr 5 Grundhof-Amance Gr
5 Barr Gr 5 Villers le lac Gr 5 Nyon Gr 5 Les Houches
Gr 5 Modane Gr 5 Auron
Gr 5 en 55
Vanoise GR5 Nice Gr 54 Alpe d'Huez Kungsleden
Siljansleden
![]()

GR 5
Nice

Gedeelte in de Franse Maritieme Alpen. Auron - Nice een wandeling van 6 dagen.
De laatste aanzet om de GR 5 te voltooien. We verbazen ons er eigenlijk over dat de laatste dagen voor Nice nog zo op hoogte liggen. Een mooi gebied, veel natuur met oude dorpjes die op een steile berghelling liggen. Water is er voldoende. Alleen het einde van de GR 5 is wel een afknapper. Een laatste uur door de asfaltstraten van Nice eindigend op een saai pleintje midden in Nice, waar we het bord wat het einde van de route aangeeft nog moeten zoeken.
Na 100 dagen en, volgens de wandelboom in Bergen op Zoom, 2300 km, komen we dan aan in Nice. Al met al wel een geweldige ervaring. We vertellen er nog vaak verhalen over.
Ons startpunt is Auron en het eindpunt is Nice
|
|
Aangegeven uren |
Eindpunt |
|
Dag 95 |
3.40 | Roya |
|
Dag 96 |
7.10 | Rougios |
|
Dag 97 |
2.40 | St. Sauveur de Tinee |
|
Dag 98 |
3.50 | St. Dalmas |
| Dag 99 | 10.25 | Carrefour de la D2565. |
| Dag 100 | 7.15 | Nice |
Het Landschap
We blijven in de bergen. Het natuurgebied Le Mercantour doorkruisen we,
waar we legaal een nacht ons tentje op kunnen zetten. Vaak gaan we door
het bos. Er zijn ook gedeeltes waar we boven de boomgrens lopen met uitzichten
over de bergen en de lager gelegen dorpen. Op de voorlaatste dag is er al
zicht op Nice en de Middellandse zee.
Zwaarte van de route
De bergen zijn in dit gebied nog
rond de 1500 meter. Met uitschieters naar 2000 en 2500 meter. Het blijf dus
nog behoorlijk klimmen. Soms bestaat het pad uit losse stenen waarover
het moeilijk lopen is. Alleen de laatste dag lopen we onder de 1000 meter
grens naar Nice.
Overnachting
Met een tentje kom je hier een
heel eind. Er zijn meer plaatsen om te kamperen dan in het boekje staat aangegeven. Ook de
plaatselijk bevolking is vriendelijk en helpt je wel aan een slaapplekje. Er
zijn niet overal accommodaties.
Openbaar vervoer
Er zijn hier regelmatig dorpjes
met een bus verbinding. De bus stopt er dan 1 of 2 keer per dag.

Naar het eindpunt in Nice waar we dan 2300 km er op hebben zitten.
Dag 95
30 juli 2006 12.45 - 16.30 uur
Auron 1600 m - wild kampeerplek 1 uur na Roya 1735 m.
Nu gaan we echt naar Nice en de GR 5 voltooien. We hebben eerst alle
tussenliggende trajecten van Hoek van Holland naar Auron bewandeld. Als we in de
ochtend vanuit de auto het terrein herkennen passeren we Jausiers, op weg naar Auron. In Jausiers hebben we, bij de vorige trekking, overnacht in een
gîte. De
laatste berg (col de la Bonette, 2650 m) hebben we toen nog te voet beklommen,
omdat de Col de Larche besneeuwd was en we die berg toen niet over konden. Op
internet hebben we de reistijden van de bus 740 van maatschappij TAM opgezocht
(link). In Auron zijn, vlakbij een hotel, prima parkeerplaatsen in de zomer. We
laten namelijk nogal wat spullen voor de verdere vakantie in de auto achter. Net
na de middag zoeken we de GR route in het dorp op, achter de informatiekiosk. We
mogen meteen 400 m klimmen door een ski- (Isola) en golfgebied. We zien een
vrouw een slag maken op het golfterrein. Ze haalt ferm aan, maar de bal stuitert
slechts 25 meter verder in wat hoog gras onder een boom. Ze zal nog veel moeten
oefenen. We lopen de col du Blainon op (2011 m). Wel weer even wennen, dat
klimmen te voet. We hebben de laatste jaren meer gefietst dan gewandeld en
daardoor misschien wat meer fietsbenen gekregen. 500 m lager loopt bij Roya
de gelijknamige rivier. Er is in deze streek voldoende drinkwater, veel bronnen
en riviertjes en anders wel in de dorpjes. We lopen nationaal park Mercantour
in. Er zijn veel (zondags)mensen op de route.
We
volgen een zijtak van de rivier. We weten dat er geen accommodatie zal zijn. Op
de kaart is wel te zien dat er voldoende water zal zijn, we zullen zien waar we
terechtkomen. De rivier loopt in een diepe vallei, wij lopen door het bos
halfweg op de helling. In tegenstelling tot veel andere nationale parken mag je
hier tussen 19 en 9 uur wel een bivak opslaan (je mag er niet dagen achter
elkaar op 1 plek kamperen). Een uurtje wandelen de berg op vinden we, naast de
rivier Sallevielle, net over een houten brug, een mooi vlak stukje gras. Onze
groene tent valt niet echt op. We kunnen ons wassen in het riviertje. Het waait
wel, als de wind weg valt komen de vliegen, die er voldoende zijn. De geluiden
die we horen zijn afkomstig van de rivier, marmotten, krekels, sprinkhanen en
andere insecten. De berghellingen zijn vooral rots, op lager gelegen delen
groeit wat gras, nog lager wat bomen. Af en toe passeren er nog wandelaars. 's
Avonds zien we de marmotten nog op de berghelling zitten. Ze vallen op door hun
geluid; een diepe en luide fluittoon.
Dag 96
31 juli 2006
Roya - Rougios 7.50 - 17.15 uur
We pakken de spullen weer in de rugzak. Het pad volgt eerst de rivier. Bij een
herdershut zien we de herder ontwaken. Een stuk verder de berg op loopt zijn
kudde. Het zijn misschien wel 1000 schapen. Witte honden houden ze in het oog.
Inmiddels hebben een paar wandelaars, met alleen een dagrugzak, ons ingehaald.
Ze gaan naar de top van de Mount Mounier op 2817 m. Tussen de schapen en beekjes
door klimmen we eerst naar de pas op 2480 m en dan nog 100 m verder naar een
bergkam. De markeringen op dit deel zijn goed. Ze zien er fonkelnieuw uit. Op
een kaal rotsachtig landschap zetten we de afdaling in naar col de Moulines. Het
is al wat later in de middag als we aankomen bij Gîte “De Longon” (1883 m). Na
een verfrissing op het terras en een blik bier voor vanavond dalen we af naar
Rougios op 1467 m. Hier staan op een vlak gedeelte een aantal huizen. De
huizen zijn dicht gespijkerd. Er is in de verste verte niemand te bekennen. Een
prima kampeerplek met water in de buurt om te drinken en te koken en ons te
wassen Tegen een houten huis staat een bank die is gemaakt van steigerplanken, prima
voor ons. We zitten midden tussen de bergen. Er zitten veel insecten maar die
houden zich bezig met waar ze voor bedoeld zijn, de bloemetjes. We zijn moe en
duiken even na negenen al de tent in op ons slaapmatje.

Dag 97
1 augustus 2006
Rougios (1467 m) - St. Sauveur de Tinee (496 m)
Afdalen dus. Eerst volgen we de GR5 over een vlak pad langs de rand van een
afgrond. We horen de bellen van de schapen. De herder zien we aan de andere kant
van de vallei op een rots staan. Geen mager mannetje met een stok, maar een
grote brede man die zijn honden aanstuurt. Met een simpele kreet beginnen de
honden te rennen en drijven de schapen waar hij wil. Later kruisen we de
asfaltweg die naar het dal loopt. Het blijft langzaam naar beneden gaan. Op dit
stuk route (1096 m) is een prima kampeerplek bij de plaatselijke sportplaats,
stromend water, picknicktafel en een vlak grasveldje voor de tent (staat niet
in het route boekje). Het dorp ligt wel op een steil stuk
helling. Later wordt ook de afdaling steiler maar het blijft leuk door het bos.
In St. Sauveur, dat aan de rivier de Tinee ligt besluiten we te stoppen voor
vandaag. We zoeken de camping op, vlak bij de route. 's Middags bezoeken we het
dorpje en lunchen er ook. We staan, omdat we voor de middag al zijn aangekomen,
bijna de hele dag alleen op het veldje op de camping. 's Avonds stroomt het
veldje vol en staan er wel 15 tentjes, een 6-tal wandelaars en een paar
fietsers. De rest is met de auto of de motor. Toch is er geen herrie op de
camping. We hebben allebei sinds vandaag behoorlijk spierpijn, vooral in de
bovenbenen. Onze spieren moeten weer wennen aan het klimmen en dalen. We
gebruiken dan waarschijnlijk andere spieren dan in het dagelijkse leven.
Dag 98
2 augustus 2006
St. Sauveur sur Tinee - St. Dalmas
Als we 's morgens opstaan zijn de fietsers al bijna weg. De wa
ndelaars
zijn aan het inpakken. Omdat het gras en de tent droog zijn, net zoals de
laatste paar dagen, zijn we in 40 minuten weg, inclusief ontbijt. Omdat we weten
dat het hier mooi weer blijft en het bij een eventuele bui weer snel zal drogen
hebben we een lichtere rugzak (16 en 18 kg). We hebben geen regenponcho, een
lichte jas, een dunne fleece en minder thermo ondergoed bij. Water is hier
overal genoeg onderweg, dus dat nemen we ook niet zoveel mee. Het water uit de
beekjes is volgens ons drinkbaar, we zijn (nog) niet ziek geworden. We hebben
wel een waterfilter bij ons, maar nog niet gebruikt. We mogen eerst 500 m
klimmen. Wandelaars die ook op de camping stonden zien we regelmatig lopen, ze
gaan ook naar Nice. We klimmen door het bos. Later komen we door een paar leuke
dorpjes en blijven dan wat tussen de huizen tot in St. Dalmas. Net voor het dorp
is een kleine (boerderij) camping. Er staat op een bord dat er geen plaats meer
is. Maar voor een klein tentje hebben ze toch nog wel een plaatsje. Bij de
boerderij verkopen ze ook groente, fruit en honing. Leuke camping met een
gemeenschappelijke koelkast en keuken en een overdekt zitje. Als we 's middags
naar het dorp lopen blijkt er ook nog een gemeentecamping te zijn. Er is geen
tankstation en onze brandstof is bijna op. Jeannette lift naar het dorp 4 km
verderop. De lift is binnen 3 minuten geregeld. Bij het tankstation in la
Bolline weigert de man ons benzine te verkopen. De hoeveelheid is te weinig,
of hij denkt dat de hendel niet in de fles past, we weten het niet en krijgen
het ook niet duidelijk. Zelfs lief praten en zeuren helpt niet. Terug op de
camping was een buurman, die ook op benzine kookt, zo vriendelijk om ons wat
van zijn voorraad wasbenzine te geven.
Dag 99
3 augustus 2006
St. Dalmas - Carrefour de la D2565.
We staan een half uurtje eerder op dan normaal omdat het een lange dag wordt
vandaag. Er staat in het route boekje dat er in de komende 8-9 uur zelfs geen
kampeerplekjes zijn. We klimmen van 1300 m naar Col du Varaire (1710 m) door
een bos. Bij dit punt in het route boekje is wel een plekje om je tent neer te
zetten met wat gras. Ook op 1906 m (Col de Caire Gros) net over de bergkam is
ook wat vlak gras. Er is in dit gebied echter geen water. Langzaam klimmen we
naar Col des Trous (1982 m). We hebben prachtig uitzicht over de bergen.
De
Middellandse zee zien we in de verte al liggen. We zien een beginnende bosbrand
een aantal km verder op. Een blusvliegtuig gaat al poolshoogte nemen. We dalen
af naar 1350 meter om vervolgens steil te stijgen naar Breche de Brec (1520 m)
met op het laatste stuk veel keien. Ook de afdaling ligt vol losse keien. Het is
dus opletten waar we onze voeten plaatsen. Het duurt dan lang voordat we af gaan
dalen. Uitgeteld komen we in Utelle. Hier tanken we water en houden rust in het
dorp. We koken eten en nemen nog een toetje wat we kopen in het kleine
supermarktje dat om half zes open gaat. Na 2 uur pauze lopen we vervolgens weer
verder. Om zes uur gaan we weer lopen, afdalen over stenen. Eerst een
geleidelijke afdaling, later heel steil. Onder bij de rivier vragen we bij een
oude boerderij of we op zijn terrein mogen kamperen. Dat is meteen goed. We
mogen in de groente tuin onze
tent opslaan. Er liggen nog wel oude geitenkeutels. Er staan waterbakken
die we mogen gebruiken. We krijgen appels van zijn vrouw. Het zijn erg
vriendelijke wat oudere mensen. De avond valt wanneer de tent staat en we ons
gewassen hebben.

Dag 100
4 augustus 2006
Carrefour de la D2565 - Nice.
We steken de rivier (195 m) onder bij de kruising over en stijgen naar Levens,
580 m. We zien nog een tentje staan op 400 m hoogte, het meisje hoorde ons
aankomen en dacht even dat het een groot beest was. Ze hield zich stevig vast
aan haar vriend. Toen ze ons zag moest ze lachen en wenste ons, zoals iedereen
hier doet, een goede dag. We bonjouren wat af op een dag. We lopen kriskras
door het dorp, een beetje on GR-achtig. We zien vliegtuigen af en aan vliegen om de
bosbrand van gisteren blussen. In het bos naar St. Claire raken we voor het
eerst de route kwijt. Achteraf natuurlijk eigen schuld. De markering is
eigenlijk zo goed dat we geen boekje nodig hebben. We hadden echter een
markering niet gezien. Naar Aspremont mogen we nog een bergje op naar 710 m. Na
Aspremont klimmen we nog een keer naar 650 m. Dan volgt de afdaling naar Nice.
We zien regelmatig de zee met ook een uitzicht over Nice. Het laatste stuk gaat
door de straten van Nice naar het plein Alex Medicin waar we nog goed moesten
zoeken naar het bord dat het einde van de GR aangeeft. Daar zijn we dan.

We gaan met de bus naar het treinstation. Hier wassen we onszelf en kleden ons om in het toilet. Later blijkt 50 m verderop een openbare douche te zijn. Met bus 740 reizen we terug naar Auron en is de GR 5 voor ons ten einde.
![]()
Homepage LAW 5-1 Deltapad
Gr 5 Maastricht
Gr
5 Vielsalm Gr
5 Echternach Gr 5 Grundhof-Amance Gr
5 Barr Gr 5 Villers le lac Gr 5 Nyon Gr 5 Les Houches
Gr 5 Modane Gr 5 Auron
Gr 5 en 55
Vanoise GR5 Nice Gr 54 Alpe d'Huez Kungsleden
Siljansleden
![]()
Verslag

GR 54 Alpe d'Huez
edeelte van le Bourg d'Oisans (aan de voet van de Alpe d'Huez) naar Monetier les Bains, een wandeling van 3 dagen.
Kort verslag
We hebben van deze GR 54 maar drie dagen gelopen, toch was het een
redelijk vermoeiende tocht. We starten aan de voet van de Alpe d'Huez, hier beginnen
we meteen met een steile klim (echt steil!). Aan de rotsen is op sommige plaatsen
touw bevestigd om de route te begeleiden. Later volgt een vlakker stuk. Net voor Besse
zit nog een steil klimmetje. Na Besse volgt een beklimming, daarna afdalen richting la Grave. Tijdens de afdaling hebben we een prachtig uitzicht op de gletsjer La Meije.
Na la Grave een prachtig stuk langs de onstuimige rivier la Romanche, over het rif de la Planche naar de col d'Arsine. Over de top van de col d'Arsine volgt het mooiste deel
van onze route, met steeds uitzicht op de groen/blauwe rivier le Petit Tabuc.
|
Aantal uren gelopen |
Eindpunt |
Dag 1 |
7.45 uur |
gîte le Saret te Besse |
Dag 2 |
8 uur |
gîte in Villar d'Arene |
Dag 3 |
5.30 uur |
Monetier Les Bains |
Het Landschap
Het landschap is wisselend. De toppen zijn door de hoogte niet veel begroeid, maar de
lagere delen lopen we vaak door bos. Vaak mooie uitzichten.
Zwaarte van de route
Steil klimmen en afdalen, daar tussen een glooiend landschap. Best een pittige tocht.
Overnachting
Onze eerste overnachting was in een gîte in Besse. Mooie kamers en een goede warme
douche. Gelegenheid om zelf te koken of om een pizza te eten, gebakken in een
houtgestookte oven, buiten op het terras. Een mooie gîte in het centrum van het dorpje
waar 1 klein winkeltje is voor proviand. Iets voorbij het dorp is nog een camping.
In la Grave is ook een gîte. Via familie hebben we te horen gekregen dat deze erg goed is
met een gezellige waardin, wij zijn er echter niet geweest.
Wij hebben overnacht in een gîte in Villar d'Arene. Ook hier is weer een warme douche en
aparte slaapkamers. Goede kookgelegenheid en een zithoek. Tegenover deze gîte is een
camping. Ziet er best goed uit.
Openbaar vervoer
Er is een goede busverbinding over de N 91 van Briançon naar le Bourg d'Oisans.
Een 3-daagse wandeling in Frankrijk, gestart aan de voet van de Alpe d'Huez in Bourg
d'Oisans naar Monetier les Bains.
Woensdag 13 augustus.
Via een mooie toeristische route rijden we naar Bourg d'Oisans, gelegen aan de voet van de
Alpe d'Huez. We vinden een leuke camping vlak bij het dorp.
Bij de VVV vragen we informatie over de wandeling GR54 en we bespreken een gîte voor de
volgende twee nachten. Morgen dus weer op weg voor een 3-daagse wandeling.
Dag 1
Donderdag 14 augustus.
We starten de wandeling om 9.00 uur. Bij het vertrekpunt van de GR54 moeten we meteen een
steile rots opklauteren. Soms met handen en voeten en soms langs een geleidetouw. Wel een
leuke klim, Jeannette wordt er wel erg moe van. De hele verdere dag heel erg moe geweest.
Blij dat we bij de gîte le Saret in Besse aankomen. We hedden een mooie kamer voor ons
alleen en er is een warme douche. We koken ons eigen potje.
Dag 2
Vrijdag 15 augustus.
Vandaag vertrekken we om 7.30 uur om voor de hitte de steile klim die ons te wachten staat te
hebben gehad. Om 9.15 uur hebben we de top van de col du Souchet (2365 m.) bereikt en we
hebben een goed ontbijt verdiend. Later volgen er nog twee steile afdalingen voordat we in
La Grave aankomen. In La Grave doen we inkopen voor de rest van de dag en op een
picknickplaats verorberen we onze lunch. Het is nu nog 1 uur lopen naar Villar
d'Arene. Daar
aangekomen blijkt onze gîte in het volgende dorpje te liggen, ± 3 kwartier verderop. Het
stuk vanaf La Grave is wel een heel mooi stuk om te lopen, langs de rivier de
Romanche.
De gîte is best goed, we hebben een kamer voor onszelf. Het is er verder wel druk, vooral
met koken.
Dag 3
Zaterdag 16 augustus.
Dit wordt waarschijnlijk onze laatste wandeldag tijdens deze vakantie. We beginnen met de
beklimming van de col d'Arsine (2348 m.) dat is al een heel mooi stuk, maar als we over de
top heenkomen is het uitzicht over de rivier met watervallen en meertjes niet te
beschrijven, zo mooi. Om 15.30 uur komen we aan in Monetier les Bains, daar moeten we
tot 17.50 uur wachten op de bus die ons terugbrengt naar Bourg d'Oisans.
![]()
Homepage LAW 5-1 Deltapad
Gr 5 Maastricht
Gr
5 Vielsalm Gr
5 Echternach Gr 5 Grundhof-Amance Gr
5 Barr Gr 5 Villers le lac Gr 5 Nyon Gr 5 Les Houches
Gr 5 Modane Gr 5 Auron
Gr 5 en 55
Vanoise GR5 Nice Gr 54 Alpe d'Huez Kungsleden
Siljansleden
![]()
Verslag
Kungsleden Zweden
Lange Afstand Wandelpad van Abisko naar... te Zweden
Gedeelte van Högflällshotell naar Grövelsjn in 7 dagen.
Een deel van de Kungsleden. Een verslag van de belevenissen van Wim, Ad en Nico, die
deze tocht maakten in 1996.
Woensdag 3 juli met goede moed op weg naar Vries.
De volgende morgen (donderdag 4 juli) vroeg weg, zover mogelijk zien te komen. Via Bremen
en Hamburg naar het veer in Puttgarden. Een kille overtocht naar Rödby in Denemarken. Een
200-tal kilometers verder het veer Helsing- fors-Helsingör. Zweden!
Via de veel stillere, goede Zweedse wegen naar een overnachtingplaats, de bijna
uitgestorven, vriendelijke, eenvoudige camping in Bralanda.
Dag 1
Vrijdag 5 juli.
Nog een
paar honderd kilometer tot het midden Zweedse stadje Mora. De vertrektijden van de bus
gecontroleerd (2 x per dag). Alles klopte. Een parkeerplaats voor de auto gevraagd en
gekregen van de politie; bij de ijshal. Koffie gedronken in de "Konditoret" en
tussendoor de ene regenbui na de andere. Na een busreis van een paar uur aankomst in het
toeristenoord Sälen. Als er passagiers zijn gaat de bus dan nog verder naar het afgelegen
Högflällshotell. En die passagiers waren er vandaag: drie.
We kwamen aan in de stromende regen, de buschauffeur liet ons grinnikend uit, bij een
schuilplaatsje, precies aan het begin van de Kungsleden op een houten poort staat de naam
van het pad vermeld. Ad was bang dat de chauffeur de weg terug niet wist en liet de eerste
stafkaart in de bus liggen.... Gelukkig hadden we er nog één.
De eerste kilometers bestaan merkwaardig genoeg uit een smal asfaltpad, waarschijnlijk
voor de bewoners van het grote hotel aangelegd en ook 's winters in gebruik. Het pad loopt
langzaam omhoog, we zoeken nog steeds naar de markering, volgens het Kungsledenboekje een
oranje stip. Maar die stip blijkt vervangen door overdreven stalen palen met een rood
kruis. In de winter als deze route hier en daar ook gebruikt word als sneeuwscooterpad
waarschijnlijk nuttig.
Boven op de heuvel eindigt het asfaltpad en begint het eigenlijke werk. Meteen discussie
over wat nu het pad is. Temperatuur 5 à 6 graden, harde wind, donkere onheilspellende
lucht. Geen aangenaam begin, bar en boos. Na 4 kilometer de eerste stugan. Hoe ziet zoiets
eruit? In de Ostfjallstugan bivakkeren 4 jonge zweden. Kachel staat roodgloeiend. Ons is
het in ieder duidelijk dat je in zo'n stugan met slaapmatje en slaapzak prima kunt slapen.
Volgens het "boekje" mag dat alleen in noodgevallen, maar wij denken dat ieder
geval een noodgeval is. Na de korte (we zijn nog vol goede moed)inspectie verlaten we weer
de (lekker) snikhete hut, die met vier personen trouwens ook vol is. En we willen na al
het auto zitten nog een behoorlijk eind afleggen. We gaan verder, nu in westelijke
richting met een mooi uitzicht over het meer waar de Östfjillstugan aan ligt. Af en toe
iets meer dan weer iets minder regen, steeds langzaam stijgen. We overschrijden nu de
boomgrens, op ca. 900 meter en lopen over wat het Kallfjallet heet. Weer beneden ligt
de stugan met dezelfde naam en hier zou ook de eerste "haelptelefon" zijn. We
willen ook wel eens weten hoe dat werkt, maar tot onze verbazing was de hut degelijk op
slot en dus de telefoon ook onbereikbaar, vanaf hier vermelde de beschrijving -langs de
beek Syndam- maar een beek was nergens te zien, hoogstens uit de lucht. De uitzichten zijn
zeker op de momenten dat het een beetje droog is grandioos. Tientallen kilometers
ver kun je kijken over een golvend landschap, overal stromend water, meren met eilandjes
erin, prachtige luchten, kreupelberken en uitbundig bloeiende kleine bloemen tussen de
heide. Op de grond vooral mos, veel en verschillende soorten en verzadigd van water.
Bepaald geen gemakkelijk loopterrein. Via een houten brug steken we nu toch de beek Syndam
over. We lopen in de wolken en dalen heel langzaam. Veel stenen, soms moeilijk te lopen
dan weer wat gemakkelijker. Af en toe zijn er lange planken gelegd door het moeras om dat
tegen de voetstappen te beschermen. Je vraagt je wel af wiens voetstappen! En wat een
moeite om die hier te krijgen (waarschijnlijk 's winters), en voor zo weinig mensen. De
vier zweden straks in de stugan blijven voorlopig de enigen die we gezien hebben. Het
wordt nu weer natter en aangezien de volgende stugan 13 kilometer verder is wordt de
vraag, waar te overnachten nijpender. De tent is een veilig gevoel, maar er moeten wel een
paar vierkante meters zijn om hem op te zetten, en liefst nog even droog ook. En beide
gebeurde niet. Wellicht een eind verder? Bijna als een fata morgana zien we dan in de
verte iets als een hut en een tent. Het blijkt een wat ze hier noemen "slog-
bod" te zijn, een puntdak, een houten vloer en twee zijkanten en een achterkant. De
tent, op het enig mogelijk plekje daar blijkt van twee zweden te zijn die binnen zitten te
eten. Gelukkig, want zo groot was het niet doken ze spoedig in de tent en hadden wij het
"ruim" alleen. We besloten hier ook te gaan slapen, ik onder de tafel, Nico en
Ad links en rechts en de rugzakken op de tafel en met enige gymnastiek ging dat net. De
hut draagt zelfs een naam, Kläppensjöstugan. We eten wat van het restant van de
uitgebreide reisproviand en gaan naar bed. 's Nachts gaat het behoorlijk waaien en de
kieren tussen de planken, naast en onder ons zijn groot. Om de beurt kregen Ad en ik de
"bibbers". Dat dat later gevolgen zou hebben voor Wim wisten we toen nog
niet..... Deze avond toch nog ongeveer 13 km gelopen.
Dag 2
De volgende morgen....zaterdag 6 juli....
Het blijkt iets beter weer, de eerste muggen gezien, niet agressief. We gaan meteen uit
"bed" op pad omdat we geen water hebben. Overal is er water hier en praktisch
alle water is drinkwater maar nu net eventjes niet, ondanks de avondlijke speurtocht van
Ad. We denken iets verder wel koffie of thee te zetten en iets te eten, en dat lukte ook.
Spoedig zijn we het bosachtige deel uit en gaan weer langzaam omhoog door de schier
eindeloze fjälls en even langzaam weer omlaag. Af en toe een flauw zonnetje en na enkele
uren ontbijt in de Narfjallstugan. Alles weer eens gedroogd bij de kachel. Foto's gemaakt
van de mooie stugan en van een gigantische mierenhoop. Veel water onderweg naar de
Göralstugan, moerassig. Veel bosbessenstruiken, zouden er hier nog ooit bosbessen aan
komen? De laatste 2 km wordt het steeds moerassiger en natter. Gelukkig volgt er een stuk
van 500 meter met planken, maar ongelukkig liggen de planken de laatste 50 meter onder
water. Nico en Ad kunnen daar snel lopend toch nog droog doorheen. Ik moet schoenen en
sokken uitdoen en het op blote voeten doen. Wat op zichzelf geen probleem is. Kort daarna
komt de prachtige voetgangersbrug over de Görälv. Toch is het weer bijna niet te geloven
dat we nu pas weer 7 à 8 km gelopen hebben. Voor ons gevoel is het weer eerder 10 km
meer. We beginnen ons te realiseren hoe zwaar het terrein is. Aan de overzijde een beetje
gezocht naar de goede weg. Er loopt hier een bosweg en er staat een huisje. Maar we vinden
al spoedig de op slot zijnde Göralvstugan. Buiten op een bank geluncht. Lekker weer nu,
fris maar droog. Weer door een houten poort beginnen we aan wat het tweede gedeelte van de
Kungsleden heet. Het pad is het eerste stuk bijna echt een pad, kruist nog een bosweg van
waaruit het naar links slechts 300 meter is tot de Noorse grens. Na een afdaling door het
bos via een alternatieve route door redelíjk begaanbaar terrein komen we bij de (ook
deze) gesloten Lidalstugan. We pauzeren er toch even en gaan dan volgens planning door naar
de Storbronstugan. We treffen ook hier weer een gesloten hut maar ernaast een prima
kampeerplaats en een boerenschuur om de rugzakken in te zetten. Eten koken onder veranda
van de hut en zelfs de echte poepdoos was open. Met enige gymnastiek kon je jezelf in de
beek wassen. Ad was daarin zeer Spartaans. Nico en Wim hielden het meer bij een poezenwas.
Het sliep er voortreffelijk op het hier droge en zachte mos onder de tent.
Dag 3
Zondag 7 juli.
Storbron ligt aan een onverharde bosweg die we de eerste kilometers volgen, wat een luxe.
We passeren dwelopen Bjornholmsa- ternstugan. Een eindje verder konden we kiezen tussen
de normale route of een alternatief langs de beek. Deze laatste route was volgens de
auteur van het boekje mooier en zelfs een kilometer korter. Aanbevelenswaardig noemde
hij dat... Het ging even goed, misschien wel 2 van de 12 kilometer. We liepen ons echter
vast in allerlei delta's van beken en zijbeken die ons het zicht op de goede beek volledig
ontnamen. We staken allerlei beken over, liepen weer vast, namen soms achteraf gezien
goede beslissingen en soms verkeerde en vorderden nauwelijks. Enkele malen overwogen we om
terug te keren, maar het al afgelegde gedeelte weerhield ons er dan van. En bovendien het
idee dat we dan een halve dag kwijt waren. Dus telkens toch maar weer verder. We kwamen
ook weer bij de "goede" beek. Tegelijkertijd bij nieuwe problemen, uit de beek
steeg een rotswand omhoog die ons dwong steil tegen de oever op te klimmen door het
kletsnatte mos, met behulp van wat struikgewas om je aan vast te houden. Als dan de
rotswand gepasseerd was weer naar beneden, en dat gebeurde nogal enkele malen... Mijn
voeten begonnen hier zeer te doen, maar toen dacht ik nog aan gewone blaren... Ik dacht
dat onze snelheid hier hoogstens anderhalve kilometer per uur was en dat bleek later ook
zo. We passeerden nog een heel oude vervallen hut, even dachten we dan zal het wel beter
worden maar helaas. Toch komt er aan alles een einde en de Tangastugan werd bereikt om 1
uur in de middag en de kachel werd weer aangemaakt. Eén uur rust, in het westen dreigen
donkere wolken maar we gaan verder op weg. Het blijft echter droog. We lopen nu door het
natuurreservaat Fulufjället, een kale vlakte met veel stenen en nu toch een beetje beter
pad. Schier eindeloze verten en de 10 kilometer van dit traject vergen toch nog een lange
tijd. Maar de omgeving is eindeloos mooi. Vergezichten om van te dromen, enkele kleine
buien, sommige met hagel. Op het pad veel mest van grote dieren, maar zien doen we er
geen. We komen nu bij grote meren, Tangsjo genaamd. We kunnen niet over een rivier zoals
de kaart wel aangeeft en blijven dan maar de rechteroever volgen. Een verkeerde beslissing
zo bleek later, we hadden er toch op één of andere manier over gemoeten. Het werd een
grote omweg steeds nieuwe rivieren en meren en moerassen die ons steeds verder uit de
richting dreven. Uiteindelijk moesten we toch enkele rivieren over. Mijn sprongkracht met
zere voeten was te gering, zodat eerst mijn rugzak over de beek geslingerd en opgevangen
moest worden, waarna ik met de "goede" voet af kon zetten om aan de overkant te
komen. Maar het ging. Een schitterend gebied hier, overal stromend water, kristalhelder.
In de verte alsmaar heuvels. Heel verre uitzichten. Adembenemend mooi. De hut die we
bereiken aan één van de grote meren is toch wel het einde voor vandaag. Een schitterende
hut met keuken, vier zweden en later nog een Duits gezin delen de ruimte. Ook hier weer
kachel, gelukkig. Er was hier zelfs een mogelijkheid om te betalen via een enveloppe in
een bus, een erezaak hier in Zweden. 40 Kronen is de prijs. In de hut, eten kokend in de
keuken kijk je uít over de meren, verder eindeloos stil en niets, uniek. Het ene meer
stroomt weer in een ander meer en zo verder, steeds maar weer stromend water. Mooie
wolkenlucht nu ook droog hier het weer schijnt zich te verbeteren. Om de kachel hangt
alles van iedereen te drogen. De zon zakt nu wat, is al door het noord-westen heen,
prachtige kleuren, een gouden gloed over het landschap.
Dag 4
Maandag 8 juli.
's Morgens in dezelfde hut nog een heel klein wereldje, mistig in de wolken maar wel
droog. Tot mijn linkerschoen aan moest zag ik dat. Pijn, pijn en nog eens pijn. 10
kilometer strompelen naar de volgende, de Rsjnstugan, hut.
Voor mij, Wim, verdriet en einde, de rest was "haelptelefon", helikopter
dokter en peesschedeontsteking. Terwijl ik dit tik is dat al weer bijna genezen maar nu is
het voorbij. Ad en Nico gingen gelukkig door en zagen nog.....
De tocht ging verder.........
De tent bleef achter bij Wim, het eten ging mee. De ervaring had toch geleerd dat met een
goede slaapzak en slaapmatje je je wel redden kunt. Iedere stugan leent zich voor slapen
en de afstanden zijn weliswaar behoorlijk, maar wel overbrugbaar. Het landschap dat de
hele morgen al kaal was geweest bleef dat. Veel stenen, eindeloze vergezichten,
prachtige meren, stromende rivieren, als maar bleef het zo.
Niet voor niets is dit gebied natuurreservaat (het Fuluflållet). Als je het overal
aanwezige mos vergeet zou dit een maanlandschap kunnen zijn. Gördalen heeft een
weg, een verschijnsel dat we lang niet hebben gezien. Gördalen had ook muggen en hier was het
tijd voor een pauze. En overleg, nog verder? Ja, vooruit maar, de Drevfjalstugan
is nog 13 kilometer. We hadden nog energie en zo gedacht zo gedaan. Het was
weliswaar half tien voor we er waren, maar dan is het nog klaarlichte dag en de
zon staat nog lang niet bij de horizon. Ondergaan van de zon is op deze hoogte
zo tegen 12 uur in juli. Opkomst rond half twee, echt donker wordt het niet. In
de hut sliepen een paar mensen die hier kennelijk ergens aan werkten. En om
middernacht was er zelfs een heus kabaal van vissers die voorbijkwamen (Roring vangen ze hier). De werklui die in een aparte kamer sliepen stonden
de volgende morgen om half zes op en wij dus ook......
Dag 5
Dinsdag 9 juli.
Onze hutgenoten gingen zonder ontbijt weg, we begrepen dat ze wel in Id-Persätern zouden
eten. Wij deden dat hier, op waren we nu toch. We stookten nog even lekker de kachel op.
Want al zitten we hier "maar" op 800 meter, op deze hoogte is het hier toch
aardig fris. In Id-Persätern treffen we inderdaad dezelfde werklui weer aan. Ze vertelden
ons dat de route naar het noorden het beste gelopen kon worden over Lekäsen en
Drevdagen, maar ze zeiden ook dat de andere meer westelijke route indrukwekkender was. En
aangezien deze ook in het boekje stond kozen we hiervoor. En dat hebben we geweten......
Rotsachtig, zwaar, moeilijk enige markering te vinden. In Brunsåtern moesten we eerst een
soort brug bouwen om onszelf en de spullen enigszins droog aan de overzijde te krijgen.
Brunsätern bleek een oude nederzetting te zijn waar nog twee oude vriendelijke mensen
woonden. Ze zeiden ons dat de route naar het door ons geplande doel: de Harjansaternstugan, toch nog wel een 6 uur in beslag zou nemen. We volgden de op de kaart
aangegeven route, tenminste dat probeerden we zo'n beetje. We probeerden met behulp van
kompas de Kungsleden weer terug te vinden op de plaats waar deze zuid-noord loopt in de
buurt van de Noorse grens. En we vonden de pal naar het noorden lopende route ook weer
terug. Dit gedeelte is zeker één van de mooiste gedeelten van de zuidelijke
Kungsled.
Een lege verfbus waar kennelijk oranje verf in had gezeten leerde ons dat er hier toch wel
ooit een poging tot markeren was gedaan. Oranje stippen is volgens het boekje de markering
van de Kungsled in Dalarna maar de verf was op een gegeven moment natuurlijk op. De op de
kaart aangegeven berg Harjahagnen was nog het beste oriënteringspunt. Maar we vonden en
hervonden de route telkens weer.
Met de kijker konden we op een gegeven moment, op een onbegroeid stuk de stugan van heel
ver zien. Het duurde nog een paar uur maar toen waren we in soort van houthakkershut, de
gezelligste die we tot nu toe gezien hadden. Wel een kachel en hout maar in tegenstelling
tot de anderen, geen bijl. Hout klein maken om de kachel aan te maken moest dus met het
zakmes, maar branden ging hij. We konden zelfs water koken op de kachel. En kokend water
is per slot van rekening de bron van zowel soep, thee als koffie. Na de maaltijd, nog
steeds uit de rugzak, hebben we nog lang zitten praten over de belevenissen tot nu toe, en
dat waren er al veel. Mooie brede houten wanden langs de kant waren prima om op te slapen.
En al met al hadden we deze dag toch een 35-tal kilometers gelopen.
Dag 6
Woensdag 10 juli.
Maar ook hier kwam weer de morgen en met enige weemoed verlieten we deze stugan. Eerst een
beetje gepruts om een route te vinden. In tegenstelling tot wat de kaart deed vermoeden,
namelijk veel water, en dus een natte route, viel dat deze keer mee. In sommige sompige
gedeelten waren balken gelegd en al waren deze aardig verrot, ze droegen toch nog en met
goede waterdichte schoenen en dat waren ze, was het te doen. Soms ging dit gedeelte van de
route best vlug, even verder weer langzaam. Veel moerassen en veel uitwerpselen van
rendieren maar helaas..... geen rendieren.
Een imponerende route, niemand ontmoet, alleen onszelf. Lekker weer fris, noord-oosten
wind, goed wandelweer. De bomen zijn hier in slechte conditie. Hoogte? Moerassig?
We kwamen in Flòtningen, waar ze de stugan zo verstopt hebben dat wij hem niet hebben
gezien. Maar uit de wind, in de zon is het ook goed eten. Maar ook vliegen en mieren
hadden deze plek gekozen zodat we vlug weer weg waren. Hier was ook (voor het eerst) een
kleine winkel en zelfs ijs te koop. De winkelier wees ons de moeilijk vindbare weg. Hij
zei dat dit gedeelte van de route pas in 1995 was geopend en nog heel weinig belopen werd.
Hij schatte het dit jaar op een stuk of tien en van Hollanders had hij nog nooit wat
vernomen. Het vervolg van de route ging ook weer door een zeer afwisselend landschap.
Vooral ook door de vele meren en de stroompjes met kristal helder (drink)water. We
twijfelen aan het tekentje op de kaart bij Guttedalskojan, is dat een stugan of niet. We
besluiten daarom enkele kilometers van de route af te wijken en de Guttukojanstugan (dus
zonder "dal" )op te zoeken. De stugan blijkt "bewoond" door een paar
vissers die onmiddellijk ruimte voor ons maken en die ons in alles behulpzaam zijn. We
mogen ook direct weer hun spiritusbrander gebruiken. Bij het afscheid van Wim hadden we
per ongeluk wel de spiritus maar niet de brander meegenomen. Spiritus heeft toch nog
dienst gedaan om de kachel aan te maken. Wel hadden we nog de gasbrander bij ons en
samen met de snorrende kacheltjes konden we ons redden. En dat zeker met behulp van
vriendelijke vissers. 's Avonds gingen de vissers weer vissen en wij naar bed, lekker nog
bij de brandende kachel. Morgen op naar Grovelsjn.
Dag 7
Donderdag 11 juli.
Prima geslapen tot half vijf, toen stonden de vissers a1 weer op. Mooie tijd om wat foto's
te maken. Een goed ontbijt was er nog in de rugzak en toen weer terug naar de hoofdroute.
Veel sporen van rendieren maar helaas..... geen rendieren. We kwamen langs een bron
waaruit het kraakheldere water royaal opborrelde. Veel bos vanmorgen met wisselende
begroeiing. We kwamen nu langs de Guttandsdalstugan en die was open. Verder door veel
ongerepte natuur, met hier heel veel kreupelberken. Het lopen wordt veel moeilijker en
veel water moest ten koste van veel afstand overwonnen worden. Hier en daar waren
stookplaatsen aangelegd waar vuurtje gestookt kon worden. We komen nu in de
Va1dasbygetstugan met daar in de buurt meerdere houten gebouwtjes en een
waterbevoorradingsplaats. We maakten de laatste lunch soldaat, het laatste stuk brood
daarbij (het restant van vier stevige zuurdesembroden). Een mooie omgeving hier aan de
Noorse grens. Hier komen ook al veel wandelaars uit Grövelsjön, die een dagtocht maken.
Vanaf hier nog langs de Sjöstugan. Op deze route zijn "Fangstgrupsystemen"
aangelegd door de vroegere Samen. Het moet een ontzettend werk zijn geweest zoiets in deze
omgeving klaar te krijgen. Het doel was om door middel van deze valkuilen de rendieren te
vangen. Langzaam lopen we nu naar beneden en steken door middel van een grote hangbrug de
Stora Ölan over. Vandaar een mooi uitzicht over het meer Grovelsjn. Aan de overzijde van
de rivier ligt een groot STF (Svenska Turist Foreign) station met alle mogelijke
bevoorrading en uitgebreide mogelijkheid voor onderdak. Aan het pad zelf ligt ook nog een
stugan, annex café en kampeerplaats. Hier zijn heel veel dagtoeristen (vissers en
rondvluchten) en het is via een uitstekende weg te bereiken vanaf de bewoonde wereld. En
hier was ook Wim en de auto.
Tot afscheid van de tocht aten we in de stugan wafels met "multebeeren"
Multebeeren worden het goud van de fjäll genoemd en om deze lekkernij staat volgens het
boekje de stugan in heel Zweden bekend. En dan zit het er op .................
Nog "even" naar huis, een kilometertje of 1500 naar Vries.
Ik (Wim) was er weer en redelijk uitgerust, zodat ik die avond nog 300 kilometer kon
rijden tot Malung. Daar huurden we, geen zin meer hebbende in kamperen, een
"hytter" op een camping. De vele muggen in deze hut waren bij de prijs
inbegrepen, maar de douches ook en dat was lekker.
Vrijdag 12 juli.
De nacht was warm en benauwd en om kwart over vijf ronkte de diesel alweer. Nog een lange
rit door Zweden, 2 uur op, 4 uur af, nog een dag alsmaar rode huizen, nog een dag keurig
naar rechts uitwijkend verkeer als je wilt passeren en nog twee veren die redelijk
meezaten. En dan nog het meteen weer veel agressievere Duitse verkeer, steeds kortere
aflossingen en om half twaalf werd in Vries het sleuteltje voor de laatste maal omgedraaid.
Ook autorijden kan vermoeiend zijn Telefoon naar huis: we zijn er weer....
Één (of meer) afzakkertjes en naar de kooi ... een echt bed ..
Brabanders moeten dan de volgende dag nog even verder ...
24 juli 1996.
![]()
Homepage LAW 5-1 Deltapad
Gr 5 Maastricht
Gr
5 Vielsalm Gr
5 Echternach Gr 5 Grundhof-Amance Gr
5 Barr Gr 5 Villers le lac Gr 5 Nyon Gr 5 Les Houches
Gr 5 Modane Gr 5 Auron
Gr 5 en 55
Vanoise Gr 54 Alpe d'Huez Kungsleden
Siljansleden
![]()

Siljansleden Zweden14 daagse huttentocht rondom het Siljanmeer te Zweden met een totale lengte van 282 km.
Landschap
Heuvelachtig en bosrijk. In het noordelijk deel van de Siljansleden zijn veel bossen, na Furudal richting het zuiden zie je er ook huizen en heb
je meer uitzichten. Dit blijft tot Åsen, westelijk gelegen in de route. Daar ga je weer
de bossen in. Dorpjes zijn klein, vaak 10 tot 15 huizen. Soms wat meer, behalve de grote
plaatsen. Vaak loop je over smalle bospaadjes, met regelmaat over een moerassig stuk, soms
over een onverharde weg. Asfalt kom je niet veel tegen. Door de heuvelachtig omgeving klim
je soms 300 meter om die vervolgens weer te dalen.
Overnachting
Langs de route zijn stuga's, schuilhutjes en campings.
Stuga: onbeheerde houten hut, vierkant dicht met deur en spits dak, hier speciaal
voor wandelaars van de Siljansleden. Gemiddeld 4,5 meter bij 4,5 meter met in het midden
een haard en een schouw. Ook buiten is vaak een zit en stookplaats. Er is meestal droog
hout wat onder een afdakje ligt. Soms moet je het nog zagen. Beugelzaag en bijl zijn
hiervoor aanwezig. Meestal is er water in de buurt. Soms een rivier, maar vaak een beekje
of bron met drinkwater. Dit staat aan gegeven met behulp van een bordje met logo. Een
zinken emmer is ook aanwezig. Hiermee kun je water halen. Ook een droog toilet. In dit hokje
is een plank met een gat er in. Het zit heerlijk, soms is er zelfs toiletpapier. In het
gastenboek kun je de dag, je naam en ervaringen schrijven. Bij het toeristenbureau
vertellen ze dat je in de hut geld achter kunt laten in een potje. We hebben er geen
aangetroffen. Schuilhutje: dak met drie houten wanden eronder. Ongeveer 3 bij 4 meter,
voorkant is open. Buiten is een stookplaats. Soms hout, zaag en bijl. Vaak is water in de
buurt. Met mooi weer is het een uitstekende plaats om te overnachten. Camping: hier kun je
natuurlijk je tent opzetten of een stuga (houten huisje) huren. Een plaats voor een tent
is ongeveer 25 gulden. Een stuga kost tussen de 50 en 80 gulden voor 2 tot 4
personen. Er zijn bedden, licht, verwarming en kookgelegenheid: elektrische
kookplaten. Je mag volgens het
allemansrecht overal vrij kamperen, bij privé terrein moet je toestemming hebben
van de eigenaar.
Route
Reizen
Wij rijden via Bremen en Hamburg naar Puttgarden. Met een veerboot van DFO in 1 uur naar Rödby in Denemarken, een 200-tal
kilometers verder het veer van Helsingfors naar Helsingör (Zweden) in 25 min. Een ticket
enkele reis voor een auto kost voor deze twee overtochten ± 160 gulden. Rond het
Siljansmeer komt op een aantal plaatsen een bus en/of trein langs. Openbaar vervoer is er
voldoende.
Muggen
De meeste tijd hebben we geen last gehad van muggen. We lopen vaak in T-shirt waar
de muggen doorheen kunnen steken en met korte mouwen. In sommige dichte bossen met lang
gras, aan de waterkant en soms 's avonds een uurtje komen ze opzetten en worden we wel
eens gestoken. We gebruiken een anti-muggen spray van US, gekocht in Zweden. We proberen
te slapen in een mug vrije ruimte. Dus niet in de buitenlucht, maar in een stuga of
binnentent. In de stuga verjagen we de muggen later op de avond. Het vuur is dan aan,
deur bijna dicht het is dan donker in zo'n hut. De muggen vliegen dan naar het licht, het
raampje. Dit zetten we dan open. Als we gestoken worden en we voelen het, dan gebruiken
we een vacuümzuiger (aspivenin). Het gif wordt hierdoor, indien je er tijdig bij bent,
uit je huid gezogen zodat je geen irritatie overhoudt. Ook hebben we zalf voor de jeuk. Je
went er trouwens ook wel aan.
Taal
Veel mensen spreken Engels. We zien onderweg regelmatig teksten in het Zweeds.
Soms zijn deze heel duidelijk, soms kun je er woorden uithalen, soms onleesbaar. Advies
is om toch een klein vertaalboekje bij te hebben, wij hebben het soms gemist.
|
Kilometers |
Eindpunt |
Dag 1 |
23 |
Raststuga N. Garberg |
Dag 2 |
25 |
Raststuga Indnäs |
Dag 3 |
18 |
Raststuga Nybodberget |
Dag 4 |
26 |
Raststuga Skäddar-Djurberga |
Dag 5 |
18 |
Raststuga Ärterasen |
Dag 6 |
12 |
Camping Furudal |
Dag 7 |
21 |
Raststuga S. Ockran |
Dag 8 |
21 |
Camping Rättvik |
Dag 9 |
22 |
Raststuga Böle |
Dag 10 |
10 |
Camping Leksand |
Dag 11 |
30 |
Schuilhut Jobsarbo |
Dag 12 |
21 |
Raststuga Längsjön |
Dag 13 |
17 |
Raststuga Södra Garberg |
Dag 14 |
18 |
Camping Mora |
7 augustus 1998
We rijden vandaag 250 kilometer van Arvika naar Mora. In Arvika hebben we net een 6 daagse kanotocht achter de rug. Om
13.00 uur komen we in Mora aan. Nadat we de tent opgezet hebben op de camping van Mora gaan we verder op zoek naar informatie
over de Siljansleden. We hebben op allerlei manieren geprobeerd om aan informatie te
komen, ook via internet maar er
was
nergens iets goeds te krijgen.
Informatie is hier zeer beknopt. We gaan naar het
toeristencentrum. Hier hebben ze een kaart van 1 : 125.000 welke 38 kronen (10 gulden)
kost. Je kunt via E-mail deze Siljanskartan
aanvragen. Hier staat de wandel (vandring) en een fiets (cykel) route met de omgeving
op, aantal kilometers tussen de schuilhutjes en overnachtinghutjes. Waar drinkwater te
halen is, campings enz. Dit was voor ons genoeg informatie. Als we op de camping de kaart
nog eens beter bekijken blijkt de grote ronde 282 kilometer lang te zijn. Deze kunnen we
waarschijnlijk in 14 dagen lopen en besluiten dan ook om dat te doen.
We pakken de rugzak in. We nemen voor 10 dagen eten mee, verder de tent en het minimale
aan kleding en andere spullen. We proberen de rugzakken even uit als er alles in zit. Deze
zijn behoorlijk zwaar, maar zal elke dag lichter worden...
Dag 1
Zaterdag 8 augustus
We geven de bagage af bij de receptie van de camping en parkeren onze auto op het terrein.
Dit alles bleek bij navraag op de camping mogelijk tegen een geringe vergoeding van
fl. 5,00 per dag. Om 9.00 uur gaan we op weg. De aanlooproute loopt over de camping naar het
oosten. De route is overdreven goed gemarkeerd, veel oranje op paaltjes en bomen en pijlen
met het logo van de Siljansleden bij moeilijke punten. We lopen door een gebied waar 's
winters veel wintersport bedreven wordt. Skiën, langlaufen en met de sneeuwscooter
tochten maken. In de zomer wordt er veel gewandeld en gejogd. Na dit stuk wordt de
ondergrond al wat moerassiger. Door
de zware rugzak en omdat we onze schoenen droog proberen te houden, schiet het niet echt
op. Om 12.30 uur hebben we 12 km gelopen, net de
helft van de geplande 23 kilometer. We pauzeren bij een schuilhutje op de
Rostberg. Iedere
3 kwartier tot 1 uur nemen we een korte pauze om de rugzak even af te doen. Deze rustmomenten maken het wandelen
gemakkelijker. Net op het moment dat we dachten, alleen in het bos te zijn.
Lopen we 1 wandelaar voorbij en komen 10
scoutingwandelaars tegen. We
zien nog duidelijke afdrukken van een bere-poot maar... geen beer.
Na veel klimmen en wat dalen, komen we om 17.15 uur na een voor ons lange dag eindelijk
aan bij de "raststugan" N. Garberg. We hebben een prachtig uitzicht over het
gebied waar we die dag gelopen hebben. Hoogte 607 meter. De onbemande hut is ook prima. Binnen en
buiten een stookplaats. Binnen rond de haard, aan 3 zijden brede banken (1 meter) om
spullen op te zetten, zelf te zitten, liggen en te slapen. Er is, zo stond het ook op de
kaart, drinkwater uit een put. Met dit koude water wassen we onszelf vanuit de emmer.
Je frist er wel van op, maar het is wel erg koud. Het is zo best gezellig met zijn tweeën
bij een haardvuur vlak bij een dorpje van wel 6 huizen. We zijn behoorlijk moe van de
inspannende dag en gaan om 22.00 uur slapen. Want morgen is de dag nog zwaarder 25
kilometer en flink klimmen.
Dag 2
Zondag 9 augustus
7.10 uur opstaan. Ontbijten, rugzak inpakken. Om 8.10 uur lopen we weer. Meteen in het
begin lopen we al een stukje verkeert. Dit hebben we snel in de gaten. De natuur is hier
zo rustig. Je ziet of hoort geen mens of auto. We zien opvallend veel soorten mos, hele
grote mierenhopen, productie bossen welke hier en daar gekapt zijn en de gehele dag
bosbessen. We komen 3 mensen tegen die bosbessen met speciale roostertjes aan het plukken
zijn. De rugzak is nog behoorlijk zwaar. Met de lunch zijn we bij een hut
"Spjutmo" die als indeling en gebruikte materiaal gelijk is aan de hut van
afgelopen nacht. We zitten aan een rivier in de zon. Na 3 kwartier weer verder. De lucht
betrekt en er vallen een paar regendruppels. Meteen de regenhoes maar om de rugzak. Toch
blijft het droog. Het lopen gaat niet snel; 3 kilometer per uur halen we nu. Mede door de
moeilijke paden en de meer dan 20 kilo wegende rugzak is de dag zeer zwaar. We wilden
daarom eerst eerder stopen bij een schuilhutje (Indsjön) op 20 kilometer. Hier aangekomen
is de plaats toch niet leuk, door de rotsen geen plaats voor een tent. Veel muggen in een
redelijk dicht bos. Na een kop thee en wat energierijke koeken lopen we ondanks de hevige
vermoeidheid maar door. De voeten en benen doen wel pijn en het is al 17.00 uur. We
stoppen nog een paar keer onderweg en komen om 18.30 uur aan bij de raststugan. Er is een
rivier waarin we ons kunnen wassen. Er liggen veel stenen en het is er ondiep. Hier kneust
Jeannette haar voet toen ze zich verstapte. Als je dan weer bij zo'n hut bent is de
vermoeidheid al snel weer over. Jeannette behandelt haar gekneusde voet met Tantum zalf.
Ze kan er nog niet veel op lopen, maar we zien morgen wel. Na het eten en de koffie gaan
we om 22.00 uur weer slapen. Rond 22.30 uur wordt het buiten donker en als we gaan slapen
brand de haard nog lekker. Doordat we de deur dicht doen vliegen alle muggen naar de raam,
deze zetten we open zodat we dat gezoem niet meer hebben 's nachts.
Dag 3
Maandag 10 augustus
7.15
uur opgestaan. Ontbijten. Jeannette behandelt haar voet nog een keer met
Tantum-zalf. Het
gaat alweer wat beter. Ze heeft wel wat pijn maar kan wel lopen. De paden zijn redelijk
vlak (niet zoveel stenen) en we stijgen weer. Onderweg is er in elk dorpje wel drinkwater
te krijgen. Dit is gewoon grondwater wat op een bepaalde plaats naar boven komt. Er zijn
meer plaatsen met drinkwater dan op de kaart staan aangegeven. Dorpjes bestaan hier
meestal uit niet meer dan een tiental huizen. Er loopt een grindweg doorheen, die meestal
dood loopt bij het dorp. Rondom de huizen is overal gazon. Het ziet er vaak verzorgd uit.
Met de lunch hebben we 13 kilometer gelopen. We zitten aan een picknickbank, bij het
plaatsje Fryksas in de zon met uitzicht op de meren: Orsasjön en Siljan. We hebben een
korte dag vandaag; 17 kilometer. 2 km na de lunch komen we bij Grönklitt. Hier is een
bungalow- en caravanpark, skiliften en het grootste berenpark van Europa. We doen inkopen
in de kampwinkel en nemen wat extra's mee voor 's avonds. Nog weer 3 km verder komen we
bij de raststugan: "Nybodberget". Het is een flink gebouw. Een mooie stuga met
een ruime huis- slaapkamer waarin tafels en banken staan. In het schuurgedeelte ligt een
stapel droog berkenhout al kant en klaar voor gebruik. We maken buiten een vuur en koken
water in de aanwezige pan. Eerst wassen we onszelf en daarna de vuile kleding. Wassen met
warm water is dan wel weer lekker. Om 17.00 uur wordt het buiten wat frisser. We maken nu
binnen een vuur. Onze kleding kunnen we daar goed drogen en we roosteren het vlees op het
vuur voor bij het eten. De gekneusde voet is dankzij de Tantum-zalf alweer bijna genezen.
In de stuga staan wat kaarsjes, olie, chocolade, zout, mosterd en tomaten ketchup voor
gebruik achter gelaten. Mooi dat zoiets nog kan.
Dag 4
Dinsdag 11 augustus
Als we opstaan is de lucht alweer stralend blauw. De temperatuur is ook wat hoger dan de
vorige dagen. Rond de 21 graden. We merken dat we gisteren minder gelopen hebben. Het gaat
wat gemakkelijker allemaal. De paden zijn ook iets minder moerassig dan de vorige dagen.
In dit gebied zitten meer stenen in de grond. Rond de middag besluiten we een stuga verder
te lopen dan gepland. Zo hebben we over 2 dagen, als we naar de camping in Furudal gaan,
een halve dag vrij. Onderweg valt het toch weer wat tegen. Om 14.30 uur moeten we nog 8
kilometer. Die laatste kilometers gaan door een heel erg mooi stuk natuur. We zijn erg
blij dat we om 18.00 uur bij de stuga in Skäddar Djurberga aankomen. Nog een mooiere dan
gisteren. Huis-slaapkamer is ruim 5 bij 10 meter, in een hoek grote oude openhaard en
zelfs servies, kleedjes en gordijnen. We maken water warm in een ketel, die met een
ijzeren haak boven het vuur kan hangen, om te wassen. Daarna eten koken en vlees grillen
boven het vuur. Drinkwater kunnen we in het dorpje 75 meter verderop halen. Een meisje
schrikt als ze ons daar ziet, ze zien hier waarschijnlijk niet veel mensen. Dorpjes zijn
ook veelal leeg. Huisjes worden waarschijnlijk alleen in de winter gebruikt. Verder zien
we ook hier niemand. We hebben vandaag 26 km gelopen en dat voelen we wel. Om 21.45 uur
gaan we slapen.
Dag 5
Woensdag 12 augustus
Vandaag een tocht van 18 km voor de boeg. De zon schijnt alweer als we op weg gaan. We
voelen allebei de tocht van gisteren nog in onze benen zitten. Na 8 km gaan we even zitten
bij een schuilhut en na 10 km bij de stuga Tenningán. Nu nog 8 km naar het dorp Ärteråsen, waar de stuga staat waar we gaan overnachten. Net nadat we een grindweg zijn
overgestoken komt daar een auto overheen. Die hoor of zie je hier niet vaak. Het valt ook
op als we even later mensen horen praten. Allemaal geluiden die we de laatste dagen niet
veel gehoord hebben. Zo rustig is het hier. Om 14.30 uur lopen we het dorp binnen. We gaan
op zoek naar de stuga. We zijn het dorp alweer uit en we zien nog niets. Dan maar weer
terug, bergop. Na wat zoeken zien we een bordje midden in een weiland staan dat wijst naar
wat ons een stal lijkt. Er zit ook geen schoorsteen op. Toch maar even kijken. Blijkt toch
de stuga te zijn. Aan drie zijden wankele verhogingen, banken kon je het niet noemen,
zwart zand op de grond met in het midden een paar stenen: de stookplaats. Het ziet er oud
en vervallen uit. Overal kieren en gaten. Niet echt gezellig. Water halen we bij een pomp
een stukje berg op. Dat is dus weer eens wassen met koud water. Vincent ziet het niet
zitten om in de hut te slapen i.v.m. de muggen en zet de tent op in het weiland. Er was
één
stukje waar deze net kon staan. De rest was allemaal hult en bult. We maken een vuurtje in
de hut. Er zat daarvoor een gat in het dak, maar dat gaf zoveel rook dat we het weer vlug
uitgemaakt hebben. De lucht betrekt wat. Muggen zijn er achteraf toch niet zoveel dus
slapen we toch maar in de hut. Als we de tent net weer afgebroken hebben begint het wat te
regenen.
Dag 6
Donderdag 13 augustus
Vandaag een korte dag: 12 kilometer. Het pad loopt bergaf en is niet hobbelig. Zo hebben
we er flink de pas in. Het dreigt ieder moment te gaan regenen. Als we bij een schuilhut
aankomen, op 10,5 km, begint het inderdaad te motregenen. We wachten even maar lopen dan
toch weer door met jas en fleece. Na 1,5 km komen we aan op de camping van
Furudal. We
huren een stuga voor 360 kr. (95 gulden). Niet echt goedkoop maar wel lekker veel luxe,
we hadden zelfs een TV. We beginnen met een heerlijke warme douche, daarna kleren wassen
en de kachel, dit keer elektrisch, opstoken om ze te drogen. Eten aan tafel met echt
servies en bestek, weer eens iets anders dan een messkit. Na het eten lopen we 2 km naar
het dorp om inkopen te doen. In het dorp is niet veel te beleven. Wel is er een pizza
restaurant en een aantal winkeltjes, waaronder een flinke supermarkt. Op de weg terug is
het behoorlijk gaan regenen en we komen nat op de camping aan. Toch wel lekker dan zo'n
gehuurde stuga. We hebben ook wat lekkere dingen gekocht zodat we weer wat bij kunnen
eten. Wandelen met zware rugzak in een heuvelachtig landschap vergt behoorlijk wat
energie. En dat eet je er niet zomaar bij.
Dag 7
Vrijdag 14 augustus
Als we
starten ziet de lucht er dreigend uit. Even later begint het te motregenen. Jas blijkt na
een stukje lopen toch te warm. Gamaschen aan en regenhoes over de rugzak. Het stopt met
regenen. We lopen weer over een vrij vlak stuk met gemakkelijk te belopen paden. We zien
nu wat meer huizen onderweg, weer eens iets anders. De bordjes met afstanden kloppen in
dit gebied niet met de kaart. Het aantal kilometers zoals wij die gepland hadden kloppen
volgens ons wel. We kwamen langs stuga Norrboda, dit is ook zo'n "schuur stuga"
als we eergisteren hadden, vermeiden dus. Bij Gammelstan halen we drinkwater met een
hefboom uit de diepe put. Het is een mooi plaatsje. Staat ook als bezienswaardigheid op de
kaart. We lopen vandaag 21 km naar S. Ockran. Hier staat weer een vierkante stuga met
aan drie
zijden banken en een stookplaats in het midden. Er is ook een ketel en een pan om water te
koken, voor de verzorging. De banken en planken rondom de haard lagen vol zand en as. Er
was ook geen bezem te bekennen. Vincent maakte een bezem van berkentakjes zodat we de boel
wat schoon konden vegen. Deze hebben we geschonken aan de stuga. We maakten ook een zelfde
haak als waar de beugelzaag en de aks aan hingen met bijschrift. In elke hut ligt een
gastenboek. Schriften met ervaringen van wandelaars die overnacht hebben in die hutten.
Vaak ging dit over jaren. Leuk om te lezen, Zweeds was niet echt te volgen maar Duits en
Engels ging aardig. Een enkeling had een eland gezien, niemand een beer. Soms zagen we
dezelfde namen, van wandelaars die in een vorige hut ook in het gastenboek geschreven
hadden. Een aantal mensen wandelde een paar dagen, anderen schreven de hele Siljanleden
rond te willen wandelen. We schreven zelf ook altijd in het gastenboek als we er sliepen
en vermelden er ook de URL van deze homepage in.
Dag 8
Zaterdag 15 augustus
De zonnige dagen zijn afgelopen, het is wat kouder en lopen bijna de hele dag in onze jas.
We beginnen met een flinke klim (4 km) via de Silvberg komen we in Boda. Hier kunnen we
kiezen voor een variant langs een waterval van 15 meter of de eigenlijke route te lopen.
We kiezen voor de waterval maar dat had niet gehoeven. Het ziet er wel leuk uit maar om er
nu 1,5 km voor om te lopen is overdreven. Het is een riviertje wat via rotsen inderdaad
meer dan 10 meter naar beneden daalt. Van een groot verval in één keer is echter geen
sprake. We lopen bij de waterval via de trappen weer naar beneden. Hier komen we er achter
dat we fout zitten. Boven stond rechts een bordje terwijl links de waterval was. Weer al
de trappen omhoog met de zware rugzak. We vinden de route dus weer en even later komen we
van de variant weer op de eigenlijke route. We stoppen nog even bij een mooi aan het water
gelegen schuilhutje in Ensro. Bij gebrek aan picknickbank lunchen we ergens langs de weg
in de berm. Om 15.00 uur zijn we op de camping in Rättvik waar we voor 215 kr. een kamer
huren. Dit blijkt ook met kookgelegenheid, douche en toilet in hetzelfde gebouw te zijn.
We hoeven zo nog eens niet voor alles ver te lopen, zoals dat normaal wel is met een
stuga. We doen inkopen in Rättvik en als we goed en wel terug zijn begint het te regenen.
Flink hard en het hield ook een aantal uren aan. We wilden naar huis bellen en hadden via
pictogrammen gezien dat dit ook met een creditcard zou moeten kunnen. Dit lukte dus niet.
Al met al toch een vermoeiende dag. Maar we zitten weer lekker warm en droog. Vincent
neemt nog een geheel door Jeannette verzorgd wisselbad voor de voeten. Koud / warm. We
zouden goed slapen op zo'n dik matras.
Dag 9
Zondag 16 augustus
Na een goede nachtrust gaan we weer op weg met het zonnetje in de rug voor een tocht van
22 km. We beginnen met een 2,5 km lange klim. Wel wennen zo 's morgens vroeg. Het
landschap is langzaam aan het veranderen. Liepen we de eerste 5 dagen veelal in bos
met weinig uitzicht. Hier is wat meer bewoonde wereld, landbouwgebieden en vergezichten.
Leuk om iets anders te zien dan bomen, mos en bosbessen. We passeren het plaatsje Söderos. Hier is een supermarkt. Op zondag echter gesloten. Het lopen gaat erg goed.
Ondanks de vele natte stukken door de regenval van gisteren. Voor 14.30 uur hebben we de
22 km er al opzitten en komen aan bij een schitterende stuga Böle. Het is vroeger
waarschijnlijk een woonhuis geweest met een halletje, slaapkamer en huiskamer. In de
slaapkamer staat een stapelbed. In de huiskamer zijn ook nog drie bedden, allemaal met
matras. Nog niet meegemaakt in een gratis stuga. We zien soms een auto boven komen over
een weggetje. Hier draaien ze dan weer omdat de weg ophoudt.
Dag 10
Maandag 17 augustus
Vandaag 10 km tot aan Leksand. Het is warm en stralend weer. We krijgen eerst een klim
naar Bastberg en Åsleden om vervolgens weer af te dalen naar Leksand. We lopen steeds
door een mooi bos met veel drassige stukken. We lopen een stuk over planken, die ze over
stukken moeras hebben aangelegd. De gamaschen doen dus weer dienst. Om 10.30 uur zijn we
in Leksand. We kopen wat fruit en willen dan verder lopen naar de camping. Dat is nog 2
km. Toch maar eerst naar het toeristenbureau wat alleen voor auto's goed aangegeven is. Zo
lopen we dus nog een stuk om. Daar blijkt dat we toch het beste naar de camping kunnen
lopen. Het is er wel mooi maar bijna geen mensen. Het seizoen was gisteren afgelopen. Het
restaurant en de winkel zijn gesloten. We huren voor 200 kr. een stuga zonder
kookgelegenheid. Deze hebben we toch bij ons. 's Middags lopen we nog een keer op en neer naar
het dorp om inkopen te doen. Er is ondertussen meer bewolking gekomen. 's Avonds begint
het te motregenen. Hopelijk schijnt morgen de zon weer.
Dag 11
Dinsdag 18 augustus
Vandaag wordt een lange dag van iets meer dan 25 km. We staan om 6.00 uur op. Het is al
lekker weer. De zon schijnt. Om 6.50 uur hebben we weer alles bij elkaar en gaan
we weer op pad
richting route. Voordat we Leksand uit zijn hebben we twee keer verkeerd gelopen. Er waren
wat bordjes verdraaid. Deze weer goedgezet en doorgelopen. We stijgen in hoogte langzaam
tot aan schuilhut Granberget, waar we koffie zetten. Het begint nu meer te waaien en doen
daarom het shirt met lange mouwen aan. Er volgt een glooiend pad met soms een doorkijk
naar het Siljanmeer wat er dan in de verte mooi bij ligt. Direct na de lunch begint het
flink te regenen. Regenjas aan en regenhoes om de rugzak. De gamaschen hadden we de gehele
dag al aan vanwege de moerassige stukken en het natte gras. De afritsbare broek wordt wel
nat maar deze droogt als het niet regent ook weer snel. De laatste kilometers wijst de
markering ons door een moeras zonder planken. Geen pad te zien. We soppen hier dus maar
doorheen. In de stromende
regen komen we om 16.30 uur aan bij een schuilhut Jobsarbo
genaamd. De eerste keer in een schuilhut i.p.v. een raststuga. Volgens de routepaaltjes
hadden we nu 30 kilometer gelopen. Een verschil van 5 met de kaart. We merken nu al wel
dat de rugzak lichter aan het worden is. Ondanks de 30 kilometer zijn we nog behoorlijk
fit. We maken snel een vuurtje, buiten dus dit keer. Door het natte hout dat er ligt valt
dit niet mee. Het vuur wil niet echt doorbranden. Met veel geduld, droge stukjes hout
welke nog onder de hut lagen en wapperen voor de aanvoer van wind krijgen we het toch voor
elkaar. We maken weer water om onszelf te wassen. We wassen onze kleding niet omdat we ze
niet droog zullen krijgen vandaag. Gelukkig zijn de buien overgedreven en is de lucht weer
stralend blauw. We eten buiten en drogen onze schoenen bij het vuur. De binnentent zetten
we op in de schuilhut om in te slapen. De muggen blijven zodoende buiten. Dit slaapt
altijd beter. We worden anders altijd wel een aantal malen wakker door de rondzoemende
muggen. Na een borreltje Jägermeister gaan we om 22.00 uur slapen. Het is dan al bijna
donker.
Dag 12
Woensdag 19 augustus
Om 7 uur loopt de wekker af. Nog even blijven liggen en oh oh, eruit, het is al half acht.
Buiten (de slaapzak) is het koud en als we willen vertrekken begint het heel zachtjes te
regenen. Het wordt even droog maar later regent het pijpenstelen. Tot aan de koffiepauze
gaat het lopen om een onverklaarbare reden bij allebei niet goed. De benen zijn moe,
schouders doen zeer, het is koud en het regent. Na de koffie gaat het ineens een stuk
beter. De koffie hebben we gedronken in een schuilhut in Åsen. Deze stond evenals de
bijliggende camping met stuga's niet op de kaart. We lopen door naar de volgende schuilhut
bij Mangberg. Dit blijkt een erg mooi dorp te zijn, maar door de regen is er nu niets te
beleven. We eten in de schuilhut van Mangberg en het wordt droog. 's Middags schijnt de
zon dan weer alsof het geen slecht weer geweest is. Om 15.10 uur komen we aan bij stuga
Lôngsjön. Een mooi gelegen stuga, met een mooi uitzicht over het meer. Het ligt 200
meter van de route. Door de lekkere zon en de wind droogt de was buiten goed. Na een
lekker pannetje nasi en wat gooien met dobbelstenen (Yahtzee) gaan we weer pitten.
Dag 13
Donderdag 20 augustus
Vandaag een tocht van 17 km. Het is bewolkt maar droog. We vertrekken om 8 uur. Na een
gemakkelijk droog stuk komen we rond de koffiepauze aan in Siljansfors. We maken gebruik van
de picknickbanken van het openluchtmuseum. Er is een restaurant, maar dat gaat pas om 11
uur open. Na de koffie hebben we allebei een dipje. De zin om te lopen is er even niet.
Toch lopen we naar Fulaberg. Hier is weer water te verkrijgen d.m.v. een handpomp. Als de
roest uit de pomp is hebben we weer schoon drinkwater. Van daaruit loopt de route over een
weg naar de stuga Södra Garberg. Het water is een stuk lopen hier en moeite om de emmer
vol te krijgen. Het uitzicht zou hier heel mooi moeten zijn maar we zitten in de wolken en
zien niets op 475 meter boven de zeespiegel.
Dag 14
Vrijdag 21 augustus
We lopen vandaag veel omlaag. Van 475 meter naar onder de 200 meter. Dit gaat dus erg
vlot. Toch is er op dit stuk veel moerassig pad. Om 9.30 uur zijn we weer op de
aanlooproute. We hebben het er dan naar ons gevoel opzitten terwijl we dan nog 14 km
moeten. We kijken mooi over Mora en over het Siljanmeer als we de Rostberg weer aflopen.
We zien het wintersportgebied later ook weer opduiken. Om 12.00 uur zijn we terug bij de
camping van Mora. Toen we ons meldden bij de receptie waren ze erg blij ons te zien. Ze
dachten dat we maar een week weg zouden blijven en wilden vandaag de politie inschakelen
om ons te gaan zoeken. We zetten de tent op en wassen onder een lekker warme douche. Het
regent echter de rest van de dag zodat we na een uurtje toch maar een stuga op de camping
nemen. We pakken de auto weer in. Een dag later vertrekken we om 6 uur in de ochtend om
via dezelfde weg weer terug te gaan. De veerboten halen we precies. We komen aanrijden en
mogen meteen de veerboot op. Om 23.30 zijn we weer thuis
in Brabant. We hebben dan weer alle luxe van lamp tot toilet. Van wasmachine tot waterbed.
![]()
Homepage LAW 5-1 Deltapad
Gr 5 Maastricht
Gr
5 Vielsalm Gr
5 Echternach Gr 5 Grundhof-Amance Gr
5 Barr Gr 5 Villers le lac Gr 5 Nyon Gr 5 Les Houches
Gr 5 Modane Gr 5 Auron
Gr 5 en 55
Vanoise GR5 Nice Gr 54 Alpe d'Huez Kungsleden
Siljansleden
![]()