Homepage Homepage Annapurna

Helambu

Deze tocht is veel zwaarder dan het Annapurna Circuit. We beginnen met een avontuurlijke bustocht naar Sundarijal. Hier is het begin van onze route. We starten op 1400 meter en lopen het eerste stuk naast een bovengrondse pijpleiding, die Kathmandu van water voorziet. Via vele trapjes en zandpaden tussen de rijstvelden klimmen we naar Chrisopani, wat ligt op een hoogte van 2450 meter. Het is duidelijk minder toeristisch. Er zijn minder teahouses. We moeten van te voren plannen waar we op het einde van de dag willen stoppen. De volgende dag lopen we door het Nationaal park van de Langtang. We dalen af en klimmen van 1700 naar 2550 meter naar 2100 en naar 2500 meter. De route ligt dwars over de bergen. Geen geleidelijke route dus. De omgeving is wel mooi. Veel bos, minder uitzichten op hoge bergen. De paden zijn meer ongelijk en we moeten soms zoeken om de goede route te vinden. Op 3600 meter bereiken we op de 3 dag het hoogte punt van onze trektocht. We willen hier eigenlijk blijven slapen, maar besluiten na een lunch om door te lopen. We hebben geen zin in een koude nacht in slechte lodge en het eten is hier ronduit beroerd. Na 2½ uur en 1000 meter dalen komen we aan in Tharepani. Dit ligt op 2600 meter en we slapen in een goede lodge. 's Nachts worden we wakker gezongen door jongeren. Nepal viert veel feestdagen. De meisjes en jongens vertrekken weer na een gift van de eigenaar.  's Morgens is het weer prachtig, we ontbijten buiten in de zon. Omdat we gisteren zijn doorgelopen kunnen we dag 4 kort maken. Het duurt echter even voordat we het goede pad de bergop gevonden hebben. 's Middags genieten we van de zon en het uitzicht. Op dag 5 lopen we naar Kakani -het eindpunt- en gaan met een lokale bus terug naar Kathmandu. 

In de lodges hebben we veel contact met de lokale bevolking. We worden regelmatig in de keuken uitgenodigd om ons te warmen en de maaltijden te nuttigen.  De accommodaties zijn er ook minder op aangepast. Er is voldoende mogelijkheid tot drinken en slapen. 

 

4 november 1999.
Kathmandu -
Chisopani.
Dag 1 van onze Helambutrek. 
We ontbijten in Kathmandu. De zon is er al wel, alleen nog niet op ons tafeltje. Om 8.00 uur gaan we met een taxi naar het lokale buspark wat Ratnapark heet. We betalen hiervoor 75 rupee. De taxi is erg oud, gammel en vooral klein, maar hij rijdt in ieder geval. Eén rugzak achterin en de andere op de achterbank. De hele auto zit vol. Het busstation bestaat uit een grote zandvlakte met kuilen en nergens een bord of een aanwijzing wanneer welke bus waar aankomt of vertrekt. Het is één grote mierenhoop van mensen en bussen. Toch lijkt het voor de lokale bevolking allemaal nog redelijk georganiseerd en overzichtelijk te zijn. Op het buspark aangekomen, lopen we naar een soort infohokje en vragen welke bus we moeten nemen. De man achter het loket zegt dat we voor Sundarijal route 4 moeten hebben. Gisteren hebben ze ons nog vertelt dat het route 2 zou zijn. We vragen het na bij de regelaars ter plaatse, te herkennen aan de stapels geld tussen hun vingers en een lederen jas. We zitten eerst in de verkeerde bus, maar komen uiteindelijk bij de goede bus terecht met route 2. Als we heel goed kijken staat er inderdaad een Nepalese 2 voor op de bus. We vragen wanneer de bus vertrekt. Een jongen wijst op ons horloge aan dat de bus over een kwartier zal vertrekken. We wachten maar af of dat klopt. Achter de chauffeurstoel is een ruimte om te staan, wij willen in de bus op de eerst rij gaan zitten, maar dezelfde jongen zegt dat naast de chauffeur de beste plaatsen zijn. Wij met rugzak en al daar naar toe. Het zit wel krap, met de rugzakken op onze benen.  Na ongeveer 20 minuten vertrekt de bus inderdaad. De bus zit voor onze begrippen al vol. Er zijn geen lege stoelen meer en er staan al enkele mensen. We rijden dwars door Kathmandu en het duurt niet lang of de bus zit nu echt vol. Veel mensen stappen in met handelswaar: balen wol of een mand bananen. Soms gaan die spullen op het dak, maar soms gaan ze ook mee de bus in. Het hulpje van de chauffeur  rekent af met de mensen die uitstappen. Via het raampje aan onze kant wisselt hij regelmatig geld met de chauffeur. Nu is de bus toch echt vol, maar nog steeds kunnen er mensen bij, ook op het dak zitten nu mensen. We zijn de jongen erg dankbaar voor de goede raad van de zitplaatsen. Omdat we voorin zitten hebben we ook een goed uitzicht op het straatleven. Daarop raak je hier nooit uitgekeken. De bus rijdt niet hard, het hobbelt wat door de kuilen, soms uitwijken voor mensen en dieren en andere voertuigen of we stoppen om mensen in of uit te laten stappen. Vincent heeft soms last van zijn been, wat slaapt. Verzitten lukt echt niet. Onderweg zien we op een aantal plaatsen dat ze kippen en geiten slachten. De smog is zoals altijd heel erg. Hoe verder de rit vordert, hoe meer mensen uitstappen. Op een gegeven moment zijn er zelfs weer zitplaatsen over. Na ± 1,5 uur komen we aan in Sundarijal.

Sundarijal, het vertrekpunt van onze Helambu trektocht. De zon schijnt lekker. Geen wolkje aan de lucht. Een rivier raast onder ons. De omgeving is prachtig groen. We zijn nu op 1400 m en we klimmen vandaag naar 2450 meter. Het klimmen gaat meestal via trappen, breed en niet hoog. We zien heel weinig toeristen. We komen wel wat dragers tegen. We zien ook bijna geen theehuizen en lodges. Dit gebied staat bekent omdat er veel mooie vrouwen wonen. Vandaar dat hier ook grote huizen staan. Rijke mensen -voor Nepalese begrippen- komen hier om met eenTibettaans meisje Manang vrouw te trouwen en bouwen hier een huis. Jeannette is verkouden en heeft een moeilijke dag. Om 12.15 uur eten we het kaasbroodje wat we nog over hadden van ons ontbijt. Gelukkig maar, want hier is echt niets te koop. We zitten bij militaire gebouwen op een bankje, erg rustig in de schaduw. We zijn hier op 2050 m hoogte. De route bestaat vanaf hier voornamelijk uit een ruw pad wat door erosie is uitgesleten. De trapjes zijn door de natuur gemaakt en soms ook wat hoger. Door de bomen en struiken lopen we regelmatig in de schaduw. Soms komen we wat Nepalezen tegen. De uitzichten op de vallei met vooral veel rijstvelden zijn leuk. Om 14.15 uur komen we aan in Chisopani. De 1e lodge is besproken door een groep, hier kunnen we niet terecht. De eigenaar brengt ons naar een andere lodge. We hebben een schone kamer en een koude douche. We genieten buiten nog even van de zon. Als de zon niet meer op het terras schijnt gaan we naar binnen in de dining room. Ook in deze lodge gebruiken ze een schrift waarin de gasten zelf de bestelling opschrijven. Dit aan de hand van een in het engels vertaalt menu. Daarachter schrijven ze dan de prijs. We moeten hier in totaal 870 rupee betalen voor avondeten, kamer en ontbijt.

 5 november 1999
Chisopani -Kutumsang.
We staan wat later op omdat we denken dat het een gemakkelijke dag zal worden. Eerst dalen we af van 2180 m tot 1700 m. Daarna klimmen we weer naar 2100 m. In de Trailblazer (Trekking in Langtang, Helambu & Gosainkund 1997) staat dat het een steile klim zal zijn van een half uurtje. Dat is het ook, maar ook daarna blijft het maar stijgen tot aan 2550 m. en dat staat dus niet in het boekje. Dat valt erg tegen. Daarna dalen we weer af naar 2100 m en alsof het nog niet genoeg is, weer een klim naar 2500 m. naar Kutumsang. Om 15.30 uur komen we eindelijk aan. We zijn behoorlijk moe en willen snel een lodge hebben. Daardoor kijken we niet zo goed en nemen een redelijk uitziende lodge. De eigenaar is net een bord aan het ophangen met “Mount View lodge”. Later blijkt de dining-room vol kieren en gaten te zitten. Vincent heeft geen zin in een koude avond en gaat bij een andere lodge kijken. Hij vindt er één die wel een warme kamer heeft. We stappen naar de lodge eigenaar om te zeggen dat we willen vertrekken, omdat het te koud is. Hij biedt ons aan dat we in zijn keuken kunnen zitten. Hier is het lekker warm. De slaapkamer is verder goed, dus blijven we toch. Er zijn een paar mensen meer, die blijven in de koude dining-room.

Er komt een gids uit de buurt op bezoek in de keuken. Hij woont een paar huizen verderop en spreekt goed Engels. We vragen van alles aan hem over Nepal: over buschauffeurs, privaatondernemingen, corruptie, het gids zijn en lodges. 

Ze hebben in de keuken een houtkacheltje voor het bereiden van al het eten. Dit is een ijzeren kistje van 40 bij 80 cm en 20 cm hoog en staat op de gDe zonsondergang van deze dag.rond. Achteraan zit een pijp om de rook af te voeren. Het werkt goed. Het hout steekt men er via de open voorkant in. Binnen korte tijd hebben ze van alles gekookt en gebakken. Eerst worden de benodigde aardappels en rijst gekookt en aan de kant gezet. Hier wordt dan telkens wat vanaf genomen wat nodig is voor het gerecht. Om 19.00 uur hebben wij onze Dal Bhat. Dit rijstgerecht met linzen wordt meestal ook door de lokale bevolking gegeten en er wordt zoveel bijgeschept als je wilt. Een heel bijzondere avond zo bij de lokale bevolking. We wennen snel aan het idee, dat er op zo’n klein kacheltje alles gekookt wordt en ook aan de rook die constant in de keuken hangt. De lokale bevolking moet er in leven. Om 20.00 uur gaan we slapen. 

 6 november 1999
Kutumsang -Tharepati.
Om 6.00 uur staan we op. Om 7.15 uur zijn we weer onderweg. Het zal vandaag een zware dag worden. De planning is dat we klimmen van 2500 naar 3600 meter. Volgens de gids is het ± 6 uur lopen. Als we een kwartiertje onderweg zijn komen we langs een checkpoint waar de entree moeten betalen voor het nationaal park. Het is 650 rupee per persoon. De omgeving bestaat voornamelijk uit bossen. Een jongen met een band en een koord loopt een stuk met ons mee. Hij speelt wat op een bamboefluitje. Het klinkt totaal niet. Hij blijft maar bij ons in de buurt lopen. Hij is in afwachting of wij onze rugzakken niet door hem willen laten dragen. Een stukje verder ziet hij een vogel in de bomen en kijkt ernaar. Even later pakt hij een steen en gooit deze richting de vogel. Met een hoop gekrijs vertrekt de vogel uit de boom. Soms lopen we langs een dorpje of een teahouse, we blijven klimmen en klimmen. Eerst naar 3200 meter. We gaan voor ons gevoel best wel snel. Toch lopen we weer de langzaamste tijd die in de Trailblazer wordt aangegeven. Helaas staat er in -deze wat verouderde- editie niet in of we gaan dalen of stijgen. Dit maakt het extra lastig. Later wordt het iets minder steil met wat meer rotsen. We lopen over de kam van de berg. Om 13.00 uur zijn we op 3600 meter hoogte. Het is er koud, Lodges op de top van 5 graden Celsius en er staat een koude wind, mede omdat we boven op de top van een berg zijn. We hebben 2 van de 4 lodges bekeken. Het ziet er allemaal zeer primitief uit. Er is ook geen stromend water aanwezig. De ramen bestaan uit stukken plastic. We lunchen eerst alvorens een lodge uit te kiezen. Het eten is het slechtste wat we in Nepal hebben gegeten en nog duur ook, 370 rupee voor 2 soep, 2 thee en 2 pannenkoeken. De tomatensoep heeft een paar rode spikkeltjes, de pannenkoeken zijn nog rauw. We besluiten dan ook om door te lopen. Dit is geen plek om de gehele middag te blijven en in de vrieskou te slapen. Er zal een erg steile afdaling komen. Dat klopt inderdaad. Wel een heel mooi pad door een rhododendronbos. We dalen af naar 2560 m. In dit stuk komen we geen dorpjes tegen, wel mooie bomen en een rivier. Na 2,5 uur afdalen, komen we om 16.00 uur aan in Tharepati. We kijken goed rond en vinden een goede lodge. Een mooie houten badkamer waar we een emmer warm water krijgen om te wassen. We krijgen ook nog warm water om kleding te wassen. We zitten eerst een tijdje in de diningroom. Er staat een kachel, die zullen ze zo meteen wel aansteken. Maar nee hoor we worden weer in de keuken uitgenodigd. We geven aan wat en hoe laat we willen eten. De eigenaar is redelijk bemiddeld. Ze hebben allemaal mooie kleding, goed servies en een TV. Ze volgen hier het KEEP programma (Katmandu Environmental Education Program). Dit is een ontwikkelingsprogramma om lodges hygiënischer en meer voorspelbaar te laten functioneren. De gastfamilie eet ook hier pas weer als wij klaar zijn met eten. Met de eigenaar bespreken we nog even de route voor morgen. Om 20.00 uur gaan we slapen. Als we in onze kamer zijn horen we dat de TV wordt aangezet.

Het is momenteel festival in Nepal (zoals zo vaak). ’s Nachts om 01.00 uur komt er een hele groep kinderen zingen en schreeuwen. Er lijkt geen einde aan te komen. Dit alles is ter ere van Deep a wali, wat nieuwe maan betekent, dit is de 3e en belangrijkste dag van dit feest. Bovendien is vandaag de koningin jarig.

 7 november 1999
Tharepati - Tarkegyang. 
We slapen uit tot 7.15 uur. We ontbijten heerlijk buitenOntbijten in de zon. in de zon. De lodge eigenaar is bezig om een TV antenne te repareren. Veel gereedschap heeft hij niet, enkel een paar tangen en een schroevendraaier. Uiteindelijk lukt het hem toch om met een mes en een combinatietang een gat in een aluminium staaf te maken. Om half 9 zijn we op pad. We moeten eerst 650 m afdalen naar de rivier. We lopen door een mooi bos en zien de Danphe, een Tibetaanse vogel met blauwe en groene kleuren. Na een uur bereiken we een hangbrug over de rivier. Nu weer 650 meter klimmen. Na 100 meter klimmen lopen we op 2000 meter hoogte en komen we in Nakote. Er zijn hier veel paden en het is niet altijd duidelijk welk pad het goede is. We rusten even bij de gompa, midden in het dorp. Het valt niet mee om het dorp verlaten. We lopen een paar keer verkeerd. Na veel vragen en nog eens navragen komen we uiteindelijk weer op het goede pad terecht. Op 2300 meter komen we bij een lodge, die is nieuw en staat niet in ons boekje. We zijn allebei moe en drinken hier cola en thee onder een prachtig prieeltje. Nog 250 meter klimmen. Volgens de lodge eigenaar is dit nog 1 uur lopen. Na 45 minuten bereiken we de eerste lodge van Tarkegyang. Het ziet er leuk uit, een grote tuin met zitjes. We lunchen hier, maar vinden de lodge er toch niet zo heel goed uitzien, plastic ramen e.d. Er is ook een georganiseerde groep Nederlanders aangekomen. Die blijven hier wel slapen. We lopen verder en net voorbij het dorp vinden we een grote lodge. De kamer ziet er goed uit, ze hebben een koude douche en de diningroom is in de keuken. Dat zijn we inmiddels gewend. Ze vragen voor een kamer 200 rupee, evenveel als onze hotelkamer in Kathmandu en dus eigenlijk veel te duur, we nemen hem toch. Na de verfrissende kDe Lodge.oude douche zitten we de rest van de middag heerlijk in de tuin in de zon. Er zijn ook nog 2 Duitsers en 3 Fransen (vader, moeder en een zoon van 10 jaar) in de lodge. Ook hier zien we weer veel van de lokale bevolking. Vooral de kinderen willen altijd de foto’s in onze boekjes zien. Ook de verrekijker is een gewild artikel. Rond 16.00 uur worden er allerlei souvenirs uitgestald. Het zijn de gebruikelijke sieraden, Tibetaanse bellen en gebedsmolentje. ’s Avonds eten we bij een kacheltje, eenzelfde als eerder beschreven. Om 19.00 uur, het is dan allang donker, komt er nog een drager binnen met een grote zak rijst. Iedereen is al klaar met eten en de afwas is al gedaan. Toch krijgt hij nog een flink bord Dal Bhat. Als hij het eten op heeft komt hij ook bij de kachel zitten. De Fransman vertelt dat ze zo snel mogelijk in Kathmandu willen zijn. Zijn vrouw is vermoeid en heeft geen zin meer om te wandelen. Helaas, het is voor hen nog 2 dagen lopen om bij de dichtst bij zijnde weg te komen.

 

8 november 1999
Tarkegyang - Kakani.
Alweer uitslapen vandaag. Het is vannacht wel koud geweest. Bij het naar buiten kijken zien we dat het gras bevroren is. Om 7.45 uur staan we op. De kachel is alweer warm in de keuken. Heerlijk om bij te ontbijten. Om 8.45 uur vertrekken wEen sherpa keuken.e. Inmiddels schijnt de zon ook op ons gedeelte van de berg volop. De eerste 2,5 uur zal vandaag redelijk vlak zijn. Het gaat inderdaad wat bergop en bergaf, maar nooit echt steil. Na iets meer dan een uur komen we in Ghyangyul aan. De enige lodge (Dolma) van het dorp ziet er gezellig uit en we gaan er even zitten voor thee. De eigenaar probeert ons over te halen om te blijven. Het is een aanlokkelijk aanbod, maar half elf is wel erg vroeg om te stoppen. Maar weer verder dus. Na nog eens 5 kwartier bereiken we Sarmatang. Een leuk dorp met goed uitziende lodges. Op dit deel van de route komen we veel Tibetaanse stupa’s tegen, de één al mooier en kleurrijker dan de ander. De lodge eigenaar van de Dolma lodge vertelt dat er 3 kwartier voorbij Sarmatang een lodge is. Na een half uur komen we bij een ‘restaurant’. Ze serveren er alleen noodles. We nemen thee met een pak koekjes, noodle-soep en ieder 2 mandarijnen. De kinderen vermaken zich hier met bijna niets. Een peuter zit op een mat bij een afgrond, niemand zegt er iets van, dat is hier allemaal heel gewoon. Een meisje is poppenkleertjes aan het maken. Via onze berekening zullen we nu nog 2 uur moeten lopen. Na een half uur komen we bij een lodg
e, we bekijken de kamer, maar vinden het niets. Er staan 2 bedden, 1 met en 1 Een man uit Tarkeghyang. zonder matras en in het deurgat hangt alleen een gordijn. We lopen weer verder. Voor ons lopen 2 Nepalese mannen met ieder een zak aardappelen van 40 à 50 kilo op hun rug/hoofd. We vragen of ze naar Kakani gaan Ze wijzen ons steeds de weg. 3 kwartier eerder dan verwacht (om 14.30 uur) zien we een heel mooi gebouw. Het blijkt tot onze verassing een lodge te zijn. De kamer is ruim en schoon en kost 100 rupee. De douche is koud maar lekker verfrissend. We genieten buiten van de zon. De kinderen lopen hier regelmatig met messen rond. Een hond wordt nageschopt door kinderen en ze vinden het nog leuk ook. In Nepal worden de honden echt honds behandeld. Dit zit in het kastensysteem. Een kind knoeit met kerosine en smeert dat in d’r haar. Dat wordt toch niet echt op prijs gesteld.

De prijzen zijn hier erg laag. Waarschijnlijk omdat we nu op minder dan 1 dag lopen van de openbare weg verwijderd zijn. We kwamen vandaag een aantal lokale mensen tegen met een mand gevuld met bladeren. We weten eigenlijk niet waarvoor ze die gebruiken.

In de lodge is geen elektriciteit. De keuken en diningroom worden verlicht met een kerosinelamp, de rest met kaarsjes. Als we gaan slapen krijgen we ook een kaarsje mee. Om 18.15 uur komt er een hele groep kinderen een lied zingen i.v.m. het festival. Hetzelfde als vannacht. Het is gebruikelijk dat ze, voor het zingen, geld en iets eetbaars mee krijgen. Hier krijgen ze een bord met rijst en een aantal roepies. Na de gift zingen ze de gever nog toe dat hij/zij lang mag leven, gezond zijn en een goed huis hebben. Later komt er nog een groep. Ik hoop dat dit niet de hele nacht duurt, zoals een paar dagen geleden.

9 november 1999
Kakani- Kathmandu

Vandaag de laatste wandeldag van onze vakantie. We dalen vandaag 1000 meter om bij de bus te komen. We lopen weer tussen de rijstvelden en zien veel mensen langs het pad zingen i.v.m. het festival. Na 2,5 uur afdalen komen we aan Melamchi Pul Bazaar. In een lokaal tentje bellen we naar het hotel in KaWe komen een meisje tegen met hoofdmand. thmandu om een kamer te reserveren voor vannacht. Een stukje verder staat een lokale bus. Er wordt meerdere keren gevraagd of we naar Kathmandu willen. Ze wijzen ons de goede bus. De rugzakken doen we in de flight-bag en deze gaan boven op de bus, netjes in een afgesloten kist. We kopen een kaartje voor 61 rupee per persoon, de reis zal ongeveer 4,5 uur duren. De bus is te klein voor ons westerlingen. Te laag om te staan en de stoelen staan te dicht bij elkaar om je benen kwijt te kunnen. Onderweg moeten wij westerlingen (de enige 2 in de bus) naar een paspoortcontrole. Hier moeten we in een boek onze namen en paspoortnummers noteren. Computers hebben ze hier nog nooit van gehoord. De bus voert ons eerst over een zandpad met veel stenen en kuilen. We hobbelen en klotsen verder. Soms stopt de bus om mensen in te laten stappen. Morgen is het een feestdag en daarom gaan veel mensen naar de stad. Het is een “Broers en Zussen feest”, ze gaan dus allemaal bij hun broers of zussen op bezoek. Mede daarom was het erg druk in en op de bus. De regelaar in de bus moet telkens tussen alle drukte door om geld te innen bij de reizigers. Er zitten opvallend veel jonge vrouwen met baby’s in de bus. Op de achterbank zitten we met z’n zessen. Op de meeste 2-persoons banken zitten 3 personen. Na 2,5 uur komen we bij het einde van het zandpad. Als we een ander voertuig tegenkomen, moet 1 van de 2 terugzetten. We komen nu op een twee baansasfaltweg. Maar het blijft een lokale bus en die rijdt dus rond de 40 km /u, we worden steeds ingehaald door andere voertuigen. In de verte zien we Kathmandu opduiken. Na nog eens bijna 2
uur De bus voor vertrek. zijn we bij het vliegveld in Kathmandu, het eindpunt van deze bus. Voor 100 rupee hebben we een taxi naar Thamel. Het hotel heeft onze reservering niet goed doorgekregen, we zijn waarschijnlijk van de lijst “afgevallen”. Dat kan hier wel gebeuren. We krijgen een tijdelijke kamer, morgen zullen we weer een andere krijgen. Het is erg rustig in Thamel, er lopen i.v.m. het feest alleen wat toeristen rond. Veel winkeltjes zijn dicht en er lopen bijna geen Nepalezen. ’s Avonds eten we ergens op de 1e etage en zien hoe een groep mannen door te zingen voor een grote boekhandel wat geld en voeding los peuteren. Ze houden het lang vol. Na 3 kwartier gaat de eigenaar naar de naast gelegen supermarkt en koopt wat drank voor de zangers. Groepjes kinderen die hetzelfde proberen worden steeds weggejaagd. Nadat we heerlijk hebben gegeten en de zangers zijn uitgezongen zoeken we om 21.00 uur onze hotelkamer weer op.

 

Homepage Annapurna

Hebt u vragen, op- of aanmerkingen? Stuur ons uw reactie.