|
Homepage
Glaskogen Jösse Alv Rinnentocht
Kanotochten Zweden
Kanoën is een bezigheid die goed te combineren is met wandelen. Wij hebben in de
afgelopen jaren drie kanotochten gemaakt in Värmland, Zweden. Dit is een kanogebied bij
uitstek. Door een aantal kanocentra worden er tochten aangeboden. Ze regelen dan materiaal
en vervoer. Wij hebben goede ervaringen met Arvika Kanot &
Touristcenter. Je kunt ze via internet of via de reisgids van Buro Scandinavia
bereiken.
Je wordt weggebracht door het kanocentrum en krijgt bij de plaats waar je het water
ingaat, uitleg en tips over het kanoën en de route. Materiaal kun je huren of zelf
meenemen. Wij deden de kleding in een pakton van 60 liter, tent, slaapzakken, matjes
en
dergelijke in waterdichte zakken. In de proviandkist namen we voor een hele week eten mee.
Onderweg kochten we brood.
Met
een routekaart ga je op weg in een tweepersoons Canadese kano (voor Nederlandse begrippen
een kajak). Rustig peddelend kom je langs de mooiste plekjes die je vanaf de weg of zelfs
een klein wandelpad nooit zou hebben gezien. Op tijd stoppen om wat te eten en te drinken
en van de natuur, de ruimte en de stilte te genieten.
Het benodigde water tank je gewoon uit het meer, dit is vaak goed drinkwater eventueel met
waterfilter. Naast het kanoën krijg je ook te maken met landtransporten, bij een dam of
overgang naar een andere rivier of meer. Hierbij zet je de kano op een transportkarretje.
Kano ervaring is niet nodig. In Zweden is alles nog zo ruim en dunbevolkt dat je gedurende
de week heel weinig mensen zult zien. 's Avonds een mooi plekje uitzoeken om te
overnachten, bijv. op een klein onbewoond eilandje. Tent opzetten in de vrije natuur en een
kampvuurtje maken.
Nog een tip over de muggen. Natuurlijk kom je die tegen in Zweden, maar de aantallen
vallen wel mee. Koop muggenolie in Zweden zelf, die is beter voor de plaatselijke muggen.
Het kanocentrum verkoopt dit ook.
Het Allemansrecht
In zweden geldt het allemansrecht en allemansplicht. Sinds vele honderden jaren bestaat
er een afspraak, waarbij een persoon het recht heeft van de ene plaats naar de andere
plaats te reizen. Dit houdt kortweg in dat je over andermans land mag lopen of varen. Een
tent mag opzetten voor één nacht, je mag een klein vuur mag maken en bessen en paddestoelen
plukken. Zolang je alles maar in de oude staat achterlaat en je je afval meeneemt.
Materiaal
Als je een tocht boekt bij het kanocentrum krijg je mee:
- 1 tweepersoons kano
- 3 peddels (1 reserve)
- 2 reddingsvesten
- 1 dekzeil van 3 bij 3 meter
- 1 touw à 7 meter

- 1 spade
- 1 transport karretje
- een kaart met route
- 1 spons
- 2 afvalzakken
- Kosten ± fl. 250,00 per persoon.
We huren extra:
- 1 plastic pakton waterdicht à 60 liter voor de kleding
(fl. 25,00)
- 1 proviandkist 60x50x40 cm (fl. 25,00)
We nemen zelf mee:
- 2 waterdichte zakken (tent, matjes en slaapzakken moeten er in passen)
- voldoende touw
- waterzak
- kookspullen
- eten (Puree uit een pak, rijst,
macaroni, groenten/kruiden mix uit pak, groenten in pot of blik, foliepak
ham-beef of kipburgers, vlees in blik te verkrijgen bij de Keurslager,
rookworst, belegen kaas, leverpastei (in blikje), koffie, thee,
koffiemelkpoeder. Snelklaar pakken van Knorr of Honig, knäckebröd,
zuurdesembrood (blijft lang vers), broodmix en melkpoeder (Elk) voor het
bakken van je eigen brood aan een bamboestok (20 minuten) in een open
vuurtje 's avonds)
- klein waterdicht vaatje van 8 liter voor papieren, verrekijker en fototoestel
Een laatste keer namen we ook nog mee:
- groot rooster om te barbecuen en/of op vuur te koken
- oude pan voor op het vuur (deze wordt wel zwart)
- beugelzaag voor het zagen van hout voor het kampvuur
- aanmaakblokjes
- spijkers en hamer
Kanotochten in Värmland
Glaskogen
Beknopt verslag
Lengte:
70 of 110 kilometer
Landtransporten:
70 kilometer 8 bij 110 kilometer 13
Proviandinkoop:
Arvika Kanotcenter, Klässbol, Lenunghammar, Glave.
Algemeen:
Het natuurreservaat van Glaskogen omvat ongeveer 28.000 hectare. Het gebied is grotendeels zeer
dun
bevolkt en kan beschouwd worden als een uitgesproken wildernisgebied. Het landschap is
zeer heuvelachtig en bevat tal van meren en andere wateren met zeer schoon en helder
water. In sommige meren is het mogelijk 6 tot 8 meter diep te kijken. Het gebied is rijk
aan dieren en vogels. Elanden en bevers komen veelvuldig voor. Deze tocht begint en
eindigt op het Glafsfjorden; het meer waaraan het kanocentrum is gevestigd. Met
kaart, kompas en kano op weg.
Een zeer mooie tocht waarbij we toch aanraden om de korte route te nemen daar de lange
zeer zwaar is. Prachtige natuur en kampeermogelijkheden in de middle of nowhere.
22 juli 1995 vertrekken we samen met Henriëtte en Wim naar Olso. We rijden met de auto
naar Kiel (D). Vandaar vertrekt een boot van Color Line. De reis duurt 19 uur. Wat opvalt
zijn de dronkenlappen op de boot. Deze nemen een retour met een veer en drinken zich dan
helemaal lam, slapen in de gang om vervolgens weer in Noorwegen terug te keren. Dit omdat
alcoholische dranken in Noorwegen extreem duur zijn. Op de boot kopen we zelf ook
een taxfree voorraadje Jägermeister voor de komende drie weken. We komen aan in Oslo
en rijden meteen door naar Arvika in Zweden. We melden ons bij het Kanocentrum
en krijgen meteen een proviandkist en pakton mee om 's avonds in te pakken. Ook wordt de
route besproken welke we gaan varen (en lopen). We willen de uitgebreide Glaskogentocht van
110 kilometer in 7 dagen. We vinden die van 70 kilometer te kort. De gids waarschuwde ons
wel dat het dan geen vakantie zal worden. Die uitdaging durven we wel aan. We overnachten
vlakbij op
Camping Ingestrand.
Dag 1
Maandag 24 juli 1995
We staan rustig op. Bij het inpakken van de tent regent het wat. We
gaan naar het kanocentrum. Hier krijgen we de kano's, peddels, dekzeil, touw,
schep (die diende als toilet), karretje en zwemvesten. Samen met de pakton voor de
kleding de proviandkist en waterdichte zakken met tent, slaapzakken, slaapmatjes en
kookspullen maakt dat onze uitrusting compleet.
Het weer is niet echt goed. We duwen onze kano's van de over af. het Glasfjordenmeer op.
Het is dan droog al ziet
het er dreigend uit. Een half uurtje later valt er een flinke regenbui uit de hemel. We hebben veel tegenwind en hoge golven. Toch vinden we een droog plaatsje om
te eten. Later op de dag klaart het wat op. Zo is het klimaat in Zweden nu eenmaal. Het
regent er regelmatig maar vaak niet lang, waarna de wolken verdwijnen en de zon weer
tevoorschijn komt. Om 15.30 uur vinden we het welletjes en vinden een mooi plekje om te
overnachten. Wim en Vincent gooien een hengel uit maar de vissen willen niet
bijten vandaag. Ze vangen zelfs helemaal niets. Er is een wandelroute aangegeven
die we ook volgen tot aan een
ruïne.
Dag 2
Dinsdag 25 juli 1995
Het is stralend weer, de zon schijnt en we hebben de wind mee. De omgeving is
dan
schitterend; prachtig meer met helder water, en een groene kust met veel bomen en typisch
Zweedse houten huisjes. Met de wind mee gaat het varen snel en voor we het in de gaten
hebben
zijn we een paar kilometer te ver voor een landtransport. Die moeten we dus tegen de wind in terug. Terug naar
het plaatsje Sölje: een paar huizen. Hier zetten we ons eerste de kano op het transp ortkarretje
en verplaatsen ons 1200 meter over land. Op de plaats waar we weer het water in mogen
is een
camping. We willen hier brood kopen. De camping heeft echter geen winkel en verkoopt
geen brood. We willen eigenlijk niet meer tijd verspillen, om naar een winkel
toe te lopen. We zijn al achter waren op
schema in verband met het de "Off Route". De campingbeheerder
roept één van zijn medewerkers en laat die met een auto, een paar kilometer verderop een
brood halen. Deze gastvrijheid ervaren we als leuk . Na de broodaktie en een ijsje
kunnen de kano's weer te water laten. We steken het Stora Lesjön meer over. En
krijgen dan een zwaar landtransport hadden van 4 kilometer. Op het Stora Gla meer, waarvan
bekend zou zijn dat op dit meer vaak een erg mooie zonsondergang is te zien, zoeken we een plaatsje om te
overnachten. Op een prachtig eiland van 50 bij 125 meter zetten we onze tenten op. Na een
frisse duik in het water, eten we wat. Na de afwas krijgen we de beloofde
zonsondergang te zien. Later maken we een vuurtje, we zien in de verte twee rook pluimpjes.
Een teken dat dat we niet alleen zijn. Al hebben we dat gevoel wel.

Dag 3
Woensdag 26 juli 1995
Als we uit onze tenten kruipen zien we dat het meer rondom ons zo glad als een spiegel, onvoorstelbaar,
zo strak. Er komt
pas rimpeling in het water als wij er met de kano's doorheen varen. Ook de bodem
is
hier te zien in het heldere water. Met lekker kanoweer steken we het Stora Gla
meer over en komen bij een camping met een winkel annex kanocentrale. De eerste en
enige winkel op onze tocht. Hier kopen we wat voorraad in. Van hier begint de extra lus die we
wilden nemen, richting Lenungen. Dit als extra van de Glaskogentocht. Na een paar meertjes en landtransporten komen we aan bij Mjögtvängen meer.
Er is een schuilhut met stookplaats en droog hout. Een ideale plek om te
overnachten. Hier moet wel veel en grote vissen zitten. Dus de hengel nog een keer
uitgegooid. De mannen zullen wel even een berg vangen zodat we het boven ons kampvuurtje kunnen
roosteren vanavond. Veertien kleine visjes worden uit het water gehaald. Amper de moeite waard om te eten. Gewapend met Jägermeister en anti-muggenolie slapen
we in de open schuilhut. Achteraf niet echt een aanrader. 's Nachts zoeven de muggen in druk verkeer telkens in en uit de
slaapzak.
Dag 4
Donderdag 27 juli
Vol goede moed beginnen we met alweer stralend weer, midden in de natuurgebied met veel
moerassen. Een krijgen een aantal lichte landtransporten te verwerken. Tot het het echte werk
komt.
Een zwaar landtransport van 250 meter bij Nordvattnet zo staat op de kaart aangegeven.
Het blijkt 800 meter te zijn. De kano kan nu niet op het karretje blijven. Er is
te veel boomstronken en te weinig pad. Alles moet uit de kano en
over de kleine rotspaadjes en boomstronken naar boven sjouwen, dan weer terug om de kano's
één voor één te dragen. Er zijn veel muggen die ons dit wel willen zien doen. Na twee uur kunnen we gelukkig weer het water in
na een stukje varen loopt het meer "dood". Het lijkt wel of we verkeerd ziten. Na
een uur op en neer varen besluiten we een soort snel stromend riviertje stroomopwaarts te
gaan, niet wetend of we goed zullen uitkomen. Een maal op een ander meer vragen
we bij een andere wildkampeerder,
waarvan we de rook van zijn vuurtje van verre zien. Hij vertelt dat we op het (goede) Assjön meer
zijn. We kunnen de route weer vervolgen. Na een licht landtransport hebben we een
plekje om te overnachten. Het was inmiddels 19.30 uur en de zin was allang over. We
sprokkelen hout voor het kampvuur. Het vuur heeft geen tijd om lang te branden
wat we gaan vroeg slapen. We beseffen 's avonds dat we bij het kanoën het
even wel moeilijk hebben. Met bijvoorbeeld een landtransport, de wind en of de regen. Het mooie is dat je
dit meteen daarna vergeten bent en kunt genieten van de mooie natuur.
Dag 5
Vrijdag 28 juli 1995
We staan vroeg op, want we hebben een zware dag voor de boeg met 4!!! zware
landtransporten. Na 3 kilometer op het Gränsjön meer komen we bij Gaterud; het eerste
landtransport. Na een uitgebreide inspectie, een bergje op, over een zeer modderig pad met diepe kuilen,
moeten we de kanoverhuurder gelijk geven. De extra lus is echt geen vakantie, vooral
omdat er nog drie landtransporten zullen gaan volgen. We zullen over de gehele
tocht dan ook meer dan 7 dagen
doen en dat zit niet in onze planning. We bekijken de kaart goed of we
alternatieven hebben. We varen
diezelfde 3 kilometer weer terug naar Kalleboda en gekiezen voor een landtransport
van 12 kilometer over een heuvelachtige weg. Het weer is lekker en de omgeving
mooi.
Soms zit er een flink klimmetje in en met de kano is het zweten. Boven op
een heuveltje aan gekomen zien we gezinnen die op het land aan het werk zijn. Op
het moment dat we voorbijkomen is hun pauze voorbij en beginnen ze weer te
werken. Een vrouw ziet ons lopen en komt naar ons toe. Ze vraagt of we
iets willen drinken. Nou, dat slaan we niet af. Ze haalt een thermoskan te voorschijn. We
denken koffie koffie te krijgen, maar ze heeft er koele ranja in zitten. Lekker!! Ook
wordt ons een flink stuk
eigengemaakte koek aangeboden, dat gaat er wel in. Wel jammer voor Jet en Wim
dat ze een stuk achter lopen. Het laatste stuk is vrij vlak tot dat we de camping/kanocentrum
van Lenungshammer. Hier zijn we 2 dagen geleden nog geweest. We hebben 10 kilometer van
de kanoroute dus niet afgelegd. We slaan wat proviand in en kunnen vanaf hier de eigenlijke
Glaskogenroute
van 70 kilometer weer volgen over het Övre Gla meer. We overwinnen nog een licht
landtransport van 2 kilometer voordat we een leuk plekje vinden om
de tent op te zetten. We staan aan een schitterend meer (Gränsjön). We hebben een
"paraplutent" waar de stokken aan het tentdoek blijven
zitten. De stokken hoeven alleen maar recht geklikt te worden en de haringen de grond
in.
De binnentent hangt er vast in. Dus veel moeite is dat niet. De mannen doen een
uiterste poging om een flinke vis te vangen met levend aas. De baars die we
vangen stikt in het levend aas. Maar is dus ook niet groot. Ook dit mag niet baten. We
vange maar geen zalmforel of karper.
Dag 6
Zaterdag 29 juli 1995
Onze laatste kanodag, dwars over het Gränsjönmeer. Na een landtransport van 5 km,
een stukje varen, en weer
een landverplaatsing, nu over 6 kilometer. Minder gemakkelijk dan door het water, maar de
omgeving is mooi. We plukken hier en daar bramen en komen zo weer bij ons eerste meer. De
laatste 8 kilometer gingen over het Glasfjorden meer. Het begint harder te waaien en we
hebben de wind tegen. Zo komen we weer bij de kanoverhuurder in Arvika.
We wassen onze kleren in een machine en
ons zelf voor het eerst in 6 dagen.
Heerlijk zo'n warme douche. Onze laatste nacht in Zweden brengen we weer door op
camping Ingestrand.
De dag daarna vertrekken we naar Noorwegen voor de rest van onze vakantie.
Homepage
Glaskogen Jösse Alv Rinnentocht
Josse Alv
Beknopt verslag
Lengte:
110 kilometer
Landtransporten:
15 stuks waarvan de helft kort.
Proviandinkoop:
Kanocentrale, Austmarka, Fosshaug, Gunnarskog, Ottebol.
Algemeen:
De bron van de Jösse rivier is het meer Lomsen, in west-Värmlands Finnskog. Veel
overblijfselen van de Finse cultuur. De rivier loopt verder door een gedeelte van
Noorwegen bij Mitandersfors en komt terug in Zweden bij Håvilsrud, om daarna zuidwaarts
door Gunnarskog bij Jössefors in Glafsfjorden uit te lopen. De tocht kan de hele zomer
door gepeddeld worden en gecombineerd worden met de Köla-tocht of Glaskogentocht.
Jösserivier kan ook in 2 weken gepeddeld worden en is vrij licht. Een paar
landtransporten zijn wat zwaarder. Je wordt weggebracht met een bus 80 kilometer
noordelijker, waarna je terug kanoot naar het kanocentrum. Een zeer mooie tocht, veelal
stroomafwaarts over niet te brede rivieren en meren. Zo zie je veel van de omgeving.
We rijden met de auto op 30 juli 1998 om 18.30 uur uit Nederland weg en zijn om 11.30
uur, de volgende dag, bij
camping "Ingestrand" in Arvika (Zweden). Naast de
camping is het "Kanot & Toeristcenter". Nadat we onze tent hebben opgezet,
gaan we ons melden voor de kanotocht. We hadden een kano gereserveerd via internet. We
krijgen alvast een routekaart en uitleg over de route. We huren een pakton en
een proviandkist, deze krijgen we
alvast mee, zodat we deze in kunnen vullen. De volgende morgen vertrekken we om 10.00 uur
vanaf het kanocentrum.
Dag 1
Zaterdag 1 augustus
10.00 uur bleek 11.15 uur te worden, maar dan rijden we weg met de tweede bus. Die bracht
ons 80 kilometer noordelijker, naar het beginpunt van onze kanotocht "Jösse
Älv". Net voordat we aankomen begint
het te stortregenen. We
blijven nog even in de bus zitten. Het merendeel van de mensen van de bus van 10.00 uur zijn in de
regen de kano aan het pakken.
Na de regen volgt er een korte instructie over de omgang met de kano en de rest van het
materiaal. We eten even terwijl we wachten op ons materiaal. Om 14.00 uur zijn we dan
eindelijk onderweg. Iedereen gaat zijn eigen weg. De natuur is meteen schitterend en het weer is ook prima. Je vergeet
dan meteen de regen. We zetten onderweg koffie en thee. Het tweede landtransport
is best
lastig, maar er passeert net een groep van 10 personen uit Gemert welke ons een handje
hielpen. Daardoor hoeven we de kano niet uit te laden.
We varen door een rivier omgeven door moerassige oevers. Om 17.30 uur vinden we een mooi
kampeerplaatsje, met bomen, harde ondergrond en een stookplaats, net voor de grens met
Noorwegen.
Dag 2
Zondag 2 augustus
Vandaag gaan we 18 kilometer kanoën. Als we opstaan regent het, maar gelukkig hadden we
het zeiltje voor de tent gespannen waar we onder konden eten en de spullen inpakken. We
kanoën nu snel Noorwegen in. Het blijft wisselvallig weer, met regen en veel wind. 's
Middags wordt het iets beter en om ± 16.00 uur komen we bij een eilandje met een mooi
kiezelstrand, uit de wind, hout om te stoken en boomstammetjes om op te zitten. We maken
's avonds een vuur en roosteren daar worstjes.
Dag 3
Maandag 3 augustus
De zon schijnt als we opstaan. We ontbijten en laden alles weer in de kano. We
vertrekken in korte broek, T-shirt en zonnebril. Het duurt niet lang of de
zon is al weg. Nog wat later begint het te waaien en wordt het flink frisser. We halen een
groep in van 10 personen met een gids van het kanocentrum. We komen tijdens een
landtransport door het dorp Austmarka, waar een supermarkt is. Hier doen we dus inkopen.
Later passeren we ook weer de groep uit Gemert. Die lunchen op een
picknickbank. Om al deze groepen voor te zijn, omdat ze tijdens landtransport voor vertraging
zorgen, eten we deze keer snel en gaan dan weer verder. Na wat motregen komen we om 16.00
uur aan bij een veldje met een schuilhutje. We varen eerst voorbij omdat we dachten dat er
nog een hutje zou komen. De 700 meter tegen de stroming terugvaren viel toen best tegen.
De Jösse Älv is een tocht die alleen maar stroomafwaarts gaat. Dit merk je niet totdat
je een keer tegen de stroming in moet. Het veldje is wat sompig en loopt schuin. We vinden een
plekje dat nog redelijk vlak is voor de tent. Wassen is hier lastig door het ondiepe,
modderige kanaaltje wat naar het schuilhutje loopt. Dat slaan we dus maar een keer over.
Het schuilhutje is wel goed, er ligt zelfs tapijt in en er is droog stookhout. Later komt
de eigenaar van de verderop gelegen camping. Hij vertelt dat kamperen
hier 15 kronen (4 gulden) per persoon kost. We kunnen bij hem vers water
krijgen, hij heeft ook een sauna. Hier maken we geen gebruik van. Er varen een aantal
kano's voorbij welke waarschijnlijk naar de camping gaan. Het waait en regent dan weer. We
maken 's avonds brood van een half pak broodmix en bakken dat aan onze meegebrachte
bamboestokjes. Dit gaat heel goed en smaakt bovendien erg lekker. De gids van de groep van
10 komt nog even buurten. Zij hebben bij de camping 700 meter verderop aangelegd. Hij
vertelt over zijn groep. Er zit een echtpaar bij waarvan de vrouw nogal afgeeft op haar
man. Zij zou liever in Spanje lekker lui op het strand liggen en vond , nu ze er
was, het idee van haar
man om te gaan kanoën in Zweden helemaal niet leuk. Al dat gesleep met een
kano vind ze maar niets. Het verblijf in zo'n schuilhutje is wel prettig. we zitten er droog
en uit de wind. Bovendien kunnen we daar een aantal spullen laten liggen, welke je de
volgende dag weer nodig hebt. Er komt toch niemand. Dat is de rust in Zweden.
Dag4
Dinsdag 4 augustus
Bij het opstaan regent het. We hebben geen goed jaar qua weer. Het zou sinds 1972 niet
meer zo veel geregend hebben in Zweden, aldus de campinghouder. Met jas en regencape aan
gaan we verder. Gaande de dag wordt het weer beter en kanoën we in T-shirt. De route is
mooi. Na een landtransport en een groot meer leggen we aan bij een supermarkt. Hier kopen
we brood, ijs en bier. Er volgt een stroomversnelling. Hierbij is het opletten voor de
stenen. Als je hier op komt te liggen met je kano kun je omslaan. Vandaar dat alles met
een touw is vast gemaakt aan de kano. Mocht je omslaan ben je niet alles kwijt maar kun je
het naar de kant brengen. Alleen de spullen in de proviandkist zullen dan nat worden.
We komen aan bij het eiland waar we willen overnachten en volgens de kaart een schuilhutje
op zou moeten staan. Er was alleen een grasveldje en een stookplaats. De bomen rondom
hielden alle wind weg. Dit was wel prettig. We wassen ons zoals gewoonlijk in het meer. Er
willen vier personen, geheel tegen het gebruik in Zweden, ook nog aanleggen. Bij nader inzien
willen de twee dochters van het echtpaar toch een ander plekje gaan zoeken. Op het eiland
zien we doorgeknaagde bomen; van de bevers zelf natuurlijk geen spoor. Het leuke in Zweden
is ook elke avond het kampvuur. We roosteren hierop worstjes.
De zon gaat om half elf onder.
Dag 5
Woensdag 5 augustus
De dag begint met zon, al is de temperatuur niet zo hoog ± 16 graden. Na 5,5 kilometer
kanoën is er een landtransport en weer een winkel. Die zijn er tijdens deze tocht veel meer
dan op de Glaskogen. We weten niet of we 1 of nog 2 dagen gaan kanoën en nemen daarom nog
wat extra brood mee. Na 17 kilometer komen we aan bij een mooi plekje net na een meer in
de mond van een riviertje (± 15 meter breed en vol met bomen aan allebei de kanten). Er
is ook een schuilhutje. Het is dan 14.00 uur maar we hebben vakantie en dus alle tijd. Bij
de stookplaats ligt ook een rooster. Hier bereiden we onze barbecueworst op voor het eten.
Is wel extra lekker en een vak apart om de worst uit het vuur te houden. Na een aantal
dagen vuur maken en stoken leer je wat je wel en niet moet doen.
Het is 's avonds windstil en we maken brood van broodmix rondom onze bamboestokjes. Dit
gebruiken we de volgende dag.
Dag 6
Donderdag 6 augustus
Net na achten zitten we in de kano. We doen gemiddeld een uur over opstaan, wassen, tent
opruimen, thee zetten, eten, alles inpakken en aan de kano vast maken. Het lijkt lang maar
je hebt je handen er aan vol. Na een aantal dagen gaat het wel sneller. Je weet dan
precies wat je allemaal moet doen en de beste volgorde.
Het is zonnig en windstil. We zijn de eersten die op het water zijn. Dit zie je aan het
water. Het water is dan net een spiegel zo stil. Als je er met je kano doorheen vaart verandert
het hele meer weer in rimpels. Onvoorstelbaar!! We kanoën door een prachtig begroeide
rivier waarna we nog het Glafsfjorden meer moeten oversteken. Dit is net als de vorige
tocht wel lastig. Er staat vaak wind en de laatste 8 kilometer moet je in één keer
afleggen, omdat het strand allemaal privé-terrein is. Ook vandaag waait het er behoorlijk
en we hebben flinke golven. Soms komt er wat water de boot in. Het gaat echter vandaag zo
snel dat we om 13.30 uur onze kano, nadat we deze schoon gemaakt hebben afleveren bij het
kanocentrum. Het eindpunt.
We zetten de tent op de camping daarnaast weer op. De eerste warme douche is na zo'n week
extra lekker. We wassen de gebruikte kleding in de wasmachine. Door de stevige wind is de
was in een mum van tijd weer droog. Deze hebben we weer nodig voor het wandelen van de Siljansleden . Een wandelroute van 280
kilometer rondom het Siljansmeer bij Mora 250 kilometer ten noordoosten van
Arvika.
Homepage
Glaskogen Jösse Alv Rinnentocht
Rinnentocht
Lengte:
75 - 120 kilometer
Landtransporten:
4 - 7 stuks naar gelang de gekozen route.
Proviandinkoop:
Kanocentrale, Högboga, Brunskog, Edane, Degerbyn, Klässbol, Glava.
Algemeen:
Het meer Rinnen is een bronrivier welke uitloopt in het meer Värmeln. Rond het
meer is heel weinig bevolking te vinden. In het meer zijn veel eilandjes,
onbewoond, zowel grote als kleine. Er zijn verschillende routes mogelijk. Wij
kozen voor de grote ronde. In verband met watergebrek in een riviertje hadden
we een landtransport van 10 km. Ook leuk.
26-27 juli 2001
Om 18.00 uur vertrekken we met de auto, via de A50 en A1 naar Duitsland. Via
Osnabruk, Bremen en Hamburg komen we in Putgaarden. Als wij 's nachts rijden ligt
de ander op de achterbank te slapen. Het is druk op de weg. In verband met
wegwerkzaamheden staan we bij Osnabruk in een file. Bij Putgaarden duurt het 2
uur voordat we om 3.45 uur met de veerboot over varen naar Rødby (Denemarken).
In 2 uur rijden we door Denemarken en komen om 6.00 uur bij 't veer in Helsingør
aan. Deze vaart in 25 minuten naar Helsingborg (Zweden). Om 12.00 uur zijn we
dan (weer) op de
camping Ingestrand in Arvika. De tent staat zo. We hebben het
gevoel dat we veel ruimte in de tent, en spullen bij ons hebben. De tent is niet
echt groot en we hebben ook niet echt veel spullen bij ons, maar in vergelijking
met de wandeltent en wat we dán bij hebben is dit een hele luxe. We doen wat
boodschappen in Arvika en melden ons ná de lunch bij het, naast de camping
gelegen, Kanocentrum. Hier reserveren we een kano en een busreisje naar Rinnen. Een
meer 30 km ten westen van Arvika. Ze nemen met ons de tocht even door, wat we
kunnen verwachten en waar we het beste kunnen varen. We huren een waterdichte pakton (voor de
kleding) en proviandkist, en nemen
deze mee naar de camping. Zo kunnen we onze spullen vanavond al inpakken. Morgen
om 9.15 uur worden we hier weer terug verwacht. Het is mooi
weer. Er zijn veel mensen op de camping. Toch is er niet veel herrie. Zweden
straalt rust uit. We hebben uitzicht
over het meer. 's Avonds sorteren we wat we morgen mee willen nemen en doen de
spullen, die we tot morgen niet meer gebruiken, in de ton en kist. Om 22.30 uur
duiken we de tent in om de slaap wat in te halen. Van de lachende groep jongens
die een georganiseerde kanotocht hebben gemaakt horen we na een paar minuten al
niets meer. We slapen dan al.

Zaterdag 28 juli 2001
Om even voor achten staan we op. We verzorgen ons en pakken na het
ontbijt de spullen in de waterdichte zakken, pakton en proviandkist. We hebben
ook een groot rooster, een grote pan, bamboestokjes en een beugelzaag bij ons.
Medewerkers van het kanocentrum wijzen ons er op om geen dure spullen in de auto
achter te laten i.v.m. diefstal. Een paar tassen en belangrijke papieren
laten we achter bij het kanocentrum. We kunnen onze auto daar parkeren,
onbelangrijke spullen laten we in de achterbak van de auto. We wachten tot ons
busje vertrekt. Er zijn alleen 4 Denen die ook de Rinnentour doen. De kano's op een
aanhanger achter de bus. Na een half uurtje rijden komen we aan bij ons vertrekpunt. We krijgen onze spullen mee (zie materialenlijst) en kunnen meteen vertrekken. Omdat
we al vaker een tocht hebben gemaakt hebben we geen verdere uitleg meer nodig.
We doen alles in de boot en binden alles vast, zodat bij eventueel omslaan niet
alle spullen in het meer verdwijnen. Het is mooi rustig weer als we weg
peddelen. Tussen de bossen, over het Rinnenmeer dat een paar honderd meter breed
is, glijden we door het gladde water. Hier en daar peddelen we een (onbewoond)
eilandje voorbij. We pakken met het kanoën de draad vrij snel weer op. Van de
vorige tochten weten we hoe we de kano "automatisch" de goede richting
kunnen geven. Na een uurtje maken we een stop op een oever voor koffie en thee
en peddelen nadien weer door. Het water en het bos stralen veel rust uit.
We zoeken
naar een plaats om te lunchen, maar vinden die vooralsnog niet. Of er is riet of
er is geen leuk plekje om te zitten. We krijgen een
landtransport bij een stuw. Achter de stuw ligt een kapotte houten pijpleiding
die als waterkrachtcentrale gebruikt is. De plek waar we de kano, volgens de
bordjes, weer het water in moeten laten is erg steil. Op het laatste stuk moeten
we de boot, zonder karretje, over een aantal boomstammetjes sleuren. Eigenlijk
moeten we alle spullen uit de kano halen en als het vaartuig weer in het water
ligt er weer inpakken. Als dit niet écht noodzakelijk is doen we dit niet. Na een
flinke inspanning zitten we weer in de boot. Later zien we dat een stukje verder
een veel betere plek is om de kano te water te laten, maar ja, dat is weer
achteraf. Tijdens de lunch zien we hier en daar vissen het water uit komen om
insecten te vangen. Leuk. Het water ringt weg over het hele meer. Na de lunch
komen we in een stukje rivier met weinig water. We moeten hier de boot uit om
deze door het water, over zand en rots, te slepen. Later kunnen we al peddelend
en goed oplettend toch in de kano blijven zitten. We zien veel waterlelies en de
gele plomp in bloei. Op een gegeven moment varen we tussen het riet. Als we hier
bij de monding van die rivier op een meer uitkomen (naam meer) zien we een goed
plekje om te overnachten. Diverse stookplaatsjes en een vlak stuk voor de tent.
Eerst gaan we een tijdje zwemmen en van de zon genieten op de rotsen. Later
zetten we de tent op, verzamelen hout en zagen dit tot kleine blokjes,
daarvoor hebben we de beugelzaag meegenomen. We gebruiken ook hout van een boom
die door een bever is neergehaald. Na het eten ontspannen we door het lezen van
een spannend boek. Het is ondertussen wat gaan waaien. Om 21.30 uur maken we een
gezellig vuurtje, jammer genoeg blijft het waaien. Om 22.30 uur wordt het langzaamaan
donker.
Zondag 29 juli 2001.
We zetten geen wekker en slapen uit tot 08.45 uur. Als we uit de tent kijken is
het bewolkt en waait het hard. Om 09.50 uur vertrekken we met alle spullen weer
in de kano. De wind is gaan liggen. We maken een ommetje langs een paar
eilandjes waar onze Deense reisbroeders hebben overnacht. Als we de eilandjes
voorbij zijn en weer richting ons eigenlijke doel gaan, vlot het niet. We
blijken tegenstroming te hebben. We zetten koers naar een trechter die als het
ware uitkomt
in een punt. Hier zien we een spoorlijn en een weg liggen, dit wordt beschreven
in de routebeschrijving. We zoeken naar een plaats waar we het meer uit kunnen.
We zetten de kano op de kant en binden het transportkarretje onder. We trekken
het geheel over een weiland, wat een stijgingspercentage van een 4% heeft, omhoog naar een
zandweg. We steken het spoor en een viaduct over en zetten na een koffiepauze de
boot weer in het water. We volgen tussen de bomen een aan de randen, mooi
begroeide, langzaam stromende rivier. Net voor een ander meer krijgen we nog een
landtransport. Als we de kano uit het water tillen staat daar een
picknickbankje. Een goede plaats om pannenkoeken te bakken voor de lunch wat we
dan ook doen. Na de lunch nog een stukje lopen met de kano voordat we hem weer
te water kunnen laten in het meer Värmeln. Het is weer meer gaan waaien. Als we
de bocht voorbij zijn zitten we op groter water en blijkt het flink te waaien.
De golven geven witte schuimstrepen als ze op het hoogste punt zijn. We zetten
koers naar een viaduct van het spoor, waar we onderdoor moeten. De spoordijk
splitst het meer als het ware in tweeën. Ook na het viaduct wordt het niet beter
met de wind. De kanotocht is erg zwaar vandaag, vooral op het grote meer, tegen
de wind in, met de hoge golven. We komen maar moeizaam vooruit. We gaan op zoek
naar een slaapplaats. Na vele landtongen tevergeefs te hebben bekeken vinden we
een plaatsje op een klein eilandje, wat door een zandbank is verbonden met een
groter eiland.
Het grotere eiland houdt de wind bij ons weg. We wassen ons in
het meer en zagen nadien weer het nodige hout. Tijdens het hout halen stapt
Vincent met zijn sandalen net naast een kleine slang, waarschijnlijk een
Hazelworm. De goudgele slang haast zich om weg te komen. Na het eten begint het
eerst zachtjes, maar later steeds harder te regenen. We hebben een afdak gemaakt
van het zeil wat we extra bij ons hebben. Zo blijven we zelf en onze spullen
prima droog. Rond 20.00 uur zien we 6 kano's voorbij komen in de regen. De
peddelaars zijn nog op zoek naar een slaapplek. Na een uurtje houdt het op met
regenen en kunnen we een vuurtje maken. We roosteren worstjes aan een, op het
eiland gevonden, Y-vormig takje in het vuur. Het eilandje waarop we zitten is
een hoge rots. We slapen op 5 meter boven de waterlijn. Met vlagen waait het
hard vannacht.
Maandag 30 juli 2001.
's Morgens zien we dat ons zeil gedeeltelijk los is gewaaid. De zon schijnt
lekker, maar er staat nog steeds wind. Zeker als we een eind het meer op kijken,
waar geen beschutting meer is van het land. Daar zien we weer golven met een
schuimkraag. Om 09.30 uur brengen we alles naar beneden en pakken de boot weer
in. Om 10.00 uur gooien we het anker los. We maken nog een foto van ons
eilandje. Even later komen we op het minder beschutte deel. We verwachten
eigenlijk dat de wind net als gisteren zal gaan liggen, dat gebeurd helaas niet.
We blijven zo dicht mogelijk bij de kant. De golven worden steeds hoger en het
wordt gevaarlijk. Regelmatig slaan de golven water in de kano. Even wordt het
echt link. We gaan naar de kant en trekken de kano de oever op. Even iets hoger,
het heuveltje op is toevallig een rustplekje, duidelijk privé, maar wij gaan er toch
maar even zitten. Er is een bankje en een stookplaats. Het blijft hard waaien.
We zetten er koffie en thee en drogen onze kleding. Nadat we net onze mok met
koffie en thee leeg hebben, leggen ook drie meiden hun kano's op de oever. Het
blijken Zwitsers te zijn. Ze stoppen hier ook, omdat ze deze kant op werden
gedreven door de golven en niet goed weten wat nu te doen. We wisselen wat
informatie uit. Ze vertellen dat ze gisteren de hele dag stil hebben gelegen door de
wind, ze wilden vandaag graag weer verder. Na ± 10 minuten besluiten wij toch
maar weer verder te gaan. Op de kaart hebben we een eiland gezien, waarvan we
denken dat we een beschut plekje kunnen vinden. De Zwitserse meiden blijven
achter. Zij moeten de andere kant op. We blijven heel dicht bij de kant,
wat aardig lukt, hier zijn de golven wat minder hoog. Het blijft wel alert- en
flink door peddelen om niet op de kant gegooid te worden. Als we ter hoogte van
het eiland zijn, hebben we beschutting en zijn de golven een stuk minder hoog.
We steken over en zien een mooi beschut plekje op het eiland. Het is 13.00 uur.
Hier blijven we de rest van de dag. Het blijft waaien, maar hebben er niet
zoveel last van door de beschutting. Met de lege kano varen we een stukje om een ander eiland heen
en halen hout op het tegenoverliggende eiland. We zien de groep met zes kano's
weer langskomen. Ze varen verder. Om 19.00 uur komt een groep van drie kano's:
jonge paartjes op het eiland tegenover ons om te overnachten. Om 22.00 uur
zien we de avondzon op het land tegenover ons schijnen. We maken een vuurtje en
bakken brood in een pan op een zelf, met rotsstenen, gebouwde oven. De wind is wat gaan liggen. Het brood bakken
(20 min.) lukt goed. De volgende keer 5 minuten
langer en een steen onder in de pan, dan wordt het helemaal perfect. De stenen
boven het rooster gooien we eraf als het brood klaar is, dan hebben we een mooi
vuurtje over. Om 23.00 uur gaan we slapen.

Dinsdag 31 juli 2001.
Om 7.00 uur opstaan. Er is minder wind. Om 08.00 uur zitten we op het water en
tanken we water uit het meer in de waterzak. Nadat we de eilanden achter ons
laten krijgt de wind ook weer meer vat op het water, maar gelukkig niet zo erg
als gisteren. We blijven dicht bij de oever. Nadat we in een gebied komen waar
het meer wat smaller is, wordt het met de wind voor ons wat gunstiger. We
krijgen zelfs de wind van achter als we het meer Längstassundet op gaan.
Doordat het hier relatief smal is (± 200 m) zijn er bijna geen golven. We zien
hier een eend met een nog levende vis in zijn bek wegvliegen. Even later
schrikken een aantal grote ganzen van ons en vliegen weg. We maken daar nog een
paar mooie foto's van. Tussen Bölösen en Långsjön hebben we nog een
landtransport. Nadat we het laatste meer tot in een versmalling varen
zouden we eigenlijk na 1½ km het water weer in kunnen. Volgens de medewerkers van het kanocentrum is dit deel van het meer niet bevaarbaar door het vele riet wat
er groeit. Als alternatief doen we hier een landtransport van ± 10 km. Het
eerste deel van het landtransport gaat alleen maar omhoog, later dalen we
gelukkig weer af. Ondertussen lunchen we langs de weg. Er komen niet echt veel
auto's langs. De bedoeling was om na 8 km weer het meer in te gaan, maar ook
hier was het een en al riet. Dan toch maar doorgelopen naar Borgvik. 10 km is
voor ons goed te doen, we wandelen wel eens vaker. Na een ijsje bij de camping
van het haventje in Borgvik gaan we om 16.00 uur, net na een ruïne, weer het
water in. Er staat een schuilhutje, maar dat laten we links liggen. We komen
weer terug in het water op de Borgviksälven rivier. Hier staat ook weer veel riet langs de kant, leuk kamperen is
er hier dan ook niet bij. We zijn al een tijdje op zoek als we om 17.30 uur bij
een mooi eilandje aankomen. Het waait er wel, maar verder is alles perfect. We
spannen een zeiltje tegen de wind. Om 18.30 uur komt er een man (beheerder van
het meer) melden dat er op ons eiland een Fiskjuge (wij denken dat hij een
visarend bedoeld) nestelt in een boom. Van april t/m juli mag je op dit eiland
niet kamperen. Omdat het de avond van de 31e juli is en het dus nog maar 6 uur duurt
voordat het verbod zal worden opgeheven mogen we blijven. Er stond wel een
bordje, maar dat was in het Zweeds. Er volgt een prachtige
avond met een mooie zonsondergang zo rond 21.30 uur. Deze ging met veel kleur
gepaard. 's Avonds gaat de wind liggen. We maken een vuur en roosteren worstjes.

Woensdag 1 augustus.
Als we wakker worden horen we de wind al weer door de bomen suizen, het is al
bijna een vertrouwd geluid geworden. Om 9.15 uur toch maar eens buiten kijken
hoe hoog de golven zijn; hoog dus. We maken met behulp van het zeil weer een
windscherm tussen een paar bomen. Kunnen we in ieder geval in de luwte inpakken
en eten. Na flink wat getreuzel besluiten we om 10.30 uur toch maar te
vertrekken. Om 10.45 uur zijn we onderweg met lange broek, jas en zwemvest aan.
Als we even onderweg zijn lijkt de wind minder te worden. We hebben weer tijd om
van de omgeving te genieten.
Na een klein uurtje peddelen stoppen we om de
jassen en zwemvesten uit te doen, de wind is nu een stuk minder geworden. Nog
een half uurtje op het Lilla Värmeln meer, komen we aan bij het laatste
landtransport van onze tocht, lengte 4,5 km. Halverwege, midden in een dorpje
wat bestaat uit ongeveer 15 huizen, lunchen we in het gras. Op het volgende
zandpad zien we een aantal sporen van kanowagentjes, we zijn vandaag niet de
eersten die hier passeren met een kano. Om 14.00 uur laten we onze kano weer te
water op het Björnoflagen, deze mondt uit in het grote Glafsfjorden meer waaraan het
kanocentrum ligt. Het is ondertussen ± 20 graden, in de zon is het lekker. Na
± 5 km nadat we het Björnöflagan meer op zijn gegaan, is er een eilandje waar
we willen overnachten. Doordat er rondom het eiland veel riet groeit is er maar
één geschikt plekje, en dat is bezet door een aantal zonaanbidders. Het is 15.00
uur. Dan op zoek naar een andere kampeerplek. Het is ook weer harder gaan waaien.
We hebben de wind tegen. Er zijn veel privé-terreinen en riet. We zien
3 km verder weer een aantal goede kampeerplekken, die blijken allemaal al bezet.
We
steken over naar een eiland. Hier moeten we uiteindelijk om heen. Op de
kop van het eiland staat een stormachtige wind. Het is moeilijk de
kano onder controle te houden, maar het lukt ons. Als we om 18.30 uur om het
eiland heen zijn vinden we een plek in de zon en uit de wind. We zetten snel de
tent op, wassen ons een beetje en doen andere kleding aan. We hebben honger
gekregen. We eten soep, biefburger, puree en sperziebonen. We maken 's avonds,
zoals elke avond, weer een vuurtje en bakken brood door het deeg om een
bamboestokje te wikkelen en bij het vuur te houden. We gaan om 23.30 uur slapen
en zetten de wekker op 07.30 uur.
Donderdag 2 augustus 2001.
Als we opstaan waait het gelukkig bijna niet. De laatste 15 km zullen wel
gaan lukken vandaag. De zon schijnt lekker en de wind gaat steeds meer liggen.
Om 10.30 uur stoppen we na ± 10 km voor koffie en thee. Op deze plek liggen we
een paar uur in de zon te luieren en te lezen. Na de lunch gaan we pas weer
verder voor de laatste 5 km. Dit in een heerlijk zonnetje op een bijna glad
meer. We zien een aantal kano's die ook bezig zijn met hun laatste kilometers.
Om 14.15 uur komen we aan bij het kanocentrum. We zetten de auto op het strand
en laden alle onze spullen over van de kano in de auto. De gehuurde spullen
maken we schoon en leveren ze netjes in. We halen onze belangrijke papier en
ingeleverde tassen op. We besluiten onze tocht met een welverdiend biertje en een
ijsje. Dan rijden we de auto weer, een 400 meter verder, naar
camping "Ingestrand"
waar we onze tent weer opzetten. Op de camping zien we nog een aantal
"bekenden" die we tijdens onze tocht hebben gezien. In de zon is het
nog lekker, maar onder de bomen, waar onze tent staat, begint het al frisser te
worden. We eten vanavond een pizza in een naastgelegen restaurant. Vanwege de
frisse buitentemperatuur weer gaan we om 21.30 uur al in de tent liggen.

Vrijdag 3 augustus 2001.
We slapen uit tot 9.00 uur. Om 10.15 uur zijn we onderweg naar Stockholm, waar
we om 15.30 uur aankomen op camping (naam + link). De kampeerplaatsjes liggen
verspreid in het bos. Eerst lijkt dat niet alles, maar als we eenmaal een goed
plekje gevonden hebben is het erg leuk. Een soort privé-plekje in het bos met
zelfs een stookplaats. We doen wat inkopen in het dorp en zitten wat bij de
tent. We gaan op zoek naar stenen voor de vuurplaats. Daarna sprokkelen we hout.
Na drie dagen bezichtigen van Stockholm vertrekken we op maandag 6 augustus weer
naar Nederland. Het einde van een heerlijk lange week in Zweden.
Homepage
Glaskogen Jösse Alv Rinnentocht
Hebt u vragen, op- of aanmerkingen?
Stuur ons uw
reactie.
|