Homepage
 

     

Reisverslag Bolivia 2009

Een rondreis door Bolivia via Santa Cruz, , de zoutvlaktes, La Paz, Huanya Potosi , Isla del Sol en Copacabana.

28/29 augustus 2009
Het begint met de rugzakken die niet samen met ons in Miami aankomen. De vlucht met KLM naar Londen was verlaat zodat wij wèl maar de bagage niet op tijd was voor de aansluiting. We rennen om de 747-400 te halen en stappen als laatste in. In Santa Cruz mogen we een dag wachten op die bagage. In de stad zoeken we Residencial Bolivar op. Ook zonder reservering kunnen we daar slapen. Een relatief klein parkje vormt het midden van deze stad met 1 miljoen inwoners. Een rijk gebied aangezien 64% van de Boliviaanse bevolking onder de armoedegrens leeft. Het waait overdag behoorlijk. Een dagje zonder onze kleding en spullen is wennen. We zijn erg moe van de reis en gaan vroeg slapen.

Kerk van Santa Cruz

30 augustus
We verlaten onze Residentie Bolivar en nemen een busje naar Viru Viru, het vliegveld. Gelukkig is onze bagage er nu wel. Wat zouden we kunnen zonder onze warme slaapzakken en bergschoenen? We boeken op de airport een vlucht naar Sucre voor 45 euro per persoon. Met de bus is veel goedkoper maar dat duurt 20 uur. Het vliegtuig vertrekt diezelfde avond. We gaan nog even terug naar de stad. Op een enkele inwoner na ziet het er allemaal erg westers uit. Schoenpoetsers proberen hier hun geld te verdienen, het is mooi druk in het park. De locale bevolking zoekt hier vertier. Er loopt politie rond. Tegen de avond gaan we weer naar het vliegveld. We zien vanuit de lucht vooral dorre heuvels. De vlucht duurt 25 minuten. Samen met een Australisch stel nemen we voor 30 bs een taxi naar het centrum. Zij willen een hostel van 50 dollar, wij van 12 dollar. We wensen elkaar nog een prettige reis toe. Hier komen er meteen kinderen naar ons toe om geld te vragen. We bezoeken een aantal hostels en komen uit bij hostel Charcas, compleet met papegaai. Sucre ziet er al veel mooier uit. Ook zien we hier mensen met traditionele kleding, iets wat we in Santa Cruz bijna niet zagen. Opvallend zijn de mooie witte kerken. We spreken een Italiaan die hier woont en een farm heeft in het lagere gedeelte bij een nationaal park. Hij wil ons wel naar zijn boerderij halen.

Op een bankje in het park

31 augustus
Sucre
We zijn vroeg wakker en lopen daarom om half acht al door de stad. Mensen hebben dikke jassen aan. Veel winkels zijn nog dicht. We wilden een ontbijtje scoren maar dat lukt dus niet. Voor 8 bs (80 cent) nemen we een ontbijt in ons hostel. In een lekker zonnetje, 20 graden, verkennen we Sucre. Op een kerkhof zien we indrukwekkende wanden waar mensen in begraven liggen. Er zijn veel mensen die het graf van een dierbare verzorgen, ook op maandagochtend. Er zijn hier veel mooie parkjes. Mensen lopen hier met leuke traditionele bolhoedjes, vrouwen met kleurige doeken waar ze spullen of kinderen in meenemen. Auto’s worden buiten op straat gerepareerd. Naar mate de zon hoger aan de hemel staat komt er ook meer actie in de stad. We gaan op zoek naar een bureautje die een toertje in de omgeving aan ons kan verkopen. Met de Lonely Planet in de hand lopen we een aantal bureautjes binnen. Bij Joy Ride en de Bolivia Specialist hebben ze wel iets voor ons. Het wordt een tweedaagse wandeltocht door de bergen ten westen van Sucre. In de betere (maar nog steeds niet dure) cafés en restaurants hebben ze wifi. Zo kunnen we onderweg onze site bijhouden. Voor een hoofdgerecht betaal je hier ongeveer 3 euro.

Grafmuur

1 september
Cordillera de los fraises wandeling 2 dagen
16.5 km , 3075 – 3640 m
Wandeldag 1

We houden onze kamer gewoon aan en laten de spullen achter die we tijdens de wandeling niet nodig hebben. Om acht uur zijn we bij de Joy Ride. De gids komt op Boliviaanse tijd, even later. De chauffeur brengt ons door allerlei rare straatjes naar een zéér lokaal busstation. Onze gids heet Dora, een vrouw van amper 1 meter 60, 24 jaar en een kind van 1,5 thuis. Ze woont met haar hele familie (broers en zussen) bij elkaar, samen met alle kinderen. Dora regelt ter plekke een bus die een uurtje later vertrekt. We hebben geluk, voor het zelfde geld hadden we achter op een vrachtautobak mee gemogen. De bus lijkt ons 30 jaar oud. Er lopen nog verkopers met etenswaren door de bus als deze wegrijdt. Eerst over een betonnen weg, later over zand. Bij een kapelletje stappen we samen met de gids uit. We gaan een bergje over en komen op de Camino Prehispanico. Een met grote stenen geplaveid pad. De bergen om ons heen hebben veel kleur. Soms zien we een herder met wat schapen. Vaak is er dan ook een chaunaga (hutje) bij. Voor een oude weg moet de gids betalen. Een vrouw en een kind komen het geld ophalen. Na de afdaling naar de rivier gaan we een berg op naar 3150 meter.

Het blijft klimmen en afdalen. We lunchen onder een boom. In de middag komen we aan in Maragua een dorpje waar ze een bungalowparkje hebben neer gezet van 3 of 4 huisjes. Van buiten en van binnen ziet het er mooi uit. Rond gebouwd met een puntdakje er op. Het water in de douche is niet warm. Stroom is er wel aangelegd, maar doet het niet. Als het donker wordt krijgen we coca thee. hier spreken ze Quechua. Er is een keuken waar op hout gekookt kan worden. In de zit kamer is ook een openhaard. Buiten wordt het langzaam donker. Het is allemaal veel luxer dan dat we gedacht hadden.

Bungalow

 Het huisje heeft westerse details, zoals sloten op de deuren, ramen met glas. De huisje zijn gezamenlijk gebouwd. Geld wat hier verdient wordt komt ten goede aan de gemeenschap. Een vrouwtje komt aan de deur spullen verkopen. We eten friet, rijst, ei en soepgroenten.

 

2 september
Wandeldag 2  11,5 km

We zijn al weer vroeg wakker om met de opkomende zon foto’s te maken van de omgeving. Na een ontbijt, wat door de kokkin van het parkje op een gasfornuis is klaar gemaakt, vertrekken we. We lopen het gehucht uit en komen kinderen tegen die vanuit de omgeving naar het schooltje lopen. Een mooi gezicht. De gids vertelt over een meteoriet die 17.000 jaar geleden hier ingeslagen is. Op de satellietfoto’s zou dit goed te zien moeten zijn. Ter plekke zien we wel een grote kuil. We dalen en stijgen door de ruige omgeving.

Tussen de bergen

De rivier loopt onder in de diepe vallei. Soms komen we de lokale bevolking tegen. Een fotogenieke omgeving. Een vrouw met hond en kind wil niet op de foto. Dan weer een man met een paar ezels. Hier is het een normaal gezicht. Een mooie wandeling. We komen bij het plateau waar voetafdrukken van dino’s in de rotsen zijn vastgelegd. Kinderen komen even later samen met de schoolmeester om foto’s te maken. We mogen wel in de school komen kijken, maar dat blijkt 45 minuten lopen te zijn. We vervolgen de route met onze gids. Na de middag komt de jeep ons weer ophalen en neemt ons weer mee naar het Joy ride café. Daar krijgen we nog een drankje aangeboden. Een prima toertje.

 Kinderen spelen

3 – 4 september
Sucre- Uyuni

In Sucre nog een dagje gerelaxt en een buskaartje naar Uyuni geregeld. Uyuni ligt op een hoogvlakte bij de zoutvlaktes. ’s Morgens betalen we 40 euro voor 5 nachten in het hotel. De taxi naar het busstation staat al vroeg voor de deur. Er is op straat niets te doen. De flightbags gaan met een kaartje onder in de bus. Zo weten we zeker dat we onze bagage terug krijgen. De bus vertrekt keurig op tijd. De ligstand van de stoelen functioneert alleen niet. Na 2,5 uur verharde weg zijn we in Potosi. Hier krijgen we na 1,5 uur een andere bus die beter zit en ons over de onverharde weg naar Uyuni brengt. Het is warm in de bus. De omgeving is weids. Geen dorpje te zien. Doordat we al op 4.000 m zitten zijn de bergen niet veel hoger. Er wordt regelmatig aan de weg gewerkt. De bus en de tegenliggers geven het nodige stof. Na Potosi gaat de bus veel minder snel. Soms berg op en af wat veel tijd kost. We spreken 2 Nederlandse meiden die net achter ons zitten. Om 17 uur zou de bus aankomen in Uyuni. We zijn dan echter hemelsbreed nog 80 km van onze eindbestemming. We zien net voor Uyuni de zon onder gaan wat een spectaculair gezicht geeft. In het donker zoeken we samen met de Nederlandse meiden een hotel. Het wordt Avenida waar we 60 BS moeten betalen, 6 euro. Uyuni is een dorpje met 1200 inwoners in de middle of nowhere. Bij aankomst is het donker en het is er koud. Echt koud. Een houtkachel is hier hard nodig in het restaurant.

 Straatbeeld Uyuni

5 september
Uyuni

Met de 2 Nederlandse meiden, Tjitske en Marije, zoeken we een toertje om de zoutvlaktes te verkennen. Eerst zoeken we de algemene informatiebar. Die ons het beste bureau kan adviseren voor onze wensen. De bar is er niet meer dus moeten we zelf op zoek. Hier en daar wat gevraagd. Eerst in het centrum. Nadien komen we bij een bureau wat eigenlijk via internet verkoopt. Het is 3 x zo duur als een gewoon bureau. De man spreekt echter goed Engels en geeft de naam van het volgende bureau wat goed is maar veel minder duur. De vrouw geeft uitleg, vooral in het Spaans. In Uyuni hebben veel mensen traditionele kleding aan. Voor een personal tour voor 4 personen (normaal is 6 personen) kost het ons 150 euro p.p. voor 5 dagen. We kiezen voor 5 dagen (1 dag meer dan normaal) om meer rust te hebben in de dagen. Overdag is het in de zon lekker warm. De temperatuur ligt tussen de 10 en 15 graden. Ze hebben hier sinds kort ook een ATM. Er zijn heel veel toeristenbureautjes die allemaal hetzelfde bieden. Een tour van 3 of 4 dagen. Je kan er, als je wilt, op dezelfde dag nog vertrekken. Wij vertrekken morgen.

 Zout tast de vrachtwagen zichtbaar aan.

6 september
Vulkaan Thaupa Alkaya, 130 km

Om 10 uur worden we opgehaald door de gids en de vrouw die ons het toertje verkocht. Marije en Tjitske zijn dan nog niet terug van het ontbijt. Even na tienen komen ze aangerend. Het ontbijt werd nogal sloom geserveerd. Ze hadden de mensen van het restaurant al opgejaagd, maar dat hielp ook niet. De rugzakken op de Toyota jeep, die ziet er goed uit. De gids, Cristobal, is een wat oudere man. Achterin zit ook nog een kok, Leonidas, ze zit tussen het eten. Voordat we het dorp verlaten rijden we eerst naar het treinenkerkhof om vervolgens naar een zoutmuseum (shopje) te rijden. Hier hebben ze allerlei gebruiksvoorwerpen gemaakt van het harde zout. Er worden ook huizen van uitgezaagde stukken zoutstenen gemaakt. Er lopen lama´s en andere dieren. Even verder wordt het zout gewonnen om het te verwerken in voeding. De bovenste laag wordt los gekrabd en op een hoopje gelegd. Zo trekt het water er uit. Vervolgens wordt het in de zon gedroogd en met vrachtwagens vervoerd. Dit gebeurd allemaal met een pikhouweel en schop. Na het oudste zouthotel van Bolivia bezichtigd te hebben, rijden we naar de vulkaan. De gids rijdt over de zoutvlakte waar zoutwegen over lopen. Op deze strepen door het landschap rijden gewoon veel jeeps, bijna overal kun je rijden. De vlakte bestaat uit allemaal kleine vlakjes met randjes die een paar cm hoog zijn. De gids valt soms wat in slaap (ogen dicht) terwijl hij rijdt.

Bolhoedje

Hij kan nergens tegen aan rijden en als hij van de vlakke weg afgaat rammelt het wat meer door de zoutrandjes waardoor hij vanzelf weer wakker wordt. Soms stellen we extra vragen om hem wat wakker te houden in de warme zon en 100 km lange en vlakke weg. Het enige wat we zien zijn bergen aan de rand van de zoutvlakte en de vulkaan. Dorpjes zie je in de verte niet, ze zijn grijs en grauw en vallen niet op. Alleen de ijzeren dakplaten blinken in de zon. We lunchen in een dorp vlak bij de vulkaan. De kokkin maakt een maaltijd voor ons klaar met salade en lamavlees. Nadien wandelen we in de zon naar de krater van de vulkaan, ongeveer 400 m klimmen. Het uitzicht is prachtig. Nadien rijden we terug naar het dorp maar het hotel is nog dicht. We moeten zo´n 20 min verder rijden. Onderweg zien we de zonsondergang op de zoutvlakte. Het is druk rondom het hotel. Er zijn meerdere groepen. Er zou echter geen douche zijn. Later blijkt er toch een te zijn maar dan moeten we 50 bs bij betalen. Dat is niet afgesproken. Op aandringen regelt de gids toch een warme douche. We hebben ieder een eigen kamer met bed. ´s Avonds eten we in een apart kamertje voor onze groep. De kokkin kookt er ook. Er is zelfs een houtkacheltje wat het lekker warm maakt. Er is stroom en water.

 Zouthotel

7 september
San Juan, zouthotel 151 km

In hetzelfde kamertje krijgen we het ontbijt waarna de jeep weer ingeladen wordt en … vamos, rijden maar. De gids beantwoordt de vragen die Tjitske en Jeannette stellen. Hij rijdt met 40 km/u naar Isla Incahuasi waar we een rondwandeling maken tussen de cactussen. Op bordjes staat dat een cactus die 9 m hoog is 900 jaar oud is en een cactus van 12 m is 1300 jaar oud. Een leuke rustige wandeling over en nadien om het eiland over de zoutvlakte. De lunch is klaar als we terug komen. Vervolgens rijden we nog een stuk over het vlakke zout plateau naar de rand om een oversteek te maken over een berg, naar San Juan. Volgens de gids kan er ook water op de zoutvlakte liggen, maar de laatste jaren heeft het niet veel geregend. Doordat we er 5 dagen over doen hebben we ook vandaag veel tijd om wat rond te kijken en te wandelen en te stoppen om foto’s te maken. Bij de grot stoppen we wel. Eerst kost het 5 bs (50 cent) later 10 bs. 5 willen we wel betalen maar als we verplicht de grotten moeten bezoeken haken we af en gebruiken alleen het toilet. Na de zoutvlakte komt een stuk met aarde, landbouw en bergen. Hier kan de gids geen 120 km/u. Vaak tussen de 20 en 50 km per uur om vervolgens te stoppen voor een gat of diepe kuil. De gids stopt plotseling, de achterband is lek, vervangen dus. We zien hier ook nog lama’s die zich laten fotograferen. Tegen vijven komen we in San Juan aan bij het zouthotel. Overdag is het lekker weer. Het zouthotel is hier van zoutstenen gemetseld. Zelfs onze bedden. Er ligt wel een matras op. Er is een winkeltje in de buurt waar we wat water, wijn en koekjes kunnen kopen. Als we naar bed gaan gaat het licht ook uit. Het dorp is één grijze bedoening met modderstenen. Ze gebruiken hier cactushout als planken voor deuren kasten en als lamp. Op de grond ligt los zout als vloerbedekking. ’s Avonds wordt het weer erg fris, onder de 13 graden binnen. Dan gaan de gasbrander en de elektra aan. En kunnen we onze batterijen van camera en gps opladen. Met Marije en Tjitske bekijken we de foto’s op ons netbook. Kinderen komen ook kijken. De gids geeft uitleg wat we morgen gaan doen. De Jeep is prima en de band is weer gemaakt.

 De opstaande randjes van het zoutmeer.

8 september
Refugio bij laguna Colorada, 203 km, 4360 m

Vanmorgen bij het opladen van de jeep kwam een meisje Vincent kaarten geven. Een ander meisje wilde ze pakken maar kreeg ze niet van het kleine meisje. Leuk hoe de kinderen met elkaar en met ons omgaan. We rijden verder over een vlak gedeelte met zand en zoutvlakte. Omgeven door bergen met allerlei kleuren. Vulkanen tot 5860 m hoogte. De gids stopt regelmatig om ons foto’s te laten maken. Hij scheurt niet met de jeep en laat ons de leukste plekjes zien. Hij probeert niet te imponeren of zich er gemakkelijk van af te maken. Bij een stop zien we dat hij geen reserveband boven op de jeep heeft liggen. Bij navraag blijkt deze nu onder de wagen te hangen. Hij heeft het reservewiel niet verwisseld. Net voor de middag zien we de eerste laguna’s met flamingo’s. De flamingo’s zijn in het vries koude water op zoek naar microscopisch kleine algen. Wat een mooi gezicht. Ook in de volgende laguna’s staan ze er weer, soms vliegen ze weg. Zo nu en dan stoppen we. ’s Morgens waait het niet, ’s middags komen we boven de 4600 m. Het waait dan hard. Bij de ingang van het nationaal park, waar we 30 bs entree moeten betalen, blijkt de reserveband weer stuk te zijn. De gids vervangt de band en moet deze bij de lodge met de hand maken. Hij maakt met een houweel de buitenband los en plakt de binnenband. In de wind op deze hoogte is dat een zwaar en koud werkje. Als de zon ondergaat begint het ook binnen al snel koud te worden. We zitten hier op 4373 m hoogte. Met Jeannette, de Diamox en de hoogteziekte gaat het goed. Ze neemt 2 x 250 mg per dag. Vincent heeft tot nu toe nog niets nodig gehad. We zitten in een zaal met ongeveer 15 andere personen, allemaal groepen die een zelfde soort tour maken. We hebben een vier persoonskamer, andere dagen een kamer voor twee personen. Hier is ook geen douche. De 3 en 4 daagse tochten komen ook in deze ‘schuren’ om ’s morgens om 5 uur te vertrekken voor de terugreis. Er is een houtkacheltje waar rond etenstijd, als de zon al een tijdje onder is, alle 3 de groepen zich verzamelen om het een beetje warm krijgen. Het hout is ook zeer beperkt wat we kunnen stoken. Het maakt het wel gezellig.

 Op het cactuseiland

9 september
We staan vroeg op. Binnen is het rond het vriespunt. Buiten heeft het 15º gevroren. Onze gids probeert nog een andere jeep te starten door hem aan te trekken. Dit lukt helaas niet. We rijden verder omhoog naar bijna 5000 meter. Bij stomende geisers stoppen we. Het waait hard. De stoom wordt bij het verlaten van de aarde meteen weggeblazen. De geur van zwavel overheerst. De energie wordt veroorzaakt door over elkaar schuivende steenlagen.

Gijsers

Een paar km verder mogen we ons uitkleden en de hotsprings in. We verschuilen ons achter en klein huisje om een zwembroek aan te doen voordat we het warme water in mogen. De muts blijft op. Er zijn toeristen die een zelfde soort tour maken. Verder is er niemand. We krijgen een lekkere lunch na het baden. Dan rijden we naar de groene lagune. Het groene water wordt gemaakt door de koper en arsenicum dat uit de vulkaan komt. Aansluitend rijden we naar 4000 meter waar we in een hospedea verblijven. We lezen de Lonely planet om ons voor te bereiden op La Paz. Later krijgen we te eten. Het verse voedsel in de jeep begint op te geraken. We krijgen nu groenten uit blik. Soep en vers fruit. De andere groepen krijgen ongeveer het zelfde. Warm douchen is er hier niet bij. We spreken een stel dat hier met de motor naar boven is gereden. Wel pittig beamen ze. De weg is onverhard en nauwelijks bewegwijzerd. De hoofdweg volgen krijgen ze bij navraag te horen. Maar bij een splitsing is niet te zien welke de bredere weg is. We zitten nog als laatste in de huiskamer. Er wordt 1 x in de houtkachel gestookt. Tegen achten is er de warmte flink af en gaan we slapen.

 Elke lama eigennaar heeft andere kleurtjes

Uyuni - La Paz
10 september

De laatste dag van onze vijfdaagse tour over de zoutvlakte. Als we opstaan zijn de gidsen al druk in de weer om de jeeps en auto’s te bepakken. We ontbijten met pannenkoeken. De zon schijnt en de wind is gaan liggen. We rijden naar een rotspartij waar Inca tekens op staan. Tijdens een wandeling zien we lama’s van dichtbij. De omgeving lijkt op een toendra met een riviertje. Dan gaat het landschap over in rotsen. Soms passeren we een dorpje die hier weinig te bieden hebben. We lunchen in een lokaal wat speciaal voor zo’n rijdende tour is bedoelt. Het zand waait onder de deur door. In de namiddag komen we weer terug in Uyuni. Al met al een geslaagd toertje. Het is een mooi en apart landschap wat we niet snel zullen vergeten. Zo schrijven we in de evaluatie. In ons hostel mogen we nog een keer douchen, heerlijk warm. We pakken de rugzak weer in voor de busreis naar La Paz (23 euro). Voor vertrek krijgen we pasta en in de bus een deken en kussentje. In de nachtbus gaat het licht na vertrek meteen uit zodat je kunt slapen. De weg is, zoals beschreven, zeer hobbelig.

Flamingo's 

La Paz
11 september

We komen al schuddend en trillend in Orura aan. Daar gaat de weg over in asfalt. Net voordat het licht wordt rijden we La Paz binnen. We nemen een taxi naar een hotel wat we uit de Lonely Planet hebben. El Solario (60 Bs) en slapen daar nog een paar uur. We leveren daarna onze vuile was in. Na een ontbijt zoeken we een toerbureautje om de omgeving te gaan exploreren. De straten van La Paz zijn leuk. Vele winkeltjes, minder wind en dus minder koud dan Uyuni en omgeving. Veel busjes. Begeleiders hangen uit het busje en schreeuwen waar ze naar toe gaan. De straatjes zijn smal. Er is een demonstratie aan de gang. We hebben geen idee waarvoor die optocht is. Doordat Jeannette toch redelijk Spaans spreekt is er goed te communiceren. Bij Huanya Potosi Travel Agency boeken we een driedaagse toer naar de berg: Huanyna Potosi op 6088 meter. Klimmen naar die hoogte is een serieuze zaak. Voorwaarde is ook dat we op de dag van vertrek, 10 dagen boven de 3500 meter geslapen hebben. De man van het toerbureautje gaat met ons na wat we nodig hebben tegen de kou. Bij Aka Pacha Travel boeken we een dagtoer voor morgen. Tiwanaku. Een site met Inca ruïnes. Ondanks de busjes en auto’s is het wel relaxt in La Paz. We zien meer toeristen. Toevallig zien we ook de New Zeelanders van de taxi van Santa Cruz.

 

Tiwanaku
12 september

Voor de dagtoer worden we opgehaald door de gids en chauffeur. Wanneer we andere toeristen ophalen bij hun hotel kijken we in de Lonely planet hoeveel ze ongeveer voor de kamer moeten betalen. De meesten slapen in een duurder hotel dan onze 9 dollar. Het Plaza hotel, waar een Argentijns stel instapt, betalen 11 tot 13 keer zoveel. Het is druk op de weg in de stad. Vooral minibusjes, net als de onze, wat taxi’s, bijna geen vrachtwagens. Alles staat zeer dicht op elkaar en toetert om wat ruimte te krijgen. Tussendoor staat er veel politie om te zorgen voor de veiligheid en het regelen van het verkeer. Eenmaal La Paz uit, hebben we geweldig uitzicht over de lager gelegen stad. De gids vertelt onderweg wat we gaan doen. Iedereen verstaat Engels dus hij hoeft alles maar één keer te vertellen. 70 km verderop zijn we op de site waar mensen voor de Inca tijd= de Tiwanakutijd een terrein hebben gemaakt met allerlei rotsblokken, die ook precies in elkaar passen. De gids vertelt actief en maakt er leuke verhaaltjes bij. Het schijnt de belangrijkste tijd uit de geschiedenis van Bolivia en omstreken te zijn geweest. In de namiddag zijn we weer terug in La Paz. ’s Avonds pakken we onze rugzakken in voor de komende 3 daagse trip naar de ijzige top van Huayna Potosi.

 Tiwanaku

Top Huanyana Potosi 6088 m morgen staan we er boven op.

Huayna Potosi Refugio
13 september

We lopen rond negen uur naar het kantoortje. Daar krijgen we onze bergschoen, stijgijzers, overbroek, wanten, een pikhouweel, klein rugzakje en harnas en een grote tas waar alles in kan. Een grote rugzak hebben we zelf al bij ons. Samen met een Australier; Ed en New Zealander; John gaan we in een aftandse taxi op weg. We denken dat die taxi het hoogteverschil van 1100 meter niet kan overbruggen. We rijden een onverharde weg op. De berg waar we bovenop komen te staan komt steeds dichter bij. Na 2 uur zijn we bij de refuge op 4700 meter. Binnen ziet het er mooi en gezellig uit. Als we aan de lunch zitten, komen 3 toeristen terug van de berg. Ze hebben om 7 uur op de top gestaan. Ze zijn enthousiast. Het was wel zwaar, ook de terugweg mochten we volgens hen niet onderschatten. ’s Middags gaan we met z’n vieren en de gids Eduardo naar de sneeuw om te oefenen met stijgijzers en pikhouweel de sneeuw op te lopen. Het omhoog wandelen valt best tegen. We zijn snel moe en moeten hijgen. Bij de sneeuw wisselen we de bergschoenen om voor sneeuwschoenen en doen de stijgijzers onder. De gordel en het harnas om. Het is eerst wel even wennen maar na een uurtje gaat het al vrij goed. Zelfs tegen een steile wand kunnen we ons horizontaal bewegen. ’s Avonds zijn we met de beheerders, de gids en ons vieren in de refuge. Rondom het huisje is het mistig. De douche is zelfs warm, terwijl ze ons een koude douche beloofd hebben. Bij de refuge is een dam die stroom opwekt. Binnen hangen allerlei vlaggetjes en papieren van mensen die de Huanya Potosi al bedwongen hebben. De houtkachel gaat deze avond niet aan zodat we vroeg op bed liggen.

 

Lodge 5300 meter
14 september

Na een vroege lunch vertrekken we met de grote rugzak op. De berg ligt te wachten op onze komst. De zon schijnt eerst volop. Een pittige klim naar 5300 meter volgt. Onderweg begint het te sneeuwen. Eerst lopen we nog over rotsen, het laatste stuk over sneeuw, met stijgijzers. De lodge is een met tempex geïsoleerde ijzeren zeecontainer. Tegen vijven eten we soep met pasta en worst. Een uurtje later gaan we slapen. Van slapen komt op deze hoogte niet veel terecht. We hebben het zo druk met ademen. We voelen ons hart bij iedere slag. Er zijn geen anderen dan twee gidsen en ons vieren. Jeannette heeft veel last van de hoogte en krijgt eigenlijk niet voldoende rust.

 De container op 5200 meter. Hier slapen we.

Top Huanyana Potosi, 6088 m
15 september

Om 1 uur in de nacht ontbijten we en trekken alle kleding aan die we bij ons hebben. Drie lagen, thermo, nylonachtige tussenlaag (afritsbroek en fleece) nog een dikkere fleece. Boven- en buitenbroek en buitenjas. Muts en handschoenen. Rugzak met water en snacks. Hoofdlampje. Alle spullen die we zelf niet hebben kunnen we lenen. Om 02.00 uur lopen we dan op de sneeuw. We zijn met 2 personen en 1 gids met een touw aan elkaar verbonden. Mocht er iemand vallen, dan zal die nooit ver vallen. Eerst gaan we rustig aan wat stijgen. Het blijft wandelen met kleine stapjes. De sterren schijnen helder in de lucht. In de verte zien we lampjes van anderen die ook een poging doen om de top van de Huanya Potosi te halen. De omgeving is wit. In de verte zien we schimmen van de bergtop. We wandelen er wat om heen.

Met Jeannette gaat het niet goed. Ze is heel erg moe en gaat maar langzaam vooruit. Ze steunt bij elke stap op de ijsbijl die we in 1 hand hebben aan de bergkant. Het touw hangt aan de dalzijde. Soms draaien we en moeten dan ook het touw en de bijl van hand veranderen. Jeannette heeft moeite om op het pad te blijven. De gids maakt er al een keer een opmerking over maar Jeannette wil door. We passeren een gletsjerspleet en gaan steiler omhoog. De gids geeft nog een keer aan dat het niet goed gaat. Het probleem is niet alleen de top halen maar de weg naar beneden is moeilijker dan omhoog. Jeannette spreekt redelijk Spaans en kan zich zo verstaanbaar maken als enige van ons vieren. De gids van Ed en John komt er ook bij. Jeannette ziet ook in dat het niet gaat. Vincent komt aan het touw bij Ed en John. Jeannette probeert het toch een stukje met de gids maar komt na 10 stappen tot de conclusie dat het niet gaat lukken. Ze moet omkeren: op 5744 m, wel een nieuw hoogterecord. Vincent gaat door met Ed en John en Eduardo (de gids). Het is flink aanpoten. Veel wandelen, stapje voor stapje, dan weer een kloof over. Met het hoofdlampje heb je voldoende licht om je heen en waar je loopt. De maan komt op. Van een kwart maan hebben we niet veel extra zicht. In de verte zien we veel licht, daar achter ligt La Paz. We draaien om de berg heen. Jeannette gaat ondertussen terug naar de lodge op 5300 m waar ze een uurtje slaapt. De berg begint grilliger te worden. Meer kloven, ongelijkmatige sneeuw. Het vriest flink waardoor de stijgijzers en ijsbijl veel grip hebben. De gids loopt voorop en geeft aanwijzingen. Het is een klein oud mannetje met 29 jaar gids ervaring. Conditie heeft hij wel. 200 meter onder te top (dat zien we op de gps) is er geen pad meer. Het touw moet telkens strak. De punten van de stijgijzers hebben we hard nodig. Het ijs/sneeuw kraakt onder ons. We moeten 2 of 3 keer aanhalen voordat de ijsbijl door het ijs dringt en vastigheid biedt.

Op 6088 meter hoogte.

Bij een steile ijswand draait de gids een pin in het ijs. Het touw wordt gezekerd. Hij gaat ons voor over een rotspartij van 55%. Over de richel van de berg gaan we verder. We zien in de verte lampjes van andere klimmers. De zon geeft al een gloed aan de horizon. Zo klimmen we naar de top van de Huanya Potosi op 6088 m. De zon komt net op als we het smalle topgedeelte bereiken. Er is niemand. Wij zijn vandaag als eerste op de top. De zon komt snel op en geeft kleur en diepte aan de bergen. Na een kwartier van foto’s maken (Ed zit helemaal versuft boven, hij had veel moeite om ons te volgen en boven te komen) gaan we weer naar beneden. Ander toeristen komen dan nog naar boven.

Als we net boven zijn komt de zon op.

 Naar beneden lopen is moeilijker en gevaarlijker dan naar boven. Je weet niet precies wat het ijs onder je kan dragen. Na 200 m afdalen gaan we verder over het wandelpad en de ijssneeuw naar beneden. Jeannette gaat ondertussen van de lodge op 5300 m naar de refuge op 4700 m terug. De zon maakt dat het een hete afdaling is. De kleding die we aan hebben is in de zon te veel. We zijn vermoeit en het valt niet mee om terug te keren naar de lodge op 5300 m. Eindelijk zien we de oranje container verschijnen. Na een half uur rust, drinken en wat eten gaan we verder afdalen naar de refuge op 4700 m. Ook een zware afdaling. Uitgeput en leeg maar voldaan komen we bij de refuge aan. Jeannette vangt ons op. De groep die vannacht omhoog gaat, 6 Israëliërs, stelt ons vragen hoe het gegaan is. Na een lunch waar we weinig van eten omdat we geen etenslust hebben na zo’n zware inspanning, rijden we met dezelfde belabberde taxi terug naar de bewoonde wereld. Terug naar ons hotel, El Solaria. Er rijden veel busjes rond in La Paz. Er zitten bijrijders bij die constant de plekken roepen waar ze naar toe gaan. Dit bepaald, samen met de vele stalletjes, het straatbeeld. Vrouwen die meestal achter de stalletjes zitten zijn echt fors. Ze zitten ook alleen maar de hele dag. Ze eten meestal soep met aardappel en vlees of vis.

 Ze verkoopt vlees

16 september,
La Paz

Na een lange nacht slapen, we lagen er gisteren vroeg in, zoeken we de markt van La Paz op. Allerlei kleine winkeltjes en stalletjes. Vrouwtjes die hun waren verkopen. Ze zitten vaak te breien of te koken of eten tussen de spullen. Straten en straten vol. We verliezen even de richting en oriëntatie binnen La Paz. Met wat vragen komen we toch weer in onze bekende buurt. ’s Middags gaan we naar het museum van de Saint Franciscokerk midden in de stad. We lopen zelfs over het dak van de kerk, de gids geeft uitleg.

 Kruiden en specerijen

17 september
La Paz

Vanmorgen eerste werk een toertje boeken voor Death Road. Een fietstocht van 4750 m naar 1100 m hoogte. We kiezen voor een goede fiets en zijn daarom wat duurder uit. 600 BS (60 euro) bij Gravity assisted (www.gravitybolivia.com) Deze naam hebben we van John (Huanya Potosi). Hij had deze tour daar gedaan en het was hem goed bevallen. Het kon ook goedkoper maar veiligheid (kleding) en een goed werkende fiets was ons wel wat waard. De laatste tijd zijn we bezig met geocachen. In Santa Cruz ligt er één, maar die was niet meer actueel. In La Paz gaan we deze wel proberen te vinden. GC1R4MV moet hier in het park liggen. Met de coördinaten in onze gps gaan we op zoek. De tekst hebben we thuis al uitgeprint. Het is toch nog even zoeken als we er aan komen. We moeten helemaal om het park heen om de ingang te bereiken. Er zijn vele muurtjes waar de cache verstopt kan zijn en vinden hem 123 niet. Dan de tekst maar even goed nalezen. Zoals gewoonlijk de tekst te letterlijk genomen en dan ziet Vincent het filmkokertje direct. Onze naam en de datum en tijd op het logboekje geplaatst. ’s Middags verkennen we de stad in een paar parkjes. Met de gps zijn deze makkelijk te vinden en La Paz dus te ontdekken.

 

18 september
Death Road

De bijeenkomstplaats is een restaurant: “Alexander” waar we meteen ontbijten. Voor achten worden we opgehaald door 2 westerse jongens. De ene heeft nog een langere baard dan de andere. In de bus geven ze uitleg aan 10 toeristen. 1 is er niet op komen dagen. We rijden La Paz uit naar een berg van 4700 meter. Het beginpunt van Death Road. We krijgen hier een solide fiets en helm. De uitleg is uitgebreid en vooral toegespitst op veiligheid. De hydraulische voorremmen zullen we op de 3600 meter die we in 64 km afdalen wel nodig hebben. Na een paar proef rondjes gaan we onder leiding van 2 gidsen en de baas op pad. Eerst over asfalt. De onderlinge afstand tussen alle rijders wordt benadrukt. Als er 1 valt en de ander er overheen rijdt is het probleem 2 x zo groot. Om de paar km is er een stop waarin we uitleg krijgen over het volgende stuk. De jongen die niet op was komen dagen sluit alsnog aan. Hij is nagebracht door een auto. Het asfalt wordt slechter. Voorzichtigheid is geboden. De snelheid waarmee we naar beneden storten loopt soms tegen de 60 km/u. Na een stop wordt gravel aangekondigd. Een jongen achter ons gaat met een flinke snelheid toch remmen op de gravel. Hij maakte een smak met een flinke stofwolk. Even later wordt hij afgevoerd met een jeep naar het ziekenhuis. Zijn vriendin rijdt wel met ons verder. Onder de 3000 is het afgelopen met de verharde paden en gaan we een oude weg volgen. Langs de weg is een diep ravijn. Geen wonder dat het dode weg genoemd wordt. Er vallen jaarlijks veel doden. Dit jaar 43 tot aan september. Niet alleen per fiets, maar ook met auto's en bussen.

Briefing

De stops zijn telkens hard nodig om de route en de gevaren duidelijk te maken. Er ontstaat automatisch een volgorde van mensen die het snelst kunnen afdalen. Doordat we steeds verder afdalen wordt het ook steeds warmer. De kleding die we uit doen kan meteen in de bus die achter ons aan rijdt. Het is een heel avontuur en erg leuk. Je moet blijven opletten, maar omdat je bijna alleen maar afdaalt raken we niet vermoeid. Beneden op 1150 meter komen we in een hostal, restaurant wat ook een soort dierentuin bevat. Er zijn alleen geen hekken nodig. Na een pilsje kunnen we douchen en krijgen een lunch. De terugweg met de bus duurt 3 uur. Bij terugkomst in La Paz horen we dat de jongen die naar het ziekenhuis moest een gebroken sleutelbeen heeft. Hij wordt vanavond nog geopereerd om het bot vast te zetten. Weg vakantie. We krijgen ook nog een dvd met films en video van die dag. Gravitybolivia.com. De juiste keuze.

 Death road

Copacabana
19 september

Met de bus rijden we in 4 uur naar Copacabana. Een stadje dat ligt aan het Titicaca meer. We mogen hier het water over. De bus moet apart van de passagiers. De bus gaat op een ponton, wij met een gewoon, kleiner bootje. Hier zijn veel toeristen, ook Boliviaanse in traditionele klederdracht. We zoeken een leuk hostel en blijven hangen bij Continental, vlak bij het busstation. Mannetjes buiten vragen meteen weer of we terug willen naar La Paz. De handel gaat constant door. Bij de kerk staat een stoet auto’s die helemaal versiert zijn met bloemen. Op het laatst wordt er ook nog bier over en naast gegooid. De priester zegent de auto's zodat er geen ongelukken gebeuren. Veel auto’s rijden er hier niet. De hoofdstraat is vol met hostels en restaurantjes. Net buiten de hoofdstraat “6 august” sterft het al snel uit. Onze hotelkamer kost 7€. Het is een lege kamer met niets aan de muur, 1 lampje, 1 stopcontact, 2 bedden en een tafel en stoeltje. Het ontbreekt al aan overgordijnen. Aangezien we op de eerste etage slapen, kunnen we ons alleen met de lamp uit omkleden. De douche is een etage hoger. De douche geeft warm water door een elektrische douche die het water verwarmd op het moment dat het doorstroomt. Klein detail is dat er ook op de kraan vaak stroom staat. Deze is dan ingetapet zodat je de stroom niet hoeft te voelen. ’s Avonds waait het hard en het koelt op deze hoogte hard af. In de restaurantjes zijn vaak openhaarden die in de avond aan gaan. Hoofdmenu op een Boliviaanse kaart is vaak vlees, hier bij het Titicacameer ook vaak vis. Je kunt hier ook  Italiaans eten. Ons hostel bevalt niet echt, morgen gaan we verhuizen naar een ander.

 De bus op de boot

Copacabana
20 september

Na een ontbijt in ons hostal, wat bestaat uit brood, jam, boter en thee, verhuizen we naar Hostal Sonia, waar een vriendelijk en graag helpende beheerster ons ontvangt. Hier hebben we voor 2 euro een kamer met badkamer. Nadien gaan we op zoek naar de geocache die hier de buurt moet liggen. Het waypoint wijst ons naar een punt buiten het dorpje 900 meter van de kerk vandaan. We lopen richting de berg La Horca del Inca. Net voordat we beginnen te stijgen komt er een mannetje naar ons toe met een bonnenboekje. We moeten betalen en krijgen daar een bonnetje voor. Na wat klimmen en zoeken is de cache snel gevonden. Wel zorgen dat anderen niet mee kunnen kijken. We hebben uitzicht over Capacabana en het Titicacameer. ’s Middags lopen we de berg aan de andere kant van het stadje op. Daar is een begraafplaats. De omgeving blijft overweldigend. 

2 vrouwtjes in het park

Wandeling van Yampupata naar Copacabana
21 september

We laten ons wegbrengen door een taxi. In een bureautje waren we de prijs al overeengekomen. 175 B$. De weg is onverhard en stoffig. We hebben al meteen weer prachtig uitzicht. De lente is hier begonnen. De zon staat strak aan de hemel. In Yampupata aangekomen geeft de gps 18 gereden kilometers aan. We stappen uit de taxi. We moeten even zoeken naar het pad wat hoger gelegen is. De weg is oké. Er zijn leuke dorpjes en mensen. We zien even verder Isla del Sol al liggen. Daar gaan we morgen naar toe. Het water van het meer is goed helder. Hier en daar dobbert een bootje. Het is stijgen en dalen. Het wandelpad zien we op een gegeven moment niet meer, maar ook de weg is prima. Mensen met schapen, bootjes, werkende op het land, kleine kinderen die aan het spelen zijn. Bij een klein winkeltje kopen we water. De eigenaar moet hiervoor van zijn land komen 50 meter verderop, waar hij aan het werk is. Hij vraagt of we een grote vis willen kopen. Het aanbod slaan we af. Eucalyptusbomen staan naast de weg. Het is de enige boom die hier groeit. Bij een Maria grot eten we meegebrachte broodjes met banaan erop. We dalen af naar het meer niveau en zien in de verte Copacabana al weer liggen. We regelen een ticket voor de boot van morgen. Met een lijndienst kost het 10 B$.

 

Isla del Sol
22 september

De boot zit vol. De “kapitein”, een jongen, moet eerst brandstof bijvullen. Hierbij gaat er nog een paar liter over het dek. Hij poets de benzine op met een vuile doek, die hij vervolgens in het meer uitspoelt. Als we onderweg zijn stopt hij hier en daar. We moeten van hem met zijn allen zoveel als mogelijk voor in de boot gaan zitten. Dan is het evenwicht van de boot beter. We varen nu naar het punt waar we gisteren met de taxi naartoe gebracht zijn. We leggen echter niet aan maar varen verder naar het eiland. Een uur en een kwartier later komen we op het eiland, Isla del Sol, aan. We kopen een ticket om morgen met de boot naar het noorden van het eiland te gaan. Eerst lopen er mannetjes die er munt uit willen slaan. Even verder is er een normale boot met normale tarieven. We nemen onze intrek in Imperio del Sol. 50 B$ met gedeelde badkamer. Het blijkt dat ze hier al het water met ezeltjes omhoog moeten brengen. We verkennen het zuidelijk eiland, maar lopen vast op het meest zuidelijke punt. Er is geen pad aan de andere kant van de kust. We halen nog een geocache op die hier in de buurt ligt. Het eiland bestaat vooral uit heuvels, maar ligt wel boven de 4000 meter. De hoogte van het Titicaca meer. Er is weinig vlak. Overal lopen lokale mensen. Een klein meisje is alleen op pad, mensen met ezels. Veel gebouwen zijn in aanbouw, maar we zien hier niemand werken. ’s Avonds gaan we eten in Les Velas.

Een afgelegen restaurantje waar we een prachtige zonsondergang kunnen zien. En waar je je hoofdlampje mee moet nemen voor de weg terug als het donker is. Het eten is van een zeer beperkte menukaart. Wat pizza’s en pasta’s. Het vrouwtje bereid het eten zelf en heeft er een uur voor nodig. ’s Avonds komen de lampjes goed van pas om in het donkere bos de terugweg te vinden.

 

Rondje Isla del Sol
23 september

We lopen over de trappen naar beneden, naar het meer. Wegen zijn er eigenlijk niet. Hier proberen we alsnog een bootje te vinden wat naar het noorden van het eiland vaart, zonder hoge commerciële prijzen. Ons hotelvrouwtje vertelde dat er normale lijnverbindingen zijn en dat we geen privébootje hoeven te nemen. De mannetjes die bij het hutje met Bolleteria’s vertellen dat dit niet zo was. Alleen een privé boot zou naar het noorden varen. Toen we daar niet op in gingen, kon het ineens wel. Waarschijnlijk zou vandaag om 10 uur een boot komen. Maar zeker zouden ze het niet weten. Wij weten het zeker en dan kunnen we wel een goedkoop ticket kopen en komt de boot wel. Hoe moeilijk kunnen ze doen. 20 B$ (2 €) kost het. Anderhalf uur wachten is dan niet zo’n probleem met zulk mooi weer en uitzichten. Andere toeristen wachten totdat ze ook mee kunnen met de boot terug naar het vaste land. Precies op tijd komt er een boot aangevaren. Een paar toeristen stappen op en de boot gaat meteen verder. In het noorden moeten we weer een entree ticket kopen om aan land te mogen. Met andere toeristen lopen we omhoog naar een stadje uit de Inca tijd. Die staat niet in vergelijking met die in Peru. De huisjes zijn opgezet met stenen en cement. De stenen passen niet naadloos in elkaar wat in Peru wel het geval is. Een mannetje loopt rond of we wel een bonnetje gekocht hebben. Het pad loopt verder over de toppen van de bergen. Halverwege willen ze dat we nog een ticket kopen voor het zuiden. Dat hebben we gisteren al betaald, dus dat gaan we hier niet betalen. Als we het bonnetje laten zien is dat natuurlijk niet goed genoeg. We lopen gewoon door. Het pad over de toppen is na een tijdje wat eentonig en we besluiten een pad naar de dorpjes te volgen. Dit wordt wel anders dan we dachten. Eerst hebben we nog pad door een mooi dorpje. Wanneer we echt naar beneden moeten wordt het steil en moeten we de weg zoeken. In het dal lopen allerlei dieren bij elkaar. Het lijkt een weide van het hele dorp samen. Het pad wordt steeds vager. Met de gps gaan we dwars door het land naar de goede richting. Het is wel mooi. Huisjes van modderstenen, hier en daar een ezel. Via muurtjes omlaag. Een hond blaft ons na en zo komen we weer in het zuidelijke dorp. We kunnen nu wel 4 minuten warm douchen.

 

Copacabana
24 september

We wachten bij het meer op de boot. Een mannetje vraagt naar ons ticket, gisteren gekocht. Hij bekijkt het maar het is volgens hem niet goed. Hij neemt ons wit ticket mee. We vragen na een tijdje zelf ons ticket terug, nu krijgen we een geel. Net als alle andere. Het mannetje gaat later ook mee op de boot die nu goed vol zit. De 2e motor krijgt hij in eerste instantie niet aan de gang. Op Copacabana nemen we weer intrek in ons hotelletje Sonia. We kopen een busticket om terug te reizen naar La Paz.

 

La Paz
25 september

Met de bus terug naar La Paz. We zorgen dat we niet aan de zon zijde in de bus zitten. 4 uur in de bus is hier niet vervelend. Wat rond kijken, denken na over de reis, over thuis, wat lezen wat slapen en we zijn er weer. In La Paz dingen we af voor de taxi naar ons hotel. Voor de 3e keer terug in El Solario, weer een andere kamer. We horen al de mannetjes die bij de busjes weer roepen of we bij hen in het busje komen. Het is hier aanzienlijk drukker dan in Copacabana. Vandaag nog proberen een geocache op te halen. Het mooie van zo’n zoektocht is dat je op plaatsen komt waar je normaal niet komt. De GC122mk is pas 2 dagen op de site van geocaching.com te vinden. Gisteren zagen we deze op internet. Op dezelfde dag als dat de beheerder hem er opgezet heeft. Het is een Multi. Betekend dat we eerst op verschillende plekken info moeten halen om de uiteindelijke cache te vinden. We mogen eerst met de taxi naar park Mirador Monticulo waar we de vorige week een cache op hebben gehaald. Nu hebben we alleen een cijfer nodig. Met een minibus moeten we de stad uitrijden, met uitzicht over La Paz. De minibusjes terug naar de stad zitten allemaal vol dus nemen we een taxi. Dan weer met een busje naar de ander kant van La Paz, vlak bij het voetbalstadion op 3650 meter. Dan weer met minibusje naar andere kant van La Paz waar we een berg op mogen lopen naar 4144 meter. Soms is het heel smal op het pad, soms over de kam van de berg. Op de top hebben we geweldig uitzicht over La Paz en vinden de cache. Er zit ook nog een geocoin in. Deze nemen we mee naar Nederland om hem hier in een cache te stoppen. Over de cache deden we 5 tot 6 uur. Kris kras door La Paz.

La Paz ligt in een dal

Een dag later reizen we met de bus terug naar Santa Cruz en vliegen weer terug naar Nederland.

 

 

Homepage

Hebt u vragen, op- of aanmerkingen? Stuur ons uw reactie.