Homepage
 

   

Backpacken in Colombia.

We zijn weer op reis.
Dit keer niet op de fiets maar gewoon zoals veel andere reizigers met een backpack.
We hebben een maand om rond te trekken in Colombia. Colombia is tegenwoordig een veilig land om te reizen, als je bepaalde gebieden vermijd. In de jungle moet je nog niet echt zijn daar is de Farc nog actief. Ook zijn er een aantal wijken in de grote steden waar je beter niet kunt komen. Het land is 22 x Nederland en er wonen ongeveer 48 miljoen mensen. We starten in de hoofdstad.

   

Bogotá
Bogotá is een grote stad met meer dan 8 miljoen inwoners. De taxirit vanaf het vliegveld naar het vooraf geboekte hostel geeft al een kleine indruk van de stad. Veel verkeer, armere wijken maar ook wolkenkrabbers. Ons hostel staat in het oude gedeelte van de stad in de wijk la Candelaria. Dit is ook meteen ‘the place to be’ en het is een wijk waar je ook ’s avonds veilig over straat kunt.

         

Een nieuw land is altijd even wennen. Het is niet echt een cultuurschok. Toch heb je altijd wat tijd nodig aan het land, het geld en de gebruiken te wennen.

Tijdens de twee dagen die we in Bogotá verblijven verkennen we vooral de wijk la Candelaria. In elke stad gebruiken ze het concept van de free tours. Je gaat mee met een tour en betaald de gids na de tour het bedrag wat je de tour waard vindt. Er wordt wel een richtbedrag gegeven maar dat lijken ons westerse prijzen. Zo krijgen we tijdens de "Walking tour" veel uitleg over de historie van het land en de stad, het eten, koffie en natuurlijk de coca. Zo leren we dat de goede Colombiaanse koffie vooral in Europa (Nederland en Duitsland) wordt gedronken. Tot een paar jaar terug was het zelfs verplicht om die koffie te exporteren, nu zie je op de betere plekken in Colombia ook betere koffie. De mediumkwaliteit wordt vooral naar Azië, Canada, Amerika en ook Italië geëxporteerd. De slechtste kwaliteit blijft in Colombia en verkopen ze ook aan o.a. Nescafé. Voor goede Colombiaanse koffie hoef je dus niet naar Colombia, die kun je het best in Nederland drinken. Tijdens de graffiti tour volgt uitleg over hoe de graffiti ontstaan is en het verschil in stijlen. Soms zijn het ware kunststukjes.

We lopen naar een markthal met groente en fruit. Het is zo’n 3 km lopen en we zien het straatbeeld veranderen als we de wijk uit lopen. Veel meer mensen en ook veel meer activiteit op straat. Dit is de wereld van de lokale bevolking. Toch voelt het niet bedreigend, het is leuk om de verandering te zien gebeuren.

Salento
Na 8 uur in een luxe bus en nog een uurtje in een lokale bus komen we aan in Salento. Een klein dorpje vlakbij de Cocora vallei. De vallei is bekend om de waxpalmen van meer dan 60 m hoog. Het dorp profiteert mee van het toerisme. Er hangt een goede relaxte sfeer en ook het hostel is gezellig.

We bezoeken een lokale koffieplantage die o.a. koffie levert aan Nederland. De Colombiaanse koffie is de beste in de wereld. Dat komt omdat de koffie hier met de hand wordt geplukt. In landen als Brazilië en Vietnam doen ze dat machinaal en dat komt de kwaliteit niet ten goede. Het is leuk om te horen wat er nodig is om de planten te verzorgen en later ook om de koffie te oogsten, te pellen, drogen en branden. Leuk detail is nog dat de Colombiaanse bonen in Europa niet in Colombia maar in Europa worden gebrand. Blijkbaar is het makkelijker om cocaïne te smokkelen in gebrande koffiebonen dan in ongebrande. De gemalen koffie wordt wel hier gebrand en gemalen.
We doen de tour samen met een Frans stel die de reis op de fiets maken. Ze zijn begin dit jaar gestart in Ushuaia, de meest zuidelijke stad van de wereld, precies de plek waar wij vorig jaar onze reis door Patagonië zijn gestart. Het is leuk om te praten over de plekken waar we geweest zijn en ervaringen over fietsen te delen. Het begint ook meteen te kriebelen. Eigenlijk ben ik wel jaloers, reizen per fiets is toch het aller-leukste wat er is.

We beginnen al aardig te wennen aan de Colombiaanse pesos. Het is altijd even schakelen met omrekenen. Het gaat hier om grote getallen. Voor 30 euro heb je 100.000 pesos.

Medellin en Guatape

Medellin is de tweede grootste stad van Colombia met meer dan 3 miljoen inwoners. De stad ligt in een vallei. Vooral de armere wijken worden steeds verder de heuvels op gebouwd. Medellin is vooral de stad van het drugskartel onder leiding van Pablo Escobar. Eind jaren tachtig werden hier nog 4000 moorden per jaar gepleegd en werden er veelvuldig bommen tot ontploffing gebracht. Tegenwoordig is het een veilige stad als je de arme wijken (favela’s) weet te vermijden.

Pablo Escobar 
We maken een tour door de stad onder leiding van een gids die ook ervaringsdeskundige is uit de tijd van Escobar. Hij heeft zelf geluk gehad maar heeft meerdere bommen in zijn buurt horen en zien ontploffen en de slachtoffers op straat zien liggen. “Je raakt eraan gewend” zegt hij. Indrukwekkend om dat van zo iemand te horen. We gaan langs het huis waar Escobar heeft gewoond en ook naar de plek waar hij in 1993 is vermoord. We horen hoe hij te werk ging. Moorden ging hij niet uit de weg en hij kocht mensen uit de armere wijken om met nieuwe huizen. Daardoor stemden ze op hem en kreeg hij ook veel politieke macht. Hij deed dus wel eens wat goeds maar altijd met een ander doel voor ogen. Escobar heeft zelf ongeveer 250 moorden gepleegd en een veelvoud laten plegen. Het was daarom onvermijdelijk dat hij een keer vermoord zou worden.

Comuna 13
We bezoeken de bekendste favela, Comuna 13. Dit was het meest gewelddadige en criminele district van Medellin. Nu is de wijk via roltrappen voor iedereen, ook ouderen en gehandicapten, heel gemakkelijk bereikbaar. Deze favela is met een gids prima te bezoeken. Voor de andere favela’s geldt dat niet. Een meisje uit ons hostel was met een kabelbaan naar boven gegaan en heeft wat rond gewandeld in zo’n favela, samen met een andere toerist. Ze werden vooral vreemd aan gekeken. Terug in het hotel krijgen ze van de eigenaar te horen dat ze dit echt nooit hadden moeten doen. Voorzichtigheid blijft dus geboden.

Innovatie
De stad heeft in een zeer korte tijd weten op te krabbelen uit een diep dal. Nog maar een paar jaar geleden was het voor inwoners van de tijd bijna niet mogelijk om buiten de stad te reizen. Nu kan iedereen in en uit en is het een toeristische trekpleister geworden. Ze hebben een goed werkend metrosysteem wat verbonden is met een aantal kabelbanen. De kabelbanen gaan naar de sloppenwijken. Zo kunnen deze mensen snel en veilig naar huis. Medellin werkt zo hard aan wederopbouw dat ze een paar jaar geleden zijn uitgeroepen tot meest innovatieve stad van de wereld.

Paragliden 
Medellin is dé plek om te paragliden. Wij kunnen natuurlijk niet achterblijven en rennen ook met een parachute een berg af. Het is een super leuke ervaring. Je hangt 20 minuten in de lucht, zittend in een soort stoeltje met de piloot achter je. Het uitzicht over de stad en de omliggende bergen is schitterend.

Voetbal
Ja, je leest het goed. We zijn naar een voetbalwedstrijd geweest en zelfs ik, Jeannette, vond het leuk. Het 2e team van Medellin speelt zondagavond. De sfeer in het stadion is geweldig. Er wordt veel gezongen en iedereen is erg enthousiast. Medellin wint met 2-0. Een goede reden om een feestje te vieren.

 

We bezoeken het historische centrum, wat een beetje tegenvalt. Het is ook niet echt historisch, de oudste gebouwen zijn pas 200 jaar oud. De botanische tuin is wel heel erg mooi. Alles bij elkaar een leuke dagtrip.

In het hostel horen we van andere reizigers alleen maar goede verhalen over een tour naar de verloren stad, in het noorden van het land. Ondanks dat we het niet van plan waren besluiten om toch deze wandeling van 4 dagen door de jungle te gaan maken.

Guatape 
Het is twee uurtjes met een lokale bus om in Guatape aan te komen. Het dorp is bekend om haar vele kleuren. Bijna ieder huis is hier wel in een paar verschillende kleuren geverfd. Ook de tuk tuk’s staan er gekleurd op. Het is een klein dorpje maar wel met een heel gemoedelijke sfeer, leuke restaurantjes en aardige mensen. Het is vandaag Halloween en dat weten ze hier ook. Er lopen alleen maar verklede en zingende kinderen door de straat.

El Peñon de Guatape 
Het dorp is vooral bekend om de dichtbij gelegen rots. Er zijn trappen tegen de steile rots gebouwd. Na 740 treden ben je boven, op 2163 m, en heb je een schitterend uitzicht over de waterrijke omgeving.

Morgen vliegen we naar Santa Marta, in het noorden. Van daar uit starten we met de 4-daagse tour naar La ciudad perdida, de verloren stad.

Zeeniveau
We zijn onze reis gestart in de Andes op 2700 m hoogte, in Bogota. Daar is de lucht al behoorlijk wat ijler dan bij ons. De soms steile straatjes beklimmen we dan ook langzaam. De temperatuur is rond de 22 graden. In Salento zijn we rond de 2000 meter. Het lopen in de bergen gaat dan al een stuk gemakkelijker. Verder naar Medellin. Dat ligt op 1600 m en daar is de temperatuur al zo’n 25 graden. Nu zijn we in Guatape, wat op 2000 m ligt. In de avond koelt het hier behoorlijk af. Lange broek en fleecetrui kunnen we goed gebruiken. Na vandaag kunnen die voor de rest van deze reis onder in de rugzak. Morgen gaan we naar de Caribische kust. Overdag rond de 33 graden en ’s nachts 25. Omdat het regenseizoen is, is het er ook nog heel erg vochtig. En als klap op de vuurpijl zitten er veel muggen, malaria muggen.

 

 

La Ciudad Perdida

Trekking naar La Ciudad Perdida

La Ciudad Perdida is Spaans voor de Verloren Stad. Dat is de toeristische naam. De naam van de stad is Teyuna. Het is een archeologische site van een oude bergstad in de Sierra Nevada. De stad ligt ongeveer op 1200 m hoogte en is rond 650 na Christus opgericht door de Tairona indianen. Dat is 650 jaar vroeger dan Machu Picchu in Peru. De stad kan alleen bereikt worden door een trektocht van in totaal 63 km door de jungle te maken en dan 1200 traptreden te beklimmen. Laten we dat laatste nou net gedaan hebben de afgelopen 4 dagen.

Onze groep bestaat uit 6 toeristen, 2 mannen uit Frankrijk, Michel (70 jaar!) en Jean Paul, twee meisjes uit Oostenrijk, Mia en Marina en wijzelf. Daarnaast zijn er nog onze gids Luis, vertaler Jairo en kok Wilson. De tocht duurt in totaal 4 dagen waarvan we de eerste 2 dagen voornamelijk berg op lopen, in de ochtend van de 3e dag bezoeken we La Ciudad Perdida en daarna weer afdalen.

Een jeep brengt ons, en al ons eten, naar het beginpunt van de route. Eerst over een asfaltweg. Daarna worden we nog een uur flink door elkaar geschut op een bijna onmogelijk te rijden weg met ontzettend veel kuilen en gaten en een aantal rivieroversteken. Bijna een wonder dat we goed aankomen. Vanaf dat punt wordt ons eten verder met paarden vervoerd. Behalve lopen is dat het enige vervoermiddel naar de stad. Het eerste stuk is ook nog wel bereikbaar met motors maar die hebben wel heel erg veel te lijden van het slechte pad vol modder, kuilen en gaten. Het is nu regenseizoen en bijna iedere dag vallen er grote hoeveelheden regen die het pad geen goed doen.

We slapen in bedden met een muskietennet er om heen. Op zich prima geregeld. Het zijn stapelbedden en ze staan mannetje aan mannetje naast elkaar. Privacy is er dus helemaal niet. Ieder bed heeft een deken. We zijn daarom blij dat we onze lakenzakken bij ons hebben, ik denk niet dat de lakens hier iedere dag worden gewassen. In het hoogseizoen moeten er een aantal mensen in een hangmat slapen maar dat hoeft nu gelukkig niet. Wilson is een goede kok, hij maakt de lekkerste gerechten voor ons klaar. In de ochtend meestal eieren met toast en vers fruit. De lunch lijkt erg op het diner: vlees, vis of kip met aardappelpuree of rijst en dan nog groente of salade. Het zijn grote borden en we komen helemaal niets tekort. Op de kampen kunnen we gefilterd water krijgen.

Iedereen heeft zo weinig mogelijk spullen bij zich. Dat houd in dat we 4 dagen in hetzelfde shirt en broek lopen en we zweten de hele dag … Gelukkig bestaan de kampen alleen uit een dak op palen en omdat iedereen hetzelfde ruikt valt ook dat allemaal best mee. Er zijn wc’s en ook koude douches. De stroom gaat ’s nachts uit. Als je eruit moet dan is het aardedonker, een lampje is dan wel nodig.

De dag begint om 05.00 uur, dan wordt iedereen gewekt. 05.30 uur ontbijten en om 06.00 uur, het is dan net licht, gaan we op pad. In de ochtend is het vaak nog droog dus het is een goed idee om vroeg te vertrekken. Zo maken we ook optimaal gebruik van het daglicht wat hier maar 12 uur is, ’s avonds om 18.00 uur is het weer donker. De eerste dag hebben we aan het einde van de dag meteen een flinke regenbui te pakken. Net als we aan een steile afdaling moeten beginnen. Het is een afdaling met vooral veel rode modder en weinig houvast aan stenen of iets anders. We glibberen naar beneden en zijn blij als we in het kamp aankomen. De rode modder kleeft aan onze schoenen. De toon is alvast gezet voor de volgende dagen.

We steken een aantal keren per dag een rivier over. Soms kunnen we er bijna overheen stappen. Soms van steen tot steen en ook regelmatig moeten de schoenen uit om droog over te komen. 1 keer, net voor La Ciudad Perdida, steken we een rivier over aan een touw. De rivier is breed en de stroming is sterk. Goed opletten waar je je voet neerzet, daar moet je ook flink kracht voor zetten anders sta je zo een meter verderop. Het touw goed vasthouden is noodzakelijk om heelhuids aan de overkant te komen. Een hele onderneming maar iedereen komt veilig aan de overkant.

Meteen na de oversteek mogen we de 1200 traptreden beklimmen die toegang geven tot de stad. Waarschijnlijk hadden ze in die tijd veel kleinere voeten want de treden zijn vaak zo smal dat je je voet er dwars op moet zetten voor houvast. Boven krijgen we uitleg over alle elementen van de stad. Een erg interessant verhaal. Vooral altijd weer bijzonder om te zien hoe ze in de tijd dit soort bouwwerken al konden maken

Ergens tussen de 15e en 17e eeuw is de stad waarschijnlijk verlaten. In 1973 is de stad herontdekt door de inheemse indianen, die hielden de vondst voor zichzelf. In 1976 kwam de regering ter ore dat de stad was ontdekt. Hij werd afgesloten voor bezoekers en een deel werd bloot gelegd. Men denkt dat hier 2000 tot 8000 mensen hebben gewoond. Toerisme is er sinds begin jaren ’90. In die tijd waren er regelmatig incidenten met toeristen, onder andere kidnapping. Sinds 2005 wordt het gebied en ook de stad zelf bewaakt door militairen. Sindsdien zijn er geen incidenten meer geweest en zijn het gebied en de stad veilig om te bezoeken.

Het gebied rondom de stad wordt bewoond door, naar schatting, 50.000 indianen die leven in hutten en alles wat ze nodig hebben uit de natuur halen. Een enkeling is in Santa Marta naar school geweest. Dat zijn diegenen die later de leiders van de groep worden. Ze spreken hun eigen dialect en maken weinig contact met de buitenwereld. Ze dragen van oorsprong witte kleding, die vooral erg vies is van alle modder in de jungle. We komen deze indianen regelmatig tegen, dan zijn ze meestal best wel nors en zeggen geen goedendag. Foto’s maken willen ze ook vaak liever niet. Tijdens de laatste avond krijgen we uitleg van één van de leiders van zo’n indianendorp. Hij vertelt eerst een algemeen verhaal en later mogen we vragen stellen. Bijzonder om te horen dat er nog mensen zijn die op deze manier leven in de bergen, volkomen afhankelijk van de natuur. Ze hebben een hoofd, de Mamu, die heel veel bepaalt. B.v. wie met wie trouwt en wie later leider van een groep wordt.

De trek is behoorlijk pittig, wel iets meer dan een ‘little walk in the park’. De temperatuur ligt overdag rond de 30 graden en er is een hoge luchtvochtigheid. Dat maakt dat je de hele dag ontzettend veel zweet. De regen die iedere dag valt maakt het pad er ook niet beter op. Veel modderige stukken en regelmatig een pittige klim. We zijn gestart op 140 m en eindigen uiteindelijk in de stad op 1200 m. Er is tot nu toe maar 1 pad naar de stad dus iedereen loopt ook weer via datzelfde pad terug. Op de dag dat wij vertrekken is dat in totaal met 38 toeristen, met de gidsen, vertalers en koks erbij zijn dat in totaal zo’n 50 personen. In het hoogseizoen loopt dat op naar 200 toeristen per dag. Dan wordt het overal wel erg vol; op het pad maar ook in de kampen waar je verblijft. Tel daar ook nog 10 graden extra warmte bij op. Dat lijkt me niet echt comfortabel. Geef dan maar het regenseizoen. Wij hebben goed weer gehad. Het is bij die ene bui op dag 1 gebleven. De andere dagen ging het pas regenen toen we alweer in het kamp waren.

De eerste dag ging iedereen rond 20.00 uur slapen, de laatste dag was dat al om 19.00 uur. Het lopen begint dan zijn tol te eisen. ’s Nachts worden we regelmatig wakker gehouden door de geluiden vanuit de jungle. Er is altijd een rivier dichtbij en ook kikkers zijn meesters in irritante geluiden die veel mensen uit hun slaap houden. Moe maar voldoen komen we op dag 4 al rond de middag aan bij het eindpunt.

We hebben een gezellige groep met een mix aan leeftijden en interesses. Wel allemaal doorzetters. Nooit geklaag of gezeur gehoord, van niemand. Terwijl er toch echt wel wat ongemakken zijn geweest zoals blaren, pijnlijke knieën, eten wat verkeerd valt, zere voeten, vermoeidheid en veel muggenbeten. Ook dat heeft bijgedragen aan deze bijzondere ervaring in het noorden van Colombia. Al met al een vermoeiende maar super mooie tocht die zeker aan te raden is als je hier nog eens in de buurt bent. Doe hem dan wel in het regenseizoen.

Het noorden, de Caribische kust

http://vincentenjeannette.reismee.nl/maps/static?lat=10.4298798&lng=-75.54551119999996

De trek naar La Ciudad Perdida heeft zijn tol geëist. We zijn behoorlijk moe als we weer in Santa Marta aankomen. Gelukkig hadden we een voorziene blik van te voren. We hebben een luxe hut geboekt vlak bij nationaal park Tayrona. Eerst nog een nachtje in Santa Marta om onze kleding te laten wassen en inkopen te doen voor de komende paar dagen.

Yuluka hostel en NP Tayrona
Het Yuluka hostel voldoet volledig aan onze verwachtingen. We hebben een supermooi hutje aan het zwembad. We hebben airco en een hele mooie badkamer met een bad, sfeerverlichting en … een warme douche! De sfeer is relaxed. Er hangen overal hangmatten, het restaurant is gezellig en het eten lekker. Heerlijk om zo even bij te komen. Na een dag luieren bezoeken we NP Tayrona. We kunnen in het park in een hangmat  overnachten maar we kiezen er toch voor om terug te gaan naar ons luxe hostel. De wandeling door het park is erg mooi. Vaak mooie doorkijkjes naar de zee. Op een pad waar we niet veel toeristen zien worden we gewaarschuwd dat er kaaimannen in dit gebied zijn. Geen idee wat we moeten doen als we die zien. Uit de buurt blijven lijkt ons wel logisch. Gelukkig komen we er geen tegen. De wandeling gaat wat op en af over grote stenen en trappen en we voelen de vermoeidheid van de trek nog. Het verste punt, Cabo San Juan, is de moeite waard. Een geweldige plek. Toch zijn we blij dat we hier niet overnachten onder een overkapping in een vochtige hangmat. Die avond regent en onweert het hard en lang.

Palomino
Tijd om verder te gaan, met de bus een uurtje naar het westen. Dan zijn we in Palomino. Een klein kustplaatsje met eigenlijk alleen de doorgaande weg. Dwars daarop, richting de zee, een aantal zandwegen met veel kuilen, water en modder. Aan deze wegen liggen veel hostels. Er is hier niets te beleven maar de sfeer is relaxed en goed. Een dagje strand of je in een oude tractorband de rivier af laten zakken zijn de enige activiteiten. En dat maakt het meteen ook erg leuk om hier te zijn. Er hoeft hier helemaal niets.

 

Minca
Na een paar dagen reizen we weer een stukje terug richting Santa Marta. We zijn in Minca, een klein bergdorpje op 600 m hoogte. Ook dit dorp is niet veel meer dan 2 straten met een paar kleine winkeltjes en restaurantjes. De hostels bevinden zich bijna allemaal ergens in de bergen. Te bereiken via erg slechte wegen en paden waar alleen motortaxi’s kunnen komen. De eerste dag maken we een grote wandeling, naar uitzichtpunt Los Pinos. We kunnen van hier uit Santa Marta zien liggen. Bij goed weer zie je achter je ook de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada. Helaas zijn de wolken alweer komen opzetten dus die toppen zien we niet. Weer naar beneden lopen we via een klein paadje dwars over een koffieplantage. Ze zijn koffie aan het plukken. Grote zware zakken worden naar een verzamelpunt gebracht waar ze worden gewogen. Sommigen lopen erg hard om zoveel mogelijk te kunnen plukken op een dag. Onze route loopt ook via Cascadas Marinka. Een mooie waterval waar je onder kunt staan met daaronder een poel om te zwemmen. Het ziet er heel verfrissend uit. Helaas zijn we onze zwemkleding vergeten dus een koele duik zit er niet in. We lopen eigenlijk de hele dag door de jungle en zien hier en daar wat bijzondere vogels. Het mooiste is een grote toekan die we zien, helaas niet op beeld vast kunnen leggen.

Cartagena

We hebben al veel mooie verhalen gehoord over Cartagena en ze zijn allemaal waar. Er is een erg mooi en goed bewaard historisch centrum. Nog helemaal ommuurd met de klokkentoren als ingang. Daar binnen zijn allemaal mooie kleine straatjes. Ik krijg er geen genoeg van om er foto’s van te maken. Het historische centrum is mooi, sjiek en duur. De aangrenzende wijk Getsemani is wat toegankelijker. Hier zijn ook bijna alle hostels en er is ook weer veel graffiti. Centraal ligt het Plaza Trinidad. Daar wordt overdag gevoetbald en ’s avonds is het leuk om een drankje te drinken. Kun je gewoon voor 60 cent kopen bij het winkeltje op de hoek. Lekker op een bankje of op de trap van de kerk mensen kijken. Er is genoeg te zien, iedereen mag hier zijn danskunsten vertonen. Leuk vermaak. In het park Centenario is het leuk om dieren te kijken. Hier zien we leguanen, luiaards, aapjes en eekhoorns. Boven op de muur, direct aan zee, is café del Mar. De 'place to be' bij zonsondergang. Natuurlijk doen wij daar ook een drankje. Helaas is de zonsondergang vandaag niet heel bijzonder.
Ook de verhalen over de hitte in deze stad kloppen allemaal. Het is 33 graden met bijna 100% luchtvochtigheid. Ook als je niets doet loopt het zweet over je gezicht en rug naar beneden. Daarom zijn we ook erg blij met ons airbnb appartementje met airco.

 

Review Colombia
Colombia is ons goed bevallen. Het is een veilig land om te reizen. Om die veiligheid te benadrukken zie je vooral op de toeristische plekken veel militairen. Ze zorgen ervoor dat het op die plekken rustig blijft. Reizen is erg gemakkelijk. Er is altijd wel een bus te vinden die gaat naar de plek waar je heen wilt. Daarvoor is het wel handig om wat Spaans te spreken. Sowieso trouwens wel. Er zijn veel hostels waar men ook uitsluitend Spaans spreekt. Wat ons erg mee is gevallen is dat de mensen eerlijk zijn. (Prijs) afspraken worden altijd na gekomen. Vooral vanuit Bolivia en Peru zijn we dat niet gewend en we gingen er van te voren van uit dat dat hier hetzelfde zou zijn. In die zin zijn we aangenaam verrast.

Het land is best wel schoon, in vergelijking met andere Zuid Amerikaanse landen. Natuurlijk zijn er plekken waar afval wordt gedumpt. Maar in de dorpen en steden wordt alles goed bij gehouden. De mooie felle kleuren van de huizen worden ook bijgewerkt, er is altijd wel iemand aan het schilderen. Warm water is er op de meest plekken niet. Dat is koud douchen maar ook met koud water afwassen. Dat blijft lastig met een vettige pan met rode saus. We hebben geconstateerd dat de NVWA hier nog wel wat werk te doen zou hebben.

Colombia is een groot land. We hebben dus keuzes moeten maken wat wel en wat niet te doen. We hebben mooie dingen gezien en gedaan en er is ook nog heel veel moois over. Wie weet een reden om ooit nog eens terug te gaan.

 Heb je vragen, op- of aanmerkingen? Stuur ons je reactie  

Homepage