|

Homepage


Reisverslag Costa Rica 2009
Een fietsroute van de Global Cyclist, maar dan alles zelf geregeld van 13
februari tot
13 maart.

We hebben een gps (gpx en gdb) bestand gemaakt wat
hier kunt downloaden. En
hier de kaart van Costa Rica
die je in mapsource kunt installeren.
Vrijdag
13 februari
De voorbereiding was nog nooit zo “goed”. Door de fietsen (nieuwe mtb’s) moet
dat wel. De bar-ends die de plaatselijk fietsenmaker
nog zou leveren waren er
echter niet. Hij had ze wel besproken maar het bleken alleen linkse te zijn. We
krijgen andere geleverd. Een broer van Jeannette brengt ons weg naar Zaventem,
de luchthaven van Brussel. Omdat hij al vroeg weer moet gaan werken en ons voor
het werk even weg brengt, vertrekken we om half vier in de ochtend. Een fiets
kan met het wiel, en de juiste bescherming, naast het frame in de doos, zodat er
twee in een Renault Scenic passen. Ook dit is goed voorbereid. Op de luchthaven
mogen we nog anderhalf uur extra wachten voordat we in kunnen checken. We staan
als eerste in de rij. Een beambte stelt monotoon een tiental vragen, over onze
reis en bagage. Als eerste mogen we inchecken. Aan een andere balie zijn andere
reizigers al eerder klaar dan wij. Het duurt even. De stewardess begint te
bellen. Ons ticket, zo merken we nu, is van een dag eerder. Zo staat het ook op
de print die we mee hebben genomen. Wij hadden dit niet gezien en volgens ons
zou de dertiende februari afgesproken zijn. Het staat echter wel op het mailtje
dus... We moeten naar de desk van Continental Airlines. We kunnen met deze
vlucht nog wel mee maar de aansluitende vlucht van New York naar San José blijkt
voor vandaag vol te zitten. Ons ticket is niet meer geldig, ook de terugweg
niet. Die is geannuleerd omdat we gisteren niet zijn komen opdagen. Eerst maar
eens iets eten. Via alle desks van vliegmaatschappijen die naar Costa Rica
vliegen proberen we informatie te krijgen over een vlucht die, zo snel als
mogelijk, vertrekt. De desk medewerkers kennen ons ondertussen totdat we bij
Connections, een reisbureau wat de laatste aanbiedingen heeft, een goede en
goedkope vlucht kunnen boeken. Op zondag kunnen we vliegen met American
Airlines. We moeten de hele vlucht opnieuw betalen. De fietsen zijn bij deze
maatschappij wel gratis en mogen mee als tweede stuk bagage. Als we naar het
Etap hotel gaan, zijn we toch blij dat we alsnog kunnen vliegen en niet naar
huis hoeven. We maken niet eens ruzie om deze dure fout. We hebben het allebei
niet gezien. We zoeken na de reis wel uit hoe het met de kosten zit. In plaats
van in de warmte van Costa Rica, zitten we dus nog een paar dagen in de kou (net
boven nul) van Brussel. Het Etap hotel ligt op zeven kilometer vanaf het
vliegveld. Gelukkig hebben ze een shuttle service. We hebben weinig kleding bij
ons voor deze temperaturen. We trekken alles aan wat we hebben en gaan met de
bus naar het centrum van Brussel en bekijken daar Manneke Pis.
14
februari
Brussel
We vieren Valentijnsdag in Brussel. Normaal vieren we dit niet, maar we kunnen er
nu wel grapjes over maken. Met de bus gaan we naar het Zoniënwoud ten zuiden van
Brussel waar we een wandeling maken. Er staan grote en hoge beuken. Er zijn geen
routes maar met de GPS komen we echter vanzelf weer terug in de bewoonde wereld.
In de trein worden chocolaatjes uitgedeeld met Valentijn opschrift. We kunnen
van het weekend goed genieten.

15
februari
Brussel – San José
Costa Rica Here we Come deel 2
We vertrekken op tijd vanuit het Etap hotel. Op de site van American Airlines
staat dat twee uur voor vertrek aanwezig zijn voldoende is. In de voorwaarden
staat dat fietsen 150 dollar zouden kosten, terwijl ons gezegd is dat het gratis
zou zijn. We checken als eerste in, nog voordat de balie open is. De fietsen
gaan inderdaad zonder bijbetaling mee. We hadden ons al ingesteld op een
discussie als ze niet gratis mee zouden mogen. We eten een zelfde broodje als
twee dagen geleden, net achter de incheckbalies. De reis verloopt verder soepel.
Eerst van Brussel naar Chicago. Hier moeten we door de Amerikaanse douane en
zelf onze bagage het land in nemen om alles dan weer snel af te geven. Opvallend
zijn de grote auto’s, we zien een limousine met zeven ramen. De auto’s en de
mensen in USA zijn allemaal groter en breder. Binnen twee uur vliegen we door
naar Dallas om na twee uur weer naar San José door te vliegen. Tijdens de
laatste vlucht liggen we inmiddels te slapen. Rond tien uur ‘s avonds komen we
aan. Wonder boven wonder komen de fietsen in goede staat en de bagage ook meteen
uit het vliegtuig. Op aanraden van reisbureau Global Cyclist hebben we hier een
hotel geboekt, het Mi Tierra Hotel in Alajuela. Het stadje ligt op vijf
kilometer van het vliegveld. Een taxi busje rijdt er binnen tien minuten naar
toe. Kamer zonder badkamer kost 35 dollar, 3100 Colónes. Eigenlijk veel te duur,
maar Roberto geeft goede informatie en we kunnen spullen achterlaten. De planken
onder het bed liggen niet allemaal goed, toch slapen we snel in en zijn
natuurlijk vroeg wakker.

16
februari
Alajuela
Rond zes uur staan we op. We dwingen ons te wennen aan het ritme van Costa Rica.
Na een kleine wandeling door de straten van Alajuela krijgen we een Costaricaans
ontbijt op het terras van ons hotel. Bonen met rijst; gallo pinto. Hét gerecht
in Costa Rica. Het ziet er allemaal ontspannen uit. We ontmoeten Roberto, de
eigenaar van het Mi Tierra hotel. We zetten onze fietsen in elkaar en maken een
proefritje. Met Roberto spreken we de eerste dagen van de fietsroute door.
Roberto is de plaatselijk agent van Global Cyclist. Hij geeft informatie over
het landschap en de route. We nemen de lagere route via San Ramon. We hebben
veel van de route al op een gps track staan. Dat maakt het fietsen makkelijker,
denken we. Het routeboekje hebben we als ondersteuning en extra informatie. We
hebben een gasbrander meegenomen om onderweg koffie te kunnen zetten. Dit op
aanraden van een andere klant van Marco (Global Cyclist). Blikjes gas mogen
echter niet in het vliegtuig. We lopen Alajuela in en kopen kettingolie (mag ook
niet mee in het vliegtuig) en blikjes gas. Het is wel even zoeken. Toevallig
zien we in een winkeltje waar men van alles wat verkoopt, ook prikblikjes van
Gaz. Costa Rica is een koffieland dus ook de koffie kopen we hier. Er is in het
stadje een goede fietsenmaker die ook veel losse onderdelen verkoopt. Ook is er
een goede boekhandel voor tweedehands boeken. Jeannette kan zo de eerste dagen
haar Spaans weer ophalen. Om zeven uur ’s morgens is het al 20 graden. De
temperatuur loopt overdag op naar 32 graden. Stralend weer, lekker warm. De rust
van Zuid Amerika ziet er hier westers uit. De straten zijn hier hetzelfde als in
de USA, blokken met canals en avenue’s. De huizen zijn mooi en vaak gemaakt van
hout.

17
februari
Alajuela – San Ramon 55,8 kilometer
Vanuit ons bed horen we de vogels al fluiten. Na een fris ontbijtje, pakken we
de bagage op de fiets en laten de dozen en overbodige spullen achter bij Roberto
in het hotel. We zetten de gps tracklog aan en fietsen maar. In het centrum is
het niet makkelijk de route volgens het boekje aan te houden.
De gps is pas
nieuw, die moeten we nog beter leren kennen. De zon schijnt fel en het waait zo
nu en dan hard. Gelukkig waait het uit het oosten en fietsen we naar het westen.
We worden meegenomen door de wind. De asfaltweg is prima. De kaart op de gps en
de gewone kaart die we bij ons hebben verschillen nogal wat. De kaart heet
International travel maps Costa Rica van Reise. Een water- en scheurvaste kaart,
schaal 1:300.000. De route is leuk, veel natuur en we komen op wegen waar we
anders niet zouden komen. We kiezen in Naranjo om niet de gewone route te nemen
via 1800 meter maar laag te blijven over route 2b. Zo kunnen we Marco ook nog
helpen met een nieuwe track. Het (auto)verkeer houdt hier niet echt rekening met
fietsers. Je krijgt niet zomaar voorrang, maar moet echt wachten op je beurt. We
zien suikerriet wat ze aan het oogsten zijn, vrachtwagens vol. Bij een weg waar
we moeten kiezen tussen Conception en Palmares kiezen we de verkeerde weg. We
dalen af naar de Panamerican highway, die niet op de kaart van de gps voor komt.
Omdat we er niet uitkomen kiezen we ervoor om via de snelweg te rijden. Zo groot
blijkt die ook weer niet te zijn. Na tien kilometer omfietsen bereiken we toch
San Ramon. Hier nemen we het Gran hotel voor 8000 colónes per kamer.

18
februari
San Ramon – La Fortuna 76,7 kilometer
We zitten vroeg op de fiets omdat we een lange tocht voor de boeg hebben
vandaag. We komen San Ramon goed uit en gaan over een kleinere weg. We houden
eerst Angels Norte aan. Er is weinig verkeer. Naast de weg staan houten huisjes.
Er is niet veel activiteit. Vaak staat er een landrovertje bij zo’n huisje en
zit er iemand te niksen op de veranda. Het terrein glooit behoorlijk. We kijken
regelmatig uit over een groot gebied totdat we weer één van de vele klimmetjes
mogen maken. Er staan bordjes die ons de juiste richting geven naar het volgende
dorpje. Als we afdalen komen we steevast bij een riviertje uit om vervolgens
weer meters omhoog te maken. Voor de lunch maken we gebruik van een bushokje met
een dak. Die gebruiken we vandaag vooral tegen de zon en warmte. Ze staan hier
onderweg regelmatig en het is een ideale rustplek. Met de gasbrander maken we
water warm voor cup á soup en thee. Er is onderweg van alles te koop en dat komt
ons goed uit. We kopen zonnebrandcrème met beschermingsfactor 50. Als je iets
vergeten bent mee te nemen dan is dat in Costa Rica niet zo’n probleem. De route
over meer dan 70 kilometer is zwaar. Vooral in het laatste stuk hebben we niet
veel energie over. We stoppen regelmatig in de schaduw. We zijn blij als we om
twee uur in de middag in La Fortuna en bij het leuke hotel van Gringo Pete
aankomen. We eten wat bij en gaan ’s avonds met een toertje (zeventien dollar)
naar de vulkaan La Fortuna. Deze vulkaan is elke dag actief. ’s Avonds moet dat,
in het donker, mooie foto’s geven van de lava die vanaf de top naar beneden
stroomt. Vandaag zou het nog helder weer zijn, morgen wordt het meer bewolkt. We
worden opgehaald met een busje. Er zitten al wat andere toeristen in. We rijden
over het asfalt naar de afslag waar een zeer slechte onverharde weg volgt. De
chauffeur moet om de gaten heen rijden en dat is een hele kunst. Na een uur
komen we aan. Het is dan al donker. We lopen een stuk door het bos naar een
uitkijkpunt, in afwachting van de mooie beelden. Het is helder, een voorwaarde
voor een goed bezoek. Er zijn hier een twintigtal toeristen. Een gids legt uit
wat er allemaal is gebeurt bij de vulkaan. Hij heeft zelf op de berg gestaan,
bij een eruptie op 29 juli 1968, en mensen gered, zo vertelt hij. We wachten
anderhalf uur en zien tweemaal dat de vulkaan wat lava uitspuwt. Grote stenen
rollen naar beneden. De gloed is al weer weg voordat we een mooie foto kunnen
maken. De vulkaan is vanavond helaas niet zo actief maar toch is het heel
speciaal om bij zo’n vulkaan te staan.

19
februari
San Ramon, Ecocentre
Uitgeslapen tot zeven uur. De meeste toeristen zijn al op. Het is een gezellig
hostel met een keuken die iedereen kan gebruiken, mits je alles netjes
achterlaat. Anders wordt je voor drie dagen verbannen uit de keuken. Als we aan
het ontbijt zitten, zijn anderen alweer bezig om te vertrekken. We hebben een
extra rustdag door de inspanning van gisteren en doen het vandaag rustig aan.
Met een taxi laten we ons naar het Ecocentre brengen. Een soort dierentuintje,
maar dan met wilde vogels, luiaarden, kleine dieren, vlinders en (hele mooie)
kikkers. We liften terug. In het hotel lezen we in onze boeken onder de veranda.

20
februari
Neuva Arenal 46.8 kilometer
Fietstocht 5 in het route boekje, dag 3.
Als we wakker worden horen we dat er regen valt op het ijzeren dak. Onder het
motto: “alle regen die nu valt, valt niet op ons”, staan we op. We ontbijten
binnen, aan de keukentafel. Als we vertrekken regent het niet, maar de donkere
lucht die we voor ons zien laat niets aan de verbeelding over. Als we het dorp
nog maar net uit zijn, begint het langzaam te spetteren. Even verder komt het
met bakken uit de lucht vallen. Jammer van de omgeving, die soms in de mist
gehuld is. We worden nat van de regen, verder hebben we er niet zoveel last van.
Als we hard naar beneden gaan, moeten we onze ogen soms wat beschermen tegen de
harde regen. Koud is het niet. Er zijn veel busjes met toeristen de naar de
vulkaan rijden. Er wordt hier door de automobilisten netjes gereden. Niet
gevaarlijk, niet snel of hard toeterend. Ze hebben de tijd en zijn niet gehaast.
We fietsen richting de vulkaan om te klimmen naar 600 meter tot de dam van het
Arenalmeer. Langs het meer wordt het zicht al weer wat helderder en zien we de
andere kant de oever. We blijven rond de 600 meter klimmen en dalen. De omgeving
is mooi. De weg ligt tussen het groen. Soms een luxe hotel of een huis tussen de
bomen. Een vale gier cirkelt in de lucht. In Arenal zoeken we een kamer en
willen we gaan lunchen bij een German Bakery. Als we er zitten, houden we het
maar bij koffie. Acht dollar voor een broodje vinden we veel te duur. De vulkaan
zien we niet meer door de mist. We fietsen het district Guanacaste in en
verlaten het district Alajuela. Later begint het te waaien. Door de harde wind
horen we geluiden die lijken te komen uit een Western film: golfplaten die
klepperen, uithangborden die piepen door de wind en op en neer waaien.

21
februari
Santa Elena 29 kilometer met de fiets, 42 kilometer met de bus.
We fietsen verder langs het meer. Auto’s met MTB’s achterop, rijden voorbij.
Eerst een paar, maar het worden er steeds meer. Ze toeteren beschaafd en steken
hun duimen naar ons op. Er moet in de buurt wel een evenement zijn. Als Vincent
staat te wachten boven op een topje, komt Jeannette niet meer voorbij. Een paar
fietsers komen vertellen dat ze stukken heeft met haar fiets. De ketting blijkt
gebroken en Jeannette is deze al aan het repareren. Zo komt de cursus van de
vakantiefietser toch weer van pas. We maken onze handen aan het gras schoon en
klimmen weer verder naar 730 meter, om weer af te dalen naar Tilaran. Hier komen
we veel mountainbikers tegen die onze afdaling in tegenovergestelde richting
weer omhoog rijden. Er blijkt een tweedaagse tocht om het meer te zijn die
vandaag start vanuit Tilaran. Op dag twee komen ze weer in Tilaran terug, waar
ze nu het plein aan het klaar maken zijn voor de ontvangst. Het is een gezellige
boel. We kopen, voordat deze zijn uitverkocht, eerst tickets voor de bus. Die
vertrekt maar eenmaal per dag naar Santa Elena. De fietsen kunnen gratis mee, zo
wordt ons bij het loket gemeld. De buschauffeur zet de fietsen achter in de bus.
Eén in het gangpad en één plat op de laatste stoelen. Gelukkig dus wel in de bus
en niet onder in het ruim of boven op het dak. In het begin zit de bus vol, maar
als we de verharde weg verlaten, is er ruimte genoeg. De onverharde weg is in
goede staat maar fietsen zou wel een zware opgave zijn geweest, zeker het
klimmen. De omgeving vanuit de bus is mooi. Veel golvende bergen met gras en
bomen. De bus heeft veel te verduren. We komen bij een ongeluk uit waarvoor het
hele dorp is uitgelopen. De ambulance komt aanrijden om de, aan een been
gewonde, motorrijder mee te nemen. Na drie kwartier kunnen we weer verder. Ze
komen nadien ook onze kaartjes controleren. Volgens de controleur moeten we ¢
2000 (€ 2,80) voor de fietsen betalen. Dit zijn we niet van plan. Volgens ons
zullen de controleur en de chauffeur dit geld in eigen zak steken. De controleur
loopt naar de chauffeur. Deze stopt de bus en komt naar ons toe. De hele bus
kijkt naar ons. Hij dreigt de fietsen uit de bus te gooien én is niet gevoelig
voor onze argumenten dat de rest ook niet hoeft te betalen voor extra bagage, én
dat ze dit van te voren hadden moeten melden én we dan ook een bonnetje willen.
Hij blijft erbij dat we moeten betalen. Toch maar betalen. In Santa Elena nemen
we het gelijknamige pension. Een gezellig hostel met keuken en zitruimte. Ze
geven ons op verzoek info over ‘What to do’ in Santa Elena en het nationaal park
Monteverde.

22
februari
Santa Elena
In de keuken maken we zelf ons ontbijt. Tijdens het eten besluiten we om vier
nachten te blijven en een aantal attracties te gaan bezichtigen. Het waait in
deze streek bij de vulkaan vaak en hard. Deze brengt regelmatig lichte regen uit
het regenwoud over het dorpje. De eerste dag bezichtigen we The Bat Jungle. We
lopen er naar toe. Het einde van het pad is onverhard en wat modderig. In het
vleermuis museum krijgen we persoonlijke uitleg. Ze laten zien waar de bat
vandaan komt (menselijk skelet). Ze stoten klanken uit en vangen het
terugkaatsend geluid op met hun relatief grote oren. Waardoor ze kunnen horen
waar iets is. In een andere ruimte zien we vleermuizen die ze overdag als nacht
voorspiegelen en daardoor dus tijdens openingstijden volop in beweging zijn. We
lopen naar de vlindertuin. Door de harde wind vliegen ze niet zo veel. De gids
jaagt ze soms op om ze te laten zien. Het is goed toeven in Santa Elena.

23
februari
Santa Elena
Om tien uur ’s avonds is de zitruimte met receptie dicht. Het gevolg is dat we
vroeg uit bed zijn. Als we om zes uur opstaan zijn we niet de enigen. We worden
opgehaald voor een wandeltocht met gids door het regenwoud. Het groepje bevat
acht toeristen. De gids heeft zijn verrekijker wel bij zich, maar hoeft hem niet
te gebruiken. Het regent constant. Regenponcho hebben we bij ons en laarzen
kunnen we voor een dollar lenen. In het begin weet hij nog wel iets te
vertellen, maar na anderhalf uur lopen we stil achter elkaar over het pad naar
het centrumgebouw terug. Wel jammer. In het regenwoud leven allerlei tropische
planten en dieren. ’s Middags bezoeken we ‘Mundo de insectos’ en het ‘Frog
pond’. Het kikker museum is goed verzorgd. In de avond mogen we terugkomen om
met hetzelfde kaartje de kikkers in actie te zien. In het donker zijn ze vooral
actief. Terug in de keuken van het hotel maken we zelf Nachos met guacamole en
buritos met groenten.
 
24
februari
Santa Elena
We worden voor achten opgehaald voor
een toertje naar een koffiefarm. Onderweg pikken we de gids nog op. Bij het farm
geeft de boer uitleg in het Spaans, wat de gids dan weer in het Engels vertaalt.
Er is nog een Amerikaanse toerist bij. De koffieboer heeft allerlei andere
planten planten en bomen bij de de koffie struiken staan als natuurlijke
bescherming tegen ziektes. Spuiten met gif doen ze niet. De oogst is van oktober
tot december. Die kunnen we nu dus niet zien. We krijgen wel uitleg over het
drogen en pellen van de bonen. Dat duurt 10 dagen in de zon of korter met een
droogmachine. Branden duurt dan 15 tot 20 minuten. We mogen de koffie ook
proeven. Er is wel goed verschil te proeven tussen de verschillende procedures.
Wel leuke excursie. Later op de dag lopen we een stuk van het dorp weg. En
plegen onderhoud aan de fietsen. We koken weer zelf in de keuken van Pension
Santa Elena. We informeren bij de receptie hoe de weg conditie over de
onverharde weg voor morgen is. Anders moeten we de bus weer nemen, maar die
vertrekt om half vijf in de ochtend.


25
februari
Santa Elena – Nicoya 104 kilometer
We staan, volgens goed Costaricaans gebruik, vroeg op. De bakker is hier al om
vijf uur open, vroeg ontbijten is dan ook geen probleem. Zodra we het dorp uit
zijn stopt ook het asfalt. De weg is hard genoeg maar ontzettend hobbelig. Het
eerste stuk kunnen we fietsen, wanneer er echter te veel stenen los liggen,
vooral op de steile stukken, moeten we afstappen om te voet verder te gaan. We
dalen veel, dat maakt het wel gemakkelijker. Soms schiet het voorwiel over de
stenen weg en moeten we weer lopen. Vincent valt, bij een rempoging, met de
fiets voorover. Soms zien we een brommer. Na 20 kilometer zien we de eerste auto
en fietser op de weg. Met regelmaat is er een dorpje. Las Juntas, San Rafael en
in Los Hermanos komen we weer op de verharde weg om vervolgens steil af te
dalen. Een remblokje van de fiets van Jeannette is op en moet ter plaatse
vervangen worden. 28 kilometer en drie uur later komen we aan in Las Juntas, op
200 meter hoogte. Mensen lopen de kerk uit, ze hebben een askruisje gehaald in
verband met Aswoensdag. Van carnaval hebben we hier niets gezien en meegemaakt.
De mensen in Costa Rica zijn rustig, niet meteen behulpzaam. Ze laten je met
rust. De gebouwen zijn vaak van hout. De honden lopen los, maar ze laten ons met
rust, op een enkeling na. Met hard fluiten staan ze vaak al stil te kijken. Onze
bidon gebruiken om ze nat te gooien is nauwelijks nodig. Over een vlakke weg
fietsen we naar de Panamerican Highway nr. 1 die we vier kilometer volgen om
vervolgens weer een weg naar het westen te nemen. Achter ons zien we de bergen
nog, links en rechts naast ons is het vlak. We zien ranches met koeien. Er is
niet veel verkeer. Soms wel grote zware vrachtwagens. Het wordt rond de middag
erg warm, zeg maar gerust heet. De wind hebben we mee. Na de lunch stoppen we om
de zeven tot tien kilometer om goed af te koelen en wat te drinken bij een
tankstation. In Nicoya zoeken we hotel Chorotega waar we voor 6000 colónes een
aftands kamertje nemen. We slapen er toch alleen maar. ’s Avonds kunnen we ons
verpozen in het park. Ook hier blijft het veel waaien. Spaans is hier de
voertaal maar gelukkig spreekt men soms ook wat Engels. In elk dorp bestaat het
centrum vaak uit een park, daar omheen staan ook de taxi’s te wachten. Er is
voldoende water te koop, kraanwater schijnt zelfs te drinken te zijn. Pinnen kan
in ieder groot dorp. Van de voorspelde muggen hebben we gelukkig weinig last. We
informeren op het plein bij een man op een bankje welke route morgen mogelijk
is. De kustweg van Sámara naar Playa San Miguel ligt er uit. Deze is door de zee
verwoest, dat wisten we eigenlijk van te voren al maar het is altijd goed om
hier nog even bevestiging te vragen. We moeten dus een alternatieve route nemen.
In deze streek is zijn veel wegen niet verhard ook ons alternatief niet. Op de
kaart stippelen we deze uit, niet wetend wat ons te wachten staat.

26
februari,
Las Caletas
We ontbijten in het park van Nicoya en nemen de andere, zuidelijke, weg naar La
Mansion. Die noordelijke parallelle weg hebben we gisteren al gehad. Ze liggen
een kilometer of drie uit elkaar. De zuidelijke weg staat op de kaart hetzelfde
aangegeven maar toch is deze niet verhard maar met steenslag belegd. In La
Mansión is er weer asfalt. Via de weg ‘21’ moeten we bij Pavones de verharde weg
weer af om de ‘162’ te volgen naar Las Caletas. Hier volgt voor ons 30 kilometer
onverharde weg. Omdat we de route van Marco (the Global Cyclist) niet kunnen
volgen weten we niet wat we tegen zullen komen. Na 100 meter mogen we meteen al
een riviertje oversteken. Het lijkt een meter of drie breed, maar langs de kant
kunnen we er zo over stappen doordat er een klein dammetje is gebouwd. We zien
huizen, ranches en vooral veel natuur langs de weg, het ziet er leuk uit. Ineens
begint het klimmen. Zoiets stond wel op de kaart, we weten dat het niet boven de
300 meter zal komen. Een alternatief ging zelfs over 1100 meter. In het begin is
het goed te doen totdat het achterwiel van de fiets grip verliest door het mulle
zand in combinatie met ene heel steile weg. We duwen met moeite de fiets het
laatste stuk naar 250 meter hoogte. Ook bij de afdaling lopen we met de fiets
aan de hand omdat het te steil is. Het heuveltje kost behoorlijk wat energie.
Die moeten we geen drie krijgen vandaag. De weg hobbelt behoorlijk, wat de
snelheid behoorlijk remt. Als we een auto, bus of jeep tegenkomen stoft het
flink. Door de zachte wind die dwars op de weg staat is het stof gelukkig zo
weer weg. Na de lunch wordt het moeilijker door de warmte. Gelukkig schuilt de
zon soms achter een wolk. In Cabinas San Francisco komen we weer op de route.
Volgens de info die we gisteren bij een hotel hebben ingewonnen moeten er in Las
Caletas voldoende hotels zijn: niet dus! Het enige wat er is, is een duur
ressort. We zijn heel erg moe dus toch maar vragen wat het kost: 182 dollar!
Veel te veel dus. Het ziet er wel mooi uit en het ligt pal aan zee. Toch maar
vragen of het voor minder kan. Om een lang verhaal kort te maken betalen we 100
dollar (75 euro), maar dan zonder ontbijt. De palmbomen, het zwembad en het vele
hout wat is gebruikt maakt het extra mooi en luxe. De airco en fan houden het
binnen lekker koel, buiten is het zwoel. De vogels vliegen rond. De zon zien we
in de zee zakken.

27
februari
Montezuma 38 km 7 uur fietsen
We slapen prinsheerlijk. Met het geluid van de zee op de achtergrond dommelen we
in. We ontbijten op ons terras met lederen stoelen, maken water warm voor thee
met onze brander. Nadien vervolgen we de onverharde weg. Het lijkt heel redelijk
te gaan, redelijk vlak. We kopen bij een barretje in de ‘middle of nowhere’ een
gekoeld drankje en vragen naar water om onze bidons bij te vullen. Dan begint
het parkoers meer te klimmen. De omgeving blijft bijzonder mooi. Na een
beklimming volgt helaas telkens een afdaling. We weten uit de routebeschrijving
dat we uiteindelijk naar 192 meter toe moeten maar we blijven telkens weer maar
naar beneden gaan. We steken een riviertje over. Schoenen uit, slippers aan. Een
koe loopt net voor ons de rivier over. Nadien weer bergje op. We moeten
regelmatig van de fiets omdat we niet naar boven kunnen trappen. Een paar keer
moeten we me zijn tweeën een fiets omhoog duwen omdat het anders niet lukt.
Teveel losse grond en soms domweg te steil. Bij rivieroversteek drie zijn we
blij dat er een jeep dwars door de rivier aan komt rijden zodat we de weg weer
kunnen vinden. We zijn blij als we niet meer op onze fietsen op en neer knotsen
maar op de verharde weg aankomen. Even rust. Op 31 kilometer, in Cobano, lunchen
we stevig bij een restaurantje. Het fietsen kost veel energie en met water
alleen redden we het niet. We pinnen hier omdat er in Montezuma geen ATM is. De
weg naar ons eindpunt zou in de resterende zeven kilometer niet moeilijk zijn.
Soms is er een stukje asfalt maar het merendeel bestaat uit hobbelige stenen met
wat gruis ertussen. Hier rijden veel meer auto’s dus ook meer stof. Net voor
Montezuma is de weg naar beneden zo steil en slecht dat we weer van onze fiets
af moeten. We zien de grote oceaan en zijn blij als we in het dorpje zijn. We
zoeken snel een hotelletje, Pension Jenny, op. Montezuma is een relaxed dorpje
pal aan zee. We geven meteen onze was af aan de eigenaresse om deze te laten
wassen.

28
februari
Montezuma.
Ondanks de warmte koelt het ’s avonds wel af, zodat we kunnen slapen. In pension
Jenny voelen we ons niet echt happy. Ze zijn niet gastvrij, boven waar onze
kamer is, is geen stromend water en de keuken die ons ter beschikking staat ziet
er ranzig uit. We gaan op zoek naar een ander hotel. Pension Lucy wordt
aangeraden door de Global Cyclist. We informeren bij de aanwezige toeristen of
het hen bevalt. Sommigen geven aan zelfs langer te zijn gebleven omdat het
pension zo leuk is. Er komt vandaag een kamer vrij, die we dan ook kunnen
krijgen. De rest is allemaal bezet of besproken. We betalen 14.000 ¢. We betalen
eigenlijk alles in colónes, dat is vaak goedkoper dan met dollars. Het hotel
ligt pal aan de grote oceaan en het water klotst bij vloed tegen de muur van het
gebouw aan. We zitten in de tuin van het hotel of liggen in een hangmat te
lezen. Een dagje bijkomen van de zware inspanningen. ’s Avonds eten we in het
dorpje. Het eten bevalt ons goed in Costa Rica. ’s Morgens ontbijten we meestal
met brood met banaan of tonijn. Als er een koelkast in het hotel of pension is
nemen we ook kaas. Samen met thee is dat prima om de dag mee te starten. Tussen
de middag eten we meestal hetzelfde, maar dan onderweg of in het pension. ’s
Avonds eten we met regelmaat Cascado. De nationale maaltijd met rijst, zwarte
bonen, salade, nog wat plaatselijke gerechtjes erbij met rund, kippenvlees of
vis naar keuze. Verder zijn er ook veel restaurants met Italiaanse keuken. Eten
is dus geen probleem in Costa Rica.

1
maart Montezuma
De zee ruist op de achtergrond als we wakker worden. We nemen vandaag de bus
naar
Cabo Blanco, een nationaal park wat acht kilometer verderop ligt. Nadat we
de entree betaald hebben mogen we zelf over een pad dwars door het woud naar de
andere kant lopen, we komen dan bij het strand uit. Onderweg zien we al meteen
een papagaai, even later apen die door de boomtoppen slingeren. We zien vogels
waarvan we de naam niet kennen maar ook kolibries. We horen en zien brulapen.
Een soort hert, een rode specht, grote en kleine hagedissen en veel
verschillende bomen. De wandeling duurt vijf uur. Jammer genoeg hebben we geen
lunch bij ons. We hadden verwacht wel iets te kunnen kopen op het strand. We
eten wat koekjes en fruit dat we bij ons hebben, voordat we terug lopen. De
terugweg gaat een stuk sneller dan de heenweg. De dieren houden siësta, zodat we
minder stilstaan. We lopen vanaf de entree naar het volgende dorpje waar een
supermarktje is en wachten op de bus. Die komt volgens Tico’s tijd (zo noemen
Costaricanen zich zelf) een half uurtje te laat.

2
maart Montezuma
We lopen vanaf het hotel eerst over een weg en dan door een riviertje en komen
uit bij de waterval met verschillende niveaus. Onder bij het grootste verval is
in de ochtend geen zon, dus we klimmen verder de berg op. Via een pad en een
stukje steil afdalen met een touw komen we bij het tweede niveau. Hier is het ’s
morgens lekker rustig. We zwemmen, plonsen en slingeren via een touw het water
in. We lezen wat in ons boek en genieten van de zon. Tegen de middag wordt het
steeds drukker. Groepjes mensen die met de kabelbaan door de bossen trekken,
andere toeristen. Jonge mannen springen van de tweede waterval een 20 meter naar
beneden in het water bassin van de eerste waterval. Ze komen met een klap op het
water. Sommige durven niet zo goed, waardoor het een sport wordt voor diegenen
die wel durven. Na de middag lopen we via een andere route naar beneden en komen
uiteindelijk aan bij ons hotel. Morgen willen we weer verder fietsen en we
informeren hoe we onze fietsen met een voertuig de steile weg naar Cóbano omhoog
kunnen krijgen. Bij een bureau dat ook fietsen verhuurt regelen we een taxibus
waar ook onze fietsen in passen.

3
maart
Caldera 77 kilometer waarvan 18 op de ferry.
Om zeven uur komt een taxi jeep aanrijden. Als de chauffeur uitstapt vragen we
of hij ons vervoer is. Dat is zo. Als we hem wijzen naar de fietsen, maakt hij
een machteloos gebaar van: “ze hebben mij ook maar gestuurd”. Eén fiets gaat
achter tegen de reserveband aan, de andere in de jeep. We zijn blij dat we de
steile en onverharde weg niet meer omhoog hoeven. Het zou ongetwijfeld weer met
zijn tweeën een fiets omhoog duwen zijn geworden. Dat hebben we de voorgaande
dagen teveel gedaan. De bagage gaat in Cóbano weer op de fiets en over het
gladde asfalt kunnen we verder. Soms mogen we wat klimmen, maar voor het
merendeel dalen we af. Wat is Costa Rica toch mooi. Ja, we blijven het zeggen
tegen elkaar. Telkens een andere omgeving en uitzicht. We komen langs een
vliegveldje met een baan om te starten en te landen. Toevallig wint een
vliegtuigje snelheid om net voor de oceaan het luchtruim te kiezen. Een
papegaaien echtpaar komt aanvliegen en stopt in de boom waar wij toevallig
onderdoor fietsen. We stoppen om een foto te maken. In Paguera gaan we op de
ferry en in Puntarenas er weer af. We fietsen naar Caldua. Er is hier zelfs een
fietspad. De weg is behoorlijk druk met trucks die containers vervoeren. De
vrachtwagens zijn zo groot dat achter de eigenlijke cabine nog een heel huis is
voor de chauffeur om te slapen en uit te rusten. Soms zien we een totaal geripte
band van zo’n vrachtwagen naast de weg liggen. Alleen het rubber (anderhalve
meter lang) wat de weg raakt ligt dan als een lap op de grond. Het lijkt met
veel geweld van zo’n vrachtwagen af te vliegen. We fietsen niet ver van de kust.
We zien ook hier grijze pelikanen van uit de lucht vertikaal het water in
schieten om zo de vis die ze zien te vangen. Het hotel dat we hebben ligt aan
een baai van de oceaan. ’s Avonds is er een jetskiër aan het showen in de baai.
Het maakt flink wat herrie totdat de man van zijn jetski valt, maar de
beveiliging niet werkt om de motor uit te schakelen. De jetski koerst op de kust
af. De man aan het roepen om schade aan zijn jetski te voorkomen. We horen veel
mensen in de omgeving lachen. Op de heuvel woedt een brand in een gebied waar
ook bomen staan. Er komt geen brandweer. Waarschijnlijk willen ze zo land
ontginnen om het om te vormen naar landbouwgrond.

4
maart
Jacó 56 kilometer
De wind waait regelmatig in dit land. Vaak vanuit het oosten. Zo ook vandaag
tijdens
de eerste achttien kilometer die we naar het oosten fietsen. Gelukkig hebben we
er niet veel last van. Ze zijn de weg hier opnieuw aan het asfalteren en
herstellen. Wij mogen door het rode verkeerslicht. Auto’s moeten echter lang
wachten omdat er maar één baan vrij is, kilometers lang. Er is hier minder
verkeer. De kilometer aanduidingen op de borden zijn in dit land zeer
wisselvallig en niet logisch. In Coyalor staat Jacó 34 kilometer aangegeven,
ongeveer 300 meter verder is het al 37 en een kilometer verder staat er 45
kilometer aangegeven. Bij Rio de Térraba zijn vanaf de brug in de diepte grote
krokodillen met een lengte van vijf meter te bewonderen. De omgeving is in deze
streek meer van hetzelfde. Soms is er ook landbouw. Net voor Jacó krijgen we nog
een fikse klim naar 250 meter. Met de GPS op kaart heel goed te volgen qua
hoogte en afstand die we nog moeten. Er staat op de track die we van de Global
Cyclist hebben gekregen keurig een top van een berg op. Jacó is een echte
badplaats met veel toeristen. We zijn er al vroeg dus kunnen we ons hier een
halve dag verpozen. Nathan’s place is het pension waar we overnachten. De
eigenaar is een eigenaardige Amerikaan. 30 € voor een kamer. Daarvoor opent hij
zelf het toegangshek. We moeten onze voeten wassen na een strandbezoek. Fietsen
op de kamer heeft hij liever niet, maar het mag wel. Hij zit constant in het
voorportaal, zijn huiskamer, TV te kijken en te eten. We wassen onze
fietskleding uit in een wasbakje en hangen deze aan een lijn op de kamer. TIP:
doorfietsen naar het volgende dorp: Hermosa playa, lijkt leuker en minder
toeristisch.

5
maart
Quepos 67 kilometer
De laatste dagen gaat de wekker rond kwart over zes. Om zeven uur zijn we dan
onderweg. Met de tracklog van de gps hebben we meteen de goede route en hoeven
we ook niet meer te kijken of we een weg wel of niet in moeten. Het routeboekje
houden we nog een beetje in het oog, maar alleen ter bevestiging. Vandaag hebben
we 70 kilometer
vlakke weg. We zien weer bergen in het oosten, De Cordillera de Talamanca. In het
boekje staat dat er wegstukken en bepaalde bruggen slecht zouden zijn. Als wij
in 2009 passeren is alles hersteld op één smalle brug na, waarbij ook al een
nieuwe brug ligt die binnen een paar maanden klaar zal zijn. De vele palmbomen naast de
weg geven de omgeving een exotisch tintje. Een fabriek maakt hier de palmolie.
Het is warm. We nemen een pauze bij een tankstation waar we een flesje fris
nuttigen. Het frist lekker op. In Quepos aangekomen, nemen we het Wide Mouth
Frog hotel. Erg leuk met zwembad waar omheen de kamers gesitueerd zijn. Er is
ook weer een open keuken met koelkast ter beschikking. We hebben geen vast
reisschema en besluiten hier een dag langer te blijven. We boeken een toertje
bij de receptie van het hotel naar het mangrove bos. Dit is vaak een dure versie
van iets wat je in de buurt gaat doen en waaraan iedereen nog iets wil
verdienen. Goedkoper krijg je het echter niet dus we betalen 65 dollar per
persoon.

6
maart
Quepos
We worden voor het toertje opgehaald door de gids met een busje. We zijn met
vijf toeristen en krijgen keurig in het Engels uitleg over de omgeving van
Quepos en de geschiedenis. Na vijftien kilometer komen we aan bij de zee waar de
Mangrove bomen die in zoutwater en het getij van de zee kunnen leven. We krijgen
wat fruit en mogen dan mee in de boot met motor. Het is ook mogelijk per kajak
de bossen te bezoeken, maar dan zie je veel minder. We zien al meteen vogels
onder de hoge boomwortels waaraan de Mangrove bomen te herkennen zijn. De gids
is bioloog en weet veel dieren te vinden. We zien ook kleine krabbetjes, hagedissen,
verschillende vogels en slangen. Kleine krokodillen krijgen we helaas niet te
zien. Wel lekker zo’n tochtje. We gaan tot aan de riviermonding bij de zee. Rond
de middag zijn we weer terug in het hotel en we relaxen wat in San Augusto ook een
mooi stranddorp. Met een bus gaan we weer terug naar ons hotel waar we met 33
graden verkoeling zoeken bij het zwembad.

7
maart
Uvita 64 kilometer
Om de warmte voor te zijn en de onverharde weg van 40 kilometer niet in de volle
zon te hoeven fietsen vertrekken we vroeg. Meteen als het licht is zitten we op
de fiets. De weg is onverhard. We komen na zeven kilometer langs het vliegveld.
De weg is naar verhouding heel goed. We kunnen ondanks het ontbreken van het
asfalt redelijk doorfietsen. Zestien tot twintig kilometer per uur. De zand- en
kiezelweg is voor een groot gedeelte besproeid met water zodat er geen stof
opwaait als we een auto of vrachtwagen tegenkomen. In het begin is er van alles
te doen naast de weg. Op een plek waar niet gesproeid is rijden ons een paar
vrachtwagens voorbij. Dit geeft meteen een stof van jewelste. Soms wordt er aan
de onverharde weg gewerkt. We hoeven niet te klimmen en de omgeving is mooi. We
zien mensen hoog in de bomen palmboomnoten afzagen. Zo nu en dan komen weer een
dorp en een brug tegen. De laatste twaalf kilometer van de onverharde weg is
ronduit slecht. Veel meer hobbelen en knotsen op het zadel. We zijn blij als we
weer op de verharde weg zijn ondanks dat het de moeite waard is om te fietsen.
In Uvita zoeken we hotel Tucan op, een hangmat paradijs. Het is een open schuur
met een bar en een gezamenlijke keuken. Hangmatten, zitjes, tv, eethoek. Er
omheen zijn de kamers geplaatst. Erg leuk. Later zien we twee Zwitserse fietsers
bij het hotel. Er is echter geen plaats meer voor hen, jammer. Het zou wel leuk
geweest zijn om ervaringen over het fietsen uit te wisselen. Ze vertrekken naar
een ander onderkomen. Na zoeken op internet en advies uit het routeboekje van de
Cyclist boeken we via de mail 4 dagen, 3 nachten bij de Punta Marenco lodge. 300
dollar per persoon voor lodge, maaltijden, boottrip er naar toe van drie
kwartier, een dag de jungle met gids, halve dag naar een eiland om te snorkelen
en een halve dag wandeling door de omgeving van de lodge. Costa Rica is groen.
we zien wel veel huizen en andere gebouwen met ijzeren dakplaten De huizen zijn
nagenoeg nooit van steen maar vaak opgebouwd uit houten platen. Op de grond vaak
wel een tegelvloer. Er is regelmatig een voetbalveld en een park in het midden van het
dorp of stad. Ze scheiden hier afval. Er mag, net zoals bij ons, niet gerookt worden in dichte
ruimtes van restaurants of andere openbare gebouwen. Als het een open gebouw
is mag het wel en dat zijn er veel.

8
maart
Sierpe 61 kilometer
60 kilometer over verharde weg zonder veel klimmen. Daar draaien we onze hand
niet meer voor om. We zetten geen wekker. We zullen wel weer wakker worden
wanneer de zon op komt. De achterband van de fiets van Jeannette blijkt lek. Er
zit op de rand van de onder en de zijkant een scherpe doorn in. De band, Swalbe
Marathon XR, is anti-lek, de doorn zit waarschijnlijk net naast de
beschermlaag. Het gaatje is makkelijk gevonden en zo gemaakt. Met vijftien
minuten vertraging vertrekken we alsnog. De oceaankust zien we regelmatig. Wat
kan het leven toch mooi zijn. Voor de pauze maken we gebruik van een bushokje.
Dat ook dienst doet tegen de vele regen die in dit land valt. Nu gebruiken
we het tegen de zon. Als we willen vertrekken zien we de Zwitserse fietsers van
gisteren. We wisselen wat ervaring uit en rijden een stuk met elkaar mee. Ze
zijn in totaal een jaar onderweg per fiets in noord en zuid Amerika. Ze zijn nu
zeven maanden onderweg van Canada naar hier. Ze vliegen over een paar weken naar Utah (USA) terug en willen dan naar Alaska fietsen. Ze heten Julia en Raphael.
In Palmar Norte nemen we afscheid van elkaar met het uitwisselen van de
websites. Altijd leuk om hen bij terugkomst nog te kunnen volgen. Wij fietsen
naar Sierpe en leggen aan bij het hotel Las Margaritas. Voor 10.000 colónes
hebben we een cabina met badkamer. Onze fietsen en overtollige bagage kunnen we
achterlaten als we morgen met de boot naar Punta Marenco varen voor een bezoek
aan het oerwoud.

9
maart
Punta Marenco (nationaal park Corcovado)
We gaan een uur voordat de boot vertrekt naar restaurant Las Vegas, wat aan de
rivier de Sierpe ligt. We worden ontvangen zoals de mail vermeld, door Alex. Met
een snelle boot gaan we de Rio Sierpe af richting zee. Er zijn nog tien andere
toeristen op de boot. We varen tussen mangrove bomen door om een stuk van de
rivier af te snijden en komen op de Grote oceaan. De boot klapt soms hard op de
golven. Bij Punta Marenco worden we afgezet. Daarvoor moet de boot moet achteruit het strand op. Er is nergens een aanlegsteiger. Het laatste stukje moeten we door het water
lopen. Het ziet er al meteen mooi uit met palmbomen en wat gras. Oscar is onze
gids en leidt ons naar onze hut een paar honderd meter verderop. Na de lunch zou
Oscar ons op komen halen voor een kleine tour. Hij komt echter niet opdagen
zodat we zelf maar naar een rivier, een stuk verderop, gaan. Net boven het
strand is een wandelpad langs de gehele kust. We lopen terug via de aanlegplaats
van Punta Marenco. Een leuke plek met gras, rotsen en palmbomen aan zee. De hut
is leuk, alles van hout, helemaal open, alleen gaas op de wanden en het dak van
ijzeren platen bedekt met bananenboom bladeren. Uitzicht over zee. De zon
schijnt totdat we deze in de zee onder zien gaan.

10
maart
Punta Marenco
Als we wakker worden zit er een aapje in onze lodge. Dat lijkt gezellig maar we
jagen hem toch maar snel weer naar buiten. Na het ontbijt in het
restaurant gaan we met de gids flippers passen. We zouden met z’n vieren gaan
snorkelen maar de anderen melden zich af in verband met een buikgriep. Een bootje met
bestuurder komt ons ophalen. Onderweg zien we al meteen walvissen. Er liggen te
veel boten in de buurt dus we varen even later door. Bij het eiland snorkelen we
vanuit de boot. We krijgen privé uitleg en mogen de gids volgen. We zien op
diepte al meteen een paar witte vin haaien. Nadien zien we nog veel meer mooie
vissen met allerlei kleuren.

Hij heeft een kaart bij zich waar alle vissen
opstaan zodat we aan kunnen wijzen welke we zien. De lunch is op het strand. Er
zijn veel meer boten met toeristen die hier komen lunchen. Wel een gezellige
boel. Na de lunch zoeken we de vissen die we nog niet gezien hebben en koersen
dan weer langzaam terug richting lodge. Onderweg zien we nog een bultrug walvis
met zijn kind spelen. Op een gegeven moment komt hij helemaal uit het water en
plonst zo weer terug. Het gaat te snel voor een foto. Ook komt er nog een grote
schildpad even wat lucht happen midden op zee.

11
maart
Punta Marenco
In onze lodge logeert een groep met veertien studenten en vier Amerikanen die vanmorgen
allemaal met de boot gaan vertrekken. Er is dus drukte bij de receptie. Benieuwd
of er vanavond weer nieuwe toeristen zijn of dat we alleen in het lodge hotel
zijn. Er is enkel nog een voetpad. Alles moet hier per boot aangevoerd worden.
Voor de Canovaro forest wandeling met gids worden we opgehaald en 20 minuten
verderop met de groep aan land gezet. De gids heeft een verrekijker bij zich met
statief en laat ons al meteen dieren zien. Hij is heel actief en vertelt veel
over de dieren die we tegenkomen. Zo zien we een luiaard boven in de boom
liggen. En ook drie soorten verschillende apen, papegaaien, gronddieren die
kleine krabbetjes eten, mieren, een kleine kikker en een visarend. We komen als
laatste groep bij de lunchplek en zijn als eerste weer weg naar de waterval.
Hier kunnen we zwemmen en zien we de Jesus Christ Lizzard. Het dier dankt zijn
naam aan het feit dat hij bij angst en nood over water kan lopen.

 
 
12
maart
Sierpe
Onze laatste tour is een wandeling door rancho Corcovado. We lopen met gids
Everest achter het restaurant door en komen meteen al White faced monkeys tegen.
Altijd leuk. Eerst kijken ze de kat uit de boom, als we ze voorbij lopen komen
ze dichterbij. Ze grommen naar ons en laten hun tanden zien. Als we blijven
staan willen ze imponeren door aan de takken te schudden. Wel goed om van
dichtbij mooie foto’s te maken. zonder gids waren we zeker snel doorgelopen. We wandelen door de rivier Claro, die hier verschillende zijtakken heeft.
We zien uilen, mieren en grote bomen totdat
we na twee uur bij de andere tak van rio Claro zijn bij de zee. We lopen zonder
gids nog langs de zee, een pad net van zee door het bos, naar een mooi strand.
In de namiddag worden we, zoals afgesproken, opgehaald door een boot die ons
weer naar Sierpe brengt. De zee is ruw. Zeker bij de overgang van de zee naar de
rivier komen hoge golven. De speedboot heeft moeite om de rivier binnen te
komen. Op de gps zien we dat de boot soms harder dan 60 kilometer/uur gaat. De
mooie zonsondergangen en het forest laten we achter ons.

13
maart
Alajuela 15 en 48 kilometer
We stappen bij zonsopgang weer op de fiets, om een vroege bus te nemen. We kopen
in Palmar Norte een busticket. Bij het loket blijkt dat we meteen met de bus van
kwart over zes mee kunnen, die komt toch altijd te laat. We trekken wat andere
kleren aan en pakken alles in. We zijn net klaar als de bus aan komt rijden. De
fietsen gaan onderin. We helpen de conducteur om de bikes goed onderin te
krijgen. De bus rijdt in vijf uur via de Pan American highway terug naar San
José. De chauffeur stopt
twee keer, we gaan over een pas met een hoogte van 3200 m. Een uur later dan
gepland komen we aan op het busstation van Alajuela. Hier pakken we de laatste
fietsroute van Marco weer op en fietsen om drie uur Alajuela weer binnen en
melden ons bij hotel Mi Tierra. Het is hier veel koeler. Lange broek en shirt
met lange mouwen aan. De kleren die we de terugreis naar Nederland aan willen,
geven we bij Roberto af voor de laundry. Dan hebben we onderweg weer kleren die
niet ruiken. Na een duik in het zwembad zijn we klaar voor de terugreis.

Links
Global Cyclist van Marco Kleijn
http://www.globalcyclist.com/
Reisbureau
http://www.connections.be/nl/
Hotel in Alajuela
http://www.hotelmitierra.net/
Kaart Costa Rica www.itmb.com
hotel www.widemouthfrog.org
Lodge Nationaal park Corcovado www.puntamarenco.com/
Julia en Raphael www.juraz.ch.vu
Nationaal Park
Cabo Blanco


Homepage

|