|

Homepage

Egypte
17
oktober 2002
De reis naar Cairo
Voorbereiding: We lezen ons in via de Lonely Planet en op internet. We sturen
een e-mail naar het Sun Hotel om de eerste nacht te bespreken, zonder taxi. We
maken thuis op de computer een studentenkaart. We reizen met de trein naar
Schiphol. Het is bij de controle veel minder druk dan de vorige keer toen we
niet lang na 11 september 2001 naar Thailand vertrokken. De beveiliging is
aanzienlijk verminderd. Met Al Italia vliegen we eerst naar Rome waar we zeven
uur de tijd hebben om Rome te verkennen. Met een Exprestrein zijn we in een half
uur in het centrum van Rome. We vragen bij een informatiestand een plattegrond
en lopen langs het Colosseum en over het St. Pietersplein, waar de Paus zetelt.
Met de metro reizen we weer terug naar het station om weer met de trein naar het
vliegveld te gaan. Om 22.15 uur vertrekken we met een uur vertraging vanuit Rome
en landen om 01.30 uur in Cairo. Net voor de landing kunnen we het stof al
ruiken. Over Cairo hangt een waas van smog en stof. Bij de bank kopen we
een visum: 2 postzegels voor 20 euro per persoon. De beambte maakt ze geldig met
een
stempel. Onderweg naar de bagage worden we al aangesproken om voor 40 EGP een
taxi te nemen. Dit zou goedkoper moeten kunnen zo hebben we gelezen in de Lonely
Planet. We hebben al snel onze rugzakken. We pinnen eerst Egyptische ponden (EGP)
en lopen de luchthaven uit. Voor een taxi komen we echter niet lager uit dan 40
pond. Kartelvorming. Een vriendelijke taxichauffeur brengt ons scheurend naar
het hotel. Hij legt nog het een en ander uit over Egypte. Midden in de nacht
komen we bij ons hotel aan. Het gebouw lijkt, zo op het eerste gezicht,
behoorlijk aftands. We hebben er geen last van. Het hotel is op de negende
verdieping. We hebben een kamer met twee éénpersoons bedden en een fan aan het
plafond. Het is dan nog 21 graden en we gebruiken onze lakenzakken om in te
slapen.
18
oktober 2002
Cairo
We slapen uit. Tegen tienen kijken we uit ons raam.
Wat een puinhoop, het gebouw
naast ons lijkt wel half gesloopt. Even later zien we dat er ook nog mensen
wonen. Ongelooflijk. Nadien ontbijten we in het hotel, 2 broodjes, boter, jam,
smeerkaas en koffie of thee. We verkennen Cairo te voet. We lopen naar de Nijl.
We zien veel militairen, ze staan echt overal op de uitkijk. Dit om de
fundamentalisten tegen te houden om aanslagen te plegen. Bij elk belangrijk
gebouw staat bewaking. Er gaat geen dreiging van uit, het geeft wel een veilig
gevoel. Mensen zijn vriendelijk tegen ons. Bij Felfela eten we onze lunch. ’s
Middags gaan we naar het Egyptisch museum. Hier staan veel oudheden uit de
grafkamers van de piramides. Ook hier strenge controles. Met onze eigen gemaakte
studentenkaarten komen we voor half geld (10 pond) binnen. Indrukwekkend om al
die oude dingen te zien, de meeste zijn ± 4000 jaar oud. Eenmaal weer buiten,
gaan we op een muurtje zitten en blijven er een tijdje rondhangen. Het is er wel
gezellig en leuk om naar al die mensen te kijken. We lopen terug naar ons hotel.
Als we net binnen willen lopen belt Petra, een vriendin. Ze is op werkbezoek in
Cairo. We wachten buiten een half uurtje op haar. Ondertussen proberen een paar
jonge Egyptische mannen ons over te halen drank voor ze te kopen bij de tax free
shop. Ze kunnen leuk praten. Bij de één trouwt de zus vanavond, bij de ander
morgen. Wij als toerist zouden binnen 24 uur na aankomst 3 liter drank kunnen
kopen, zo beweren zij. Ze willen dat wij dat voor hen doen voor de zogenaamde
trouwpartij. We weigeren, ondanks dat ze blijven aandringen. Uiteindelijk na nog
2 keer bellen heeft Petra ons hotel gevonden. We gaan thee drinken in een
theehuis. Zo kunnen we even wat bijpraten. Petra vliegt vannacht nog terug naar
Nederland. Na een douche eten we in het Felfela restaurant, wat relatief duur
blijkt te zijn. We lopen nog een keer langs de Nijl, het is er druk met lokale
mensen. We moeten echt overal op afdingen, taxi, maar ook op brood.
19
oktober 2002
Cairo
Na het ontbijt rijden we in 10 minuten met een taxi naar het busstation van
Turgoman. Het is aanmerkelijk drukker dan gisteren toen het een vrije dag was
voor de moslims. Voor 3 EGP zijn we bij het busstation. Nu het druk is toetert
iedereen er lustig op los. Ze rijden hier echt kris kras door elkaar. De meeste
auto’s zijn daarom ook flink bekrast en gedeukt. We kopen een buskaartje voor morgen. We
willen dan naar Farafra, een oase in de woestijn ten westen van Cairo. Nadien
zoeken we een bus die naar de piramides gaat. Volgens de Lonely Planet moeten we
een bus 356 of 357 aanhouden. We vragen het hier en daar wat na. Een
“vriendelijke” man, Abraham genaamd, wijst ons de weg. Hij ziet er vrij gewoon
uit. Hij brengt ons naar een lokaal busstation. Abraham legt van alles uit en
helpt ons zelfs de bus in waar we 15 minuten op moeten wachten. Hij stapt ook
in: “ik moet toch die kant op”, zo redeneert hij. Hij probeert ons steeds meer
uit te horen wat we willen doen. Een gids dus, al komt hij niet zo over. Hij wil
voordoen alsof moslims geen kwaad kunnen doen en dat we hem kunnen vertrouwen.
We houden de boot meer en meer af totdat hij inziet dat er aan ons echt niets te
verdienen valt en stapt uit. Allerlei mensen stappen in terwijl de bus nog
rijdt. De busrit kost 25 piaster p.p. Een paar honderd meter voordat we uit
moeten stappen springen drie mannen de bus in. Eén wijst ons de weg waar we uit
moeten stappen. We zeggen meteen tegen elkaar: “guide”. De eerste neemt
afscheid, de tweede loopt met ons mee en probeert ons naar een mannetje te
lokken die een piramidetour verkoopt met paarden en kamelen. Het gebeurd
allemaal heel geraffineerd. We horen het verhaal van de piramidetour aan, maar
gaan er niet op in, het zou 80 EGP p.p. kosten. Te voet over de site gaat prima.
De piramides zijn indrukwekkend, we lopen er omheen. Hier kunnen ook nog zoveel
paarden of kamelen huren als we willen. Met de studentenpas betalen we weer de
helft aan entreegeld (10 EGP p.p.). Overal worden we aangesproken om op een
paard of een kameel rond te trekken. Van vrienden hoorden we al dat er in de
piramides zelf niets te zien zou zijn, we gaan er dan ook niet in

Na 2,5 uur
hebben we de drie piramides met hun tempels en de sfinx gezien. We gaan lukraak
met een bus mee, ze zouden allemaal naar het centrum rijden is ons verteld. Het
is weer druk op de weg, je snapt niet hoe het kan, zo’n chaos. Niemand rijdt
echt hard, maar als voetganger ben je de minste en is het misschien wel het
beste om je ogen dicht te doen en maar over te steken. Wij houden onze ogen toch
maar gewoon open. Op een gegeven moment moet de bus omkeren, zoals alle andere
bussen. We hebben geen idee waarom. We stappen uit en lopen een stuk. Na verloop
van tijd zien we de Nijl en de grote hotels en kantoren die niet ver vanaf ons
hotel liggen. We pakken nog een klein stukje de metro (50 EGP voor 9 haltes). De
metro ziet er netjes uit. Op straat ligt veel meer zwerfafval. Er zijn mensen in
groene overalls die de hele dag de straten en trottoirs schoon vegen. Weer zien
we overal militairen en politie. We kopen een fles water (1,5 EGP) en rusten wat
uit in ons hotel van de zware maar indrukwekkende dag. ’s Avonds gaan we de stad
weer in om wat te eten en te drinken. Als we voor café Riche staan vraagt een
man weer wat we willen. Volgens hem verkoopt café Riche geen alcohol, hij weet
wel een plek waar je dat wel kunt krijgen. Maar het blijkt een saaie tent te
zijn en we vertrekken meteen weer. We nemen ons voor om niet meer zomaar mee te
lopen met mensen die ons aanspreken. Maar het gebeurd hier voordat je het in de
gaten hebt. Soms is het goed bedoeld, een andere keer om vrienden of zichzelf
aan wat geld te helpen. We lopen terug naar een eettentje wat we gisteren al
gezien hebben. Als we willen gaat zitten blijkt dat ze maar 1 gerecht serveren: kosheri. Het blijkt een kosheri restaurant te zijn, vlakbij de Felfela waar we
gisteren geluncht hebben. We kunnen kiezen uit een grote of een kleine portie.
Kosheri bestaat uit rijst, macaroni, spaghetti, gebakken ui, kikkererwten,
linzen en tomatensaus. Het smaakt prima en we eten en drinken met z’n tweeën
voor minder dan 10 EGP. Later drinken we nog wat bij café Riche, waar ze wel
degelijk alcohol verkopen. We lezen wat in de Lonely Planet en checken de mail
nog even.
20
oktober 2002
Oase Bachariyya
Om 07.00 uur vertrekt onze bus richting Farafra. Met de metro gaan we naar het
Turgoman busstation. We hebben besloten om in Bachariyya uit te stappen, omdat
deze oase groter is dan Farafra en waar een safari waarschijnlijk gemakkelijker
te regelen is. Het reeds gekochte kaartje kunnen we niet omwisselen, zo blijkt
bij navraag. Het duurt een uur voordat we Cairo uit zijn. De buschauffeur en
zijn begeleider/kaartjesman hebben een flinke woordenwisseling, we hebben geen
idee waarover. De bus zit nagenoeg vol als we Cairo verlaten. Er zit, behalve
wij tweeën, nog één westerse toeriste in de bus. Eerst zien we nog wel wat huizen
en begroeiing langs de weg. Later alleen maar woestijn. Soms komen we een auto,
bus of vrachtwagen tegen. De bus rijdt hard, we zitten vooraan en zien dat de
teller 120 en soms nog harder aangeeft. We hebben redelijk de ruimte om te
zitten. Ventilatie bestaat uit open ramen en de deur waar het glas uit is. De
bus heeft geen buitenspiegels meer, eraf gereden of zo. De temperatuur is
aangenaam. Er wordt een Arabische video vertoont. We proberen wat te slapen. Na
een paar uur rijden hebben we een stop midden in de woestijn, bij een soort
koffietentje.

Er is drank en eten verkrijgbaar. We hadden zelf van alles bij
ons, we wisten niet van deze stop. Na 25 minuten gaan we weer verder. Na 385 km
door de woestijn zijn we in Bachariyya. We worden bestormd door allerlei jongens
en mannen die ons hun hotel of safari aan willen bieden. Vooraf hebben we via de
Lonely Planet al onze keus laten vallen op hotel Alpenblick. We zien een bordje
van het hotel staan, negeren alles en iedereen om ons heen en beginnen te lopen
richting hotel. De jongen van Alpenblick is trots dat hij ons heeft
“binnengeloodst”. Voor 30 EGP hebben we een kamer zonder douche en ontbijt. Het
ziet er wel leuk uit. Later gaan we op zoek naar een safari. Een safari kost 900
EGP voor 3 dagen en 2 nachten, ongeacht het aantal deelnemers, het maximale
aantal is vier. Aan de andere kant van de oase vinden we een hotel: Old oasis.
De enige toeriste die ook in onze bus zat blijkt hier ook te zijn voor een
safari. We boeken de safari uiteindelijk met z’n drieën, wij twee en een wat
oudere vrouw uit Engeland, Veronica heet ze. Na drie dagen woestijn zullen we
worden afgezet in Farafra, van daaruit kunnen we verder reizen met de bus. Terug
bij het hotel komen we een Nederlands stel tegen, Leontien en Paul. Met Leontien
praten we de hele middag onder het genot van Egyptische thee en Hollandse drop.
Ze hebben wereldreizen gemaakt en zitten vol verhalen. Ze zijn nu voor een
vakantie van vijf weken in Egypte. We wisselen wat ervaringen uit. ’s Avonds
gaan we met hen eten in een restaurantje waar ze 1 menu hebben: rijst,
aardappels, rundvleessoep, groente en brood. De gids van morgen, Karim en
Veronica, onze medereizigster, komen we er ook nog tegen.

21 oktober 2002
White dessert
Om 04.00 uur een flinke herrie. We waren al gewaarschuwd door Leontien en Paul.
Vanuit de moskee horen we via de luidsprekers de Imam schreeuwen naar Allah. Het
lijkt net alsof de Imam naast ons bed zit. Het duurt nog 20 minuten voordat de
gebeden en liederen allemaal zijn gezegd en gezongen. We staan op en lopen na
een bezoek aan een bakker naar het Old Oasis hotel. De landrover staat al klaar
met hout en een windscherm op het dak. We wachten nog even op Veronica en rijden dan
weg. In het dorp koopt Karim nog wat tomaten. We rijden eerst een stuk over een
asfaltweg richting Farafra, om na een tijdje de weg te verlaten en de Black
Desert in te rijden. Wij dachten dat woestijn alleen maar zand zou zijn, maar
hier zien we ook veel rotsen, hier zijn de rotsen van basalt, vandaar de Black Desert.
De landrover is een Toyota Jeep van 20 jaar oud. Hij ziet er ook
behoorlijk aftands uit. Van buiten valt het nog wel mee. Van binnen zit er niet
veel meer in. De stoelen zijn wel goed. De voorruit is gescheurd. De
benzinemotor is al een keer vervangen door een dieselmotor. Achter de jeep hangt
steeds een flinke zwarte rookwolk. Als de motor flink moet werken komt er binnen
in de auto rook via de versnellingspook naar binnen. De ramen staan open, dus
die rook is voor ons niet zo’n probleem. De temperatuur is goed, rond de 30
°C. De ondergrond is vaak redelijk hard, soms moeten we snelheid maken om een
zandplaat of heuvel over te komen. We hopen maar dat de jeep het nog drie dagen
volhoudt. Nadat we een stuk woestijn zijn overgestoken komen we weer op de
asfaltweg. We lunchen bij een bedoeïenhut. Ze hebben er ook een tractor. Karim
spreekt gebrekkig Engels. Er zijn best een aantal oases in dit gebied. Boeren
werken op het land, maar het grootste deel is natuurlijk woestijn. Na de lunch
komen we bij Cristal Mountain. Zoals de naam zegt: er zijn hier veel kristallen
te vinden. We rijden langs een plek waar we “Flowerstones” kunnen vinden. De
zwarte basaltstenen zijn van binnen gevuld met ijzererts. Ze hebben vaak de vorm
van een bloem, vandaar de naam. Als we hier wat langer zijn komt er een andere
jeep aanrijden met Nederlanders. Ze hadden eerst twee jeeps, maar er is er een
stuk gegaan. Ze zitten nu met tien personen in één jeep. Een deel van de mensen
heeft de bagage achter moeten laten in de andere jeep en ze hebben geen water
meer. De gids spreekt nog slechter Engels dan de onze. De reisleiding van het
clubje wil eigenlijk wel terug, maar waar de andere jeep is kan de gids niet
uitleggen. Om ze verder te helpen gaan we vandaag overnachten in hun buurt, in
de White Desert. We rijden er snel naar toe.

Net voor zessen, wanneer de zon
onder gaat, zijn we ter plaatse. De andere gids heeft onze jeep nodig om de
spullen van de Nederlanders op te halen, hij heeft zelf niet genoeg benzine. Ze
komen ook nog wat hout halen om te koken. De maan komt meteen op als de zon
onder is. We beginnen met het opzetten van het windscherm tegen de auto. Later
snijden Veronica en Jeannette de groentes en kookt Karim het eten. Kip wordt
geroosterd op een vuur. Het licht verkrijgen we door het vuur en een klein
lampje dat brand op de accu van de auto. De black chicken, rijst en groentenprut
van tomaat, aardappel, paprika, ui en courgette laten we ons goed smaken. Na het
eten gaat het lichtje weer uit. We genieten van de volle maan, de sterren en het
landschap. Vooral de witte kalkrotsen (tussen de 1 en 4 meter hoog) steken af.
Vincent ziet nog een vallende ster. Later op de avond gaan we naar de andere
groep. We krijgen daar nog een toetje van vers fruit: druiven, granaatappel,
banaan en dadels.
De gidsen spelen op de drum en zingen erbij. Het is een
prachtig gezicht, zeker de meest forse gids. Zijn lichaam schudt en waggelt
helemaal als hij zingt. In eerste instantie gebruikt hij een plastic jerrycan,
later de drum van Karim. Ze schenken een hele zoete muntthee in kleine glaasjes.
Veronica geeft in Engeland les in buikdansen, dat laat ze ons nu ook zien.
Sommige vrouwen praten nog wat na over het uitvallen van de jeep en de paniek
die ze hadden. Dit kan gewoon gebeuren in zo’n land. Daarom plannen wij ook
niets en zien we wel waar we uitkomen. We gaan terug naar onze jeep om te
slapen. De maan verlicht het landschap. Door de witte heuveltjes is alles goed
te zien. We slapen onder de sterren, achter het windscherm. Het is heerlijk
stil. Om 05.00 uur staan Veronica en Jeannette op om de zonsopgang te zien. De
lucht wordt van roze naar knaloranje. Na de zonsopgang gaan ze weer slapen.
22
oktober 2002
Western Desert
Bij het opstaan schijnt de zon al sterk. Het is warmer dan gisteren. We krijgen
een ontbijt met Egyptisch brood, jam en smeerkaas. Nadat alles weer in en op de
jeep is geladen vertrekken we. Eerst door de White Desert. Later doorkruisen we
een stuk land waar men met een kraan een soort brede diepe sleuven graaft, waar
dan water in naar boven komt. Dit kunnen ze dan weer gebruiken voor bevloeiing
van de landbouwgronden. Nu rijden we over een stenig stuk met stukjes rots
tussen de 10 en 30 cm hoog.

De jeep hobbelt zo dat we hierdoor maar langzaam
vooruit komen. Soms stoppen we even om een foto te maken. Na een tijdje krijgen
we weer wat meer zand en komen we aan bij de “Magic Spring”. Een kleine oase met
een doorsnede van ± 20 m met daarin een bron die drinkbaar water geeft. De
legende vertelt dat de bron alleen loopt als er mensen of dieren in de buurt
zijn. We zullen hier ongeveer drie uren blijven. We kijken eerst bij de bron.
Daarna lopen we naar de “Drie Mummies”. Het blijken drie skeletten te zijn in
een grot. Nadien verpozen we ons wat met het lezen van ons boek in de schaduw.
De lunch bestaat uit brood, bonenprut en komkommer met fetakaas. We rijden nog
langs een bron en een oase.
We komen door gevarieerde stukken woestijn. Later
komen we in de “Western Desert”. Hier passeren we nog een groep toeristen met
kamelen. Later slaan we in dit deel van de woestijn ook onze “tent” op en
genieten van een mooie zonsondergang. Normaal wassen we ons zelf tijdens het
wandelen altijd. Hier in de woestijn hebben we dit nog helemaal niet gedaan. We
zweten weinig en niemand wast zich, we hebben er dan ook niet zo’n last van.
Karim maakt weer eten voor ons drieën. Dit keer macaroni, beef uit blik,
groenten en rauwkost. Hij stookt dit warm met het meegebrachte hout. Later wordt
het vuurtje wat groter. We drinken de heel zoete bedoeïenthee. Op verzoek maakt
Karim ook nog koffie. De voertaal is Engels. De volle maan komt achter de bergen
vandaan, het wordt weer licht. We slapen bij het vuur.

23
oktober 2002
Dachla
We worden niet door de hete zon gewekt, want deze schijnt nog achter de berg. We
krijgen een ontbijt met warme bonen, brood, jam en smeerkaas. Ondertussen
schijnt de zon al weer fel. Een uurtje later rijden we al weer. Eerst de
woestijn uit; over de asfaltweg naar Farafra. Karim leidt ons langs een
hotspring naar het oude gedeelte van Farafra. Net voordat we daar zijn is de
linkerachterband van de jeep lek. Het was een keer te verwachten. Er lag al een
kleinere reserveband op. Terwijl Karim de band verwisseld bekijken we de oude
stad. Nadien pikt hij ons weer op en we rijden naar een museum van een man die
al de kunst zelf gemaakt heeft. Een huis met allerlei verschillende soorten
kunst. Beelden, schilderijen met allerlei soorten materialen. Entree is gratis.
Je kunt er naar eigen inzicht kaarten kopen of wat doneren. Het is er ontzettend
leuk. Nadien brengt Karim ons naar de straat waar de bus stopt. We betalen hem
en nemen afscheid. We worden “opgevangen” door een man met een lange zwarte jas.
Hij vertelt ons over de bus, die pas over een aantal uur zou komen. En over een
minibus die we kunnen nemen die bijna meteen zal vertrekken. Alles kost 15 EGP.
Een Maleisische toerist (Lee) komt bij ons zitten en wil er ook het fijne van
weten. Uiteindelijk regelen we met hem dat een chauffeur ons met zijn vieren
naar Dachla brengt. We betalen voor 7 personen als we nu meteen vertrekken. We
betalen 25 EGP per persoon. Als we vertrekken wil de man met de lange zwarte jas
dat we ineens 15 EGP voor de thee betalen. Normaal is dit 1 pond per kop thee.
Hij is niet de eigenaar van de zaak. Vincent betaalt 3 pond aan de eigenaar. De
man met de lange jas probeert boos te doen en zegt het er niet mee eens te zijn.
De chauffeur die ons weg zal brengen staat achter hem en bevestigd ons, in het
weigeren teveel te betalen, met een knipoog. De man probeert meer te krijgen
maar het lukt hem dus niet. Een half uurtje later vertrekken we. De chauffeur
probeert nu weer op zijn beurt meer mensen mee te nemen. Dit lukt hem voor de
voorbank. Hij wil ook op onze banken meer mensen te zetten. Dit accepteren we
niet. Alleen als we ook veel minder betalen. De rugzakken liggen in de flightbags op het dak. Het is een rechte weg van 300 km lang (5 uur). Lee stopt
in El Qasr, 30 km voor het eindpunt uit. Later komen we in Dachla. De chauffeur wil
ons naar het Anwan hotel hebben. We nemen het El Furlan hotel omdat het door
Leontien en Paul is aangeraden. De chauffeur probeert bij ons hotel ook nog wat
geld los te krijgen omdat hij ons gebracht heeft en dit hotel zou hebben
aangeprezen, zo legt de hotel eigenaar ons later uit. De chauffeur krijgt niets.
We nemen een 2 persoonskamer zonder douche en zonder ontbijt voor 20 pond. We
wassen onze kleren en drogen ze op een waslijntje. Nadien gaan we met Veronica
eten in het Anwan hotel om zo het dorp wat te verkennen. De eigenaar van het
Anwan hotel legt van alles uit over de bussen die naar Cairo en Luxor rijden en
over de trips die hij kan aanbieden. We eten er het algemene menu van kip,
macaroni, aardappel en brood voor 12 pond. Terug in ons hotel zien we de Frans
sprekende Egyptenaar weer die ons vriendelijk verwelkomde in het hotel. We
drinken en praten in de tuin van het hotel. Hij geeft hier les in de Franse
taal. Hij reist ook regelmatig naar Frankrijk. Hij heeft daar vrienden
wonen. Het reizen is wel moeilijker geworden sinds de aanslagen van 11 september
2001. Rond half elf gaan we richting hotelkamer. De kleren zijn, mede door de
ventilator, al bijna droog. We besluiten om niet naar Luxor gaan. Zo hebben we
meer tijd in Dachla en hoeven minder te reizen.
24
oktober 2002
Dachla
’s Morgens is er weer een hoop herrie. De islam wordt hier uitgedragen. Het hele
dorp mag daarvan meegenieten. We zien Veronica al vrij snel weer terug. We
kijken waar ze voor vanavond een buskaartje naar al Kharga verkopen. Bij navraag
blijkt dit gewoon in de bus te kunnen. Onderweg naar het station kopen we
bananen. 1 kg voor 2 ½ pond en eten pannenkoek als ontbijt (2 pond) bij een
kraampje. Er zit veel poedersuiker op. Eerst staan we nog voor een verkeerde
bus. We worden door een paar jongens naar de goede auto geleid.
El Qasr. Het is
een auto met een laadbak waarop een huif zit. Voor Vincent veel te klein. Hij
zit met zijn hoofd tegen het ijzeren dak. De mensen stappen in en uit. Door het
drukken op een knop gaat er een bel en de chauffeur stopt dan. Er zitten 14
mensen in, helemaal vol. Na 30 minuten zijn we in El Qasr. We stappen uit bij
het hotel van Lee. Hij komt toevallig net zijn hotel uit lopen. We lopen
gezamenlijk naar de oude stad van El Qasr. 1000 jaar oude gebouwen. Gidsen
proberen zich weer op te dringen. We houden ze af. Nadien gaan we in de tuin van
het hotel van Lee zitten. We eten gebakken vis. We blijven er een tijdje praten
met de eigenaar, Lee en Veronica. Het is te heet om iets anders te doen. Maar zo
onder een paar bomen zitten is wel lekker. Na drieën lopen Lee en wij een keer
rond het dorp. Veronica gaat terug naar Dachla om naar Luxor te reizen. Kinderen
zeggen hallo en komen met ons praten. 1 meisje van 13 kan zich goed verstaanbaar
maken in het Engels. Dit leren ze hier
op school. Op een gegeven moment lopen er
wel 15 kinderen om ons heen. Nadien gaat Lee naar het dorpje Mut en gaan wij de
zandduinen bezichtigen, 3 km buiten de stad. We gaan met een minibusje die
telkens 50 piaster p.p. kost, het maakt dan niet uit hoelang je mee gaat. De
zandduinen zijn mooi nu de zon gaat strijken. Nadien rijden we met een minibus
terug naar Mut. We willen nog naar de bank om geld te halen. Deze is echter
gesloten en op hele andere tijden open dan in de Lonely Planet aangegeven staat.
Veronica zit nog met de leraar Frans in de tuin. Ze kan pas om 19 uur met de bus
mee. De leraar Marghi wil ons geld wel wisselen. Hij gaat vaker naar Frankrijk
op vakantie en kan het geld dan gebruiken. Nadien eten we in de tuin, kip,
salade, brood en chips 10 EGP. p.p. We wandelen met zijn tweeën door het
dorp en zien een bruiloft. Een buitenplaats is verlicht met allerlei kleurige
platen, bloemen en lampen. Er zijn zitbanken die vooral bezet zijn met vrouwen.
De mannen staan achter tegen de muren. Oudere mannen zitten aan de buitenkant.
We blijven staan om te kijken. Verschillende mannen komen ons uitnodigen om te
gaan zitten. We houden dit af. Verder is er geen toerist te zien. Voorin zit op
een podium het echtpaar in grote troonachtige stoelen. De vrouwen dansen voor
het echtpaar. Op een gegeven moment komen ze ons frisdrank en een zuurtje
aanbieden. We krijgen als eerste van alle gasten te drinken. We schamen ons
eigenlijk. Nadien krijgen de familie en kennissen ook iets te drinken. Wel mooi
om zoiets mee te maken. Raar dat we als toeristen bijna als voorname gasten
behandeld worden. We lopen nog wat rond. Er zijn veel mannetjes met ezels voor
een karretje aan het rondrijden. Dit ziet er fraai uit.

25
oktober 2002
Dachla
Vannacht worden we niet wakker van de Imam. We lopen de straat op om te ontbijten.
We zien een broodfabriekje waar ze Egyptisch brood maken. Ronde platte bruine
broden die wij kennen van de shoarmabroodjes, maar dan van 20 cm doorsnee en 1
cm hoog. We willen er 3 en krijgen deze. Ik geef 25 piaster. We krijgen er nog 2
bij. Een brood kost dus 5 piaster ± 1 eurocent. Op een bankje langs de weg
ontbijten we. Nadien lopen we nog wat door het dorp. Vrouwen lopen gesluierd. In
de middag begint men in de moskeen weer teksten uit de koran te zingen. Alles
door elkaar lijkt het nergens op. Er zijn niet veel toeristen hier. We zien
alleen een paar Fransen, Lee en Veronica hier rondlopen. Een paar jeeps met
georganiseerde reizigers komen door het dorp gereden. De meeste huizen in Egypte
zijn niet afgewerkt. De bovenetage is meestal nog in aanbouw. Zo hoeven ze geen
belasting te betalen voor het gebouw. Zo zijn de wetten hier. Het is
waarschijnlijk wel goedkoper, maar een dorp ziet er zodoende niet uit. ’s
Middags lezen we een boek in de tuin van ons hotel. We zien ook Lee weer. Met
hem lopen we in de namiddag door de “oude stad” van Dachla.
Er zijn nog
graftombes waar we de skeletten nog zien liggen. Kinderen komen weer op ons af.
“Hello, give me a pen” zeggen ze direct. Oude mensen die naast het zandpad
zitten te kijken. De omgeving is fotogeniek. Op de gevels van de huizen zien we met regelmaat
een vliegtuig en gebouwen van Mekka. Dit geeft aan dat iemand in dat huis op
bedevaart naar Mekka is geweest. Nadien kijken we naar de zonsondergang bij de
zandduinen. We lopen gedrieën terug. Na een douche eten we in een klein
Egyptische restaurantje, met een klein, gedrongen uitbatertje. Er is zoals
gewoonlijk één menu. Dit maal Kebab, brood, aardappelen soep en salade. We zijn
de enige gasten. Hij maakt het vlees, aan een spies op een houtskoolvuurtje,
gaar. 9 pond. Hij heeft alleen thee te drinken. Bij een winkeltje, een deur
verder, halen we een fles water. Best grappig. De vliegen jagen we zo nu en dan
weg. We kopen op de weg terug naar het hotel wat extra etenswaren voor de
reisdag van morgen. We lopen naar het ticketbureautje. Een kaartje voor de bus
naar Asyut kunnen we morgen alleen in de bus kopen. Zo vertelt een man die in
een hokje van 2 bij 2½ meter tot zijn beschikking heeft. ’s Avonds verpozen we
ons in het hotel. Ook Lee komt dan weer bij ons zitten. We kiezen voor het
achterland van Egypte in plaats van de toeristische gedeelten. Er is hier weinig
politie op de been in het achterland.
26
oktober 2002
Terugreis naar Cairo
Deze dag staat in het teken van terugreizen naar Cairo. Voor zessen zijn we
samen met Lee die naar Luxor reist bij de bushalte. We lopen toch nog een keer
bij het ticketbureau binnen. Nu kunnen we er wel een kaartje kopen. Ook Lee moet
eerst naar Asyut reizen. Sinds 11 september is er veel minder toerisme waardoor
de busverbinding naar Luxor is komen te vervallen. Voor 16 pond p.p. hebben we
een zitplaats. Deze zijn op stoel genummerd. In deze week hebben we geleerd om
cijfers in het Arabisch te lezen. Maar op een met de hand geschreven
formuliertje is het nog moeilijk herkennen. Een man wijst ons de weg.
Er zitten
hier prachtige gezichten in de bus. Een echt oude man met een gerimpeld gezicht en
een baard van een paar dagen. Er wordt niet gerookt in de bus. Moslims, zo
blijkt hier, doen zogenaamd niet iets wat een ander zou schaden. In een boek wat
Vincent tijdens deze reis leest staat dat ze hier heel ver in kunnen gaan.
Moslimvrouwen moeten daarom ook een hoofddoek dragen. De man wordt uitgedaagd
door mooie vrouwen. De hormonen van de man beginnen op te spelen. Het is dan
moeilijker zich te beheersen. De man heeft dan het recht om hiertegen beschermd
te worden. Al dus een boek van Joris Luyendijk, "Een goed man slaat soms zijn
vrouw” ISBN 90-5759-102.2 Een boek van een Amsterdammer die een jaar in Cairo
studeert om te onderzoeken of de islam samen gaat met democratie. Het boek
beschrijft hoe een gemiddelde Caironees denkt. Het is een goed boek om de
achtergronden van het volk beter te begrijpen. Onderweg braakt een man in de bus
op de trap van de uitgang. Alles gaat gewoon door. De bus rijdt door de
woestijn. Ook hier is maar één weg. Eerst naar Kargha. Hier spuiten ze de
achteruitgang van de trap schoon van braaksel. Om daarna verder te reizen naar Asyut.
Zeven uur later komen we er aan. Bij het treinstation van Asyut worden we meteen
opgevangen door politiemannen. Ze helpen ons een ticket te kopen. Ook hier werkt
onze studentenkaart kostenbesparend. De politie beschermd ons tegen de inwoners.
We worden in een drukke stationskantine gezet in afwachting van onze trein. Het
perron staat vol mensen, allemaal Egyptenaren. Wij zijn de enige toeristen. We
moeten eerst door een metaaldetector, net als iedereen. Na 40 minuten komen ze ons
halen omdat onze trein er is. Er is veel politie op de been. Alles om een
aanslag van fundamentalisten te voorkomen. We hebben veel bekijks. Mensen komen
door de deur van de stationsrestauratie kijken hoe wij er bij zitten. We hebben
voor de tweede klasse kaartjes gevraagd en betaald, maar voor eerste klas
gekregen. We zitten lekker ruim. Door het lezen van een boek gaat de tijd snel
voorbij. De trein boemelt wat en stopt veelvuldig. Tegen achten komen we op het
treinstation van Cairo. We nemen meteen de metro naar Sadat. Het metrostation
vlak bij het New Sun Hotel. Hier nemen we weer een kamer. Na een douche,
bezoeken we een Pizzahut. Een keer iets anders dan kip, pasta en groente. Na een
kort bezoek aan café Riche is de dag alweer voorbij. Iedereen wil een westerling
groeten. Ook in de avonduren. De Islam schrijft hulp aan vreemden voor (plicht).
Maar tussen hulp aanbieden en geld ervoor vragen zit hier volgens ons niet veel
ruimte. In Egypte altijd vragen wat het kost. Anders rukken ze je er onder. Hoe
vertrouwt ze ook proberen over te komen, of pretenderen te zijn.

Zondag 27 oktober 2002
Terugreis naar Nederland
We reizen met de metro naar Mohammed Naguib station. We lopen vandaar naar Khan
al khalili. Hier is de markt van Cairo. Vele winkeltjes en stalletjes. Bij de
een vragen ze voor een paar boekenleggers 2 pond bij een volgende 15 pond.
Waarschijnlijk kunnen we ze ook voor 1 krijgen. Op de markt zijn veel Egyptische
mensen maar toeristen worden ook met bussen af en aangereden. We zijn van plan
een drum te kopen. Als we laten merken iets leuk te vinden dan starten de
verkopers meteen al met een hoge vraagprijs. Dus hier en daar eens weglopen. Zo
kom je achter de prijs die er voor staat. We kopen een granieten borstbeeld van
een farao. Leuk voor in tuin, zo denken we. Ze vragen eerst 250 pond, wij bieden
75. Ook hier proberen we regelmatig weg te lopen. Hij houdt ons telkens tegen.
We komen op 105 pond uit. ± 23 euro. We kopen een drum met kamelenhuid. De
mensen zijn hier soms verbaal wat agressiever tegen toeristen vooral op straat.
Mannen denken hier dat ze zich tegenover een vrouw zonder hoofddoek niet hoeven
te gedragen. Het is voor een westerling niet goed te begrijpen hoe zij denken.
En zij weten niet hoe wij denken. Een wereld van verschil. Zo ervaren we het
wel. Tegen de avond lopen we nog een keer naar de Nijl. Vele jonge stelletjes
lopen hier rond of staan te praten. Het is best gezellig zo tussen het drukke
verkeer. Bootjes varen over de rivier, mensen proberen hun brood of maïskolven
te verkopen. Midden in de nacht vliegen we weer terug naar Nederland.


Homepage

Hebt u vragen, op- of aanmerkingen?
Stuur ons uw
reactie. !
|