|

Homepage


Fietsen in Zuid Portugal
Een fietstocht van 13 dagen.

30 augustus
Faro - Quarteira 25 km
Onze voorbereiding op de reis wordt een automatisme. We printen de paklijst uit
en gooien de spullen bij elkaar. Omdat we met Ryanair vliegen kunnen we in
verband met de kilo’s niet meer meenemen dan op de inpaklijst staat. Geen extra
en makkelijke levensmiddelen bijvoorbeeld. Een hoofdlampje, wat we al een tijdje
kwijt zijn en het soepbakje van de messkit, wat in Turkije achter is gebleven,
lenen we bij de vader van Jeannette. We halen twee fietsdozen bij de
plaatselijke fietsenmaker. De spullen van de inpaklijst proppen we in de
flightbags. De dozen vouwen we een keer dubbel en gaan samen met de fietsen
achter in de bestelauto. ’s Morgens rijden we naar Charleroi. Dumpen daar de
spullen op de stoep voor de luchthaven. Eén fiets gaat samen met Jeannette in de
auto naar het dorpje Ransar, waar we de auto in een parkeerhaven van een straat
achterlaten. Drie km terugfietsen naar de luchthaven en 140 euro parkeergeld
uitgespaard. In Faro weten we dat de camping, die aangegeven staat op het
vliegveld, tijdelijk gesloten is. 25 km verderop, in Quarteira, is de
dichtstbijzijnde camping. Daar willen we onze tent opzetten. Bij één van de
tankstations tanken we voor één euro onze brandstoffles hartstikke vol. Gelukkig
is er ook nog een supermarkt open. In de boekjes staat dat ze gesloten zijn op
zaterdagmiddag, maar veel winkels zijn gewoon open. Eenmaal ingecheckt op de
camping zoeken we een plekje. De ondergrond is ronduit zanderig. Gras is er
niet. Als we de tent op willen zetten komen we er achter dat onze
voorbereidingsmethodes ietwat te onbekommerd aan het worden zijn. De tent
stokken hebben rare krommingen. Iets wat bij een tunneltent niet past. We hebben
stokken van een verkeerde tent bij ons!!!...???+~! Wat nu? In het dorpje zoeken
we naar winkels met tentstokken. Die hebben ze natuurlijk niet. Op de camping
zelf hebben ze nog wel een goedkoop iglotentje te koop in de kampwinkel. De
stokken passen op onze eigen tent. De stokken die we bij ons hebben, verbouwen
we, zodat ook deze passen. Een paar uur later staat onze tent alsnog. Het is
natuurlijk mooi weer in Portugal en nog druk op de camping.
Zondag 31 augustus
Quarteira - Silves 67,3 km
Het is voor september nog druk op de camping. ’s Nachts worden er, al snurkend,
hele bossen doorgezaagd, oordopjes in dus. ’s Morgens zoeken we bij Loulé de
route (nr. 12) op. We gebruiken hier het routeboekje van Luc Oteman voor:
“Fietsen in Zuid Portugal”. Dit boekje geeft grofweg de te doorkruisen plaatsen
en wegnummers aan. De aanvulling met de kaartjes waar de routes opstaan is
voldoende. Ook erg handig zijn de hoogtes die in een grafiekje staan aangegeven.
Verder beschrijft Luc informatie van de omgeving. We fietsen richting Silves
door dorpjes met witte huizen. De asfaltweg is prima. Het valt ons op dat er
veel afval naast de weg ligt. Kleine stukjes klimmen en dalen bepalen de dag.
Boomgaarden met olijven en zwarte harde bonen waarvan we niet weten wat het
zijn. In Silves is geen camping. Luc beschrijft een hostel bij de Romaanse brug
voor 25 euro. De eigenaar vraagt 35 maar uiteindelijk komen we uit op 30 euro
voor een kamer. We gaan wat drinken in het dorpje. Er zijn veel terrassen. Om
zes uur krijgen we honger. We zijn nog niet omgeschakeld naar de zuid Europese
etenstijden. De vraag is of we met al dat gefiets kunnen wachten tot acht of
negen uur om te eten. Meestal krijgen we wel eerder trek, na een energievretende
dag. Om zeven uur is het personeel van een pizzeria de tafels buiten aan het
dekken. We vragen meteen of we kunnen bestellen.

1
september
Silves - Salema 61,4 km
We missen vandaag een stukje van de route in het boekje op de mooie kaartjes van
Luc Oteman. We hebben een kopie van de Michelingids bij ons waar we het
overzicht van de route op bij kunnen houden. We fietsen volgens de route een
onverharde weg in. Via een oude kapotte asfaltweg gaan we onder de snelweg door.
Nadien raken we het pad bijster. Precies op de plek waar we ook in het boekje de
route missen. We komen in Portimão en vinden de route weer op de N125.
Kilometers verder verlaten we de drukke weg voor landweggetjes. Onderweg komen
we leuke gepleisterde dorpjes tegen.

Ook een muur van kurkbasten die liggen te
drogen. Onderweg zien we irrigatiekanaaltjes en aquaducten. In het landschap
staan ook oude putten en molens waar vroeger het water via een rad omhoog werd
gebracht om de akkers en boomgaarden te bevloeien. Enorme cactussen sieren de
kant van de weg. In de verte zien we moderne windmolens die energie op moeten
wekken, geplaatst met EU subsidie. De witte huizen hebben blauwe banden om de
deuren en ramen. Onze planning is om naar Sagres te fietsen. Bij de afslag van
Salema besluiten we hier op de camping te gaan en morgen na een korte rit naar
Sagres de rest van de dag rustig aan te doen. De campingeigenaresse is
Nederlands en heeft ook zoals in Nederland douchemuntjes. Als er echter twee
mensen onder de douche staan hebben we de helft van het warme water. Bij
Jeannette laat het warme water het na 1 minuut al helemaal afweten.

2
september, 23 km
Salema – Sagres
Kort dagje, eigenlijk een dagje vrij. De route volgt de nieuwe fietsroute
“Ecovia do Algarve”. Een fietsroute die momenteel wordt ontwikkeld, 214 km lang
over de hele Portugese zuidkust. Vanaf Villa do Bispo volgen we het pad met gele
paaltjes en een fietser erop. In Sagres doe we inkopen waarna we de camping
opzoeken. De zon schijnt flink. ’s Middags bezoeken we Cabo de São Vicente. Het
meest westelijke puntje van het vasteland van Europa. Toeristen komen af en aan.
Het landschap is weids, weinig bomen te zien. De kust is rotsachtig, de kliffen
zijn 75 m hoog. Soms is er een zandstrandje aan het water. De vuurtoren markeert
het eindpuntje van de landtong. De camping heeft voldoende schaduw. Er is geen
gras. Wel grote dennennaalden.

3
september, 66 km
Sagres – Odeceixe
Een uur na het opstaan zijn we klaar met ontbijten en gereed voor vertrek. We
fietsen weer richting de kaap van het einde van Europa, waar de aarde eindigt en
de zee begint. De omgeving is vlak, rotsig met lage struiken. Geen boom te zien.
We nemen de binnenweg terug naar Villa do Bispo. Eerst over asfalt en dan over
de beloofde onverharde weg. Onze hybrides zijn er niet voor gemaakt om op keien
te fietsen. Bij een huisje met schuren liggen twee honden. Ze liggen gelukkig
vast. Jeannette houdt niet van honden, ze is vroeger ooit eens door gebeten. Als
we langs de volgende woning rijden, schieten er ineens een stuk of zeven grote
honden op ons af. Ze blaffen geweldig. We bedreigen ze ook met schreeuwen, water
uit de bidon en de dazer. Dat houdt ze gelukkig op afstand totdat de boer ze tot
de orde roept. Het is een kale en ruige omgeving. Net voor het dorpje wordt de
weg weer asfalt. De weg naar Aljezur is mooi en rustig. Auto’s rijden ruim om
ons heen. Via Aljezur waar we in een parkje lunchen is de weg wat drukker. Niet
ver na Odeceixe vinden we de aangegeven camping. Onderweg hebben we geen last
van beestjes en vliegen die in je ogen of mond kunnen vliegen. Zo nu en dan zien
we de zee. Hier en daar een kudde koeien in een wei. Een met hooi geladen kar
waar een oude man bij loopt draait net voordat we het digitaal vast kunnen
leggen. De graanmolens lijken geen echte molens maar speelgoed. De weg is twee
auto’s breed. Een auto wacht achter ons wanneer we een heuveltje op gaan en hij
geen overzicht heeft of hij in kan halen. Zo gauw we zien dat er gaan
tegenligger komt geven we met een armbeweging aan dat ze voorbij kunnen. De
chauffeur toetert dan vaak als bedankje. De mensen hebben hier geen haast.

4
september, 66 km
Odeceixe – Vila Nova de Milfontes
Het is vandaag voor de verandering eens bewolkt. Ook wel eens lekker, een dagje
niet in de zon fietsen. We vervolgen de N120 om in São Teotónio wat boodschappen
te doen. We verlaten de N-weg richting Estibeira. Deze weg is smaller, slechter
qua wegdek, maar ook veel drukker. Net voordat we São Teotónio uit fietsen valt
er wat regen. We worden er niet nat van. Bij Fontinha vergeten we af te slaan
zodat we 6 km te ver de N393 opkomen. Weer terug richting Odemira. De weg naar
São Luis is rustig en mooi. Bijna prairieachtig. Bruin gras. De maïs is een
halve meter hoog. De bomen groen. Eerst zien we Zambujeiras waar we op een
pleintje onze lunch nuttigen. Een dag waarin we flink mogen klimmen, eerst
telkens 100 of 200 m omhoog, dan telkens kleinere hoogtes. Het blijft maar op en
neer gaan. Even verder staat Castelão aangegeven. Bij São Luis verlaten we de
route, om naar de camping van Villa Nova de Milfontes te fietsen. Rond drie uur
in de middag komen we daar aan.

5
september, 69 km
Villa Nova de Milfontes – Costa de Sto. André
We verlaten Milfontes richting Cercal maar nemen de weg via Malpensado. De wind
waait ons in de rug waardoor we extra snel gaan. Bovendien is het redelijk vlak.
Bij Tanganheira komen we weer op de route. De omgeving is alsof we in een
western rijden, alleen geen grote ranches maar soms wat kleine huisjes. Ook zijn
er minder koeien. We klimmen naar 300 m. In Santiago de Cacém gaan we winkelen.
Bevoorrading is geen probleem. We fietsen telkens van camping naar camping.
Tussen acht en negen stappen we op de fiets en rond drie uur in de middag staan
we weer op een camping. Op elke camping is ook nog wel een supermarkt en/of een
restaurantje. We verlaten de route en fietsen naar André waar een camping is.
Nadat we de tent opgezet hebben fietsen we naar de zee. Het blijft hard waaien.
Om even uit de wind te zijn, drinken we in een strandtentje wat. Verder is het
niet commercieel. Wel mooi strand. Portugal is een mooi land. Op de camping is
in Portugal bijna nergens gras, alleen bij de ingang van de camping goed
bijgehouden. We berekenen de fietsroute mogelijkheden en we besluiten om
Lissabon te gaan bezoeken. Dit betekent dat we een paar dagen fietsen moeten
overbruggen met de trein, omdat we anders niet op tijd terug zijn in Faro voor
onze vlucht naar huis.

6
september, 59 km
Costa de Sto. André – Outâo
De wind valt weg. Het is niet druk op de N261. Des te dichter we bij het veer in
Troja komen, des te minder verkeer er is. Rond Casa Branca zien we veel
ooievaars op de nesten en in de lucht. Ze klepperen er lustig op los. De
omgeving bestaat verder uit rijstvelden. Een irrigatiesloot zorgt voor het
water. Op de landtong die uitsteekt naar Setubal is eigenlijk alleen de weg nog.
Op het eind van de landtong is er ineens weer toerisme. Er zijn grote
appartementencomplexen en hotels. Hier nemen we de ferry naar Setubal. We
vervolgen onze route vlak langs de zee. In Outâo zoeken we de camping op. In het
boekje staat de camping minder rooskleurig beschreven. Wij vinden het een prima
camping. Op de camping is een kleine winkel. We zitten vlak aan zee en hebben
vanuit ons plaatsje uitzicht over die zee. Outâo is eigenlijk alleen een grote
cementfabriek en dus geen plaatsje met een supermarkt.

Zondag 7
september, 70 km
Outâo – Lissabon
We kiezen voor de route via de Serra da Arrábida. De hoger gelegen route die wel
extra hoogtemeters met zich mee brengt. Niet zo’n probleem op een zonnige
zondagochtend. Eerst de cementfabriek voorbij. Een stuk hoger zien we de groeve
waar de fabriek zijn delfstof van de berg haalt. Er is bijna geen verkeer. In de
verte zien we Lissabon al liggen. Eenmaal over de top van 400 meter zien we ook
veel Portugezen op een racefiets en mountainbikes. Verder mogen we over een
onverharde weg. We zien voor het eerst ook vakantiefietsers. Een stel met
fietsen en bepakking zitten te pauzeren in de zon. Via leuke kleine dorpjes
komen we weer bij het water. We moeten van de politie even aan de kant omdat de
wielerronde van Portugal ons tegemoet komt. We rapen een paar weggegooide bidons
van de renners op. In Seixal zijn we net op tijd om met het pont mee naar de
overkant van de Rio Tego, oftewel de Taag, waar Lissabon ligt, te kunnen. Hier
zoeken we de stadscamping op. Onderweg zien we een supermercado die toevallig
open is op zondag. eigenlijk zouden ze dicht zijn.

8-9 en 10 september
De stadcamping ziet er leuk uit. Veel verschillende plekjes met hoogte
verschillen. We treffen een Zwitsers echtpaar wat in twee jaar de wereld over
wil reizen per fiets. Ze zijn momenteel aan het regelen dat ze met een
vrachtschip mee naar Brazilië kunnen varen. Dit schijnt nog niet echt te lukken
omdat ze op een Europese boot niet meer mee mogen. Lissabon is een leuke relaxte
stad. De mensen, de straten, alles doet rustig aan. De Portugezen zijn ook niet
schreeuwerig of opdringerig. Soms wordt ons hash of coke aangeboden. We bezoeken
het kasteel, de trams die schuin omhoog rijden, de lift en pleinen midden in de
stad. De parken en andere bezienswaardigheden. Een goede keuze dat we een paar
dagen gestopt zijn voor deze frisse douche. We zoeken een treinstation. Hier
vertelt men dat we met de fiets niet met de (intercity)trein mee mogen, maar dat
het wel kan vanaf een busstation: Sete Rios. Als we daar dan weer een dag later
gaan vragen, blijkt een fiets ook niet met de bus mee te mogen. Maar weer terug
naar het treinstation. Daar blijkt dat we met stoptreinen wel mee mogen. Naar
Beja reizen is te moeilijk in verband met vertrektijden van de trein waar we wel
in mogen. In Pinbal Novo om zeven uur ’s morgens. Niet te halen dus en ’s
middags om vijf kunnen we niet meer naar Beja. Met boekje en reisschema vinden
we een manier om naar het zuiden te komen en nog vier dagen te fietsen met de
route van Luc.

11
september 53,3 km
Lissabon – San Martinho das Amoreiros (camping Nederlandstalig)
We fietsen 12 km en meer dan een uur in de omgeving rond de camping. We komen er
niet uit. We zitten in de verkeerde wijk. We hebben alle wegen gehad en kunnen
volgens ons niet wegkomen zonder de snelweg te gebruiken. Met twee kleine stukjes
snelweg komen we eindelijk op de N117 en zo weer in de wijk Belem en dus
richting het centrum van Lissabon. We fietsen naar de aanlegsteigers waar we de
veerboot naar Montyo nemen. Met de fiets weer naar het treinstation van Pinbal
Novo. Hier mogen we gelukkig wel met de trein mee. We hebben nog tijd over en
kunnen dus nog winkelen en ons vermaken in het park. Er is in de winkels hier in
Portugal vooral pasta, rijst, tonijn, hamburger, blikgroenten en soms puree te
krijgen. Aardappelen hebben ze wel maar 20 minuten koken kost te veel brandstof.
In de namiddag vertrekt de stoptrein waar we onze fietsen kosteloos in de
laatste wagon mogen zetten. Twee uur later fietsen we, in de avondzon, een leuk
treinstation af. In het dorpje Amoreiras zitten de mensen nog buiten en lopen
over straat. Het dorpje doet heel gemoedelijk aan. Even na half acht komen we
bij landgoed/camping Monte Maravilhas (
www.maravilhas.nl ) Binnen een mum van tijd staat onze tent en zijn we aan
het douchen. We zitten een uurtje na aankomst al macaroni te eten. De camping
ligt op 800 meter aan een onverharde klimmende weg.

12
september 94 km
Amoreiras - Mértola
700 meter het onverharde pad afdalen en dan staan we weer op de verharde weg. De
N123-1 richting Santana da Serra. Het is niet de eigenlijke route en we weten
dus niet wat ons te wachten staat. De weg is smal, goed voor anderhalve auto. Er
komt bijna geen verkeer. Het gras blijft bruin, de groene bomen steken erbij af.
Het landschap is heuvelachtig. Het blijft klimmen en dalen. Nooit lang maar na
een afdaling van 75 meter komt er steevast weer een klim van 50 of 100
hoogtemeters. In Santana da Serre moeten we de weg zoeken naar Gomes Aires. Het
is verder naar het noorden dan we denken. Door het na te vragen bij een lokaal
mannetje komen we bij de goede afslag. De wind komt stevig van het noorden en we
moeten naar het noordwesten. Bij Al Modôvar komen we weer op de route. 94 km is
hier een hele dag fietsen. Zeker met deze wind. 15 km voor Mértola is er nog een
café wat ook kamers verhuurd (staat niet in het route boekje). Bij navraag
blijkt hij vandaag geen kamers meer over te hebben. Dus fietsen we vermoeid nog
15 km verder. Het laatste stuk gaat de weg sterk naar beneden. Met grote
snelheid komen we Mértola binnen. In het dorpje weigert de bediende van het VVV
pensions te bellen om te informeren of ze plaats hebben en wat de kosten voor
een overnachting zijn. We hebben nu echt geen puf meer om dit uit te zoeken,
maar we moeten er toch zelf op uit. Het dorp heeft steile straten en ligt
prachtig aan een mooie rivier: Rio Guadiana. Voor € 32,- vinden we een kamer. De
eigenaresse wilde er wel 40 maar dat vonden wij te duur. Het hele centrum is op
dit moment onder construction. Vrijwel alle straten liggen open. Vanuit een
terras kunnen we het dorpsleven meebeleven. De sfeer is gezellig en gemoedelijk.
Oude mensen zitten op een bankje de bijzonderheden van die dag te bepraten. De
huizen zijn bepleisterd en gewit. Aan sommige muren is te zien dat het al wel
een hele tijd geleden is. Bij een Portugees restaurantje bestellen we
varkensvlees. Dat denken we tenminste. Er lopen een paar honden om de tafels.
Met wat peper op de neus kiezen ze een andere plek om rond te neuzen. Als we
bijna ons hoofdgerecht binnen hebben, valt het licht in heel het dorpje uit.
Iedereen wacht geduldig af tot dat het licht weer gaat branden en we weer kunnen
zien wat ze eten. Gelukkig hadden we de graten al uit de vis gehaald en kunnen
zo op de tast toch verder met onze maaltijd. De kelner heeft niet het besef om
een kaarsje op tafel te zetten. Het zal dus wel niet zo vaak voorkomen.

13
september
93 km Mértola - Monte Gordo
Eerst klimmen we het laatste stuk, wat we gisteren met een noodgang mochten
afdalen, weer omhoog. Geen prettig vooruitzicht. De 130 hoogtemeters vallen mee.
Het is minder steil dan dat bij de afdaling van gisteren in onze herinnering
zit. We nemen de afslag naar Alcoutim. Hier willen we op de in het routeboekje
beschreven ideale wild kampeerplek overnachten. We zijn er rond de middag. Er
zijn overal mensen. Het parkje is leuk, maar hier moet je tegen het donker
worden aankomen. Op het gras kun je overdag je tentje niet opzetten. Er is wel
een plek bij de rivier. We lunchen op een bankje en fietsen verder. Wat verderop
ligt de Rio Guadiana. Wel raar, als je in zo’n droog gebied bent, en er is dan
in eens een grote rivier. Pleziervaart siert het water en de rivier vormt hier
de grens tussen Portugal en Spanje. Zo komen we steeds verder naar het zuiden en
de zee. Het is een lange rit vandaag en de zon is nadrukkelijk aanwezig. We
fietsen de afslag naar Monte Gordo eerst een paar km voorbij voordat we het dorp
en de camping vinden. Ook hier een bos met alleen los zand als ondergrond. De
camping ligt vlak bij de zee.

14 september houden we
een rustdag.
15
september
66 km Monte Gordo – Faro
De camping heeft een systeem met pasjes, om precies te weten hoeveel mensen en
wie er op de camping zijn. Als je weg gaat moet je door een poortje en bij
binnenkomst… Op deze camping is het wel heel onlogisch. Met de fiets moet je
afstappen, je kaartje scannen. Omdat de fiets niet door de 3 poot draai kan moet
je toch het poortje draaien want anders telt het niet dat je kaartje gescand
wordt. De route wijst zich zelf. We mogen ook over de nieuwe fietsroute Ecovia
Do Algarve, maar die is vaak onverhard. Met onze hybride fietsen met lek vrije,
maar daardoor ook stugge banden schudden en schokken we verder. Te veel hobbels
en onze banden moeten hard zijn in verband met de bepakking die we meenemen. We
nemen een stuk vlak asfalt niet ver van de zee. We zien regelmatig borden dat
een bepaald project in Portugal is ondersteund door de Europese Unie. Er zijn
dan ook leuke bankjes waar we koffie kunnen zetten. We verlaten het fietspad en
nemen de N125 waar het niet zo druk is en komen zo in Faro. We zoeken het
vliegveld op en vragen naar een goedkoop hotelletje wat niet te ver weg is. De
camping is momenteel nog dicht in verband met illegale lozingen. Het hotel is
niet echt goedkoop: € 60 maar is maar 700 meter van de luchthaven. ’s Middags
gaan we met de bus naar Faro, de stad verkennen. De volgende dag fietsen we
vroeg in de ochtend naar het vliegveld.


Homepage

Hebt u vragen, op- of aanmerkingen?
Stuur ons uw
reactie. |