|

Homepage


St Paul Trail
Wandelen in Turkije
Deel 1
28 april - 9 mei 2008
Een wandeltocht van 11 dagen door ongerept natuur van Perge naar
Gökdere.
Terug naar de basis, geen berghutten, hostels of campings. Een enkel pension,
een terras en voor de rest (wild) kamperen.
Voorbereiding
Voordat we een keuze maken tussen de St. Paul Trail of Lycian Way boeken we een
vlucht bij Condor Air, Dusseldorf – Antalya. In een outdoor winkel waar ze beide
routeboekjes verkopen nemen we de beslissing om de zwaardere en minder
geplaveide St. Paul Trail (SPT) te gaan lopen. De route is in het Engels
beschreven. Er zit een kaart bij zonder echte details. Via internet boeken we
een hotel op 6 km van de luchthaven. We printen nog wat websites uit met
informatie over water, benzine en verder bevoorrading.
28
april
Via Düsseldorf dus naar Antalya. Met een taxi komen we tegen middernacht bij het
Brabant hotel. Het hotel blijkt niet 6 km van het vliegveld te zijn, maar gewoon
midden in de stad, zo’n 17 km. Hemelsbreed zo vertelt de eigenaar, is het
inderdaad 6 km. De taxi kost 28 YTL. De pick-up service is er buiten het seizoen
niet vertelt hij bij aankomst. Op internet wordt er meer beloofd dan dat we er
zelf aantreffen. Slapen doen we in ieder geval goed.

29
april
11.30 tot 15.30 uur
Perge – Kurçunlu
Na een Turks ontbijt, met brood, feta, jam, olijven, komkommer, tomaat en brood,
gaan we ons bevoorraden voor de trekking. We zoeken een broodwinkeltje op, ze
verkopen er ook water. Een stuk verderop is een tankstation waar we benzine
(0,7 Liter) tanken. Dan met de bus naar het busstation (Otogar). Een vriendelijk
meisje loopt helemaal met ons mee en wijst ons de bus naar Perge. De rugzakken
moeten onder de achterklep van de bus. We spreken met de buschauffeur af dat hij
ons een teken geeft bij de stopplaats: afslag Perge. Na15 km is het zover. We
stappen uit. De chauffeur wil meteen weer wegrijden met de rugzakken nog in de
laadruimte. We bonken op de bus opdat hij even moet wachten. Als de bus dan weer
rijdt bedenkt Jeannette dat ze de fotocamera heeft laten liggen in de bus. Ze
sprint naar de langzaam optrekkende bus en klopt op de deur. Gelukkig is de
camera er nog. Het is een paar kilometer wandelen naar Perge. Verschillende
auto’s stoppen, de chauffeur vraagt of ze ons een lift kunnen geven.
Uiteindelijk accepteren we een lift in een vrachtwagentje, Vincent op de open
achterbak. Zo komen we bij het begin van de route. Deze is gemarkeerd met grote
rood/witte tekens. De eerste afslag, 20 minuten verder (boek geeft 30 minuten
aan) lopen we voorbij omdat de markering ontbreekt. Inderdaad, na een half
uurtje zijn we bij de afslag. Even wennen aan de beschrijving en de route dus.
Hier en daar staan huizen en kassen voor het telen van fruit en groenten onder
glas. We klimmen wat, vaak over een asfaltweg. Soms stopt er een auto om ons
ongevraagd een lift te geven. Die slaan we dan lachend af. Het valt ons op dat
er regelmatig afval langs de weg ligt. De zon schijnt als we bij een gehucht met
een moskee komen. Zou dit de kampeerplaats zijn die ze in het boekje staat
aangegeven? Er lijkt in de achtertuin een leuke campingplek voor ons te zijn met
bankjes, sanitair en dus water en wat gras. We vragen de man in het bijbehorende
huis of we mogen blijven slapen. Met een vertaalgidsje en met handen en voeten
bevestigen we de gemaakte afspraken. Kinderen komen kijken als we ons tentje
opzetten. Om kwart voor vijf begint de Imam weer te “loeien”. We staan met ons
tentje pal onder de luidspreker. Verder blijft het op voorbij rijdende auto’s en
een tractor na, rustig in het gehucht Kurşunlu (± 250 inwoners). ’s Avonds komt
de Imam çay (thee) met ons drinken, op de veranda van het nevengebouw. Rond
negen uur moet hij ineens weer naar de moskee om de luidsprekers de nodige
herrie uit te laten spuwen. We hopen dat dit ons vannacht bespaard zal blijven,
zal wel niet.

30
april
8.00 tot 16.00 uur
Kurçunlu – Uçan I waterfalls
We schudden om half vijf in de nacht bijna de slaapzak uit. We houden onze
vingers in onze oren om ze te beschermen tegen het oorverdovende geluid. Als de
zon weer op is, ontbijten we op de veranda met tuinstoelen, wat een luxe.
Schoolkinderen komen kijken als we de tent opruimen. De route vervolgt over de
asfaltweg. Een stuk verderop is een winkeltje, een school en een moskee, zouden
ze dit op het kaartje bedoelen? Het blijft telkens gissen waar we zijn. We weten
dat we vandaag over een soort overstort van een rivier moeten. Zou er te veel
water zijn? Moeten we wachten tot deze later of eerder op de dag lager is? We
hebben het één en ander er over gelezen. Via deze overstort richel wordt de
hoeveelheid van het water in de rivier gereguleerd. Iets wat we in Nederland
niet kennen. We lopen naar de Regulatör, zoals die genoemd wordt. Hier staat op
het moment dat wij de oversteek moeten maken geen water. Het schijnt per moment
van de dag te verschillen.

We moeten via een
horizontale ijzeren ladder een paar meter naar beneden. Over de betonnen richel
van 1 meter breed lopen we naar de overkant. Daar is een overdekte
picknickplaats. Een stukje verderop zijn we de route weer kwijt. Een tuinder
probeert ons de weg te wijzen. We snappen er niets van. Onderweg zien we soms
paarden. Ook zijn er honden die ons agressief benaderen. Gelukkig blijven ze bij
de schapen die ze bewaken. Nadat we de hele omgeving gehad hebben, vinden we wel
het pad, maar geen markering. Een GPS zou nu wel dienst kunnen doen, zo denken
wij. We vinden de rivier en steken deze over. Ook hier staat niet veel water
zodat
we onze sokken droog houden. We zien toeristen die met een aantal jeeps achter
elkaar door dit gebied crossen. Via asfalt- en grind/zandwegen lopen we langs
een
rivier. Eerst zonder water, later staat er wel water in. Bij de waterval is
weinig kampeerplek. We willen eigenlijk niet ver van hier onze tent opzetten. De
eerste dagen hebben we last van de heupband van de rugzak, reden om de eerste
dagen rustig aan doen. Als we verder gaan moeten we hoogtemeters gaan maken en
daarvoor zijn we te moe.
Bij de waterval is een groot restaurant over de rivier heen
gebouwd. Van de eigenaar mogen we onder het afdak van het terras slapen. Er
liggen kussens op de grond. Een tent hebben we dus niet nodig. Bij ’t restaurant
kopen we voor drie dagen brood. Hopelijk hebben we voldoende benzine, want dat
hebben ze hier niet. De komende dagen zullen we geen bevoorrading hebben. We
eten meegebracht foliepak vlees met rijst en saus. Soms komt er een busje of
toer met trikes bij de waterval kijken. ’s Avonds wordt het vallende water mooi
bijgelicht. Met zicht op de waterval vallen we in slaap.

1
mei
7.45 tot 16.15 uur
Uçan I waterfall – bij beekje op 1000 meter hoogte
’s Morgens schijnt de zon alweer. Doordat we geen tent hoeven op te ruimen en in
te pakken en alleen maar hoeven ontbijten zijn we snel weg. De weg stopt hier.
We klimmen via geitenpaadjes kris kras de heuvel op. Een stuk hoger gaan we
meteen fout. Na goed zoeken blijkt vlakbij een fout (≠) markering te staan. Wel
onduidelijk door er een streep doorheen te zetten. Kalk deze dan weg of maak er
een groot kruis van. Een half uurtje later kunnen we weer verder. Het
geitenpaadje wordt een groter pad met minder markering. Op de Pednelissos, waar
nog oud muren staan van het Romeinse Rijk, vinden we het pad naar beneden ook
niet. Een GPS zou hier alweer makkelijk zijn. Via een ander, groter pad komen
we toch in Kozan. We vragen eerst een lokaal vrouwtje waar we zijn. Die wil ons
veel zeggen maar we snappen er niets van. Even verder kunnen we links of rechts.
De kaart maakt ons weinig duidelijk. Het is een “ongeveer kaart”. De dorpen
staan er wel op met naam, maar niet op de juiste locatie. Links blijkt niet
goed. Als we teruglopen stopt er een auto met een Turkse man die goed Engels
spreekt. Deze helpt ons weer de goede kant op. Het aanbod om in zijn restaurant
te komen eten slaan we af. Boven op de pas lunchen we zelf met een poedersoepje,
brood met kaas en leverpastei.

Verder lopen we door een
landschap met oude huizen. Uit een bron halen we met een groot blik water
omhoog. We drinken wat extra. Via een brede asfaltweg dalen we af en klimmen
naar 650 m. Dan mogen we in het bos verder klimmen, over de geitenpaadjes. We
zien regelmatig schildpadden. We hebben niet zoveel water meer. We hopen dat de
bron verder op de berg niet droog staat. Via de rotsachtige helling met veel
groen klimmen we verder. In anderhalf uur klimmen we 360 m, naar 1000 meter
hoogte. Hier zien we water stromen. Het is er echter steil en er zijn veel
rotsen. Als er hier een kampeerplekje is… We drinken eerst weer bij en nemen
water mee. 5 meter hoger is een veldje. Er zijn stenen om te zitten. We
sprokkelen hout en maken van steen een vuurplaats. Bij het verzamelen van stenen
schiet er onder één steen een schorpioen weg. We eten boerenomelet met nasi. De
zon gaat langzaam onder. In de verte horen we een geitenbel. We hebben als het
donker wordt een mooi uitzicht op de kustlijn bij Antalya en over de bergen.

2
mei
8.00 tot 16.45 uur
Beekje op berg – 5 sterren kampeerplek 1220 m
We gaan over de rotsen verder en komen aan de andere kant van de berg op een
breed pad. Er blijken hier verschillende watertappunten te zijn. Bij een dorpje
is de route weer erg vaag. Zonder GPS lukt dit niet en moeten we de asfaltweg
nemen. In Ören komt een oudere man spontaan naar ons toe om een hand te geven.
In het zelfde dorpje komen we weer op de route en stijgen via kleine paadjes en
brede wegen naar de pas. Net onder de top komen we een vrouwtje tegen wat ons
spontaan een zakje met brood geeft. Het zijn hele dunne broodvellen. Ze loopt
naar het houten huisje wat er staat. We gaan net koffie zetten en eten wat van
het brood. Het is een goede aanvulling op onze voorraad. In drie dagen komen we
geen winkel tegen. We kunnen niet onbeperkt eten meenemen. De volgende berg
over. De schoenzool van Vincent zijn bergschoen laat los. Het voorste gedeelte
hangt er als een los vel onder. Met wat touw maken we de zool weer wat vast.
Hoelang zal dit houden? Moeten we stoppen?

Na de reparatie komen we
bij een herdershuisje met vader en dochter. Ze bieden ons çay (thee) aan wat we
niet afslaan. We wisselen wat namen en andere vragen uit en lopen verder. We
zien onderweg een parend schildpaddenstel. Nu wordt er niet ineen gedoken als we
langskomen. Tijdens de lunch maakt Vincent zijn schoenzool met wat touw zo goed
en zo kwaad als ’t kan weer een beetje vast. In de lucht zien we vale gieren
rond cirkelen. De route blijft moeilijk te volgen. Tijdens de afdaling richting
Çandir missen we een afslag waardoor we te laag in de vallei uitkomen en moeten
we weer terug. We hebben uitzicht over het Karacaören meer. Tussendoor behoeft
de schoen van Vincent de nodige reparatie. Modder zorgt ervoor dat de touwtjes
om de schoen gaan bewegen. De route wordt onderbroken door een afrastering. We
kruipen er maar onderdoor totdat we bij een terrasvormige met veel gras en een
bron, bankje en een al kamperende wandelaar aankomen. We willen niet verder en
vragen of we ook mogen kamperen. Een paar terrassen hoger zetten we onze tent
neer. De omgeving is prachtig. We zien in dit gebied weinig mensen. ’s Avonds
nodigen we de Duitser uit voor een kopje verse koffie. De man drinkt altijd
instantkoffie, de wandelverhalen worden dan uitgewisseld. De Duitser heeft veel
in Scandinavië gewandeld. Hij heeft ook geen antwoordt op onze losgelaten zool.
In Sütcüler zou volgens de Duitser wel een schoenmaker zijn. Onze hoop is hierop
gevestigd.

3
mei
8.00 tot 13.30 uur
5 sterren kampeerplek 1220 m – Çandir
Binnen het uur zijn we weer op weg. Het blijft zoeken naar de markeringen, maar
als ze er staan, zijn we nu beter geoefend om ze te volgen. We lopen door een
vallei en in een rivierbedding. Een hele mooie wandeling met veel rotsen. Het
water van de rivier steken we een paar keer over. De schoen blijft het houden.
De vraag blijft: hoe lang nog? De omgeving blijft mooi. Soms sprookjesachtig en
groen. We dalen af, eerst weer door een bos, later over een brede weg naar
Çandir. Er is daar een hele grote forelkwekerij en een restaurant waar ze de vis
verkopen. Net na de middag komen we hier aan. We nemen intrek in het pension. 30
TL per persoon. We wassen onze kleren en nemen een lekkere douche. Wel lekker na
vijf dagen. Nadien lopen we het dorp in en doen wat inkopen. We goed kijken wat
er allemaal is, wat licht van gewicht en te verwerken is voor ons in een
maaltijd. We kopen ook een rol tape voor het geval de schoen ’t zou begeven. ’s
Middags zitten we in een theehuis, waar de mannen hun dag verdoen. ’s Avonds
gaan we eten in ’t forelrestaurant. Gegrilde forel met salade en friet met een
glas koud bier. Tijdens het natafelen zien we de wat oudere Duitse wandelaar
weer. Hij had de weg naar Çandir genomen, had geen zin meer om de markeringen op
te zoeken. We praten ook over morgen. Dan, zo geeft het boekje aan, is een
moeilijk stuk van 2 minuten en een grot waar we uit moeten klauteren. De Duitse
wandelaar weet niet of hij dat wel gaat doen. Bang om te vallen.

4
mei
8.00 tot 16.45 uur
Çandir – 1 ½ uur voor Sütçüler
Meteen na het hotel staat de eerste markering. Dan een breed pad op een
zijrivier oversteken. De eerste 2 rood witte strepen zien we nog. Nadien zijn we
het spoor bijster. We lopen tussen een steile bergwand en de rivier in, dit is
fout, kan dus niet. We spreiden ons om de markering niet te missen. Het pad is
zeer ruig met veel grote stenen. Bij een paar hutjes zien we weer een teken. Op
een breed pad missen we er weer één waardoor we een half uurtje van de route af
lopen. Eenmaal ’t goede pad op, klimmen we, door het bos, steil naar 750 meter.
Dan weer verder totdat we bij dé rots zijn waar we over heen moeten. In het
routeboekje staat deze rots als gevaarlijk te boek. Het is, bij het afdalen, wel
even goed uitkijken waar we onze voeten zetten, maar het gaat goed. Bij regen
zou het nogal glad zijn. Bij een grot gooien we één rugzak af en dan kunnen we
ook deze, in het routeboekje, beschreven hindernis nemen. Op het pad wat volgt
moeten we flink klimmen. Het is dan ook verrassend dat, als we bijna boven zijn,
twee mannen in een wit trainingspak en op gympen tegenkomen. Net alsof boven op
de top van de berg gewoon beschaving is (mensen wonen). Uit het routeboekje
weten we dat dat niet zo is. Op de top staan dan inderdaad een vijventwintigtal
mensen, die ook aan het wandelen zijn. Zij hebben geen zware bepakking zoals
wij. Ze hebben alleen een dagrugzakje bij. We raken even aan de praat. De gids
heeft een hotel in Sütçüler. Aangezien er maar één hotel is, is het hét hotel
waar we morgen zullen overnachten. Hij geeft meteen een folder van zijn hotel.
De schoen van Vincent waarvan de zool los gelaten is, heeft wat problemen met de
touwtjes die telkens onderhoud nodig hebben. De hoteleigenaar zegt dat er in
zijn dorp een schoenmaker is. De route brengt ons tot anderhalf uur wandelen
voor het dorp. Daar zetten we onze tent op bij een rivier en parkeerplaats /
picknickplaats. We zetten de tent vlak bij het pad. Aan de overkant is een stuk
verhard. Er zijn geen bankjes. Er is wel hout om een vuurtje te stoken en een
slang waar schoon water uit komt. Er komt niets of niemand over de weg. We maken
een klein vuurtje, genoeg om mee bezig te zijn. Even na achten is het al donker.

5
mei
8.15 tot 10.00 uur
Sütçüler
We proberen uit te slapen, maar als je ‘s avonds even na negenen op bed ligt
zijn wij om zes uur, als het licht wordt, wel uitgeslapen. De tent is nat, het
gras niet. De brandstof is bijna op. We hebben de afgelopen dagen heel zuinig
gestookt en zo vijf dagen met 700 ml benzine kunnen doen. We lopen door de
velden en het bos omhoog naar Sütçüler. Hoger boven de picknick plaats zijn ook
nog kampeerplekjes. We dalen nog af naar een riviertje wat we twee maal over
mogen steken omdat er een aardverschuiving het pad verwoest heeft. We leggen wat
stenen in de rivier om de oversteek te vergemakkelijken. Nog een wandelpaadje
tussen de hoofdweg en het dorp brengt ons bij de moskee. Het dorp is nog aan het
ontwaken als we er door heen lopen en het hotel van ons mannetje opzoeken. We
worden hartelijk ontvangen door hem en zijn vrouw. Na een warme kop thee brengt
hij ons met zijn auto naar de schoenmaker. Hopelijk kan hij de bergschoen maken,
anders zijn we genoodzaakt om te stoppen. Vier dagen verder met die schoen gaat
ons niet lukken, zo denken we.

Het is een ambachtelijke
schoenmaker. Hij heeft allerlei (oude) materialen om de schoen te maken. Als hij
de schoen bekijkt, schudt hij al nee. Hij ziet geen mogelijkheid om de zool te
herstellen. Hij heeft ook geen goed schoeisel waarmee we verder zouden kunnen.
Weer terug in het hotel zien we een stel Nederlanders, die net inkopen gedaan
hebben en de St Paul Trail aan het bewandelen zijn. We wisselen wat verhalen
uit. Nadat we ze uitzwaaien, nemen we intrek in onze hotelkamer. We drogen de
tent en doen de was. Nadien gaan we naar het centrum van het dorpje om
alternatieven te verzinnen voor de zool. Het is een leuk dorp, veel mensen op
straat, vele winkeltjes en supermarktjes. Boeren komen met een tractor om er
inkopen te doen. De groente, het brood en tapijten gaan in de aanhanger.
Regelmatig spreken mensen ons vriendelijk aan of geven ons ongevraagd wat
komkommertjes of fruit. Als de moskee ”uit” is, lopen velen mannen weer de
straat op. In het dorp vinden we geen andere alternatieven voor de schoen dan de
touwtjes die we al gebruikten. We kopen er alleen nog wat touw bij, voor het
geval dat we te kort komen. We besluiten toch verder te lopen. De route ligt
niet ver van de weg. Als het echt fout gaat met de schoen dan kunnen we op de
weg altijd nog gaan liften, zo denken we. Vincent herstelt ’s middags in het
hotel zijn schoen weer met touwtjes en elastiekjes. We zien de Duitser van een
paar dagen terug. Hij kon de route ook niet makkelijk vinden ondanks zijn GPS,
zo vertelde hij. Ook hij verdwaalde regelmatig, of moest aan het zoeken.

6
mei
8.30 tot 13.30 uur
Sütçüler – Müezzinler
Na een stevig Turks ontbijt verlaten we het hotel en Sütçüler. Hier begint de
gele markering. We houden de bordjes goed in de gaten. Iets wat hier ook goed
lukt. Als het boek aan geeft dat het moeilijk vinden is, vinden wij het niet.
We dalen wat af, zien nog een vrouwtje met gesprokkeld hout en een plastic tas
met wat “mirhabaren” (fruit) die zo naast de weg staat en mogen via een
rotspas omhoog. Eenmaal boven, dalen we af naar Müezzinler. Bij de bron/kiosk
nemen we water in. “Het rondje” gaat eerst over de weg naar beneden. Er rijden
wel geteld zes auto’s. Bij de rivier gaan we een mooi, muilezelpad, zo wordt het
beschreven in het boekje, omhoog. Raar dat er in het midden van niets, tussen
rotsen en bomen toch weer een pad omhoog loopt. Na drie en een half uur zijn
weer terug in het dorp met bron. Net buiten het dorp zetten we de tent op, in
het gras van een vallei. Het is net na de middag heerlijk weer, dus maar eens
een middagje “vrij” en genieten. Er wordt regen voorspeld voor vannacht en
morgen. De sheriff van het dorp komt met zijn Engelssprekende zoon nog even
kijken bij ons vuurtje en een praatje maken. We worden uitgenodigd voor een
ontbijt morgen in het dorp. Zou mooi zijn, maar het vergt te veel tijd, zo
bedenken we.

7
mei
8.00 tot 15.30 uur
Müezzinler – Herdershutten Canyon
Als we opbreken staat er een vrouwelijke herder met één koe op ons grasveldje.
Hoe kun je de kost verdienen als je er op toe moet zien hoe een koe groeit. We
lopen de vallei uit. Weer een keer op en neer omdat de markering ontbreekt. 500
meter verder zien we toch weer markering. Er is zelfs een super modern
tankstation wat hier in aanbouw is. We wandelen soms over de weg, dan weer een
verkort paadje binnen de wegen door. In Bogazköy, waar toevallig een shop is. Ja
toevallig, want het is een vrachtwagen van waaruit een shop gerund wordt en dus
telkens verkast. Verderop begint de Romeinse weg naar Adada. We moeten wel
zoeken. Imposant zoals ze deze weg omhoog in het verleden hebben aangelegd, met
zware rotsblokken. Helemaal boven op de berg zijn de ruïnes van Adada. Waarna we
weer het bos in gestuurd worden. Ook met de route. Later zien we weer markering.
We lopen in een vallei met een rivier. We blijven langs de rivier lopen totdat
we bij herdershutten stoppen. In de buurt zijn mooie kampeerplekken, maar het
begint net te regenen. We schuilen in de hutten. Deze lekken behoorlijk en zijn
behoorlijk gedateerd. In één hut zetten we de tent binnen op. Na een maaltijd
van macaroni met tonijn met een saus van cup à soup tomaat, duiken we onze
slaapzakken in. Het blijft buiten regenen.

8
mei
8.00 tot 16.00 uur
Herdershutten – waterbron
Een lange nacht, veel geslapen. We staan weer op als er nog wel wolken aan de
hemel zijn maar de zon ook de ruimte krijgt. We “klimmen” terug naar de rivier
waar ons een stuk staat te wachten met veel rotsen, net langs de rivier en waar
wij dan ook nog een keer overheen moeten. Met een rugzak van 18 kg is het
eigenlijk niet te doen na de nattigheid van de regen van gisteren. Jeannette
krijgt ook nog angst door de weinige grip die er is, dat komt het klimmen niet
ten goede. Na drie uur kunnen we van de route af, eindelijk uit de vallei naar
de verharde weg kimmen. We hoorden toevallig een auto, er rijden er niet zo
veel. Zo weten we dat er een weg is. Via de weg en wat verkorte paadjes komen we
in Siphalizer. Hier doen we lekkere inkopen in het winkeltje. Brood beleg zoals
kaas en worst hebben ze niet. Wel koeken, cola, aardappelen. Maar geen kaas,
vlees, groente, sauzen, soepen etc. Eigenlijk weinig eten wat we voor een
maaltijd kunnen gebruiken. Wel brood. We lunchen op de bank voor het
supermarktje. Door een geel route bordje komen we weer gemakkelijk op de route.
Totdat we een berg op moeten waar veel bomen zijn gerooid en het tussen liggende
land omgeworpen hebben inclusief de bomen en stenen met markering. Hier zijn we
wel een uur aan het zoeken voordat we een markering vinden. De natte grond is
ook niet goed voor de schoen van Vincent. Die heeft telkens reparatie nodig,
knooppartij nodig. We vinden een steen met twee markeringen maar die ligt
ondersteboven. Ja waar moeten we nu heen. Eenmaal de route teruggevonden gaan we
over de top. Dan dalen we verder af door een leuk bos. Donkere wolk pakken zich
samen boven ons. Bij de tweede bron stoppen we. We hebben net genoeg tijd om de
tent op te zetten voordat het begint te regenen. ’s Avonds krijgen we het natte
hout, met moeite, nog brandend tot een mooi vuurtje. Meegenomen aanmaakblokjes
en wat benzine hebben we nodig om het natte hout aan te krijgen.

9
mei.
8.00 tot 14.30 uur
Waterbron – Gökdere
’s Morgens is het koud, er ligt zelfs ijs op de tent. De bron is voorzien van
een markeerteken dus we lopen meteen op de route. We klauteren de berg op met
regelmatig een open vlakte. Later doorkruisen we een aantal hoogvlaktes. Deze
moeten we veelal oversteken en aan de overkant de markering weer opzoeken. Bij
een tractorpad moeten we naast het pad lopen omdat anders de modder onder onze
schoenen blijft kleven. Op het tractorpad is geen markering. We lopen na tien
minuten al een keer terug om te kijken naar de laatste markering en of we niet
iets fout doen. Na vijf en veertig minuten komen we aan het eind van het
modderige pas en zien weer markering. We dalen af naar 900 m?? en komen in een
fruitteelt gebied. Hier komen we bij de weg, waar een camping staat aan gegeven.
We hebben hier snel genoeg een lift naar Egirdir. We verblijven het weekend nog
in het Lale hostel waar we vriendelijk worden ontvangen door Ibrahim. Hier zien
we ook andere wandelaars van de St Paul Trail. Het hostel staat ook aangegeven
in de Lonely Planet. Er is een prachtig uitzicht van uit het dakterras over het
Egridir lake. Ibrahim spreekt ook wat Nederlands. Hij regelt op verzoek en
kosteloos een busticket terug naar Antalya en een overnachting in een hostel van
vrienden.

Links:
Trekking in Turkye
Trekking.be
Lale
Hostel

St Paul Trail
Wandelen in Turkije
Deel 2
6 -
16 juni 2009
Een wandeltocht van 7 dagen door ongerepte natuur van
Gökdere naar
Yalvac.
Terug naar de basis, geen berghutten, hostels of campings. Een enkel pension,
een terras en voor de rest prachtig wild kamperen.
Als
voorbereiding hebben we de waypoints omgezet van de site van de St Paul trail
naar voor onze GPS herkenbare waypoints. Dit was nog een heel werk om van een
niet txt bestand met fouten om te zetten naar een gpx bestand. We hebben nu
waypoints die we moeten passeren om de route te volgen. Door het lopen hebben we
hier een track van kunnen maken. Zie onder aan deze pagina.
Plaatje track
6 juni
Eindhoven – Egirdir
We vliegen met Corendon air, maar zijn bij de laatste 20 passagiers die nog in
moeten checken. Het vliegtuig blijkt overboekt te zijn. We mogen nu een uurtje
later met Onur air. In Antalya moeten we voor het visum nu 50% meer betalen dan
vorig jaar, 15 euro dus. Daar zijn we als eerste vanuit het vliegtuig bij het
visumloket en hebben al snel een taxi naar de otogar (busstation). Twee km van
het vliegveld is ook een busstop, maar we wisten niet waar. Met de bus naar
Isparta komen we weer langs het vliegveld en stoppen toevallig bij die bushalte.
We maken meteen een waypoint met de gps voor de terugweg (zie gps bestand). 150
km verder, in Isparta, krijgen we “service” van de bus. Speciale mannetjes staan
dit uit te leggen en te regelen. Dit betekent dat we gratis mee mogen naar het
30 km verderop gelegen Egirdir. Voor 10 YTL (€ 4,20) zitten we drie uur in de
bus. We komen vandaag niet meer in Gökdere en gaan in Egirdir naar het Lale
pension waar we vorig jaar geweest zijn. Ibrahim herkennen we nog. Hij vraagt
waarom we niet gereserveerd hebben. We vertellen hem dat we niet wisten waar we
vandaag uit zouden komen, evenals de komende 8 dagen.
7
juni 950 – 2000 – 1670 m
Egirdir – Gökdere – Davraz Skilodge ?km
We liften naar Gökdere. Onderweg tanken we de brandstoffles vol met benzine voor
de brander. Bij de route worden we door een vriendelijke Turkse man met de auto
afgezet. We hebben onze gps met de routes (waypoints) geladen en stellen deze
in. In Gökdere lopen we al meteen fout, met hulp van de plaatselijke bevolking
komen we toch bij de dam. Daar gaat het weer fout. We hebben moeite om de route
te volgen en verliezen zo een uur. We lopen dwars de berg op naar het waypoint
wat de gps aangeeft. Langzaamaan beginnen we de manier waarop ze hier markeren
weer te begrijpen. Dwars door een droge rivierbedding komen we midden in een
grasgebied uit waar boeren aan het maaien zijn. Met z’n tweeën, de boer samen
met de boerin. De boer vraagt of we “su” willen hebben, het blijkt (gekoeld)
water te zijn. We krijgen wat te drinken en krijgen nog 1,5 liter voor onderweg.
Na hen vriendelijk bedankt te hebben nemen we afscheid. Net voor het natuurpark
“Kasnak” komen we een Engels stel met de auto tegen. Ze hebben hier een paar dagen
geleden ook gelopen. Ze wonen hier en hebben Ibrahim vanmorgen nog
gesproken over een Hollands wandelstel, dat waren wij. Alle bronnen blijken in
juni in dit gebied droog te staan. Ook van hen krijgen we water. Het klimmen
wordt serieus. Eerst hebben we langzaam aan naar 1400 m geklommen. We besluiten
om door te lopen naar de ski lodge omdat we te weinig water hebben voor een
overnachting. We komen al klimmend een paar boeren op een tractor tegen. Hen om
water gevraagd. Ze hebben ijs gehaald op de berg en we mogen wat in onze flessen
proppen. Even verderop komen we bij een herder.

We rusten en drinken wat water.
We worden uitgenodigd voor de çay (thee). Het armoedige onderkomen bestaat uit
opgespannen witte plastic zakken. Er liggen kleden op de grond. We doen onze
schoenen uit. De herder legt uit dat we de onderkant van onze voeten niet naar
hem mogen wenden. Dit heeft met zijn geloof te maken. We krijgen echter een
complete maaltijd met brood, tomaat, komkommer, kwark, honing, olijven,
geitenkaas en nog thee. Later komen er nog vijf vrouwen bij. Ook thee drinken.
We nemen ook hier vriendelijk afscheid en lopen verder. De ski lodge is toch nog
verder weg dan we denken en we komen net voor het donker aan. Volgens het route
boekje zou er een kraantje achter buiten zijn. Na een korte zoektocht blijkt er
blijkt een hele kamer (3 x 4 m) te zijn met een kraantje en licht. Kleden liggen
op de grond. We kunnen hier water drinken zoveel wel willen en hoeven ook geen
tent op te zetten. Bij de lodge ligt een ski lift. Er worden al meer hotels bij
gebouwd, in totaal staan er 4 gebouwen. Op een warme zomerdag als vandaag is het
hier uitgestorven.
8
juni 2009
Davraz ski lodge – Bedre Beach
08.30 – 16.15 u 24,6 km
Ons luxe onderkomen bevalt goed. ’s Morgens ontdekken we ook nog een toilet wat
we kunnen gebruiken. We nemen de asfaltweg, maar hadden de onverharde weg moeten
nemen. We geven de omschrijving de schuld, maar we lopen regelmatig fout. De gps
piept, dus we zitten op een waypoint. Een hond komt ons achterna om zijn schapen
te beschermen. Een, als waarschuwing, geworpen steen houdt hem wel op afstand.
Bij het militaire complex nemen we de omleidingroute om de bewakers niet te
frustreren. Dit wordt ons aangeraden door de schrijfster van het routeboekje.
Onder een grote boom houden we, in de schaduw, een koffie en thee pauze. Even
verder liggen schapen in de schaduw onder een grote boom. We zijn op onze hoede
of er een hond in de buurt is. We lopen met een omtrek om de schapen heen, om ze
met rust te laten en in afwachting op de hond die er wel zal zijn. De omgeving
is prachtig. Hier en daar een herder in een onderkomen van plastic zakken en
katoenen zeilen. Een kachelpijp steekt uit het wankele tent/gebouwtje. We volgen
een rivier tot aan een asfaltweg. Ook hier laat de beschrijving ons in de steek.

We moeten naar beneden terwijl de weg aan weerskanten omhoog loopt. Zo maken we
een stukje verder de fout om weer te vroeg af te slaan. We gaan over de
geitenpaadjes tussen de struiken met kleine hulstblaadjes door, linéa recta naar het
waypoint. In het dorp Sevinçby tanken we water en komen even later bij een niet
gebruikte spoorlijn die we moeten blijven volgen. Een paar kilometer verder
blijkt dat onze route op de spoorlijn een paar honderd meter rechts en lager
ligt. We kunnen er niet door de bosjes naar toe. De zon staat strak aan de blauwe
hemel. Een stuk verder lijkt het meer open en wagen we de gok om af te dalen.
Het is een hele zoektocht. Als we over de ijzeren spoorbrug heen gaan mogen we
afdalen naar de weg. We nemen hier een lift naar Bedre Beach, waar we kunnen
overnachten. Er komen niet veel
auto’s. Na 20 minuten heeft eindelijk iemand plaats in zijn auto. Op Bedre Beach
mogen we gratis kamperen aan het meer. Er is ook nog een klein shopje. We nemen
een duik in het meer en koken ons potje op één van de vele picknickbankjes.
Langzaam wordt het donker.

9
juni 2009
Bedre Beach – Kalkan Geçidi
08.00 – 15.30 uur 18 km
Om acht uur verlaten we de beach.

We lopen verder richting Beydere. Bij het
pompstation mogen we de berg op naar het dorp. Het kanaal met het opgepompte
water uit het meer houden we links van ons. In het dorp willen vier honden
ons van ons pad brengen. Midden in het dorp is een bron. Wanneer we Beydere uitlopen
komen we vrij snel in een droge rivierbedding die we de hele ochtend en een deel
van de middag mogen volgen. In het begin is het regelmatig nauw door de mini
hulststruiken. Het is passen en meten met de rugzakken en onze blote armen en
benen. Hier en daar lopen we een schrammetje op. Later wordt het rivierpad wat
breder. Het blijft wel opletten met de stenen en soms zachte ondergrond. Zo nu
en dan moeten we een droog gevallen waterval overwinnen en klimmen naar 1700
meter. Bij een paar wilgen kunnen we weer drinken bij de bron. Schapen liggen onder de
wilgen in de schaduw. Na een uurtje lopen zijn we bij een bron ook weer met een
aantal wilgen. Er staat ook nog een huis van een herder in de buurt. Een hond groet ons op afstand. Na vijf minuten blaffen houdt hij
het voor gezien. We zetten ons tentje op. Niemand te zien tussen de bergen.
Vogeltjes fluiten, schapen blèren hoog op de berg. Er is een afrastering voor schapen van
takken en stenen. De schapen komen tegen zonsondergang naar beneden lopen. De
herder komt nog met een tiental schapen aan die niet bij de kudde lopen en jaagt
ze bij elkaar. Hij komt even een praatje maken. German? No, Hollanda. We doen
het blèren van een schaap na en wijzen naar hem. Hij knikt ja, de kudde onder de
boom is van hem. Later komt hij weer bij ons zitten en zoekt de berg af met zijn
verrekijker naar verloren schapen. Ik help hem mee met mijn verrekijker.

10
juni 2009
Kalkan Geçidi – Gölet open area 19,9 km
Zeven wilgen, bij herder - bron waar koeien uit drinken. 5 uur lopen.
We staan met de tent in de zon. Om 06.30 uur is het al zo warm dat we de tent
uit willen. Als we weg lopen komen de honden ons nog even uitblaffen. Met een
rotgang komen ze op ons af totdat we hard fluiten en een steen oprapen. Als we
deze later ook nog gooien zwaaien ze definitief af. We hebben een prachtig weids
uitzicht over het meer. Als we naar Barla lopen mogen we voor het dorp sterk
afdalen om in het dorp naar de moskee te lopen. We hebben hier met de
verrekijker ook al een shopje gezien. We doen er inkopen voor de komende dagen,
dit is voorlopig weer de laatste winkel. We lopen terug naar de route, de berg
op naar 1700 meter. Onder een boom bij een bron genieten we van de lunch en het
prachtige uitzicht. Een herder komt ook hier een praatje maken. German? No,
Hollanda. We lopen de berg over en worden bij zijn hut begroet door zijn honden.
Ook hier houden stenen ze op afstand. Soms verliezen we de markeringen over het
weidse landschap. De gps brengt ons dan weer bij de route. Als we weer onder de
boomgrens lopen mogen we een pad volgen in de schaduw van de bomen. Bij een
weide/ open stuk land zal een bron zijn. Zo lezen we in ons boekje. Er staat
een auto bij. Een hele familie (elf personen) zitten op de grond en er dwarrelt
rook de lucht in. Ze stoken een vuurtje om kip te grillen. Als we even later op
een steen uitrusten om te kijken waar we onze tent neer kunnen zetten, worden we
door een oudere man weer uitgenodigd voor een maaltijd. Omdat we weten dat ze
dat ook zelf graag willen, nemen we de uitnodiging aan. Iedereen zit op het
kleed op de grond. Brood, tomaat, geroosterde kip, een soort oliebollenbrood,
geitenkaas, komkommer, paprika. Het hele kleed staat vol. En alles lekker
gekruid. We laten het ons goed smaken. Heel erg leuk, erg warm, om zo contact met
de plaatselijke bevolking te hebben. We hebben wat gesprekjes met een woordenboek. Zij
verstaan geen Engels en van het Turks kunnen wij niets maken. We zoeken woorden
in het Nederlands op en laten hen de Turkse vertaling lezen. Zelfs het
uitspreken is voor ons een ondoenlijke zaak. Zo komen we toch het een en ander
van elkaar te weten. De oudere man, opa van de kinderen en kleinkinderen die er
bij zijn vraagt of we een foto willen maken en deze op willen sturen. Een baby
ligt in het busje in een hangmatje te slapen. Ook hier maken we een close-up
foto van. De kinderen spelen met een fietsje. Na anderhalf uur zijn we klaar
met eten en kletsen. Na de gebruikelijke thee zetten we een stukje verder onze
tent op. We wassen ons met wat water in een pannetje achter de bomen. ’s Avonds
nodigen ze ons nog een keer uit voor thee. Ze waarschuwen ons voor de slangen
die er in dit gebied rond zwerven en vertrekken dan met de auto. We zorgen dat
de slangen niet in onze spullen kunnen kruipen. De koeien en stieren die hier
lopen maken nog ruzie en bevechten elkaar met hun lichaam en geloei. De hemel
betrekt en wordt zwart van de wolken. In de verte horen en zien we het hevig
onweren. Ons blijft dit gelukkig bespaart.

11
juni 20,7 km
Koeien drink plaats – Hoyran meer kirisliday
Als we de tent uit kruipen kijken we of er geen slangen rond de rugzakken
liggen.
De wolken zijn weer verdwenen. We lopen van het grasveld het bos in. De
route is hier goed te vinden. Langzaamaan dalen we wat af. Dan volgt een stuk
waar we de markeringen niet kunnen vinden. We zien zelfs niet waar het pad
loopt. Bij een sterke afdaling schuift Jeannette een paar keer uit en loopt er
ook wat schaafwonden bij op. In de verte horen we alweer honden blaffen. Eenmaal
in het dal is er een open vlakte. De herder van de geiten komt een hand geven.
De aanwezige honden blijven desondanks agressief naar ons reageren. Na de
open vlakte dalen we verder af. Met de gps vinden we het pension van Mustafa. Aan
de weg heeft hij zelf een bordje hangen met zijn telefoonnummer. Dé man die
volgens Ibrahim (Lale Pension) ons naar de overkant van het meer kan brengen.
Hij belt meteen iemand die ons in het Duits kan vertellen wat de bedoeling is en
wat we moeten betalen. Mustafa vraagt wel westerse prijzen. 35 TL per persoon.
Volgens recente reacties was het nog 25 TL. De inflatie slaat hier ook toe. We
krijgen er dan wel ongevraagd een maaltijd bij. Na de traditionele picknick (wel
weer erg leuk) worden we met een motorbootje over gezet. De zoon mag het bootje
besturen. 25 minuten later zijn we aan de overkant. Op het meer is het rustig.
Geen boten, zelfs bijna geen vissers.

Aan de overkant zien we meteen een
aantal ooievaarsnesten op een lichtmast. De dieren klapperen met hun snavel. We lopen
het brede pad af wat overgaat naar een smal pad. Met de gps blijven we on route
en vinden de volgende waypoints. Het is heet en we stoppen regelmatig om wat te
drinken. Even over het strand. Wat is het hier toch mooi. Een strak meer, zonder
bootjes. In de verte zien we de bergen die het meer insluiten. We verlaten het
strand omdat we anders door diep water moeten.
De rotsen lopen tot in het meer.
Dan horen we beneden weer honden blaffen. Even later zien we een kudde geiten.
We moeten hoger dan de route om de honden te omzeilen. We klauteren door over de
geitenpaadjes. De honden en de geiten lopen in dezelfde richting en blijven ons
voor. Vanuit de berg zien we dat de honden en de geiten zijn verzameld op de
plek waar wij onze tent op willen zetten. Er zou ook een bron zijn. De honden
blijven goed bij de boom. De geiten (±150) liggen in de schaduw van de grote
boom. Gewapend met stenen lopen we naar beneden. Op het strand zien we niet de
beloofde bron. We moeten wel water hebben, het is nog 4 of 5 uur lopen naar de
volgende bron. Zo lezen we in het routeboekje. Er hangt wel een emmer bij het
meer. Daar zal de bron dan wel zijn. We zien alleen luchtbellen uit het water
omhoog borrelen. Het water is ook erg helder. We vullen onze flessen en
drinken al wat. In de verte horen we een herder fluiten en roepen naar zijn
geiten. Als we hem in zicht krijgen zwaaien we. Hij zwaait terug en komt naar
ons toe gelopen. Als hij eenmaal beneden is legt hij meteen uit waar de bron is.
Hij graaft een stuk verder wat kiezels op het strand weg. Het water komt zo uit
de grond.Hij jaagt zijn geiten en honden onder de boom weg. De honden zien er
gevaarlijk uit. Met grote ijzeren ringen met scherpe punten om hun hals. We
kunnen nu ons tentje alsnog op die plek zetten. De herder heet Yasar en heeft
een zoon die Engels spreekt. Hij belt hem, maar de zoon neemt niet op. We praten nu
via wat handgebaren en het woordenboekje. Na een gezellig gesprek, vertrekt hij
met zijn vee en honden de bergen weer in. We hebben het strand voor ons alleen.
We nemen een verfrissende duik in het meer. We wassen er ook onze kleren in. De
zon schijnt en droogt onze kleding die aan een lijn aan de boom hangt. We zien
hagedissen, krabben en schildpadden. Boven op de helling grazen nog een paar
schapen. In een prachtige omgeving krijgen we een mooie zonsondergang te zien.

12
juni 9,8 km
Strand Hayanmeer Yasar- Bron bij Tirtar
We verlaten het gedenkwaardige strandje en gaan weer hoogte winnen. Eerst naar
1030 meter en later naar 1100 meter. Het pad is steil. We moeten goed kijken
waar we onze voeten neerzetten. Het klimmen gaat langzaam. De markering vinden we
wel goed. Midden op de berg houden we een koffiepauze. Het uitzicht blijft: aan
de ene kant bergen met sneeuw, aan de andere kant redelijk kale bergen met hier
en daar wat bomen. En op het meer en erom heen heerst alleen de
rust. Er is niks en niemand te zien. Een paar vogels, schildpadden, libelles,
kevers, spinnen, vliegjes en nog 100.000 ander diertjes en insecten die we niet
meteen zien. We lopen veel door spinnenwebben, die tussen de struiken en bomen
gespannen zijn. We dalen weer af naar het meer. We houden een lange pauze
onder een oude boom aan het water. Nog een uurtje over een tractorspoor en we
zijn bij de bron. De visrestaurants zijn, zoals we al in andere reisverslagen
lazen, gesloten.

Mensen komen met het hele gezin met tractor en kar water halen
bij de bron. Achter op het voertuig staan dan jerrycans waarmee ze het
water meenemen. Later op de middag zetten we onze tent op. Een oud fotogeniek
mannetje staat bij de bron zijn fles te vullen. Op zijn ezel rijdt hij later
weer weg. ’s Avonds ontrolt zich een spectaculaire onweersbui boven het meer.
Door de zon heeft de lucht alle kleuren. Paars, roze, blauw, zwart. Een
waar schouwspel. Het regent bij ons slechts een minuut.

13
juni 29 km
Tirtar- bron met inscriptie.
Omdat gegevens over de aantallen kilometers in het routeboekje elkaar
tegenspreken weten we niet waar we uit zullen komen vandaag en staan we een
uurtje eerder op. Ook tijdens ons ontbijt komt er weer een man met zijn auto
water halen. We lopen omhoog richting het dorp Tirtar, waar we net voor de
bebouwing rechts naar de asfaltweg lopen. Deze zeven kilometer verharde weg
golft tussen het landbouw gebied door. In de andere reisverhalen lezen we dat
wandelaars hier bijna altijd met de auto of tractor mee moeten.

De lokale
bevolking ziet niet in waarom mensen hier willen wandelen. Als wij er wandelen
passeert er geen enkele auto. Zo komen we 200 meter hoger in het dorpje Yukari
Tirtar. De dorpjes zien er hier oud, bruin en grijs uit. De huizen zijn gemaakt
van modderstenen en zien er erbarmelijk uit. De ontwikkeling heeft hier jaren
stil gestaan. Tractoren en auto’s zijn de enige voorwerpen die hier wat blinken
en lijken hier de meeste waarde te bevatten. We verlaten de weg voor een
tractorpad. Kate (de maakster van de route) stuurt ons uiteindelijk omhoog over
een route waar geen pad meer is. Makkelijk wandelt het niet en zonder gps volgens
ons bijna niet te doen. We zijn regelmatig de markering kwijt. Die we door in de
goede richting te blijven lopen via de gps weer terugvinden. We dalen af naar Eyüpler waar een paar winkeltjes zijn.

We kopen brood en lunchen op het terras
van een theehuis. We hebben volop bekijks van de plaatselijke bevolking. De
moskee-imam schreeuwt het via de luidsprekers weer over de daken, dat het toch
weer hoog tijd is om te bidden. Wij vertrekken dan ook van het terras en gaan
via een schilderachtige veldweg naar Elegi.
 
Hier zit een man op het terras van
het theehuis en nodigt ons uit om er bij te komen zitten en te rusten. Er is
echter geen uitbater van het theehuis. Er komt een tweede man bij die thuis thee
gaat halen en in het theehuis thee zet. We mogen het dan in de keuken zelf
inschenken. Buiten komen er steeds meer dorpelingen bij zitten. Met handen en
voeten en het woordenboekje communiceren we. Dat Turks is echt niet te verstaan.
We vragen soms wat een woord in het Turks is. Als de thee nog aan het trekken is
mag Jeannette met een oudere man mee.

Ze zijn in een huis verderop hele grote
platte broden aan het maken. De vrouwen zijn dat aan het doen. Ze mag er foto’s
van maken. Later drinken we gezamenlijk thee met naanbrood. We
mogen de rest van het brood in een krant meenemen. We laten de mannen achter en
gaan verder. In het dorp is een man in een open schuur schapen aan het scheren.
Niet met zo’n elektrisch ding, maar gewoon met een stevige schaar. We lopen
langs de akkers naar een bron waar we onze tent weer uitklappen. ’s Nachts
krijgen we een buitje over ons heen.

14
juni 20 km
Bron – Yalvac
Omdat er nu een hek over het pad op de route staat kunnen we hier niet door. We
lopen om over de weg. Automobilisten stoppen en keren terug als ze ons voorbij
rijden om te vragen of we mee willen rijden. Op de plek waar de route de asfalt
weg kruist hervatten we de route. Door de regen van vannacht is de rode klei die
hier de landweggetjes bedekt nat geworden en kleeft in hompen aan onze schoenen.
Heuveltje op, heuveltje af. Het stapelt soms zoveel dat we even niet kunnen
lopen en de dikke klei van onze schoenen moeten halen. We proberen zoveel
mogelijk over het beetje gras wat er is te lopen. We zien irrigatiekanalen die
de kersenboomgaarden van water moeten voorzien. We eten natuurlijk ook nog van die
lekkere, donkerrode kersen. Later als we vlak bij het dorp Sücüllü zijn is het
moeilijke lopen weer over. Eerst lopen we via boerderijen het dorp in. In het
centrum is het een gezellige drukte op straat. Er is markt, de theehuizen zitten
vol met mannen. Kinderen spelen op straat en komen naar ons kijken. Anderen
crossen met hun fiets. Gezinnen lopen over de weg. Een enkele auto passeert hen.
Op een afstandje worden we uitgenodigd om mee thee te drinken. Deze keer slaan
we maar af. Bij een shopje drinken we koffie. We krijgen zelfs de stoelen van de
eigenaar die rustig buiten zijn winkeltje in de zon zat. We kopen er een ijsje
en laten ons afval hier achter. We lopen verder via een oud golvend landschap
naar de Ruïnes van Yalvac, het eindpunt van de St. Pauls trail. Oude muren met grote stenen. Als we het pad verder
volgen komen we in het dorp Yalvac. We nemen onze intrek in het Antiochia Hotel
vlak bij
het busstation.

Na een nacht reizen we terug naar Egirdir. In het Lale pension
wisselen we onze ervaringen uit met Ibrahim en andere wandelaars die hier
overnachten. Op 17 juni vliegen we weer terug naar Eindhoven.

Download hier Gps
bestanden
Waypoints hele St
Paul trail
Tracks gedeelte Gökdere - Yalvac
Waypoints en
tracks Garmin .gbd bestand

Homepage

Hebt u vragen, op- of aanmerkingen?
Stuur ons uw
reactie. |